
Het balkon
Met één stap even alleen op de wereld zijn.
Mijn ogen in alle stilte gesloten.
De koude wind suist door mijn haren
en baant zich een weg door mijn huid naar binnen.
het nestelt zich in mijn armen, mijn benen, mijn hoofd.
Ik geniet van de stilte, de rust, even geen pijn.
Mijn ogen dansen in het maanlicht
met de wolken, de sterren in de lucht.
Mijn oren genieten van de geluiden uit de stad.
Het ijzer van de wissels piept en kraakt;
een trein is terug van weggeweest.
Even vervuld van warmte, een windvlaag streelt mijn gezicht.
Met één stap even alleen op de wereld zijn.
Mijn ogen dwalen langs de tuinen die mij omringen.
Ik speel een spel met de maan
die stukken land verlicht, de rest mysterieus verborgen houdt.
Mijn ogen raken langzaam aan het donker gewend.
Ik geniet van de eenzaamheid, de schemer, even geen pijn.
Resuluut draai ik me om,
terug naar de warmte, het licht.
Een warme gloed trekt door mijn ledematen.
Gefluister achter de deur verraadt een gezellig gesprek;
ik open de deur en ben terug van weggeweest.
Twee glimlachende gezichten, ik voel me welkom.
Kim G.
13 oktober 2009
