Ik zie licht, een fel licht en ik krijg het koud, heel erg koud.
Wat gebeurt er? Ik heb het gevoel dat ik geen lucht meer krijg.
Ik zie iets bewegen, maar wat is dat? Het komt op me af en maakt een geluid. Ik hoor lieve woordjes, tenminste, zo komt het over. Het klinkt ver weg.
“Hallo lieverd, welkom op deze wereld”, hoor ik. Wat betekent dat?
Het bewegende ding komt dichter naar me toe en bevrijd me van mijn huid, hoewel…. het is geen huid? Nu het er af is kan ik veel beter bewegen en ik hoor opeens veel meer. Ik besluit eens te proberen of ik wat kan bewegen. Ik schud mijn hoofd en ik hoor mijn eigen oren tegen mijn hoofd flappen. Dat is grappig. Opeens word ik vooruit geduwd en hoor een hele harde kreun en een zacht gehinnik. Opeens stroomt er heel veel lucht door mijn neus naar binnen.
Hé, die taal ken ik. Die taal begrijp ik. Dan is dat vast mijn moeder. Ze blijft liggen en ademt heel zwaar. Het bewegende ding komt met een zachte doek en begint over me heen te wrijven. Dat is lekker, ik heb het namelijk best koud. Ik schud nog eens met mijn oren en opnieuw flappen ze tegen mijn hoofd. Ik moet er om lachen. “Hiiiii”, klinkt het. Ik schrik er zelf van. Was ik dat?
Opeens hoor ik een hoop kabaal. Het lijkt wel alsof heel de grond schud. Ik hoor een heleboel stemmen tegelijk. “Hihinnik, welkom, eindelijk, gelukkig, gaat het goed?” Het bewegende ding moet om me lachen en blijft met de doek over me heen wrijven. Opeens beweegt mijn moeder. Wat gaat ze doen? Ze wordt opeens heel erg groot en draait zich naar me toe. Ze duwt haar neus tegen me aan en praat zachtjes tegen me. “Hallo lieverd”, klinkt het, en ze duwt nog eens haar neus tegen me aan. Ze blijft zachtjes tegen me praten en begint me overal te likken. Dat is fijn, nog fijner dan het zachte doek van het bewegende ding. Van haar tong word ik nog warmer. Ik heb het niet meer zo koud nu. Pfff, ik ben moe, uitgeteld eigenlijk en heb honger, heel erg honger.
“Mama, ik heb honger!” zeg ik. “Dan moet je proberen te gaan staan, net als ik” en ze duwt zachtjes met haar voet tegen mijn billen. Dan komt het bewegende ding weer en ze praat tegen mijn moeder en tegen mij. Die stem klinkt bijna net zo lief als de stem van mijn moeder. Ze knielt bij me en heeft wat in haar hand. Ze draait me een beetje op mijn zij en opeens hoor ik een hard sissend geluid. Pfoei, dat is koud op mijn buik. Mijn moeder houdt goed in de gaten wat er gebeurd, dat voel ik. Mijn moeder moet een beetje proesten van dat koude spul wat op mijn buik gespoten wordt. Maar gelukkig gaat ze snel weer verder met likken.
Mijn moeder vertelt me dat het bewegende ding ons vrouwtje is. “Zij zorgt voor ons en is heel vriendelijk. Naar haar moet je altijd luisteren. Ze kan je heel veel leren.”
Ik hoef niet bang te zijn dus.
Het vrouwtje komt weer naar me toe en tilt mijn achterbenen opzij. “Een merrie”, hoor ik haar zeggen. Ze klinkt heel gelukkig. Ze komt weer met de zachte doek en helpt zo samen met mijn moeder om me nog meer op te warmen.
“Ik krijg nu echt honger mama”, zeg ik. Ze geeft me nog een duw met haar voet en opeens kom ik erachter dat ik ook voeten heb. Oh, en nu, hoe werkt dat? Mijn moeder geeft me nog een duwtje en het vrouwtje pakt me onder mijn buik vast. Ik probeer mijn voeten onder mijn lijf te krijgen, maar dat valt niet mee. Er zitten nog hele lange stukken been tussen. Ik wil wel, maar mijn benen werken niet mee. Opeens voel ik dat ik heel stevig vast gehouden word en kom wat omhoog. Het vrouwtje houdt me stevig vast terwijl ik met al mijn kracht probeer om te blijven staan. Als ik een beetje evenwicht hebt laat het vrouwtje me wat losser.
“Wooooooh, dat is echt moeilijk”roep ik naar mama. “Hou vol lieverd, probeer je evenwicht te bewaren”, zegt ze. Opeens weet ik dat ik naar mama haar achterbenen toe moet. Voorzichtig zet ik een stapje maar ik verlies gelijk mijn evenwicht. Ik voel dat ik ga vallen maar gelukkig heeft het vrouwtje me nog vast. Terwijl ik val grijpt ze mij stevig vast en zachtjes kom ik op de grond terecht.
Het vrouwtje kietelt door mijn manen en moet lachen. Mijn moeder blijft doorgaan met likken en geeft me weer een duwtje met haar hoef. “Kom op lieverd”, zegt ze. “Probeer het nog eens een keer”. Ik haal diep adem en vouw mijn benen weer onder mijn lichaam. Het lukt me! Ik sta! Ik heb het dit keer helemaal zelf gedaan. Het vrouwtje staat naast me en houd me goed vast. Langzaam loop ik naar mama’s achterbenen toe. Stapje voor stapje. Maar dan, dan ga ik weer onderuit. Het vrouwtje vangt me weer op en ik kom weer zachtjes op de grond terecht. Ik ben er moe van, maar heb nog steeds honger. Hoe ik het weet snap ik niet, maar ik weet dat ik naar mama’s achterbenen toe moet. Ik besluit het nog eens te proberen.
Ik haal opnieuw diep adem en met al mijn kracht zet ik af en sta ik weer op mijn benen.
Heel voorzichtig stap ik naar mama’s achterbenen. Als ik daar aangekomen ben stapt het vrouwtje bij me weg en ga ik op zoek naar eten. Volgens mij hangt het boven mijn hoofd. Ik weet alleen niet goed hoe ik er bij moet komen. Ik besluit mijn neus omhoog te doen, maar dan voel ik mijn benen weer onder me vandaan schieten. Daar lig ik weer.
Mijn moeder draait zich weer naar mij toe en begint weer te likken en zegt zachtjes: “Moeilijk hè lieverd, maar probeer het toch nog maar een keer.” Ik klim weer overeind en ik moet zeggen dat het al wat makkelijker wordt. De stapjes naar mama’s achterbenen lukken ook al beter. Nu goed opletten, denk ik. Ik moet mijn benen goed stevig neerzetten en dan voorzichtig mijn neus naar boven doen. Ik snuffel wat tussen mama’s achterbenen en daar voel ik het. Eten! Voorzichtig zoek ik naar de spenen en als ik die gevonden heb kan ik eindelijk eten. Heerlijke warme zoete melk. Nu word ik ook van binnen weer warm.
Het vrouwtje schuift een deur dicht en zegt dat ze straks nog even komt kijken. Ik ga liggen en mijn moeder komt bij me liggen. We zijn allebei heel moe en in het diepe stro is het lekker warm.
Opeens word ik weer wakker. Mijn moeder staat overeind en krijgt een warme pap van het vrouwtje. Ik heb ook alweer honger en denk na hoe ik net overeind gekomen ben. Voorzichtig strek ik mijn benen en het lukt in één keer. Ik stap naar mama’s achterbenen en breng mijn neus weer omhoog. Ook dat lukt in één keer! Mama hapt zachtjes in mijn billen en ik krijg er een beetje kramp van. Dan opeens ontsnapt er wat uit mijn billen en is de kramp weg. Mama moet lachen om mijn verbaasde gezicht en ze vertelt me dat dit er allemaal bij hoort.
Het vrouwtje komt weer naar me toe en zakt door haar benen. Ze kriebelt me wat tussen mijn voorbenen en praat zachtjes tegen me. “Toen ik je zag dacht ik, zo hé, wat een knap veulen. Ik heb besloten om je ook zo te noemen, je naam is Zóóhéé.” Dan gaat het vrouwtje weer weg.
Door mijn warme buik voel ik me weer slaperig worden. Ik laat me voorzichtig door mijn benen zakken en mama gaat heel dicht bij me staan. Ik doe mijn ogen dicht en ga weer lekker slapen.
Als ik mijn ogen open doe is er een heel fel licht. “Mama, wat is dat licht, het doet pijn aan mijn ogen.” Mama legt uit dat toen ik geboren werd het nacht was, dan is het donker buiten. Nu is het overdag en dan is het licht. “Het licht is alleen wat feller vandaag doordat het weerkaatst in de sneeuw”. “Sneeuw”, vraag ik, “wat is dat nu weer?”
Mama legt uit dat het nog erg vroeg in het jaar is en dat het de afgelopen dagen flink gesneeuwd heeft. Ze denkt dat we vanavond wel even de benen mogen strekken en dan zal ik de sneeuw wel zien. “De benen strekken?” vraag ik. Ik vind dat ik dat best al kan.
Heel de dag oefen ik in het benen strekken. Ik ga staan, wandel wat rond en laat me weer door mijn benen zakken. Het drinken is inmiddels een eitje geworden. Ik loop er zo naar toe en heb ook ontdekt dat er zelfs twee spenen zijn.
Halverwege de dag komt het vrouwtje samen met een ander mens. “Dit is de dierenarts,”zegt mama. “Hij kijkt of je goed gezond bent en zal je een prikje geven. Dat is even vervelend maar dan wordt je niet ziek.” Het prikje is inderdaad vervelend en als hij achteruit stapt geef ik hem stiekem een trap. Hij moet er hard om lachen want mijn poging mislukte.
Als ze weggaan, ga ik weer slapen. Ik zie niet dat er heel de dag allemaal andere mensen in onze stal staan te gluren.
S’avonds wordt het inderdaad weer donker. Ik hoor een hoop geschuif en gepraat en uiteindelijk komt het vrouwtje. Ze loopt samen met nog iemand naar me toe en mama krijt haar halster om. Allebei leggen ze een hand op mijn bips en een hand op mijn boeg en zo laten ze me de stal uitlopen. Mama loopt achter me aan en zegt me rustig te blijven en gewoon mee te lopen.
Dan zie ik dat alles wit is, behalve het pad waar ik over moet lopen. Dit is helemaal schoon gemaakt. Dan gaan we naar binnen en ik hoor een hoop herrie. Het zijn allemaal andere paarden die net zo groot zijn als mijn moeder. Ze maken heel veel herrie als ik binnenkom.
Ze gillen van alles. “Hallo schoonheid, welkom hier, gefeliciteerd!” Mama wordt er boos om en gaat harder lopen. “Doorlopen lieverd” zegt ze en bijt me zachtjes in mijn bil.
Dan gaan we weer een hoek om en de vloer wordt anders. Hij is net zo zacht als in de stal, maar dan heel korrelig. Ik probeer er een hapje van te nemen en het vrouwtje moet lachen en ze laat mij los. Mijn mama wordt ook losgelaten en komt snel dicht naar me toe.
“Kom kleine”, zegt ze. “We gaan even onze benen strekken.” Ik snap nog steeds niet goed wat ze bedoeld dus kijk goed wat mama doet. Mama loopt even van me weg en ik loop zo hard als ik kan er achter aan. Tjee, ik kan echt hard. Dat is leuk. Ik ga proberen om mama in te halen. Maar boem, daar ga ik al. Ik lig weer op mijn snufferd. Ik ging zo hard en maakte toen een sprong, maar ik vind het nog moeilijk om dan weer op mijn benen terecht te komen.
Het vrouwtje staat bij de deur en moet alweer hard om me lachen. Ook mama moet om me lachen. “Probeer het nog maar eens”, zegt ze. Dat hoeft ze geen twee keer te zeggen. Ik blijf net zo lang oefenen tot ik heel goed die sprong kan maken. Na een paar keer lukt het goed en krijg ik dorst. Mama blijft ook staan dus ik grijp snel mijn kans.
Het vrouwtje komt naar ons toelopen en pakt mama weer bij haar halster. Twee anderen pakken mij weer bij mijn bips en boeg en zo gaan we weer terug naar onze eigen stal.
Daar laat ik me snel in het stro zakken en mijn ogen vallen dicht. Zo moe ben ik er van. Het vrouwtje geeft mij nog een aai en mama krijgt een heleboel eten. Ik ga lekker slapen.
Inmiddels ben ik alweer een paar maandjes ouder. Het vrouwtje is bezig om mama en mij heel goed te poetsen. Ik vind dat poetsen altijd wel lekker. Alleen komt ze nu ook met een gek bromding. Met dat ding gaat ze naar mijn moeder en opeens komen er allemaal stukken haar van mijn moeder af. Ze blijft heel rustig maar toch word ik een beetje zenuwachtig van dat geluid. Het bromt heel zachtjes en ik krijg er de rillingen van.
Het vrouwtje komt nu ook naar mij toe en bukt naast me en houdt het bromding tegen mijn been. Het kietelt heel erg. Ik spring omhoog en opzij maar het vrouwtje gaat gewoon door. Op een gegeven moment blijf ik maar staan. Als ik dat doe word ik gelijk helemaal geknuffeld door het vrouwtje en ze kriebelt bij mijn oren. Dat vind ik zo lekker. Ik blijf rustig staan en geniet ervan. Dan komt ze met het bromding naar mijn oren. Het geluid wordt nu opeens wel hard, maar dan is het alweer weg. Op de grond liggen allemaal haren van mama en mij. Als het vrouwtje klaar is komt ze met een bezem en ruimt ze de haren op.
Opeens regent het binnen. Ik snap er niks van, waar komt al dat water vandaan? Mama staat nog steeds heel stil en het lijkt alsof ze dit heel normaal vind. Ik vraag aan mama hoe dit kan. Mama legt uit dat we gewassen gaan worden. Het is even koud, daarna worden we lekker geschrobd en als het allemaal klaar is ruiken we heel lekker. Ook dit laat ik dan maar over me heenkomen. Het is inderdaad even heel koud, maar het harde rossen vind ik heerlijk. Het lijkt wel alsof alle kriebelharen nu weg zijn. Als het vrouwtje klaar is wandelen we een paar rondjes in het zonnetje en worden mama en ik weer helemaal droog. Hierna gaan we op stal.
Terwijl ik een lekker in het schone stro ga ik liggen legt mama uit dat er morgen vast iets staat te gebeuren. “We worden alleen zo grondig gewassen als er een wedstrijd of een show is”, verteld ze. Ik vraag me af wat dat zal zijn, mar ik ben te moe om het te vragen. Ik sluit mijn ogen en ga heerlijk slapen.
Opeens word ik wakker. Het is haast nog donker buiten en het vrouwtje staat al naast me. We krijgen heel vroeg eten en terwijl we eten loopt het vrouwtje heen en weer met allemaal spullen en touwen. We eten rustig ons eten op en krijgen daarna nog even tijd om rustig wakker te worden. Vrouwtje komt in stal en gaat mama haar manen invlechten. Mama komt er heel knap uit te zien. Dan krijg ik mijn halster om en ook ik word helemaal ingevlochten. We zien er samen echt heel mooi uit. Mama krijgt beenwarmers om en samen lopen we achter het vrouwtje aan naar de wagen. Voordat ik aan mama kan vragen wat dat nou voor ding is neemt mama al een aanloop en loopt zo naar binnen. Ik hol er snel achteraan en krijg een stukje appel. Mama krijgt de rest van de appel. Dan gaat de deur achter ons dicht en stapt het vrouwtje uit. Ook de deur van het vrouwtje gaat dicht en dan begint het gehobbel. Gelukkig gaat het niet heel hard en mama staat van het hooi te eten. Wat mama laat vallen eet ik mooi op! De reis duurt best lang. Op een gegeven moment stoppen we en gaat het deurtje weer open. Het vrouwtje steekt haar hoofd om de deur en we krijgen allebei weer een stukje appel. “Welkom in Nootdorp”, zegt ze tegen ons, en mama krijgt ook een emmer water. Ik draai me om en ga ook even bijtanken.
Na een tijdje komt het vrouwtje weer terug en mogen mama en ik de wagen uit. We worden alweer goed gepoetst en de stukjes hooi worden uit mijn manen gehaald. Om mijn heen staan heel veel andere veulens. Ik zeg ze luidkeels gedag en ze roepen allemaal terug. Dat kan nog gezellig worden!
Ik loop met het vrouwtje en mama mee door een stukje bos. Overal zijn andere paarden. Ik heb echt nog nooit zoveel paarden gezien. Dan lopen we een groot veld op en daar zijn nog meer paarden. Met een ruiter op de rug, aan de hand, voor een kar. Ik kijk mijn ogen uit en word er helemaal vrolijk van. Ik moet heel even wachten en dan lopen we een afgezet stuk in wat erg lijkt op een bak, maar dan op gras. In het midden staan een paar mannen met papieren in hun hand. We lopen er naar toe en gaan voor die mannen stilstaan. Ik kijk ze nieuwsgierig aan en zie dat ze me van top tot teen staan te bekijken. “Ga eens op je allermooist staan”, zegt mijn moeder. Nou, dat kan ik heel goed. Ik maak me groot en ga op mijn allermooist staan. Dan zeggen de mannen wat tegen het vrouwtje en ze maakt me los. Ze loopt van me weg met mama en ik kijk eens goed om me heen. Wow, er staan wel heel veel mensen te kijken.
Ik ren snel naar mijn moeder toe en die begint te draven. “Laat maar eens zien wat je kan”, roept mijn moeder. Dat laat ik me geen twee keer zeggen en ik til mijn voeten nog hoger op en laat al die mensen zien wat ik allemaal kan. Dan ren ik achter mijn moeder de ring uit en het vrouwtje doet mijn halster weer om. Ze is heel trots op me, dat voel ik. En heel veel mensen komen me nu bekijken en praten met het vrouwtje. Ondertussen mogen mama en ik gras eten en na een tijdje moeten we weer die bak in. Mama en ik mogen voorop en dat plekje hoeven we ook niet meer af te staan.
Het vrouwtje is nu helemaal trots en we gaan weer naar de wagen. Ik huppel achter mama aan en we krijgen allebei wat te eten in de wagen. Het vrouwtje laat ons even alleen en mama en ik doen samen een dutje.
Na een tijdje komt het vrouwtje ons weer wakker maken. Alweer worden we uit de wagen gehaald en worden we weer netjes gemaakt. We wandelen door het bos naar het veld en dan gaan we door naar een hele grote ring met allemaal tribunes eromheen. Achter ons lopen nog meer moeders met veulens en ik mag alweer voorop. We stappen helemaal rond en moeten in een hoek wachten. Mama fluistert in mijn oor dat we nu langs de vips gaan en dat het heel belangrijk is dat ik nog beter laat zien hoe ik kan lopen dan dat ik al heb gedaan. Ik vind het spannend maar toch ook wel leuk. Het vrouwtje klikt me los en daar ga ik. Helemaal alleen, voor mijn moeder uit, langs al die deftige mensen. Ik hoor ze allemaal roepen en klappen en ik doe er nog een schepje boven op. Als ik voorbij ben gaan de mensen klappen en ik dans terug naar mijn moeder. We moeten wachten in het midden tussen de hindernissen.
Alle andere veulens moeten ook langs die deftige mensen, maar ze klappen niet meer zo hard als dat ze voor mij deden. Ik voel dat mama trots op me is en dat het vrouwtje nog trotser is.
Dan komt er een harde stem. Iedereen wordt stil en ik voel dat alle mensen het spannend vinden. Er komt iemand naar ons toegelopen en het vrouwtje krijgt een envelop. Dan krijg ik een strik en mogen we van het veld af. We hadden een zesde plaats van alle honderd veulens!
Van het veld lopen we weer naar de wagen. Mama krijgt nog wat water en er wordt een nieuw hooinet opgehangen. De wagen gaat weer rijden en na een lange tijd zijn we weer thuis.
We mogen samen onze stal in en ik ben zo moe dat ik haast niet meer op mijn benen kan staan. Terwijl ik ga liggen haalt het vrouwtje de vlechten uit mijn manen en krijg ik weer een stukje appel. Dan gaat ze weg en sluit de deur. Ik ga slapen en mama houdt de wacht.
Na een paar weken is het opnieuw zover, mama en ik krijgen weer vlechten in en we gaan ook weer de wagen in. Dit keer is het niet zover rijden. We zijn er al heel snel.
Ook zijn er geen bomen maar zijn we op een groot veld. Wel zijn er weer heel veel andere veulens. Ook nu gaan we weer een ring in, maar nu weet ik wat de bedoeling is. Ik moet laten zien wat ik in huis heb! En daar ben ik goed in! Ik dans door de baan met mijn neus in de wind en mijn staart in de lucht. Natuurlijk loop ik voor moeder uit, maar ik hou haar wel goed in de gaten.
Dan is ons rondje weer voorbij en moet we wachten. Ik mag samen met mama wat gras eten en ook wandelen we wat rond. Dan moeten we met alle mama’s en veulens de ring in. Na een paar rondjes stappen moeten we naar een ander plekje. En weer naar een ander plekje!
We moeten stil gaan staan en ik krijg een oranje strik......
Zóóhéé, 2004, derde plaats op de veulenkeuring van het KWPN te Heerjansdam!
Zóóhéé, 2007, Stamboekkeuring Alblasserdam, ster
Zóóhéé, 2007, Centrale Keuring HJD, voorlopig keur
Zóóhéé, 2007, PROK
Zóóhéé, 2007, IBOP geslaagd = elite
Zóóhéé, 2008, outdoor kringkampioen L1
Zóóhéé, 2008-2009, indoor kringkampioen L2
Niets van dit verhaal mag zonder toestemming worden overgenomen!
