Ik had een droom. In die droom zat ik in IJsland, verder gebeurde er niet zoveel. Maar die droom heeft me geinspireerd tot een verhaal. Bij deze

Citaat:In de wolken
Myra heeft er weer helemaal zin in. Nog twee weken naar school, dat is natuurlijk vreselijk. Maar daarna zou ze, samen met Lars, zes weken naar IJsland gaan. Stel je voor, zes weken!
Lars heeft vorig jaar zijn examens al gehaald. Zij is blijven zitten en bovendien een jaartje jonger, dus ze zit nu pas in de vijfde.
Ze hebben elkaar leren kennen op de ijslandermanege. Myra rijdt er pas, maar heeft het er al hel erg naar haar zin. Eigenlijk zou Lars met Diede gaan, maar hun verkering is uitgegaan, hadden ze er geen zin meer in. Lars had op de manege voorgesteld om iemand anders mee te nemen, zo konden ze samen ritten maken en er een soort ruitervakantie van maken. Paarden genoeg. Myra was de enige die nog tijd en zin had, en haar geld er voorover had. Ze zagen het wel zitten.
“Heb je je tas en je koffer, Myra?” Het is vier uur ‘s ochtends en Lars is voor het gemak bij Myra blijven slapen. Dat zouden ze immers zes weken gaan doen. “Wat mij betreft kunnen we gaan, niks vergeten?” Nog een keer lopen ze het lijstje af van dingen die op het laatste moment nog moeten gebeuren. “Flesje water, check! Briefje aan mama en papa, Check!” Myra vind het een vreemd idee dat ze met iemand op reis gaat die ze nauwelijks kent. Toch heeft ze er onwijs veel zin in!
“Welke plekken hebben we? Toch wel een aan het raampje, hè?” Myra is opgewonden van het machtige vliegtoestel. Tussen de stoelen door schuifelen ze over het smalle pad, waar straks meerdere malen een stewardess broodjes en drinken aan komt bieden. “We zitten naast elkaar aan een raampje. Van mij mag jij aan het raampje zitten, als je dat graag wilt. Ik vlieg vaak zat!” Ze zitten net voor de vleugel, wat het uitzicht grandioos maakt. Helaas zullen ze, van de drieëneenhalf uur reizen, haast alleen de uitgestrekte zee zien. Bovendien was het aardig bewolkt.
Wanneer het vliegtuig met ronkende motors zijn aanloopje maakt, vertelt Lars dat de snelheid hem telkens weer verbaasd. Myra luistert maar half, ze vind het, na haar tweede vlucht, nog steeds spannend wanneer de wielen de grond niet meer raken en wat heen en weer schommelt. Ze houdt haar adem in. Lars legt zijn hand op de hare, blijkbaar heeft hij het in de gaten. Wanneer het vliegtuig al bijna in de wolken zit, durft Myra eindelijk weer uit te ademen. “Leef je nog? Je word een beetje paars.” Myra lacht, hij heeft ook humor, dat is mooi.
Ze beginnen een beetje over zichzelf te vertellen, tenslotte kennen ze elkaar niet zo. Myra wist al dat Lars negentien is en acht jaar paardrijdt, maar niet dat hij nog nooit op IJsland is geweest – dat had ze wel gedacht – en ook niet dat hij de oudste is van een gezien van drie.
Al snel worden ze een beetje slaperig en ineens ligt Lars met zijn hoofd op Myra’s schouder. Myra laat het maar zo, leunt ook tegen hem aan en valt tenslotte in slaap.
Om twaalf uur staat het duo met hun koffers naast de gehuurde auto. Het is een klein ding, samen met de bagage kunnen ze er maar net in. Ze rijden naar hun huisje, wat mooi gelegen is. Vanaf het kleine balkonnetje kun je eindeloos naar de bergen staren. Het huisje zelf is vrij klein, donker en heeft geen douche. “Hoe douchen we nu? Ik heb geen zin om zes weken te stinken, eigenlijk.” Lars lacht en zegt: “Er schijnt hier ergens een zeewaterbron te zijn, de Blue Lagoon. Het water schommelt er altijd tussen de vijfendertig en de negenendertig graden, en dat is verwarmd door natuurlijke bronnen! Dat lijkt mij veel fijner dan een douche, niet?” “Wow, zeker! Misschien kunnen we er straks al heen gaan?” Lars moet lachen. “We hebben zes weken de tijd! Laten we ons eerst maar eens installeren, dan kunnen we morgen misschien een ochtendduik nemen.”
“Lars, je kunt zeggen wat je wil, maar ik ga de omgeving verkennen hoor! Ga je mee? Er is hier verder toch niks te doen en we moeten nog boodschappen hebben.” Lars was een krantje aan het lezen, en wou eigenlijk even uitrusten, maar om Myra een plezier te doen ging hij toch even mee. “Er is hier in Bogarnes - vijftien kilometer verderop - een Bonus, ik denk dat we daar wel wat kunnen kopen.” De twee liepen naar de auto, die een stuk comfortabeler zat zonder bagage, en reden weg.
Om vijf uur, wanneer Myra bezig is met het eten, komt Lars bij haar staan. “Wat vind je van het huisje?” vraagt hij, terwijl hij helpt met de rijst. “Ik vind het heel gezellig. Wel wat donker, het is niet iets waar je de hele dag moet zitten. Maar uitstapjes genoeg, lijkt mij zo!” “Zeker weten, ik heb zojuist wat folders gevonden in de kast, er is genoeg te doen. Je kunt hier ook paarden huren voor een dag, maar ook voor een langere tijd. Lijkt me een goed idee om daar morgen eens te gaan kijken?” Myra begint te glunderen. “Een perfect idee. Maar we moeten ook een soort werk vinden, denk ik. Het wordt wel erg duur voor zes weken, dat gaan we nooit volhouden.” Daar had Lars ook al aan gedacht. “We zien morgen wel.”
Bogarnes
De volgende ochtend rijden ze al vroeg naar Bogarnes, om daar verse broodjes te halen. Gisteren hadden ze daar al een bakkertje gezien die er goed uitzag.
Achter de toonbank staat een typische bakker, een witte jas met een echte koksmuts, redelijk gezet en een rood gezicht. “Hello, what will it be?” Waarschijnlijk kent hij iedereen uit de streek en weet hij precies wie er de toeristen zijn, anders zou hij wel ijslands praten. “Eh… We would like to have something for breakfast.” Terwijl de bakker een heel verhaal begint te houden over wat hij lekker brood vind en of ze hun broodjes belegd willen hebben of niet, kunnen Lars en Myra hun lachen bijna niet inhouden over het grappige accent. Wanneer ze met een plastic zak weer buitenkomen, proesten ze het uit. “Oké dan, daar zullen we aan moeten wennen!”
Al etend en een beetje grinnikend lopen ze het stadje door, zoekend naar de manege, of wat het dan ook zijn mag. Al snel vinden ze een bordje. Voor de paarden moeten ze nog vier kilometer rijden. Ze lopen terug naar de auto, om er vervolgens – dit keer met een volle maag – in te gaan zitten en naar een geliefde plek te rijden.
Myra heeft er ongelooflijk veel zin in, en als ze Lars aankijkt ziet ze hem ook glunderen. Ze zullen naar de manege gaan en hun eerste rit maken op ijsland. Deze rit zou helemaal gratis zijn, op voorwaarde dat ze drie dagen in de week mee zouden helpen. Stel je voor; Elke week een rit op zo’n ijslander!
Wanneer ze aankomen op de manege, ziet die er in het zonlicht nog veel mooier uit dan de eerste keer. Er is een simpele bak, een ruime schuur, maar waar je steeds naar blijft kijken is de grote weide, die tegen de heuvels aan ligt. Het staat er vol met ijslandertjes; Groot, klein, vos en bruin, maar ook zilverappel en isabel. Het geeft een heel vrolijk gezicht.
Al snel zien ze de vrouw die ze gisteren ook al zagen op hun afkomen. “Do you first want to ride or help with the horses?” Myra stelt voor eerst te helpen, anders zijn ze er na de rit misschien te moe voor. Snel beginnen ze de weide uit te mesten, wat een ontzettend grote klus is. Erna pakken ze even een pauze en beginnen daarna met voeren. “Well done, you two! We will take three horses and I’ll show you the surroundings!” Blij kijkt Myra Lars aan. Hij kijkt terug en knipoogt even.
Myra kiest een kleine, stevige bruine pony die luistert naar de naam Svipa. Ze begint het dier te poetsen en ziet Lars aankomen met een zilverappel. “Hoe heet die van jou? De mijne Svipa en dat betekent ‘snel gaan’. Belooft veel goeds!” Lars grinnikt, en zegt: “De mijne heet Vinka; Vriendin. Laten we hopen dat het klopt!”
De rit gaat langs hele mooie vlaktes, meren en heeft constant uitzicht op de bergen. Myra kan heel goed opschieten met ‘haar’ Svipa. Het is een hele snelle pony, maar dat vind ze niet zo erg. Vooral in de tolt gaat ze hard, en bij het galopje van net scheurde ze de andere twee voorbij. Haar naam is voor haar gemaakt.
Lars en Vinka is een mindere combinatie. Vinka is een schat, maar kan Svipa niet goed bijhouden. Wanneer Lars ook een wat snellere pony neemt, kunnen ze meer doen. Hij stelt dit voor aan de vrouw waarvan hij haar naam niet kan onthouden. Ze zegt dat het haar ook opviel en dat ze volgende week maar naar een andere moeten kijken.
Na de rit geeft Myra Svipa een hele grote knuffel. Ze aait de mooie, bijna rode vacht nog even voor ze het halster losmaakt en Svipa naar zijn vriendjes galoppeert.
"Wat een mooi verhaal, ik blijf volgen!" of "Keep up the good work" zijn leuke reacties om te lezen voor mij, maar ik heb nog liever wat tips in een reactie, al is het een typefout.
Lees ze