Citaat:
Proloog
Ze is een doodgewoon meisje. 20 jaar oud. Blond lang haar, sproetjes op haar neus, grijs blauwe ogen. Ze is niet lelijk, ook niet knap. Ze draagt jeans met sneakers met daarbovenop, naargelang het weer, een t-shirt, een truitje met lange mouwen of een lekkere dikke hooded sweater in de winter. Haar favoriete combinatie is een truitje in een effen knalkleur met wijde hals, met daarbovenop een sjaal in contrasterende kleur. Kleuren die haar mooi staan zijn blauw, die haar ogen mooi uit laten komen, en groen om de rossige ondertoon in haar haar naar boven te laten komen. Ze heeft niet vaak make-up op. En als ze al de moeite neemt, is het alleen een laagje mascara en misschien een lijntje met haar kohlpotlood. Lekker simpel, niet storend maar toch leuk. Het is zo iemand die prettig is om naar te kijken, maar als je haar op straat tegen komt zal je waarschijnlijk over haar heen kijken. Niet opvallend. Een doodgewoon meisje.
1.
Suzan studeert biologie aan de universiteit. Ze zit nu in haar 2e jaar. Over 2 jaar zal ze, als alles goed gaat, haar bachelor diploma halen. Ze heeft nog nooit problemen gehad op school. Ze leert goed en makkelijk, en vind het eigenlijk ook altijd leuk om huiswerk te maken, of iets te doen omtrent haar studie. Vrienden heeft ze genoeg. Niet overdreven veel, maar als ze zin heeft om een avondje een film te kijken zijn er altijd wel mensen die ze uit kan nodigen. Ze is net verhuist naar een heel gezellig studentenhuis met mensen van allerlei verschillende achtergronden. Regelmatig word er samen gekookt, of worden er feestjes gegeven. Haar kamer is gezellig ingericht. Uiteraard staan er veel meubels van de IKEA in, waaronder een mooie kast in antiek-look. Verder ligt op de vloer een mooi donkerbruin tapijt, er staat een bed in de hoek en een tafel in de andere hoek. De accessoires zijn op elkaar afgestemd en alles is in bruin en beige gekleurd. Zelfs de fotolijstjes die in een collage aan de muur hangen passen erbij. In de lijstjes prijken foto’s die dierbaar voor haar zijn. Vrienden, huisdieren, mooie landschappen die ze allemaal heeft vastgelegd op de gevoelige plaat. Een paar posters sieren de muren, en een gedeelte van de muur is gereserveerd waar af en toe een groot vel fotokarton hangt waar Suzan haar creatieve uitbarstingen op loslaat. Heerlijk vindt ze het, om de muziek keihard aan te zetten en met haar potloden of penselen het maagdelijke wit van het karton te breken. Om iets te creëren, wat binnenin haar zit en er zo naar verlangt om eruit gelaten te worden. Het leukst vind ze om te experimenteren met kleur, maar dit pakt meestal niet zo goed uit en belandt meestal weer in de vuilnisbak. Haar gevoelens kan ze het beste uiten met grafiet potloden, haar schetsblok is dan ook een soort dagboek voor haar. Boven haar bed hangt een wereldkaart. Zo heerlijk klassiek met rode punaises in de landen die ze al heeft bezocht. Ze is gek op reizen, en alle tijdschriften uit de winkel tegenover het huis die enigszins met reizen te maken hebben liggen in haar nachtkastje. Op dit moment komt het er niet zo van, druk bezig met de studie en vakantie kent ze bijna niet.
Naast haar studie heeft ze ook nog een baantje in de plaatselijke supermarkt. Iedere zaterdag zit ze er achter de kassa. Hiermee verdient ze wat extra geld bovenop haar studiefinanciering, en tegelijkertijd weet ze zo haar motivatie voor haar studie op peil te houden. Want nu voor een zaterdagbaantje is het oké, maar voor geen goud zou ze dit soort werk later willen doen. Als vaste baan dan. Wat ze later eigenlijk wil weet ze nog niet zo goed. Na haar bachelor wil ze sowieso nog een master opleiding gaan volgen, waarschijnlijk iets met onderzoek of toch meer de chemische kant op. Maar helemaal zeker weet ze het nog niet. Over een baan later maar te zwijgen. Maar dat hoeft ze ook nog helemaal niet te weten, daar is nog tijd genoeg voor.
“Suzan! Ben je er?” Voetstappen op de trap en een stem die ze nog niet helemaal thuis kan brengen. Loom ligt Suzan op haar sprei die ze vorige week heeft gekocht. Deze ligt op haar bed en is het zachtste dat ze ooit heeft gevoeld! Ze is net thuis gekomen van de supermarkt om aankopen te doen. Wat zijn het toch veel producten die je allemaal nodig hebt zo als je net op jezelf gaat wonen! Schoonmaakproducten, basis voedsel als pasta en rijst, en dan ook nog moeten bedenken wat je de komende dagen gaat eten. Nu lag ze net lekker een paar bladzijden uit een boek te lezen. Maar zodra ze de onbekende stem hoort springt ze nieuwsgierig op van haar bed. Ze loopt snel naar de deur en voordat ze hem opengooit checkt ze snel in de spiegel of haar haar niet totaal belachelijk zit. Ze trekt het bandje nog even aan dat om haar paardenstaart gebonden zit en vervolgens opent ze de deur. Daar staat bovenaan de trap een meisje met dreadlocks in haar haren. Ze heeft zwarte make-up op, een aantal kettingen om haar nek met dubieuze tekens eraan. Veel ringen en armbanden sieren haar polsen. Ze heeft dikke sloffen aan, een comfortabele broek en een oranje truitje met lage v-hals dat perfect bij haar haar staat. Suzan twijfelt even. Heeft ze dit meisje eerder gezien? “Ah je bent er, gelukkig! Zeg we waren van plan om vanavond met zijn allen een kleine bijeenkomst te doen om eventjes de regels van het huis door te spreken en … is er iets? Ah je herkent me vast niet meer, ik ben Renate, ik woon aan de andere trap naar boven achter de linker deur! In ieder geval, heb je vanavond al wat te doen? Want anders moet je maar zorgen dat je rond 8 uur in de GR bent. Dan houden we een gezellige avond en leer je iedereen gelijk kennen. Dan hoef je de volgende keer als ik aan je deur sta niet meer met zo een glazig hoofd te staan kijken! Maar ik moet nu gaan want ik moet mijn bus nog halen. Tot vanavond!” Suzan staart het meisje na die van de trap af vliegt. Wat een waterval kwam er uit! Leuk kind wel, maar geen woord tussen te krijgen. Renate dus. Goed onthouden. Waar had ze het nu weer over? Bijeenkomst, vanavond en GR. Wat zou ze daar nu mee bedoelen? Dat is vast ergens hier in het huis. Maar waar? Daar kom ik nog wel achter, denkt Suzan. Al peinzend laat ze zich terug vallen op haar bed. Ze controleert de tijd op haar telefoon. Het is nu half 5 en ze heeft dus nog eventjes de tijd voordat ze eten moet gaan koken. Ze pakt haar schetsblok en tekendoos uit de kast en zet zonder na te denken een paar lijnen op papier. Even later kijkt ze er met een kritische blik naar en besluit wat het gaat worden. Zo vind ze tekenen het leukst. Zomaar iets tekenen en vervolgens pas besluiten wat het geworden is. Meestal komen er gezichten uit. Portretten tekenen is dan ook een van haar specialiteiten. Vandaag kan ze haar draai echter niet vinden, en na een kwartiertje scheurt ze het blad uit haar blok, verfrommeld het en smijt het op haar vloer. Ze bladert eens terug, kijkend naar haar tekeningen denkt ze terug aan de momenten waarop ze de inspiratie opdeed om het uit te werken op papier. De donkere en lichte lijnen die elkaar afwisselen vervloeien in elkaar in een waas en langzaam glijdt er een traan langs haar wang naar beneden in de richting van haar mondhoek. Driftig veegt ze hem weg en klapt haar schetsblok dicht. Ze smijt hem in de kast en ruimt haar tekendoos weer weg. Ze wil nu niet denken aan de afgelopen jaren, niet de eerste dag in haar nieuwe huisje. Ze wil niet dat juist deze avond verziekt wordt. Ze loopt naar haar wastafel, plenst een handvol koud water in haar gezicht en haalt diep adem.
Tegen acht uur hoort Suzan stemmen vanuit de keuken komen. Ze haalt even diep adem voor ze haar deur open maakt en in de richting van de stemmen loopt. Er wordt naast Nederlands in allerlei dialecten, ook nog andere talen gesproken. Engels, maar ook talen die ze niet thuis kan brengen. Zodra ze de hoek om komt ziet ze een groep jongeren. Sommigen heeft ze al vaker gezien toen ze aan het verhuizen was. Ze ziet een paar Aziaten, maar ook jongens en meisjes die er Nederlands uit zien. Niemand lijkt aanstalten te maken om naar haar toe te komen, maar gelukkig ziet ze de dreadlocks van Renate. Het meisje ziet Suzan gelukkig staan. Ze staat er maar bedremmeld bij vindt ze, dus stapt ze op haar af. “Hoi! Fijn dat je ook bent gekomen! Wil je iets te drinken? We hebben van alles, met alcohol, zonder ook. Help jezelf maar, het staat daar op het aanrecht. Als iedereen er dan is dan kunnen we beginnen met de vergadering. Ofwel, het is niet echt een vergadering hoor, meer van hoe we de zaken regelen als koken en schoonmaken. Of toch, hoe we het vorig jaar deden. Als je een idee hebt hoe we sommige zaken beter aan kunnen pakken dan moet je het maar roepen. Heb je al eerder op kamers gezeten? Of wacht, pak eerst maar een stoel en dan bespreken we het zo direct wel als iedereen er is, dan hoef je hetzelfde verhaal niet meerdere keren te vertellen.” En Renate vliegt weer weg. Als ze zich omdraait hoort Suzan iets rinkelen, en als ze even beter kijkt ziet ze hoe door het haar van Renate belletjes zijn gevlochten. Ze lijkt het overzicht te hebben over alles en iedereen, en is de schijnbare organisator van deze avond. Ze kijkt nog eens even goed rond en ziet het drank staan. Ze schenkt zichzelf een glas rode wijn in en gaat vervolgens op zoek naar een vrije zitplaats. Er is een plaatsje vrij op een stoel naast een leuk uitziende jongen. Snel haalt Suzan een hand door het haar dat losjes op haar rug valt en laat zich neerzakken naast de jongen. Ze steekt haar hand uit en stelt zich voor. “Noemen je vrienden je Suzan, of hebben ze er een afkorting voor?” Wauw dat is nog eens een openingszin! “Eh, nee de meesten noemen mij Suus.” “All right, mag ik je tot een van je vrienden rekenen?” Hij is duidelijk niet op zijn mondje gevallen! “Ja hoor prima, ik luister overal wel naar.” En ze schenkt hem een glimlach. De jongen neemt vervolgens de beleefdheid om zichzelf ook voor te stellen. Hij verteld haar in een noordelijk accent dat hij Pieter heet, dat zijn vrienden hem Piet, of nog erger, Pietje noemen en dat hij daar een hekel aan heeft. Of ze dat alsjeblieft niet wil doen. Om vervolgens in een diep gesprek met elkaar te raken over namen en bijnamen.
Op een afstandje staat Renate de bende eens rustig te bekijken. Ze knijpt haar ogen dicht en kijkt door haar wimpers. Vierentwintig mensen, tien nieuwe studenten hier in het huis. Een hoop hormonen en feromonen vliegen in het rond. Aura’s van alle kleuren lopen en zitten kriskras door elkaar heen. Niet teveel rood gelukkig, dat levert alleen maar problemen op, zoveel dominante types. Veel geel en blauw, een groene zit er ook bij. Dat meisje ken ik nog niet, interessant. Oh, en bijna zie ik Suzan over het hoofd! Wat is dat nu? Dofgrijs, onopvallend. Gek, dit had ik nog niet gezien toen ik vanmiddag bij haar op haar kamer stond. Daar leek ze een gewoon verlegen meisje. Ze zit met Pieter te praten. Suzan probeert zelfverzekerd over te komen, en hij trapt er nog in ook! Hij vind haar leuk, dat is wel duidelijk. Wat zij van hem vind, dat weet ze nog niet helemaal zeker. Hij heeft haar een beetje overvallen met zijn directe manier van spreken. Daar was ze duidelijk niet zo van gediend. Maar nu het gesprek gaande is lijkt ze wat opener te worden. Let wel, lijkt. Want haar aura kleurt eerder doffer grijs dan dat het opklaart .Ik vraag me af waarom ze zo’n afstand van hem neemt. Ze zouden wel een leuk stel kunnen vormen, waarom stelt ze zich niet wat opener? Zo gesloten, en naïef als Pieter is heeft hij niets in de gaten. Rond hem zweven verschillende kleuren, het is duidelijk dat hij voor het eerst op kamers is gekomen en dat hij niet precies een houding weer te geven. Maar kom, laat ik een einde maken aan dat waardeloze gesprek over bijnamen.