Het verhaal heeft nog geen naam. Ten eerste omdat ik geen idee heb wat er het beste bij gaat passen, ten tweede omdat ik nu alleen nog maar de grote lijnen van het verhaal in mijn hoofd heb, en bang ben dat ik bij een evt titel die ik nu zou geven, het hele verhaal al verraad. Het hoofdstuk dat ik hieronder plaats, is in dagboekvorm geschreven. Dit blijft niet zo, de volgende "gewoon" geschreven, en af en toe, zal er een stukje dagboek terug komen. Genoeg uit gelegd, lees de rest zelf maar
Ik hoop dat jullie het prettig vinden lezen en het verhaal blijven volgen 
Proloog
Boston, 29 juni 2009;
Demmi Cardigan, 16 jaar oud, dik rood haar, groene ogen, gemiddeld postuur en vrij klein van stuk.
Dat ben ik. Ik ben geboren in Boston, en hier ook opgegroeid. Aan mijn leven zoals ik het gewend ben, komt nu een einde…
Ik heb net mijn laatste spullen ingepakt. Alleen wat handbagage ligt nog los door mijn kamer. Een tas met kleren voor onderweg, een leesboek, mijn Ipod voor het geval Chelsea haar mond niet wil houden als ik wil lezen, mijn hanger die nog aan de muur hangt, op de plak waar ooit mijn bed stond en jij, vanaf nu mijn dagboek.
Morgen gaan we op weg naar Land’s end, een plaatsje aan de kust van Cornwall, Engeland. Nu opa overleden is, kan oma niet alleen blijven. Daarom gaan we bij haar wonen, ze heeft verder niemand. Land’s end is een mooie plek, ik kwam er vroeger graag, maar zal mijn school en vriendinnen vreselijk missen. Er gaan wonen is iets heel anders als even op vakantie gaan natuurlijk. Jessie was net hier om afscheid te nemen, ze nam jou voor me mee, dagboek. Ze is bang dat ik dingen vergeet die ik haar eigenlijk zou moeten vertellen, en verplicht me daarom min of meer om elke avond mijn belevenissen van die dag op te schrijven. Alsof ik iets zou vergeten… Ik bereid me voor op talloze uren vol verveling. Kende ik nog maar iemand daar. Tuurlijk speelde ik vroeger met kinderen uit de buurt, maar die heb ik voor het laatst gezien toen ik 10 was, de laatste keer dat ik daar was…
Mamma is helemaal in de stemming. Om in de sfeer te komen voor onze reis, had ze Cornisch Pastries gemaakt als avondeten. Dit zijn pastijtjes gevuld met vlees en eigenlijk alles dat je kunt bedenken. Ik hoop dat de streektgerechten vooral zijn behouden om toeristen weg te jagen, anders sterf ik binnen een week van de honger.
Wacht even, er klopt iemand op mijn deur…
Dat was dus Chelsea, ze maakt zich nog meer zorgen als ik. Ze vertelde dat onze school geregeld is. All Hallows College. Ik vraag me af of we ons daar wel kunnen aanpassen. Zouden ze geen hele andere dingen geleerd hebben? Gelukkig zijn we niet de enige nieuwelingen op school. Chelsea had ook een fotoalbum bij zich, met foto’s van onze vakantie’s in Land’s end. Een aantal kinderen herinner ik me nog wel.
Ann is net zo oud als ik, ze was een vreselijk druk, blond meisje. Groter dan ik (wat niet zo moeilijk is, want ik ben echt heel klein…) Ze had altijd 2 staarten in haar lange blonde haren. Ze kwam vaak bij opa en oma, ze hielp dan in de keuken en samen bakten we koekjes die we op aten bij de dam in het bos. Tibby ging dan ook altijd mee. Zij was veel te wild om geduld te hebben, om koekjes te bakken. Net een puppy. Dat was ze ook, de puppy van het stel, ze was 2 jaar jonger dan wij. Haar broer Owen is net zo oud als Chelsea, 18 jaar. Hij zal ook nog wel bij ons op school zitten. En dan hadden we nog Lizzy, Elisabeth. Geen vriendin van ons, ze leek haast een spook en volgde ons overal. Ze had zelf helemaal geen vriendinnen.
Mamma had tegen me gezegd dat ik me de leuke dingen van verhuizen moest voorstellen. Niet alleen de slechte dingen. Ik durf te wedden dat ze daarom Chelsea op me af heeft gestuurd met dat fotoalbum.
Nu ik er zo over nadenk, lijkt het me best leuk om te zien hoe het met alle meiden gaat. Hoe ze nu zijn… Zouden ze me nog herkennen? Ik hoop het wel, dat zou tenminsten één lichtpuntje zijn. Ik was dan geen éénling op het All Hallows College, ze zouden me kunnen vertellen of ik veel lesstof gemist heb en natuurlijk zouden ze me kunnen laten kennismaken met andere mensen in het dorp, leuke winkels laten zien en “The place to be” in het weekend.
Bovendien zou dit dé kans zijn om iets te doen aan mijn “grijze muis aka muurbloempjes”imago. Weg saaie, grijze Demmi en welkom mooie spontane Demmi! Fat change… Zo gemakkelijk veranderd een mens helaas niet, maar ik ga er wel mijn best voor doen. Kon Jessie maar mee, Jessie voor wie ik dit dagboek schrijf…
Het is inmiddels al laat, tijd om mijn laatste spullen in te pakken en te gaan slapen.
Ha! Slapen! Alsof dat lukt. Heeft er ooit iemand geslapen, wanneer diegene voor de laatste keer in het huis waar hij zijn hele leven heeft gewoond? En dan ook nog in een slaapzak, op een luchtbed, in de kamer waar ooit iemands hele geschiedenis te vinden was, en nu alleen nog een kille lege ruimte, met witte vlekken op de muur van posters en foto’s die er ooit hingen, en waarbij het eerder helemaal niet opviel dat de muur geel geworden was? Ik denk het niet…
Overal en nergens, 30 Juni 2009
Vanochtend werd ik niet wakker… Ha! Ik zei het toch? Inderdaad, ik kon niet slapen. Ik sukkelde wel even weg, en kreeg zo’n nachtmerrie die kinderen vaak hebben. Ze dromen dat ze vallen en worden wakker doordat ze zich in een reflex vastgrijpen aan hun matras. Die van mij was echter ietsjes anders, ik verdronk. Zou het een voorspellende droom geweest zijn? Oma woont natuurlijk aan de kust, nou ja vlak bij dan… Ik kan beter in Boston blijven! Helaas was mamma niet overtuigd.
Maar goed, Jessie is gek op dromen, dus ik zal toch even alles opschrijven. Ik zwom in een zee, in een baai met hoge rotsen er om heen. Ik droeg mijn hanger, dat is mijn talisman, daarom hangt hij ook altijd boven mijn bed.
Ik heb hem al zo lang ik me kan herinneren. Hij is van zilver en er zit een grote roze/paarse steen in. Daar overheen lopen zilveren sierkrullen, die de steen in zijn omhulsel houden. Hij zit er namelijk los in. Soms als ik me verveel, pak ik de hanger en draai de steen steeds rond. Het werkt ontspannend op de 1 of andere manier. Als ik ergens mee zit, brengt het altijd mijn gedachten naar een fijner onderwerp. Okay, terug naar de droom. Ik zwom dus in die zee, en droeg de hanger. Als uit het niets kwam er een zware onderstroom opzetten, die me naar beneden trok. Hoewel ik best goed kan zwemmen, kon ik niets doen. Ik werd zo ver onder water getrokken, dat ik niet eens meer het licht aan de oppervlakte zag, en ik verdronk…
Waarschijnlijk gaat Jessie dit uitleggen als een reactie van mijn onderbewustzijn, op de situatie waarin ik nu zit. Alsof ik emotioneel gezien verdrink. Okay, klinkt aannemelijk… We zullen zien wat mevrouw de para-psycholoog te zeggen heeft.
De rest van de nacht heb ik wakker gelegen en wederom geprobeerd om het goede van deze verhuizing in te zien.
Ik denk dat missie verander-van-een-grijze-muis-in-een-leuke-spontane-meid toch best het proberen waard is.
Daarom heb ik op Logan International Airport flink wat make-up (wat ik anders nooit droeg) ingeslagen. Ik heb advies gevraagd aan de vrouw achter de kassa. Ze probeerde me groene oogschaduw aan te smeren, want “dat paste zo schitterend bij mij geweldige groene ogen”. Ik heb haar vriendelijk bedankt en verteld dat ik het verder zelf wel af kon. Uiteindelijk heb ik gekozen voor een goudachtige tint oogschaduw, met bruin oogpotlood en bruine mascara. Vanavond bij oma zal ik er eens mee gaan experimenteren.
De vliegreis naar Heathrow duurde maar liefst 7 uur. Omdat ik nu wel behoorlijk moe was, heb ik de eerste uren geslapen. Toen ik wakker werd, stond er een film op. Hij was al halverwege en ik had ruzie met de koptelefoon, dus de film heb ik maar gelaten voor wat hij was. Ik probeerde me te herinneren hoe oma’s huis er precies uitzag en welke kamer ik wilde hebben. Oma’s huis is een groot wit landhuis. Zo’n mooie met een grote trap voor de voordeur, met zuilen langs weerszijden. Geen wonder dat ze daar niet in haar eentje kan wonen. Ik wil een kamer met uitzicht op de tuin, en met veel lichtinval. Als het even kan, ook graag een balkon met van die mooie grote klapdeuren. Ik weet alleen niet meer of die er ook echt zijn. Ik sliep in de vakantie’s met Chelsea op één kamer, op de benedenverdieping. Daar slaapt oma zelf ook, omdat ze niet steeds de trap op en af kan lopen, en op die manier was ze dicht in onze buurt. Nu wil ik in ieder geval boven slapen.
Toen we landden op Heathrow, was het al bijna donker. Uiteraard was het een grote chaos, waarin mensen (waaronder wij) zo snel mogelijk hun bagage willen hebben, en vervolgens geen idee hebben waar ze daarna heen moeten. Gelukkig was pappa deze keer de reddende engel. Hij wist ons naar de juiste trein te leiden en daar zit ik nu. Hoewel ik in het vliegtuig geslapen heb merk ik dat ik nu best moe ben. Alweer… Emotionele uitputting, ik hoor het Jessie zeggen. Ik zie dat Chelsea ook uitgeput is, gelukkig, de strijd om de kamers stellen we uit tot morgen. Vannacht slapen we samen in de kamer waar we vroeger sliepen. Best een geruststellende gedachte om de eerst nacht in een nieuw huis niet alleen te hoeven doorbrengen. We zijn bijna gearriveerd bij het station waar we opgehaald worden. We zijn er nu echt, geen weg terug… Laten we er maar het beste van maken…


Jammer genoeg heb ik een engelse versie van word op de pc, en kan dus geen spellingscontrole gebruiken. Nou ja, het is niet anders
Zie je iets, dan zou ik het fijn vinden als dat aangegeven wordt 
