Ik weet dat er een hoop fouten in zullen zitten. Dit komt omdat ik te snel typ, of gewoon dom ben.
Ik heb ook een versie hier liggen die ik nog moet nakijken en verbeteren. Maar alle verbeteringen vanaf bokt zijn welkom!
Ik hoop dat jullie het verhaal leuk vinden. Ik zal proberen elk weekend te posten. Te beginnen met vandaag.
Ik beschrijf telkens 600 à 800 woorden vanuit Audrey, en hetzelfde aantal vanuit Becca.
Citaat:Audrey
Audrey gaapt en kruipt nog eens lekker onder haar deken weg. Haar moeder zal straks wel binnenkomen en het licht aan doen. Ze hoort de wekker op de kamer naast haar afgaan. Nu zal haar moeder wel uit bed komen en binnen drie minuten naast haar bed staan. Audrey haar ogen gaan weer dicht. Misschien had ze gister beter niet die film af kunnen kijken, het was immers al bijna middernacht voordat ze ging slapen. Bij de gedachte aan de film verdwijnt ze weer naar dromenland. Dit wordt echter ruw onderbroken als de deur opengaat en haar moeder het licht aan doet. ‘Goedemorgen Audrey! Wakker worden, kom je zo eten?’. Audrey probeert haar ogen open te doen maar word meteen weer verblind door het felle licht. Snel knijpt ze haar ogen weer dicht en mompelt iets tegen haar moeder wat op een ja moet lijken. Terwijl ze haar ogen open doet en ze meteen weer afdekt met haar hand vraagt ze zich af hoe haar moeder toch zo vrolijk kan zijn in de ochtend. Haar ogen heeft ze al open, nu moet ze nog zover zien te komen dat ook de hand voor haar ogen wegkan. Ondertussen hoort ze haar moeder de trap aflopen. Audrey haalt haar hand weg en slaat dan de deken terug. Met een zucht staat ze op uit bed. Langzaam loopt ze naar haar stoel toe waar haar kleren opliggen.Gelukkig is ze zo slim om elke avond haar kleren voor de volgende dag klaar te leggen.
Nadat Audrey zich heeft aangekleed en wat water in haar gezicht heeft gegooid is ze pas goed wakker. Ze loopt de trap af naar beneden en geeft de hond een aai over z’n kop. Het trouwe dier komt haar altijd tegemoet. Haar moeder zet net de laatste dingen op de tafel. Audrey schuift aan en pakt twee boterhammen uit de zak. Ze besmeert ze en stopt ze in een kleiner zakje. Deze legt ze weg waarna ze een volgende boterham pakt.
‘Ik moet vandaag overwerken, we hebben een belangrijke vergadering op het werk’ wordt Audrey verteld. Ondertussen heeft Audrey een boterham in haar mond en humt ze maar wat. Nadat Audrey en haar moeder beide klaar zijn met eten, ruimen ze samen de tafel af. Audrey geeft Gabry, de hond, te eten en verdwijnt daarna weer snel naar boven. Hier brengt ze een laagje make-up aan en raapt haar spullen bijeen. Haar boeken zitten al in haar tas en haar mobiel en i-Pod verdwijnen in haar broekzak. Beneden grijpt ze haar sleutels van het haakje in het keukenkastje en pakt haar jas. Haar moeder is ondertussen ook al klaar om te vertrekken. ‘Dag schat, tot vanavond. Er staat denk ik nog wel iets in de vriezer voor je’ zegt haar moeder terwijl ze haar dochter een kus op haar wang plant. Daarna loopt haar moeder de deur uit, naar haar auto.
‘Nou Gabry. Toen waren alleen jij en ik er nog maar. Ga je mee?’ Deze laatste drie woorden hebben een magische uitwerking op de hond. Het beest springt op en begint om Audrey te draaien. Audrey lacht en pakt de riem van een haakje aan de muur. De hond gaat al automatisch zitten en Audrey doet de halsband om. De hond springt even snel weer op als hij ging zitten. Audrey opent de deur, waarna de hond naar buiten vliegt. Audrey moet de riem stevig vast houden om te voorkomen dat Gabry de straat opvliegt. Gabry is nogal actief en kan flink trekken aan de lijn. Audrey draait de deur achter zich op slot en gaat met Gabry op pad. Als Audrey de straat uit loopt, komt de zon net boven de gebouwen uit. Audrey denkt bij zichzelf “Wat romantisch.. Ik als super single loop hier om zes uur ’s ochtends op straat weg te dromen bij de zonsopkomst.” Ze wordt ruw uit haar gedachte verstoord als Gabry opeens een fikse trek aan de riem geeft. Audrey ziet nog net een kat onder een auto weg schieten. Gabry geeft het arme dier een blafsalvo. ‘Ssst Gabry! Je maakt iedereen wakker. Het is maar een kat, kom op’ Audrey geeft een rukje aan de riem en Gabry loopt weer rustig mee.
Als ze in de buurt van de haven komen ruikt Audrey de vislucht. Elke ochtend loopt ze met Gabry naar de haven om daar de ochtenddrukte te aanschouwen. Audrey is graag in de haven, het geeft haar rust. De kabbelende golfjes die tegen de kade op kapot slaan en de krijsende meeuwen. Het is nooit stil in de haven, maar toch heerst er een bepaalde soort rust. In de haven loopt Audrey wat langs de visboten die hun lading uitladen. Er hangt een geur van vis. Ook Gabry ruikt dit en probeert hier en daar een vis van een stapel te pikken. Audrey houd de hond nu echt strak aan de lijn. Anders kan ze straks Gabry achterna rennen terwijl deze er met een vis vandoor gaat. Dit is al eens gebeurd. De vissers waren er niet blij mee, net als haar moeder. Gabry stonk de rest van de dag. Nadat ze een rondje hebben gelopen over de kade gaan ze weer op weg naar huis.
Becca
Becca word wakker van het geluid dat Merel maakt bij het aankleden. Langzaam doet ze haar ogen open en kijkt ze over de rand van haar bed. Onder het stapelbed liggen hopen met kleren, Merel zit er verstrooid middenin. Becca zucht en gaat weer liggen. Merel is sinds kort elke ochtend bezig met heel de klerenkast overhoop te halen. Het grootste gedeelte van de tijd is het leuk om met zoveel andere pleegkinderen in een huis te wonen, soms irriteert het Becca echter. Ze verschilt erg veel met Merel en snapt dan ook haar kledingcrisis niet. Ze hoort hoe Merel opstaat en voelt een blik op zich gericht. ‘Becca, Becca’ zachtjes roept Merel haar. Becca doet haar ogen open en kijkt Merel aan. ‘Heb jij misschien nog groene oogschaduw? Anders moet ik weer een ander shirt uitzoeken’. Becca zucht en slaat de deken weg. Ze gooit haar benen over de rand van het bed en springt naar beneden, tussen de T-shirts, blousjes en broeken. ‘Zie je mij al met groene oogschaduw rondlopen?’ vraagt Becca. Daarna loopt ze naar de badkamer. De deur zit alleen op slot. Ze klopt erop. ‘Nog even’ klinkt de kinderlijke stem van Heather. Becca zucht. Heather is nog maar tien maar ook zij kan zich uren bezig houden in de badkamer. Boven zich hoort Becca iemand van de zoldertrap af strompelen. Ze kijkt op en ziet Ryan van de trap afkomen. Zijn wilde haar zit voor z’n ogen en zijn boxer komt boven zijn lange pyjamabroek uit, hij ziet er niet bepaald wakker uit. ‘Morgen Ryan’ zegt Becca. Ryan mompelt wat en wil de badkamer inlopen. ‘De kleine prinses Heather zit daar, ik denk dat je nog even geduld moet hebben’ zegt Becca. Ryan gromt en draait zich weer om, hij sleept zichzelf de trap weer op. Becca moet van binnen lachen. Ryan is echt wel een toffe gozer, maar ’s ochtends kun je hem beter mijden. Becca draait ook weer om naar de kamer die ze deelt met Merel. Er liggen nog steeds kleren over de grond verspreid. Becca herkent er ook kleren van haar tussen. Merel is ondertussen bezig met een zuchtscène. Becca negeert het meisje en pakt een rood geblokte blouse van de grond. Een broek hangt nog over haar bedrand. Ze trekt haar pyjama uit en legt hem op het bed. Het blousje en de broek trekt ze aan. Daarna pakt ze haar boekentas en loopt de kamer uit. Ze wordt hulpeloos nagekeken door Merel. ‘Doe toch je skinny aan met daarop dat nieuwe truitje. Ik dacht dat je dat zo mooi vond?’ stelt Becca voor. ‘Ja, maar niet vandaag’ moppert Merel. Becca zorgt dat ze snel de kamer uit komt, naar beneden.
‘Morgen Ann’ zegt Becca tegen haar pleegmoeder. De vrouw is de tafel aan het dekken en probeert tegelijkertijd er voor te zorgen dat het brood niet in de fik vliegt in het roosterapparaat. ‘Morgen Becca, zit Heather nog in de badkamer?’ vraagt de vrouw. ‘Ja, en Merel zit in een kledingcrisis’ is het antwoord. Becca schenkt zich wat sap in en gaat dan brood smeren. Ze smeert ook meteen de boterhammen voor haar twee pleegzusjes en haar oudere pleegbroer. Twee boterhammen met kipfilet voor Heather. Twee boterhammen voor Merel, één met chocopasta en een ander met smeerkaas. Vier boterhammen voor Ryan met worst. Ze doet de boterhammen in papieren zakken en schrijft er de namen van de bestemming op. Daarna pakt ze zelf twee boterhammen en belegt deze met kaas. Haar zakje doet ze al meteen in haar tas. Ondertussen horen ze boven de deur van de badkamer dichtslaan en er komt iemand de trap af. ‘Morgen’ zegt Heather. Ze schuift aan de tafel en Ann legt een geroosterde boterham voor haar neer. ‘Morgen Heather’ zegt ze richting het meisje, daarna draait ze zich om en vraagt of Becca de rest even wil roepen. Becca loopt naar de trap toe en roept de namen van haar zusje en broer. Als ze terugloopt zit haar pleegvader ook al aan de tafel, hij was vast buiten met de dieren. Ze schuift zelf ook aan en krijgt een geroosterde boterham. De rest zal zo wel binnen komen druppelen.
‘Ik ben naar boven’ Becca schuift haar stoel naar achter en loopt de trap op. Ze gaat de badkamer in en plenst wat water in haar gezicht. Ze droogt het af en brengt wat mascara aan. Daarna vlecht ze handig haar bruine krullen. Ze gaat nog even de slaapkamer van haar en Merel in om een jas te halen en gaat dan weer naar beneden. De badkamerdeur is alweer gesloten, Ryan zal zich wel aan het opfrissen zijn. Het is een geluk dat hij een auto heeft, hoewel hem dat niets helpt om op tijd op school te zijn. Becca is stiekem jaloers op zijn auto. Een zwart mustang. Geweldig. Samen hebben ze de auto opgeknapt.
In de schuur start Becca haar brommer. De matzwarte crossbrommer heeft ze zelf bij elkaar gespaard. Het is een handig ding om mee naar school te gaan en ze houdt wel van een beetje kunstjes uithalen. Ze duwt haar helm over haar hoofd heen, gespt hem vast en gaat zitten. Haar tas hangt op haar rug. Als ze een draai aan de gashendel geeft rijdt ze de schuur uit. Op het erf zwaait ze nog even naar Heather en Merel die naar de schoolbus lopen. Op de weg draait ze het gas helemaal open en laat een stofwolk achter. Met een zucht kijkt ze achterom, naar de opkomende zon.
Hoop dat jullie het eerste stuk leuk vonden en een tweede stuk verlangen.
~Lieke

)

gooi het volgende deel er maar bij.