Roze, zijn haar lippen
Die net nog
Rustten op de zijne
Groen, zijn haar ogen
Die lijken
Op de mijne
Blond, zijn haar haren
Gebundeld
In een staart
Wit, is de mist
Die in haar hoofd
Nu pas opklaart
Kleurloos, zijn de tranen
Die lopen over
Haar wangen
Rood, lijken nu haar handen
Die de tranen
Van haar opvangen
Onzichtbaar, is het mes
Dat ze woedend
In zijn borst stak
En vreselijk, waren de woorden
Waarmee ze net
Zijn hart brak
