Ik ben 13 jaar en ik vind het keileuk om verhalen te schrijven, vooral over paarden! Op een andere site ben ik nu bezig met een afmaakverhaal, en ik ben eigelijk benieuwd wat jullie ervan vinden. Er zullen nog wel wat typfouten in staan, maar dat komt omdat ik meestal te snel wil typen dan ik kan
. Het verhaal is dus nog niet af.Het verhaal gaat over Ruth, ze is 13 jaar en haar ouders hebben een pensionstal. Ze heeft zelf twee Welshpony's, Bailey en Björn. Ze rijdt tweespan met haar pony's. Ze heeft ook nog een zusje, Yentle. Zij is 4 jaar oud. Ruth zit nu in de brugklas.
Citaat:Het regende. Ruth probeerde zo hard mogelijk te fietsen, tegen de wind in. Haar haar was zeiknat, en haar tas ook. Ze wilde snel thuis zijn, dan kon ze nog even trainen, als de binnenbak vrij was. Ze reedt de oprit op en pleurde haar fiets naast de achterdeur. Ze kwam drijfnat binnen. Haar tas dumpte ze bij de kapstok. ‘’He lieverd!’’ Hoorde vanuit de keuken. Haar moeder gaf haar een knuffel. ‘’Hoi mam, ik ben zeiknat. Die rotregen ook!’’ Wat deed haar moeder weer lekker positief, er is niks positiefs aan dit weer. ‘’Ach ja, hoe was het op school?’’ Vroeg haar moeder. ‘’Gewoon, zoals altijd; paardloos.’’ Haar moeder moest lachen. ‘’Ga lekker even trainen, je vader is in de stal. Volgends mij is de bak vrij.’’ Ruth kon weer lachen en ging zich gauw omkleden. Ze rende door de regen gauw naar de stal.
‘’Hey Ruth!’’ Haar vader kwam naar haar toe. ‘’Gaan we even trainen? De volgende wedstrijd is belangrijk.’’ ‘’Tuurlijk,’’ zei Ruth. ‘’Björn en Bailey moeten echt even lopen.’’ Vader liep naar het karretje. ‘’Dan zet ik deze even in de bak.’’ Zei hij. Ruth liep naar de stallen van haar pony’s. Bailey duwde zijn neus tegen haar arm. ‘’Ik weet het, je bent lief.’’ Zei Ruth. Björn keek haar vragend aan. ‘’Jij ook hoor!’’ Was Ruth’s antwoord. ‘’Niet waar!’’ Klonk het ineens. Daar stond Yentle, Ruth’s kleine zusje. ‘’Speedy is véél liever!’’ Terwijl ze dan zei maakte ze een grote beweging met haar armen. Speedy is een 13-jarig Shetlandertje. Yentle was dol op hem. Ondanks dat ze nog niet veel kon, ze was pas 4, zorgde ze goed voor het beestje. Ruth zuchtte en haalde het tuig van haar paardjes. Eerst ging ze Bailey optuigen. Ze stapte de stal van de spierwitte Welshpony binnen. Haar vader kwam aanlopen. ‘’Zo, ik tuig Björn wel op. Ik heb net een mooi parcoursje voor je klaargezet, Ruth.’’ ‘’Dankje pap! Ik moet goed oefenen voor de wedstrijd.’’ Terwijl ze dat zei deed ze het hoofdstel om. ‘’Mag ik ook parcoursje rijden? Ik moet ook oefenen hoor!’’ Zei Yentle brutaal. ‘’Jij mag na Ruth.’’ Belooft haar vader haar.
Ruth leidde haar twee pony’s tegelijk naar de bak. Haar vader nam Bailey over. Ruth zette Björn langs de boom van haar wagen. Vader deed hetzelfde. ‘’Ik span ze wel in.’’ Zei Ruth. ‘’Hou jij ze maar vast.’’ Terwijl Ruth bezig was, kwam Yentle aangesleept met een Shetlandzadel en een hoofdstelltje. ‘’Jij moet mij meehelpen met Speedy opzadelen!’’ Zei ze tegen haar vader. Ruth zuchtte. Soms werd ze echt gek van haar zusje, ze loopt in de weg en wil veel aandacht. Haar vader werd er ook een beetje gestoord van, hij wilde ook serieus oefenen. ‘’Ga maar eerst een snoepje halen bij mama.’’ Zei hij een beetje geïrriteerd.
Citaat:De paarden waren ingespannen en Ruth ging op de wagen zitten. Ze pakte de zweep en gaf de paarden hun commando. ‘’Voorwaarts!’’ Björn en Bailey stapte rustig aan. Ze stuurde de paarden naar de hoefslag en begon ze rustig los te rijden. Haar vader stond achterop en gaf haar aanwijzingen. Na een tijdje ging ze in draf en begon ze voltes te maken. ‘’Potverdorie, Bailey pakt het bit vast!’’ Ruth gaf Bailey een klein rukje in zijn mond en meteen liet hij het bit los. De paarden liepen hartstikke mooi; nageeflijk en stelling. ‘’Goedzo, Ruth. Ga dadelijk over in galop.’’ Ruth deed wat haar vader zei en de paardjes sprongen netjes aan.
‘’Ja, toe maar Bailey!’’ Ruth was het parcoursje aan het rijden. De paarden maakte de krapste bochten en zaten in een lekker handgalopje. ‘’Rustig, Ruth.’’ Haar vader vond haar iets te wild rijden. Ruth verminderde tempo. Het ging al beter. Ze was klaar met het parcours en stapte uit. Toen ze naast de bakrand reed stond daar Juul, zij had een paard op Stal de Kempenlanden staan. ‘’Hey Ruth! Ging goed joh!’’ Riep Juul haar toe. Ruth glimlachte en zei ‘’Ga je morgen mee een buitenrit maken?’’ ‘’Tuurlijk! zie je straks!’’ Juul ging naar haar paard.
Toen de paarden op stal zette, hoorde ze gesus uit de stal van Speedy. Ruth liep er naar toe en keek stiekem om het hoekje van de stal. Daar stond Yentle, ze probeerde het hoofdstel om te doen maar het lukte niet. ‘’Moet ik je helpen, Yentle?’’ Giechelde Ruth. ‘’Ja! Speedy is stout, hij luisterd niet!’’ Zei ze boos. Ruth zadelde Speedy voor Yentle op en liep met haar naar de bak. Daar stond haar vader, en Juul reed in de bak. ‘’Kan Yentle er even bij?’’ Riep ze vanaf de stalgang. Ze wachtte het antwoord niet af en zette haar zusje op de Shetlander. Yentle reed zelf naar de bak. ‘’Ha Yentle! Zal ik een parcoursje voor je klaarzetten?’’ Riep vader naar de kleine Yentle. Ruth glimlachtte en liep over het erf terug naar huis.
Citaat:‘’Ha, meid! Fijn gereden?’’ Vroeg mama. ‘’Ja, het ging goed. Ben benieuwd op de wedstrijd.’’ Antwoorde Ruth. ‘’Yentle is nu aan ‘t rijden op Speedy.’’ Meldde ze erbij. ‘’Dat dacht ik al. Ze kwam net een snoepje halen.’’ Ruth liep naar de laptop en keek hoe het was me de startlijst. De lijst was al omline. ‘’Wow, ik moet al als derde!’’ Zei ze. ‘’Dat is vlot.’’ Zei moeder. ‘’Dan moet je er vroeg uit. Kijk, je moet al om half 11. En we moeten een uur rijden, en je moet ook nog de pony’s klaarzetten.’’ Redeneerde ze er achteraan. ‘’Weet ik, ik ga huiswerk maken. Ik zeg het straks tegen pap.’’ Ruth liep naar boven.
Ruth ging toch nog even vlug op MSN, haar vriendin Jilke was online.
Jilke(L)Beauty: Ha die Ruthje!!
Ruth(L)björn(L)bailey: Hee Jil
Jilke(L)Beauty: Hoelaat moet je starten?!
Ruth(L)björn(L)bailey: Al om half 11, moet er dus vroeg uit!!!
Jilke(L)Beauty: Haha! Ik pas om half een, enkelspanklasse begint laterrr:)
Ruth(L)björn(L)bailey: Nouja, de baan is nog niet modderig als ik moet!!!
Jilke(L)Beauty: Das waar
Ruth(L)björn(L)bailey: Ik heb nog Beauty geaaid, ze heeft in de poep gelegen!!
Jilke(L)Beauty::S Lekker dan, kan ik d’r weer wassen, eergister ook al gedaan…
Ruth(L)björn(L)bailey: Was er dan de dag voor de wedstrijd, je mag wel een staldeken van me lenen.
Jilke(L)Beauty: Graag!! You’re my friend!!
Ruth(L)björn(L)bailey: I know
Jilke(L)Beauty: Kmoet gaan, homework…
Ruth(L)björn(L)bailey: Doei jillie!!!
Jilke(L)Beauty: (L) (K)
En weg was ze. Ruth sloot de laptop af en begon aan haar huiswerk.
Citaat:Ruth kwam naar beneden geslenterd met haar zware rugzak op haar rug. ‘’Hey lieverd, ik heb thee voor je!’’ Zei haar moeder tegen haar. ‘’Lekker.’’ Was haar korte antwoord. Yentle liep blij naar Ruth toe. ‘’Ik heb parcoursje gereden! En ik was heel snel! Sneller dan Juul.’’ Yentle keek haar triomfantelijk aan. Ruth moest lachen. Yentle ging verder. ‘’En de hele weg ging ik in galop!’’ Eigelijk heeft Yentle alleen gedraaft, galop kan ze nog niet. Ze kent het verschil ook nog niet tussen draf en galop, maarja, ze was pas 4. Ruth ging op de bank zitten ze ze keken samen GTST. Om half tien ging Ruth naar bed.
Citaat:De volgende dag fietste Ruth weer naar school. Gelukkig regende het niet. Ze kwam Juul tegen. Ze zat twee klassen hoger, de derde dus. ‘’Hey Juul!’’ Riep Ruth naar Juul. ‘’Ha die Ruth. We gaan straks wel buitenrijden hé! Mazar heeft een keigoede conditie.’’ Riep Juul terug. Ze gingen naast elkaar fietsen. Mazar was de schimmelachtige Arabier van Juul. ‘’Tuurlijk gaan we rijden, even naar het meer? Ik ben het zesde al uit, dus.’’ ‘’Oke, ik ook. Ik zorg dat ik er om kwart over drie ben, goed?’’ Vroeg Juul. ‘’Is goed, ik moet alleen nog even kijken of ik op Björn of Bailey ga.’’ Peinsde Ruth. ‘’Kun je lekker tijdens de les over nadenken!’’ Lachte Juul. Ze groetten elkaar en gingen ieder weer hun eigen weg. Ruth zette haar fiets in het fietsenrek en liep naar de kluisjes.
‘’Dus in de gebiedende wijs zit altijd de ik-vorm.’’ De docent Nederlands was weer met zijn onzinnige uitleg bezig. Ruth kon zich niet concentreren en vermaakte zich met haar potlood en schrift. Ze was een tweespan aan het tekenen, haar eigen Bailey en Björn. Ze liepen fier is een mooie draf over het papier heen. Mensen zeiden vaak dat Ruth goed kon tekenen, dat was ook echt het vak waar ze goed in was. Het was haar tweede hobby. Ze verbeterde de schaduw en de details. Hij is mooi geworden, dacht ze. Misschien hang ik hem wel op, of ik geef hem aan opa. Haar opa was haar trouwe fan, die stond bij iedere wedstrijd. ‘’Zo, zijn wij hier bij tekenen?’’ De stem van meneer Verkuil tetterde door het lokaal heen. Langzaam keek Ruth op en ze keek recht in de koude, kille, boze en geërgerde ogen van meneer Verkuil. ‘’N-n-nee.’’ Stotterde Ruth. ‘’Eruit jij! Ik wil je het hele lesuur niet meer zien!’’ De klas hielt hun adem in en langzaam liep Ruth de klas uit.
Opgelucht fietste Ruth naar huis. Wat kon haar school nou schelen, nu ging ze lekker paardrijden! Ze racete de oprit op en zag al gauw dat er iets niet goed was. De auto van de veearts was er. Ruth gooide haar fiets neer en rende naar de stal. Ze zag haar vader en de veearts bij de stal van de Speedy staan. Wat is er met Speedy? Heeft Yentle iets fout gedaan? Waar is Yentle? En waar is mama? Gonste het door haar hoofd.
Citaat:“Ruth, kom helpen!’’ Beveelde haar vader haar. Ruth rende verschrikt naar de stal, bang voor wat ze te zien krijgt. ‘’Speedy heeft een rare aanval.’’ Zegt de dierenarts. ‘’Een soort koliekaanval. Hij kan zo weer over zijn. Meisje, kun jij bij hem gaan zitten? Dan geef ik hem een spuitje.’’ Ruth knikte en slikte. Ze ging knielde bij Speedy neer. ‘’Rustig maar, lief beestje. Je krijgt een spuitje en dan komt het goed.’’ Tenminste, dat hoopte ze. De veearts gaf het spuitje en stond op. Hij praatte om de hoek van de stal met haar vader. Ruth zag gelijk dat Speedy rustiger werd. Hij keek haar aan met zijn mooie bruine paardenogen. ‘’Jij weet niet wat er gebeurd he, Speedy? Ik ook niet.’’ De pony zuchtte en wilde opstaan. ‘’Pap! Hij wil opstaan!’’ Ruth wist niet of dat wel mocht. ‘’Laat hem maar los, en geef hem wat hooi. Overmorgen kom ik weer kijken.’’ Zei de veearts.
Ruth loopt de woonkamer binnen. Daar zat Yentle bij mama op schoot. Ze huilde. ‘’S-s-speedy! Ik wil naar Speedy!’’ Tranen met tuiten. ‘’Rustig lieverd.’’ Suste mama haar. ‘’Speedy is ziek. Hij moet rusten.’’ ‘’Nee! Ik wil Speedy nu zien!’’ Yentle was echt heel verdrietig. ‘’Yentle, het komt goed met Speedy. Hij heeft een spuitje gehad en hij staat al.’’ Ruth pakte haar zusje over en tilde haar op. ‘’Echt waar?’’ Ze stopte met huilen en keek haar met grote ogen aan. ‘’Echt waar.’’ Antwoordde Ruth. ‘’Mag ik hem dan zien?’’ Ruth keek haar vader aan. Hij knikte. ‘’Tuurlijk, Yentle. Maar wel rustig doen he!’’ Ruth zette haar neer en hield haar vast bij de hand. ‘’Blijf bij haar!’’ Riep hun vader hun achterna.
Citaat:‘’He, Ruth! Ik heb je overal gezocht!’’ Daar stond Juul. oliebol, vergeten! De buitenrit! ‘’Ohja...’’ Ruth stond als verslagen. ‘’Naar Speedy!’’ Yentle hing aan haar arm. Juul keek haar vragend aan. Normaal hield ze zich aan de afspraken, maar door de aanval van Speedy was ze het even vergeten. ‘’Ik was het vergeten, omdat Speedy een koliekaanval heeft gehad.’’ Zei ze. ‘’Koliekaanval? Meen je dat? En nu?’’ Juul vuurde meteen een berg vragen op haar af. ‘’Kom maar mee, Yentle wil hem zien. Dan vertel ik het.’’ Samen liepn ze naar de stallen.
“Goh, dat is schrikken.’’ Zei Juul. Ruth had het hele verhaal verteld. ‘’Inderdaad. Yentle, voorzichtig hé!’’ Yentle stond bij Speedy in de stal en knuffelde haar beestje. ‘’Je bent lief, maar nu moet je beter worden, hoor!’’ Beveelde ze haar pony. ‘’Gaan we nog rijden? We kunnen nog wel een uurtje weg, klein rondje.’’ Juul wilde nog wel even rijden. ‘’Is goed, ik moet wel even Yentle terug brengen, ze mag niet alleen bij Speedy.’’ Zei Ruth. ‘’Tuurlijk, zie je zo.’’ En Juul ging haar Arabier opzadelen.
Citaat:Ruth liep terug naar de stallen. Ze had Yentle terug gebracht en haar paardrijkleding aangetrokken. Ze haalde het zadel en hoofdstel van Björn en liep naar de witte Welshruin. Ze borstelde hem en legde het zadel op zijn rug. Klik klik klik, klonk het door de stallen. Juul kwam aanlopen met Mazar aan de hand. ‘’Kom je?’’ Vroeg ze. ‘’Ja, bijna klaar. Even mijn cap opzetten.’’ Ze liepn naar buiten en stegen op. ‘’Rustig Björn. Ik weet dat je lang niet buiten bent geweest, jochie. Wil je je wel gedragen?’’ Juul moest lachen en keek naar haar koele Arabier. ‘’Mazar komt voor buiten. Maarja, Bailey en Björn lopen veel voor de kar.’’ Zei ze. ‘’Ze komen ook wel buiten met de wagen hoor. Maar onder het zadel is anders.’’ Ruth moest wel even wennen. Ze had al twee weken niet gerden, ze is zo bezig met de wedstrijd!
‘’Galopje?’’ Vroeg Juul. Ze reden langs het meer in het bos. Ruth keek naar Björn. Hij was relaxed, dus het kon wel. ‘’Goed,’’ zei ze. ‘’tot de hut, oke?’’ Vroegen speelde Juul en Ruth vaak in het bos. Ze hadden vlak bij het meer ooit een hut gemaakt, die er nu nog staat. ‘’Oke. Klaar..... Af!’’ De twee paarden schoten naar voren. Ondanks dat Björn kleiner was, kon hij Mazar goed bijhouden. ‘’’Kom op, Björn! Je kunt het! Toe maar!’’ Ruth zag in de verte de hut al. Hij kwam steeds dichterbij. Toen ze bijna bij de hut waren, hielden ze hun paarden in. Björn briest van plezier. ‘’Goedzo, jochie.’’ Zei Ruth. ‘’Je ging hard, zeg! Die kleine Björn!’’ Juul keek haar lachend aan. Ruth glimlachte, hij is wel klein, maar niet sloom!
Ik heb al die stukjes 'ge-quote' omdat ik het zo op die andere site zegmaar steeds afmaakte. Tips zijn welkom!
Berichtjes vind ik hartstikke leuk!

xxx hafjelinger
:S Lekker dan, kan ik d’r weer wassen, eergister ook al gedaan…