Ik heb nog veel moeite met het heden/verleden gedoe, dus graag krijg ik commentaar op mijn verhaal!

Citaat:1.
Trots staat ze achter het roer van haar enorme driemaster. De zon streelt haar gebruinde wangen, de wind speelt met haar lange blonde lokken en ze proeft het zout van het zeewater op haar lippen. Het schip scheert door het water, als een scheermes in een pakje boter. Heerlijk! Dit is pas leven, vrijheid!
Ze kijkt naar het dek. Het grootste deel van haar bemanningsleden liggen lui in de zon, een enkeling maakt schoon of athans… ze doen een poging tot. Het is niet erg, ze hebben hard gewerkt immers en ze zullen nog veel harder moeten gaan werken. Zolang ze maar luisteren naar haar bevelen en door het vuur gaan voor haar en haar schip, maakt het niet uit dat ze niet goed schoon kunnen maken.
In de verte hoort ze plotseling rommelen, verschikt draait ze zich om en ziet in de verte donkere wolken die zich langzaam samen pakken. Oh jee… dit kan toch best wel eens een zware bui kunnen gaan worden. Ze keert zich om en merkt op dat sommige bemanningsleden ook peinzend naar de wolken staren, die toch al aardig snel dichterbij komen. Ze twijfelt geen moment en schreeuwt bevelen naar haar mannen. Zij beginnen op hun beurt gelijk naar hun post te rennen en de geschreeuwde bevelen uit te voeren. Binnen enkele minuten is het schip harder gaan wiegen op de golven. Een enkele golf komt al op het dek terecht. Zodra ze een regendruppel voelt op haar hand, kijkt ze pas weer omhoog naar de hemel. Gitzwarte wolken hebben zich inmiddels boven haar hoofd verzameld en het begint harder te regenen. Een flits over het dek en een knal uit de lucht doen haar verschrikt weer omhoog kijken. Dan ziet ze het pas… een huizenhoge golf heeft zich over het schip gebogen en zal het doen kapseizen!
SPLASH! Proestend en naar adem happend schiet Gwendolyn omhoog. Wild zwaait ze met haar armen om zich heel, totdat ze beseft waar ze is en wat er gebeurd is. Ze droomde! Met een woest gezicht kijkt ze omhoog en ziet Liam triomfantelijk voor haar staat met armen over elkaar en een lege, houten emmer naast hem. “Zo Aurnia, lekker geslapen?” vraagt Laim spottend. Weer dat koosnaampje denkt Gwendolyn, zo irritant! “Mijn naam is Gwendolyn! En als je dat te moeilijk vindt, noem je me maar Gwen of mevrouw Jones, maar noem me geen dingen waarvan ik niet weet wat ze betekenen!” Boos kijkt ze hem aan. Ze had zo een hekel aan deze man. Met zijn 1.90 m torende hij hoog boven haar uit en met zijn wilde uiterlijk zag hij er echt uit als een schooier. Toch was dit een van de weinige mannen waar zij tegenop moest kijken, aangezien ze een lange vrouw is van 1.80 m. Dat imponeerde haar wel. Zijn ravenzwarte haren raakten net zijn schouders en zijn groene ogen leken altijd in haar ziel te kunnen kijken, als ze hem te lang aankeek. Een groot litteken van zo’n dertien centimeter begint boven op zijn neus en loopt over zijn linkerwang schuin naar beneden. Zijn neus staat ook iets te schuin naar rechts. En onder zijn linkeroor zit een klein litteken van een brandwond die zijn nek siert. Ze is vanaf het begin af aan al gefascineerd door dit kleine littekentje. Het is rond en heeft de grote van een klein muntje. Hoe zou hij daar aan gekomen zijn? Ze liet haar blik dalen en ging over zijn brede armen en borstkast heen. Borstharen ontsnapten bovenaan het versleten en vale witte shirt met de lange v-hals en zijn gespierde benen zaten strak in de bruine kniebroek. Vaag rook ze hem: versgebakken brood en zout. Hij was dus al in de keuken en aan dek geweest.
Te laat besefte ze dat ze haar adem had ingehouden en naar hem staarde. Liam merkte de verandering in haar humeur en blik op en begon te grijnzen.”Bevalt het je wat je ziet, Aurnia?” vraagt Liam met nadruk op haar koosnaampje en begint hard te lachen. Blozend en woest op zichzelf springt ze omhoog om hem zo hard mogelijk te slaan. Hij ziet de aanval aankomen en omwijkt haar handen en vangt haar op. Ze knallen met zijn tweeën tegen de houten muur en Liam kreunt zachtjes. Gwen wist nog net haar knie ergens te plaatsen, waar hij het liever niet had gezien of beter gezegd: gevoeld.
“Liam? Gaat het goed daarbinnen?” horen ze een bemanningslid vragen buiten de deur. Liam wacht even tot hij zijn adem weer heeft teruggevonden en antwoord grommend “Het gaat beter dan verwacht! Mevrouw Jones wil graag een bad nemen, dus dat gaan we voor haar regelen!” Met kleine boze samengeknepen ogen kijkt Liam Gwen aan en zegt “zo Aurnia…wij gaan eens even kijken hoe jij een bad gaat nemen en hoe schoon jij wordt!” Voordat ze wat kan zeggen gooit hij haar over zijn schouder en loopt de cabine uit. In zichzelf vloekend loopt hij de gang uit en een trap omhoog, ze komen langs de keuken en enkele bemanningsleden kijken beduusd op.
Gwen krijgt plotseling een verontrustend gevoel in haar maag en begint langzaam te beseffen wat zijn plan is. Hier had ze dus helemaal geen zin in, ze droeg immers alleen maar ondergoed en een lange hemd! En er werkten toch al gauw zo’n dertig man aan boord. Gwen doet een poging tot ontsnappen en begint plotseling wild om zich heen te slaan en schoppen, maar ze voelt de greep van zijn armen versterken. “Dit gaat niet werken hoor, je gaat hoe dan ook in bad” is de reactie van Liam en lacht er hard bij. Liam loopt nog een trap omhoog en stapt de buitenlucht in. De zon is al op en Gwen voelt dat de temperatuur al begint te stijgen. Bemanningsleden staren het stel vreemd aan, maar weten inmiddels dat ze geen vragen moeten stellen over deze toestand. Zodra Gwen ze ziet, begint ze te roepen. “Help me! Hij wil me verdrinken! Ik kan niet zwemmen!” Maar de bemanningsleden draaien zich weer om, om verder te gaan met hun werk. Gwen begint weer te worstelen, maar zodra ze bij de rand van het dek komen houdt ze zich plotseling muisstil. “Alsjeblieft Liam, doe dit niet! Ik kan niet zwemmen!” smeekt ze hem. Liam zucht, tilt Gwen van zijn schouder en houdt haar even vast en kijkt haar dan boos aan. “ Jij niet kunnen zwemmen?! Laat met niet lachen! Je moet echt met iets beters aankomen. En dan is het nu tijd voor je bad, laat je het weten als je klaar ben?” zegt hij met een valse knipoog. En voordat Gwen iets kan zeggen, valt ze zes meter naar beneden de zee in.
2.
Liam ziet Gwen verdwijnen in het water. Net goed! Wat een kreng kan dat kind toch zijn. Maar hij moest toch wel toegeven dat hij er niet eens verbaast over is dat ze de zwakke plek van een man weet te vinden. Sinds ze aan boord is, heeft hij Gwen beter leren kennen en het is niet bepaald een dame die geleerd is een huishouden te runnen. Ze helpt mee met alle klussen die zijn eigen mannen ook doen en ze heeft zelfs een bemanningslid een stomp op zijn neus verkocht toen hij ‘per ongeluk’ haar kont aanraakte. Eigenlijk wilde hij wel eens meemaken hoe ze eruit zou zien als haar haar netjes gekapt was en zij een mooie modieuze jurk droeg. Hier aan dek en eigenlijk sinds hij haar kent, draagt ze een lange zwarte stoffen herenbroek en een crème kleurige katoenen blouse. Daar droeg ze zwarte leren laarzen onder, ook ooit van een heer geweest. Ze maken immers geen vrouwenbroeken en vrouwenlaarzen was haar antwoordt toen hij haar naar haar kledingstijl had gevraagd. En zolang ze geen thee zou drinken, zou een jurk alleen maar in de weg zitten. Daar moest hij er toch wel gelijk in geven, maar een vrouw in een broek? Eigenlijk kon dat niet, maar Liam maakte er geen groot probleem van. In deze kleding kon hij haar gespierde, slanke lichaam goed observeren. Wat hij ook regelmatig deed als ze aan het werk was en met haar rug naar hem toe stond. Gwen was lang, maar zeker niet grof gebouwd. Ze had volle borsten en een mooi gezicht. Hij had wel eens knappere vrouwen gezien, maar Gwen straalt iets uit wat niet in woorden uit te drukken valt en haar verschijning doet dan ook menig man zijn nek verdraaien. Haar lange blonde steile haren raakten nog net niet haar kont.
Als Liam naar haar gezicht kijkt, dat omlijst wordt door die goud blonde lokken, kan hij nog maar aan een ding denken… een gouden dame: Aurnia.
Waarom werd ze nou eigenlijk zo kwaad vanochtend? Was het vanwege het water of vanwege de naam die hij haar noemde? Onwillekeurig moet hij toch glimlachen, ze was zo mooi als ze boos keek. Misschien had hij haar wel expres boos gemaakt, alleen maar voor die blik.
Liam leunt met zijn armen op de reling van het dek en speurt met zijn blik de oppervlakte van de zee af. Ze zou nu toch wel al boven gekomen moeten zijn, er zijn al vijf minuten verstreken! Ongerust schiet zijn blik over de zee en de gedachte komt omhoog: Wat als ze niet loog? Wat als ze echt niet kan zwemmen? Nee, dat kan gewoon niet. Maar als Liam opeens belletjes omhoog ziet komen uit het water aarzelt hij geen moment. Hij trekt zijn kleren uit, op zijn kniebroek na en duikt de zee in.
Met een plons komt hij in het water terecht en hij begint gelijk om zich heen te zoeken tot hij geen adem meer heeft. Hij komt omhoog om lucht te happen en duikt gelijk weer naar beneden. Zijn paniek neemt toe. Wat als ze verdronken is? Hij zou het zichzelf nooit vergeven. Hij is al voor veel dingen uitgemaakt, maar hij is geen moordenaar! Op het moment dat hij voor de tweede keer omhoog komt om lucht te happen is hij bij het achterste gedeelte van zijn schip beland. Plotseling hoort hij watergespartel. Liam houdt zich even stil om beter te luisteren, maar hij heeft het toch echt gehoord. Met sterke zwemslagen zwemt Liam achter het schip langs en ziet opeens de oorzaak van het kletterende watergeluid.
Ik moet het nog even uitzoeken, maar tis wel in een heeeeeel ver verleden (denk tussen 1700 - 1800) en de reden van haar op de boot, moet nog komen