De Devolutie Theorie.
In het Lab
Het Lab bevatte slechts 12 mensen. Het was een selecte groep bollebozen, geselecteerd uit alle 19 miljard mensen op aarde. 19 Miljard op dat moment, nu waarschijnlijk al 21 miljard. ‘Het aantal mensen groeit gestaag en steeds sneller. Die conclusie trokken we jaren geleden al en hoewel onze techniek beter en beter wordt, bevolkingsgroei is niet te stoppen. Dat zijn de feiten.’ Chuk spreidde zijn handen alsof hij de kaarten deelde in een casino. Alsof de tafel waar de groep professoren aan zat een pokertafel met groen fluwelen bekleding was in plaats van een ijzeren tafel met glazen blad. Maar de bollebozen waren geen pokerspelers, gelukkig niet. Het waren wetenschappers en ze speelden niet met kaarten maar met het menselijke leven op aarde.
‘We zouden iedereen kunnen castreren, of in elk geval alle mannen.’ opperde Louisa. ‘We kunnen het, daar hebben we lang genoeg over gediscussieerd.’
Er ging een rilling door de lijven van alle negen mannen aan tafel, zelfs bij Yin-lou en Hailee, de twee Aziaten die hun emoties normaal veel beter verborgen. Ze hadden er inderdaad over gediscussieerd, te lang naar mening van de meesten aan de tafel in het lab. Er was de mogelijkheid het voedsel zo te manipuleren dat dit het mannelijke voortplantingsgen uitschakelde. Voedsel genetisch manipuleren gebeurde al veel langer en dit creëren moest niet moeilijk zijn. Lousia was op het idee gekomen om baby’s blijvend chemisch te castreren vlak na de geboorte. ‘Een chip inbrengen kan ten slotte ook meteen, waarom niet een spuit hormoonremmers erachteraan?’
‘Of we hakken de piemeltjes er bij geboorte af…’ Het laatste idee kwam van Yann. Yann was een vrouw en uitzonderlijk geniaal, anders zat ze niet waar ze zat, maar haar gedachtegang moest soms worden geremd. Ze was een streber en ging over lijken. Ze was het type dat op de vraag: ‘Zou je één mensen doodschieten als je daarmee ervoor zorgde dat niemand meer honger zou leiden.’ Direct Ja zo zeggen. Dat zou ze ook als de vraag had gesteld dat maar de helft van de wereld hongerloos door het leven zou gaan (of als ze honderd mensen dood had moeten schieten). Chuk vroeg zich bij haar soms af of ze wel op haar plaats was hier, maar ze zat er. Als hij zich dat afvroeg vroeg hij zich ook af of hij zich schuldig moest voelen dat zij daar zat. Hij had ten slotte de leiding. Hij was ergens hoofdverantwoordelijke. Hij had deze mensen uitgekozen als degene die het probleem konden oplossen, want dat er een probleem was dat was duidelijk. Soms wilde hij dat het niet zijn taak was dat probleem te verhelpen.
‘Nee dames, dit plan hebben we al van de baan geveegd.’ Louisa wilde nog wat zeggen, maar hij kapte haar ruw af: ‘En alle mogelijkheden die er zijn hebben we al besproken, we kunnen niet zonder voortplanting verder. Alleen klonen is op den duur fataal.’
Ook dat was al enige tijd bekend. Ooit lange tijd terug hadden ze na de een kind politiek, door de VN in gevoerd, besloten de Geen Kind Politiek in te voeren. Mensen zouden een aanvraag kunnen doen tot klonen. Als hier goede redenen voor waren zou die aanvraag worden goedgekeurd. Dit GKP tijdperk was uitgelopen tot een ramp. Heel veel oningeschreven/niet bestaande mensen werden geboren. Er waren enorm veel mannen gecastreerd, maar lang niet iedereen had zich gemeld en uiteindelijk liepen er meer bastaards rond dan voor mogelijk werd gehouden. Dat was alleen lang niet het ergste.
Het ergste was dat al die “illegale” kinderen uiteindelijk uitgroeide tot mensen met een beter hersenstelsel, hogere intelligentie en een beter afwegingssysteem. De illegale mens bleek, zeker een paar generaties verder veel beter bestand tegen de nieuwe maatschappij. Dat deed Hallin Bousaffie, de heerser in de tijd van de GKP, beseffen dat er nog beter onderzoek gedaan moest worden tussen “klonen” en “illegalen”. Hij introduceerde de groep wetenschappers uit die tijd. Deze mensen deden fanatiek onderzoek en uiteindelijk kwam er uit al die onderzoeken een uitslag die eigenlijk al duidelijk was. Als men voort bleef klonen en de voortplanting stopte dan zouden de mensen uiteindelijk vergaan. In de onderzoeksrapporten werd de treffende vergelijking gemaakt met de aardappel. Deze was bijna uitgestorven door een ziekte waar de genetisch gemanipuleerde aardappels geen afweersysteem konden opbouwen. Het voortplantingsgen in deze aardappels was uitgeschakeld, zo groeiden ze uiteindelijk sneller en vooral groter. Kortom al snel sloeg de ziekte om zich heen en waren de aardappels allemaal kapot. Alleen doordat er ergens op een eiland in de buurt van Schotland nog op de ouderwetse manier geteeld was hadden ze nog aardappels. Deze waren heilig, maar werden nooit meer gemanipuleerd. Bij de aardappels had het voortplantingsgen uitschakelen uiteindelijk fataal gebleken, bij de mensen zou dat ook zou zijn.
Tja, dat probleem was duidelijk, maar hoe in hemelsnaam konden ze de eeuwige voortplantingsdrang van de mensen dan beperken?
Om deze vraag te beantwoorden werden de wetenschappers weer aan het werk gezet. Mensen van verschillende bedrijven werden onderzocht of ze geschikt waren om mee te werken aan dit onderzoek. Er werden ideeën bussen opgericht, hulplijnen ingesteld, grote bureaus aan het werk gezet en ondertussen bleef het mensenaantal groeien. Tot de aarde echt Vol raakte. Mensen leefden op zee, er waren technieken uitgevonden om enorme gebouwen op de zee te maken. De stad bestond uit meerder lagen, maar de aarde vervuilde snel, raakte vol en de levensverwachting van de mens zakte voor het eerst sinds tijden.
De toen huidige premier van de Westkant van de wereld, het vroegere Amerika, vroeg zich af of dit door kon gaan. Het mensen leven zou nu vlug uitsterven was er uit meerdere deskundige monden te horen. Hoewel dit al vaak was gezegd wist hij wanneer hij van de top van zijn hoge gebouw naar buiten keek dat dit nu echt waar was. De Smog verpeste zijn zicht, hij wist dat er daar onder mensen leefden die de zon nooit zagen. Hoe kwam dat terwijl ze nu grotendeels groene energie gebruikten? Vroeg hij zich eens af. Het antwoord was van zijn intelligente groep gekomen. De mensen zelf stoken veel, zelfs smeltende plastic gaf wat warmte af in de kou. Hij kwam nooit beneden, maar daar moest het vreselijk zijn, mensen waren soms niet meer normaal. Hoe kunnen we terug, had hij gevraagd aan Chuk. Hoe?
Chuk had zijn groep van twaalf mensen bij elkaar geraapt en vervolgens een mooi, lichte, glazen kamer heel hoog boven de smog uitgezocht om zich op te sluiten met dat groepje. Er moest een oplossing komen, pas als die er was mochten ze eruit.
Chuk stond op en draaide zich naar het whitebord waar nu weinig op stond. Eigenlijk kon hij er weinig op laten verschijnen. Toch voelde hij zich sterker als hij op deze plek stond, meer de baas. ‘We kunnen niet castreren, we kunnen de voortplanting niet beperken. Als we dat doen beperken we ook het menselijk vermogen, kom op, we zijn wetenschappers en hoogst intelligent. Er moet een oplossing zijn die er niet op neer komt dat we de helft van alle mensen vermoorden.’
Marten, een man die eigenlijk uit Europa kwam, maar naar het westen was gevlogen, omdat in Europa de situatie nog slechter was, stak zijn hand op. Chuk knikte ‘We kunnen de voortplantingsdrang niet beperkten, maar kunnen we de leefwijze niet gezonder maken?’
‘Hoe stel je dat voor?’ vroeg Chuk hem.
‘We zouden de huizen vanaf nu alleen boven de smoglaag bewoonbaar mogen maken, paden aanleggen van huis tot huis en al snel weet niemand meer wat daar beneden is, maar dat lijkt mij niet de ideale oplossing.’ meerdere wetenschappers knikten of gaven op een andere manier aan het met hem eens te zijn. Marten ging verder: ‘Mijn voorstel is om te zorgen dat we in het water kunnen leven.’
‘Alsof dat Ideaal is.’ Reageerde Louisa adrem.
‘Niet persé ideaal, maar het komt er toch verdorie dicht in de buurt. De zee is zo goed als schoon, als we daar kunnen leven dan zouden we veel menselijke uitstoot uit de lucht halen en werken we op een nette manier een hele populatie van het aardoppervlak de zee in. Geen in de lucht bouw, maar in de zee bouw.’
‘Ja, en dan wil je de mensen zeker in luchtbellen laten leven?’ Robbert zei voor het eerst weer eens iets. Robbert had normaal snel zijn woordje klaar maar was de afgelopen discussies opvallend stil geweest. Chuk had het idee dat dit kwam doordat hij gewoon niets wist te zeggen. Robbert moest kunnen debatteren, en hij bracht op die manier vaak goede punten in en was zeer kritisch, alleen oplossingen verzinnen kon hij niet zo goed. Toch was hij op zijn manier onmisbaar.
‘Nee, hij wil kieuwen implanteren.’ grinnikte Louisa. ‘Al vraag ik me af hoe hij dat gaat doen.’
‘Je zit er niet ver naast.’ antwoordde Marten. Hij had nu alle aandacht.
‘Leg uit.’ zei Chuk en hij wees naar het bord.
‘Goed.’ Marten stond op en ging naast Chuk staan. ‘Ik wil inderdaad dat mensen kieuwen krijgen. Mijn idee is om bij een gedeelte van de bevolking het gen te verwijderen dat zorgt voor de verwijdering van de Kieuwen en vliezen tussen de handen tijdens de embryonale fase.’
‘En dat is mogelijk?’ informeerde een van overigen meteen.
‘Waarschijnlijk wel.’ antwoordde Marten. Hij tikte wat aan op het scherm en begon met het opzetten met wat ingewikkelde schema’s. Iedereen aan tafel knikte begrijpend.
‘Wanneer de Eicel bevrucht is start zich de vorming van een kind.’
Olver greep in, ‘dat weten we wel. Er vormen zich vliezen en kieuwen en in een later stadium worden deze verwijderd door een actief gen. Dat gen kunnen we volgens jou zo weghalen?’
‘Zeemeerminnen kweken, ja vast.’ mompelde Louisa sceptisch.
Toch bleef iedereen Marten geïntrigeerd aankijken. ‘Het gen zo weghalen kan misschien niet, we zullen dan ook proeven moeten doen. De mogelijkheid moet bestaan dat het lukt.’
‘Stel dat het lukt, wat zijn dan de voordelen?’ informeerde Bill. Hij zat als enige met zijn schrijfblok aan tafel en had ook duidelijk al iets genoteerd. Bill was de regelneef en de econoom. Hij wist de zaken goed op een rijtje te zetten en zocht altijd naar de voordeligste manier.
‘De voordelen zijn dat we geen uitstoot in de lucht meer hebben. De Mens-vissen die we kweken zullen de gevoelens hebben van een mens en de zelfde behoeften, maar geen lucht. De zee is op dit moment opgewarmd en wij kunnen er in leven. Zeker als we daar ons ook aanpassen. We voeren zogezegd een mutatie uit die normaal de natuur zou uitvoeren. Een evolutionaire gebeurtenis als revolutie. Alles versneld, we zijn er toe in staat. Denk ik.’
Aan tafel werd geknikt. Chuk dacht na. Martens idee was geniaal. Nooit was erover nagedacht om een nieuw soort mens te kweken, die waren ingesteld op een nieuw soort klimaat. Er zaten nu nog wat haken en ogen aan het idee, maar als die weggewerkt konden worden.
Louisa knikte niet mee. ‘Op wie wil je de proeven uitvoeren? Er zal zeker wat mis gaan, we zullen fouten maken. Als je maar niet denkt dat ik mijn baarmoeder beschikbaar stel om een gemuteerd kind te kweken.’
Marten had hier al over nagedacht: ‘We maken klonen van foetussen die de ontwikkeling tot mens nog niet volbracht hebben. Hiermee kunnen we experimenteren. We hebben genoeg kunstmatige baarmoeders om ze te kweken. We zullen enorm veel onderzoek moeten doen.’
Ook dit was een nadeel bedacht Chuk. Olver bedacht dit ook. ‘Enorm veel onderzoek betekent enorm veel tijd,’ zei hij, ‘tijd die we niet hebben.’
‘Als we geen onderzoek doen zal er nooit een uitwerkbaar plan komen, geen onderzoek betekent geen oplossing.’ pareerde Marten.
Yann antwoordde: ‘Jouw plan lijkt iets waar we wel energie in kunnen steken. We zouden allerlei proeven moeten doen, en er zullen inderdaad mensen voor moeten lijden, maar het zou de wereld kunnen verbeteren.’
Dat is één voor Martin, wist Chuk. Als de wetenschappers zich voor het plan beginnen te spreken was het goed. Hijzelf vond het goed klinken. Marten had er duidelijk al even op lopen broeden. Ieder nieuw plan moest worden goedgekeurd na een stevig debat. Er vlogen nog geen stoelen over tafel en iedereen bleef redelijk. Chuk wist dat dit nog wel eens anders kon gaan zijn.
‘Yann heeft een mooi punt, ik weet dat het klonen van foetussen een misdaad is en ik weet ook dat we mensen kunnen maken die zo erg afwijken dat we moeten beslissen om ze te laten sterven.’
‘Of eventueel in te laten vriezen voor verder onderzoek.’ klonk vanaf de tafel.
Marten negeerde dat. Maar de onderzoeker die dat riep was duidelijk al voor zijn plan. Dat is twee, wist Chuk.
‘We zullen jaren over de proeven doen. Wat wil je doen om tot die tijd de aarde leefbaar te houden?’ informeerde Olver nogmaals.
‘Wat we nu al doen. We zullen energie in het onderzoek moeten steken, in de toekomst.’
‘Dan laten we veel mensen nu letterlijk stikken.’ bracht Olver fel naar voren.
‘Het zij zo.’ antwoordde Marten. ‘We redden ook veel levens.’
Chuk besloot in te grijpen, hoewel lang niet iedereen het woord had gehad. ‘Jouw plan is al overdacht, dat kan ik horen. Als we besluiten hieraan te gaan werken, hoe zou jij dit dan doen?’
Zo gaf hij de touwtjes uit handen. Marten wist nu dat zijn plan uitgevoerd kon worden. Binnenkort zou er een nieuw atlantis zijn en zouden de Zeemeerminnen uit de sprookjesboeken herijzen.
Ik heb er wel al wat achteraan geschreven, maar daar moet ik nog wat aan doen. Commentaar is altijd welkom. Ook over de verhaallijn, mensen die feitjes hebben waar je wat mee kan doen graag. En o, het verhaal krijgt na dit stuk een iets andere wending. Dit was meer inleidend.
Ben beniewd.
klinkt echt als een boek dat ik wel zou lezen!