Hoofdstuk 1.
Terwijl ik zenuwachtig naar binnen loop is het eerste dat me opvalt een beetje schandalig. Het is niet de inrichting, de aankleding, de kleur van de muren of de kleding van de leraren, nee. Het zijn de jongens.
Dat is het voordeel van een nieuwe school, nieuw vlees.
Bij de introductie staat iedereen elkaar te keuren, het leven is en blijft gebaseerd op uiterlijk. Te klein? Afgekeurd. Te dik? Afgekeurd. Te groot? Afgekeurd. Te dun? Afgekeurd. Zo gaat dat. Ik wacht nog steeds op een superheld, die dat ideaalbeeld gaat veranderen. Dat een cm of 10 kleiner dan gemiddeld is toegestaan. Of juist groter. En dat je niet dik word genoemd als je meer dan 50 kg weegt. Maar ik ben bang dat dat nog wel even kan duren.
Terwijl ik om me heen kijk neem ik iedereen in me op. Surinamers, Indo’s, Marokkanen, Turken.. Oh en een paar Nederlanders.
Jarenlang heb ik op scholen gezeten waar eigenlijk alleen Nederlandse jongeren zaten. Hartstikke leuk hoor, maar wel een beetje eentonig. Meningen? Allemaal hetzelfde. Racisme eersteklas, meestal dan.
De meeste van deze Nederlandse jongeren hadden nog nooit een allochtoon gesproken over de wereldhonger of over de Islam, maar daar gaat het niet om. Deze rijkeluiskindjes hebben namelijk allemaal ouders die heel veel belasting moeten betalen. ‘Om die verrekte luie allochtonen te voorzien van onderdak en voedsel. Zij maken ons geld op, terwijl onze ouders en grootouders straks niet meer in het tehuis terecht kunnen omdat er bezuinigd is op de zorg.’
Ja, zo kan je er ook over denken.
Het was al wel duidelijk denk ik dat ik niet echt een racist ben. Ik moet eerlijk zijn; als ik ’s nachts op mijn scootertje langs een grote groep mensen moet (skinheads of allochtonen of wat dan ook) schijt ik ook 7 kleuren stront hoor. Dus in principe discrimineer ik grote groepen. Maar dan alleen ’s nachts.
Ik zit niet in de klas bij een van de mensen die ik ken van mijn vorige school. Vorig jaar ben ik zeg maar gezakt, wat betekent dat ik dit jaar nog 3 vakken af moet sluiten. Zo’n 5 uur les per week, best relaxed dus als je over het feit dat ik een jaar vernaai heen kijkt.
Nou ja, uit mijn klas ken ik dus niemand, maar dat maakt niet uit. Ik maak redelijk snel contact en sta overal voor open dus heb wel zin in deze uitdaging.
In mijn klas zitten een boel hippe mensen. Dat is ook een voordeel van deze school. Wat je hier rond ziet lopen is vooral tuig, dat een hekel heeft aan school. Maar dat tuig heeft wel een stijl, een mening en een grote mond. Als je het mij vraagt is dat positief. Deze mensen weten wie ze zijn, waar ze voor staan en hebben dan misschien geen motivatie qua school maar vaak wel qua sport of creatieve dingen. Daarom zitten ze ook op deze school, omdat het leren ten koste gaat van andere dingen. Ook hier zijn sommige leerlingen hopeloos oninteressant hoor, niet dat je denkt dat er hier alleen filmsterren en zangeressen rond lopen.
Mijn eerste schooldag is de moeite waard om te noemen. De 3 vakken die ik nog moet doen zijn Geschiedenis, Management & Organisatie en Literatuur. Mijn eerste les, en de enigste van mijn eerste echte schooldag, is Geschiedenis.
Voor dit vak heb ik een lerares. Een hartstikke lief vrouwtje. Maximaal 1m65, rond de 40 (of misschien wel veel ouder of jonger, maar ze is grijs. Daarentegen heeft ze amper rimpels? Hou het maar op rond de 40) en ze heeft iets dat haar best wel uniek maakt. Ze kijkt niet op ons neer, behandelt ons al gelijke. Als je een vraag stelt krijg je op een normale toon antwoord. Ze laat je uitpraten, luistert. Deze school bevalt me wel.
In mijn klas zitten eigenlijk 34 mensen, maar bij de les van vandaag zijn er een stuk of 12 aanwezig. Ze kijkt er niet eens van op, het schijnt normaal te zijn op deze school dat er max 1/3 van het aantal leerlingen is.
In dit groepje zitten 8 jongens en 4 meisjes, myself included. En damn wat een mooie jongens! Stuk voor stuk. Mijn type? Alles (behalve nerdy!). Mijn eisen? Heb ik amper.
Van de geschiedenisles krijg ik amper iets mee, maar mijn mensenkennis groeit met de seconde.
Freek is de meest opvallende verschijning. Hij zou zo uit een Armani reclame kunnen komen, zo goddelijk. De hele les houd ik hem in de gaten. De manier waarop hij praat, beweegt en eigenlijk alles is om van te smelten. Als het meisje dat naast me zit me aanstoot schrik ik wakker uit mijn dagdroom. De les is afgelopen, iedereen is aan het inpakken.
Snel gooi ik mijn boeken in mijn tas en loop ik achter Freek de klas uit.
We zitten op de 3e verdieping en moeten dus een paar trappen naar beneden. Het lijkt erop dat hij ook uit is, aangezien hij met jas en al naar beneden loopt. Ik heb gelijk, hij loopt naar buiten, richting de fietsenstalling. Onderweg naar buiten kom ik Kim tegen, een vriendin van mijn vorige school. Samen lopen we naar buiten.
‘Welk Lacoste model is dàt?!’
Lachend kijk ik Kim aan. Samen blijven we even staan, draaien we ons hoofd een kwart en nemen we hem nog eens van top tot teen in ons op. En jawel, juist op dat moment kijkt hij om. Wat hij wel niet gedacht moet hebben. Kim en ik moeten lachen en zij loopt naar haar fiets terwijl ik het slot van mijn scooter haal. Freek komt voorbij gereden met zijn fiets, kijkt me aan en fietst blozend verder. Nooh.
Snel gooi ik het slot in m’n buddy en rijd ik achter hem aan. Als ik richting het stoplicht rijd zie ik dat hij nog net moet stoppen.
Ik grinnik een keer, rijd op het stoplicht af en ga naast hem staan wachten.
‘Freek, toch?’
Hij kijkt mijn kant op, een beetje verlegen, maar niet meer blozend.
‘Ja.. Heb ik ergens een vlek ofzo? Omdat jij en je vriendin me uit stonden te lachen..’
‘Haha we waren je niet aan het uitlachen, geloof me. En dat blozen was nergens voor nodig hoor. Jij hebt niks om je voor te schamen!’
Hij moet lachen. Op dat moment wordt het groen. Ik geef gas, haal hem in en zwaai nog even.
Nieuw vlees in de kuip. Nu nog even de kwaliteit testen.