Moderators: NadjaNadja, Essie73, Muiz, Polly, Telpeva, ynskek

Ben enorm benieuwd wat er verder gebeurd, waar dit verhaal heen gaat leiden. Je schrijft erg fijn, ik houd er altijd heel erg van om zo in iemands gedachten te kunnen kruipen.


Citaat:Ik denk terug aan die tijd, dat ene moment dat al het andere wist te overtreffen. Het moment dat de eerdere uitzichtloze chaos waarin we ons op dat moment bevonden in een paar seconde tijd terug wist te brengen naar iets verwaarloosbaars. Toen die ochtend mijn telefoon om 5uur ging wist ik dat het mis was. Ik was net een klein half uurtje thuis en zat nog even tv te kijken voor ik ging slapen. Vaker ging mijn telefoon ´s nachts, maar nooit eerder was dat op zo´n scherpe, beangstigende manier geweest. Het geluid sneed dwars door de kalme stilte van de nacht en met een trilling in mijn stem zei ik mijn naam, bang voor wat er komen ging. Een stem, die ik in de verte herkende als die van een vriendin van me, haar stem zoals ik die nog nooit gehad had. Rauw van verdriet en paniek probeerde ze me iets te zeggen, maar ondanks dat ik begreep dat het inderdaad mis was, echt mis, kon ik niet begrijpen wat er precies gebeurd was. Ik herinnerde me hoe ze eerder die avond ruzie had staan maken met haar vriend, iets dat niet ongebruikelijk was. Hij was een lieve, maar gewone jongen die ondanks veel tegenslag steeds weer probeerde wat van zijn leven te maken voor zover dat nog mogelijk was. Hij was een goede vriend van, iemand die ik respecteerde vanwege zijn kracht, om hoe hij er altijd voor je kon zijn, omdat hij gewoon een goede jongen was. Zij was eigenlijk te intelligent voor hem, of, dat dacht ze zelf misschien. Beide hadden hun problemen, maar hij droeg wel altijd haar verdriet, terwijl zij vaak zijn problemen weg probeerde te schuiven. Echt goed begrepen had ik hun relatie nooit, twee mensen zo verschillend, de een zo vriendelijk, de ander zo keihard.
In een waas ben ik naar haar toe gegaan, ik weet bijna niet hoe, eigenlijk ook niet waarom. Het was de blinde paniek die ik aan de telefoon hoorde die me deed besluiten dat ik wel moest. In de buurt van hun appartement hoorde ik de sirenes al, toen ik de straat in rende zag ik het beangstigende schijnsel van de zwaailichten in de donkere nacht. Ik zal dat moment nooit meer vergeten, politie en ambulance personeel stonden voor de deur, liepen naar binnen of juist weer naar buiten. Even stond ik stil en sloot mijn ogen, ik voelde hoe mijn lichaam onder me weg leek te zakken terwijl mijn keel werd dichtgeknepen. Dit kon niet waar zijn, maar het was echt. Ergens, ver weg, realiseerde ik me dat ik nooit het huis binnen zou mogen, dus ik bleef op een afstandje staan, voor me uit starend, wachtend op de antwoorden die ik eigenlijk niet wilde krijgen.
Ik weet niet hoe lang ik daar gestaan heb, ik weet alleen nog hoe er steeds meer mensen kwamen en hoe zij uiteindelijk door twee agenten naar buiten gebracht werd. Ze zag me, zei iets tegen de agenten en een van hen liep mijn kant uit. Hij vroeg of ik even mee wilde lopen en zonder iets te zeggen volgde ik hem, de angst met elke stap die ik nam groter. Hij zei me te gaan zitten voor hij uiteindelijk in een paar simpele zinnen bevestigde waar ik sinds ik de telefoon opgenomen had al bang voor was. Hij was dood, zelfmoord. Alsof alle grond onder mijn voeten wegzakte, alsof mijn hart brak, steeds opnieuw. Ik was te slap om op te staan, maar ik wilde weg. Wat was er vanavond gezegd en gebeurd dat het zo ver had moeten komen? Wat was de laatste druppel geweest? De agent vroeg me een paar vragen te beantwoorden, over wat er eerder die avond gebeurd was. Ja, er was alcohol in het spel, zeer waarschijnlijk ook drugs, maar nee, het was geen ongeluk, hij wist altijd wat hij deed. Toen de agent klaar was met de vragen vroeg hij of hij iemand voor me moest bellen. Ik antwoordde dat ik me wel zou redden, er was iemand waar ik naar toe kon gaan –toen nog wel—en ik wilde gewoon naar huis. Zijn aanbod om me thuis af te laten zetten nam ik aan, ik had geen idee meer hoe ik anders thuis zou moeten komen. Zij keek me aan toen ik opstond, zei nog iets tegen me terwijl ik wegliep. Ik meende op te vangen dat ik er voor haar moest zijn, maar weet je, je kan niet iemand altijd maar compleet de grond in trappen, en dan op het moment dat diegene er echt niet meer tegen kan van mij verwachten dat ik je kom steunen. Zo werkt het niet, al had je het misschien nooit zo bedoeld, ik heb vaak genoeg geprobeerd je te waarschuwen.
De dag van de begrafenis is het warm, benauwd zelfs. Je zou verwachten dat het kil was, met lichte regen, maar dat zou te makkelijk zijn. Dat is het soort weer dat je op zo’n moment verwacht. Het was te mooi voor die dag, een dag die zelf verre van mooi was. Het was niet het soort begrafenis waarbij je met pijn in je hart je iemand gedag zegt, maar wel kan zeggen “het is mooi, hij heeft rust, het is goed zo”. Een afscheid dat evengoed zwaar is, verschrikkelijk zwaar, maar waar je je ook wel in kan vinden, omdat het misschien inderdaad beter is. Dan kan je zeggen, het is mooi. Dit was alles behalve dat. Misschien past de benauwdheid wel, dat drukkende gevoel waar je niks tegen kan doen, wat je niet uit de weg kan gaan, al zou je het zo graag willen. Maar voor de sfeer had de zon weg moeten blijven, want het was een ijzige kilte die je recht door je hart sneed. Een soort afscheid dat nooit genomen had moeten worden. Hoe kan je voorgoed gedag zeggen tegen iemand die nog zo vol plannen zat, die nooit wat gemankeerd had, die… die gewoon bij je had moeten blijven? Als je net twintig bent hoor je je vrienden niet te begraven, dat zou de eerste 30 jaar, minstens, nog niet aan de orde moeten zijn. Net zo goed als dat je als ouders je kind niet zou moeten hoeven begraven. Wat is het toch dat dit wel gebeurd? Waaraan hebben we die pijn, dat verdriet verdiend? En hij dan, waarom kon hij al zijn plannen niet waarmaken, wat was er mis met zijn toekomst dat die zo abrupt gestopt moest worden?
Ondanks de warmte voelde ik me ijskoud van binnen. Een gevoel dat sindsdien nooit helemaal verdwenen is, niet als ik aan hem denk tenminste. Het was alsof mijn hart uit mijn lichaam getrokken werd en als ik om me heen keek zag ik bij iedereen hetzelfde gevoel. Tranen stroomden over wangen, maar er was niks dat het verdriet ook maar een klein beetje kon verminderen. Ik vraag me nog altijd af wat die zon, die hitte, ermee te maken had. Het was te warm voor het moment, te warm voor de tijd van het jaar, te warm voor ons. Misschien was het juist om het af te maken, een plaatje dat aan alle kanten, op alle fronten gewoon niet klopt.
Ik had nooit gedacht dat het zoveel pijn kon doen om iemand te missen. Dat soms zomaar, uit het niks, je hart weer breekt, keer op keer en elke keer is de leegte die achter blijft nog groter, nog onoverkomelijker. Ik mis hem soms bij elke stap die ik neem, ik zie zijn glimlach voor me terwijl ik tegen de tranen vecht. Het is niet te bevatten dat hij nooit meer voor me zal staan. Dat ik hem nooit meer kan knuffelen, dat het nooit meer echt kan zijn. Hij, die me hielp dingen mogelijk te maken die ik zelf nooit verwacht had. Op een manier zoals alleen jij dat kon, alsof alles heel vanzelfsprekend was, alsof het eigenlijk heel simpel was. Maar de laatste maanden is niks meer echt simpel, ik mis hem, het is allemaal zoveel minder mooi zonder hem. En samen staan we wel sterk, maar minder sterk nu er een stukje ontbreekt. Een stukje in de harten van zoveel mensen dat het niet anders kan dan te concluderen dat alle stukjes samen een groot gemis vormen. Stukjes van een puzzel die altijd onvoltooid zal blijven, maar daarom niet minder mooi. Steeds weer als ik besef dat het voorbij is, dat hij er echt niet meer is, breekt er wat. Het is een soort pijn dat ik nooit eerder voelde en voorlopig ook geen plek weet te geven. Ik mis hem en ik zou willen dat hij weer hier was. Het is gewoon zoveel minder leuk zo. Kon ik hem nog maar één keer knuffelen.
Steeds als ik hier aan terug denk, ook nu weer, denk ik ook meteen aan wat een vriendin me ooit eens vertelde. Hoe haar zoontje met zijn speelgoedhamer aan kwam lopen om de overleden poes te maken. De kinderlijke onschuld die op zo’n moment je hart doet breken. Soms zou ik willen dat ik daar nog in kon geloven, dat sommige dingen zo eenvoudig weer opgelost zouden kunnen worden, dat een dag als die nooit voor had hoeven komen. Maar ook na zo’n dag raap je jezelf bij elkaar en ga je verder. Niet altijd omdat je wil, maar omdat het moet, je hebt geen keus, er is geen weg terug.
Citaat:Het was zo´n ontmoeting als alle andere. Iemand stelde ons aan elkaar voor, een vluchtige glimlach, normaal wissel je dan een paar woorden en ga je weer verder. Zoals alles blijven ontmoetingen ook oppervlakkig. Mensen komen, mensen gaan weer, slechts een paar blijven echt, en zelfs dan nog niet voor altijd. Maar na die vluchtige glimlach volgde een blik in zijn ogen en op dat moment wist ik dat deze keer alles anders zou zijn. Ik keek hem aan en heb hem nooit meer los kunnen laten. Na die avond wist ik dat hij in een wereld leefde waarin ik niet wilde zijn, zelfs binnen die ene avond was dat overduidelijk. Dit was niet iets wat ik aan zou kunnen, de chaos, de onrust, de problemen… Maar onder dat alles zat iets dat me fascineerde, wat me aantrok, waarvan ik ben gaan houden. Als ik het over had kunnen doen had ik na die ene glimlach nooit mijn ogen naar hem opgeslagen, was ik gewoon verder gegaan, mijn eigen pad gevolgd en was ook die ontmoeting nooit noemenswaardig geweest. Dan was ik, zoals ik van plan was, een andere richting uit gegaan, had ik die wereld achter me gelaten, zoals ik dat ook toen eigenlijk al veel eerder had moeten doen. Dat was de veilige weg, waarschijnlijk ook de makkelijke, maar feit is, ik zal nooit weten of dat ook echt zo is. Soms gebeuren dingen omdat het zo moet zijn, omdat blijkbaar de veilige weg niet altijd de juiste voor je blijkt te zijn, of omdat de andere weg naast zoveel moeilijke momenten ook veel mooie dingen kent. De welbekende hoge toppen en diepe dalen. Om echt te zijn, om eindelijk te leren in het diepst van mijn ziel te kijken, zal ik waarschijnlijk toch zijn ogen gezien hebben. Het heeft mijn hart gebroken, maar ik besef ook dat ik juist daardoor weet wat ik nu weet, en ben wie ik ben. Of in ieder geval, de kans krijg dat ooit te zijn.
Hij en ik. Die eerste avond was een basis waarvan we hadden kunnen weten dat die nooit stabiel zou zijn. Wat kan je baseren op twee mensen die elkaar aankijken en voelen dat dit zo anders, zoveel beter is dan wat ze ooit gevoeld hebben, maar aan de andere kant zo bang zijn open te zijn, zichzelf te zijn, überhaupt te zijn… Gepraat hebben we vrijwel niet, gedronken des te meer. Later gingen we ook praten, later, toen het waarschijnlijk al veel te laat was. Dit is niet het zoveelste stormachtige liefdesverhaal van twee mensen die zich ergens hals over kop in storten, om vervolgens elkaar te kwetsen, pijn te doen en kapot te maken. Ik weet dat het nu misschien zo klinkt. Ondoordacht was het ook wel, maar ik ben niet het zoveelste meisje dat sentimenteel terugdenkt aan een liefde die voor haar honderd keer meer betekende dan voor hem, het meisje dat zich in haar eigen droomwereld begeeft om vervolgens door de realiteit wakker geschud te worden. Ik ben het meisje dat leerde dat houden van ook loslaten kan zijn. Loslaten, omdat we samen het elkaar alleen maar moeilijk maakten. De pijn was er wel, maar alleen omdat ik moest inzien dat als wij samen waren, we daar kapot aan zouden gaan. Ik kon niet leven zoals het was, en hoeveel ik ook om hem gaf, geef eigenlijk, ik moest voor mezelf kiezen. Het kan je hart breken, maar als je daarmee de mogelijkheid van een toekomst voor jezelf open kan houden, dan heeft het misschien zo moeten zijn. De tijd zal het leren. Even though it was love at first sight, maybe it was never really meant to be.
Het plan om ergens wat te gaan eten wordt uiteindelijk roomservice op zijn kamer. Beide hebben we behoefte aan rust en ruimte om te praten. We zijn nu al sinds afgelopen nacht samen op pad, maar veel meer weten we niet van elkaar dan toen we vertrokken. Zoals ik al zei, echt kennen doe ik hem niet. Hij is een dj, aan de vooravond van groot succes. Letterlijk. Vanavond draait hij tussen de groothelden, met een publiek aan zijn voeten waar velen alleen van zullen dromen. De eerste echt grote gig, de wereldwijde doorbraak.
Terwijl we op ons eten wachten vraagt hij me waarom ik nou eigenlijk met hem mee ging. Hij kan het misschien deels raden, hij was erbij toen ik afscheid nam, maar waarom weet hij niet. Ik vertel hem over onze eerste ontmoeting, hoe we halsoverkop ergens in stapten en waarom ik daar uit weg wilde. Ik vertel hem dat ik het niet meer aan kon om te zien hoe degene op wie ik verliefd was zo destructief was. Hoe hij elke dag op ging in de chaos die het leven heet en mij daar in mee nam. Dat de nachten steeds langer werden en de dagen steeds korter, en dat hoe ik het ook probeerde, niet meer toe kwam aan de andere dingen die er voor mij toe deden. Want ik weet, ook ik ging graag nachten door in het gezelschap van mijn vrienden en een fles Jack. Maar ergens had ik nog het idee dat ik meer wilde dan dat, dat ik verder wilde. En juist het idee dat de chaos de overhand nam, dat ik de controle kwijt raakte en steeds minder goed kon zien hoe ik er nog uit zou komen, beangstigde me. Alleen, als reactie, om die angst niet onder ogen te hoeven zien, raakte ik steeds dieper in waar ik eigenlijk uit wilde. Als ik het niet meer kon overzien, als de gedachten door mijn hoofd bleven razen, maar de oplossing niet kwamen, was daar altijd nog Jack. En zo ging ik mee met de anderen, alleen bleef ik er op een vreemde manier bewust van.
Inmiddels is ons eten gebracht, maar we hebben het nog niet aangeraakt. Wanneer ik mijn verhaal gedaan heb knikt hij. Ook hij kent die wereld veel te goed. Ook hij weet hoe het is om rust te zoeken in drank, drugs en al het andere dat verdovend kan werken. Mensen zeggen dat het goed is om gevoelens te tonen, maar wat als je teveel voelt, als je al die gevoelens gewoon niet kan verwerken? Ik vraag hem naar het moment waarop hij besloot dat het genoeg geweest was. Even blijft het stil, ik zie hem terug denken aan tijd die hij achter zich heeft gelaten, maar nooit echt los heeft kunnen laten. Eigenlijk is het gek, we kenden elkaar zo oppervlakkig en hier delen we onze duisterste verhalen, onze diepste gevoelens, dingen die ik in ieder geval nooit kwijt heb gekund, zelfs bij mijn beste vrienden niet.