Snel het volgende stuk plaatsen!
Een dingetje viel me op;
Zuchtend zak ik in mijn stoel, als ze haar niet snel vinden dan vermoord Fred ze vrouw nog eens.
Moet 'ze' in deze zin niet 'z'n' zijn?
Moderators: Essie73, NadjaNadja, ynskek, Polly, Telpeva, Muiz
Snel het volgende stuk plaatsen!

.. @ Chrisje.. ja sorry maar het is af en toe best lastig dan heb ik een soort van einde en dan heb ik net geen 1500 worden.. maar dit stuk bevat meer als 1500 worden goed he!
Zo.. in 3 dagen, 3 nieuwe stukken
ik zou jullie eigenlijk moeten laten wachten 
Citaat:We lopen ondertussen alweer een paar uur en het is nu echt pikdonker, doordat we op de open velden lopen is het enigste beetje verlichting dat we hebben van de maan. Ryan en ik praten nog steeds niet veel, maar de stiltes zijn prettig en voelen niet ongemakkelijk. Dan houden we in ene stil en ik zie meteen waar Ryan naar kijkt. We staan voor een 2 meter hoog maïs veld. “Wauw”, zeg ik vol ongeloof. “Uhm..”, begint Ryan twijfelachtig. “Wat is er?”, vraag ik uiterst kalm. “Ik zit te bedenken of we hier wel doorheen moeten gaan”, zegt Ryan. “Waarom niet, het is toch maar een maïs veld?”, vraag ik voorzichtig. “Ja, maar je weet nooit wat er in het maïs veld zit”, zegt Ryan. “Sommige werknemers blijven erin overnachten”, vertelt Ryan. “Spring op Quantore we gaan er rijdend door heen”, besluit Ryan dan. Ryan geeft me een voetje en springt dan zelf soepel op Quantore achter mij. Stappend lopen we het maïsveld in. Schichtig kijk ik om me heen en ik voel Quantore onder mij ook verkrampen, het normale dappere en vriendelijke paard is nu zelfs angstig. “Ik hoop dat het niet een groot maïsveld is”, zucht Ryan. We stappen al een aantal minuten en het maïsveld lijkt wel steeds dichter en dichter te worden. “Stop eens”, zeg ik. Quantore houd halt en ik luister aandachtig. “Wat hoor je?”, vraagt Ryan nieuwsgierig. Dan hoort Ryan ook het geritsel wat we links van ons horen. Dan springen er drie grote honden uit het maïsveld vandaan. Het enigste wat we kunnen zien zijn 6 paar fel gloeiende ogen.
De honden beginnen te grommen en te blaffen, ze zijn woest en zullen er alles aan doen ons uit het maïsveld te krijgen, daar zijn ze inmiddels voor getraind. Zodra Quantore door heeft daar er een stel bloeddorstige honden achter hem staan voel ik hem onder ons omhoog komen, hij steigert. Ik hou me vast aan een pluk manen en ik voel Ryan zijn stevige armen om mij heen. “Gas!”, roept Ryan. Ik geef Quantore alle teugels en spoor hem aan. Quantore springt naar voren en bokt een aantal keer, ik hoor het geluid van jankende honden achter ons en Quantore gaat over in rengalop. Dan voel ik de greep van Ryan verslappen en valt hij van Quantore. “HO”, ik beveel Quantore te stoppen maar hij is te angstig en laat zich niet sturen. Ik besluit dat dit mijn enige kans is om Ryan te redden dus ik spring van Quantore af en ik val met een smak op de grond. Even duizelt het allemaal, maar dan sta ik snel op en ren terug. Dan bedenk ik dat ik helemaal niks kan maken bij die honden, maar ik moet Ryan helpen. Ik ren terug en zie dat Ryan vechtend over de grond rolt met de honden. Ik twijfel geen moment en pak een tak die op de grond ligt en begin om Ryan heen te slaan om de honden uit de buurt te houden. Ryan ligt ondertussen als een zielig hoopje achter me en ik sta gewapend met een tak die ieder moment gaat breken voor Ryan. De honden staan uitdagend voor me en het kan niet lang meer duren voor ze me zullen bespringen. Dan hoor ik een schril gehinnik en denderende hoeven achter me. Ik duik in mekaar en in ene staat Quantore hijgend voor me, hij steigert naar de honden toe en de honden springen bang naar achter. Quantore staat uitdagend voor de honden en schraapt met zijn voorhoef over de grond. Ik bedenk dat dit mijn enigste moment is om te ontsnappen. Ryan die ondertussen is opgestaan kijkt duf voor zich uit. “Ryan, schiet op ik geef je een voetje”, zeg ik paniekerig. Ryan strompelt naar me toe en laat zich gewillig op Quantore tillen. Door dat Ryan zo zwak is, is het veel te zwaar voor me en moet ik al mijn krachten geven. Ryan zwaait zijn been over Quantore zijn rug en ik spring soepel achterop. Ik heb gekeken hoe Ryan het altijd doet en het lukt mij moeiteloos om ook zo op zijn rug te springen. Dan sla ik mijn armen om Ryan heen en pak dan de teugels van Quantore. Ik spoor hem en Quantore draait zich om en springt in zijn snelle korte galop. We zien niks en de het maïs schiet aan onze ogen voorbij. Het lijkt een eeuwigheid te duren voordat we eindelijk dat vreselijke maïsveld uit zijn. Het geblaf klinkt nu in de verte Quantore mindert steeds meer vaart. Gelukkig zie ik stukje bedekt bos en laat Quantore daarheen stappen. Als we een stuk door de bomen en het struikgewas hebben gelopen komen we bij een groot meer dat omgeven is door bomen. “Het is prachtig”, mompel ik ademloos. Dan laat ik Quantore halt houden en laat me van zijn rug glijden. “Ryan, je mag afstappen”, zeg ik zachtjes. Ryan laat zich ook van Quantore zijn rug glijden en ploft vermoeid op de grond. Ik haal de zadeltas van Quantore zijn rug en zet hem vast aan een boom. Ook Quantore laat zich vermoeid op de grond zakken en legt zijn hoofd op het warme gras. Uit de zadeltas haal ik een wollen dekken en leg die over Ryan heen. Ik pak een mouw van mijn vest en doop die in het water van het meer, dan dep ik Ryan zijn gezicht voorzichtig af. Hij zit onder de schaafwonden. Dan leg Ryan zijn hand op mijn wang, “je hebt mijn leven gered”, mompelt Ryan. “Je bent lief”. Dan draait Ryan zich om en doet zijn ogen dicht. “Vond je me maar meer als lief”, mompel ik in mezelf en dan ga ik ook liggen en val moe in slaap.
Voor mijn gevoel 5 minuten later word ik wakker van het felle zonlicht. Ik wend mijn ogen af en kreunend rek ik me uit. Als ik opzij kijk zie ik Ryan gehurkt bij het water zitten. Hij heeft alleen zijn broek nog aan en ik zie zijn gespierde bovenlichaam. Als ik zachtjes naar het water loop, leg ik mijn handen op zijn schouders. Ryan schiet overeind en kijkt boos om. “Wil je me nooit zo laten schrikken”, zegt Ryan boos. “Sorry hoor”, reageer ik opgefokt. Ik laat me ook zakken bij het water en gooi een plens met water in mijn gezicht. “Ik zit maar met je te dollen”, grinnikt Ryan dan en voor ik om wil draaien tilt Ryan me op en gooit me in het water. Proestend kom ik boven water. “Zo jij durft”, roep ik vanuit het water. Glimlachend kijkt hij mij aan en duikt dan ook in het water. We spelen als een stel kleine kinderen en duwen elkaar telkens onder. Dan komen we boven water en kijkt Ryan me glimlachend aan. “Ik vind je meer dan lief Anna, ik hoorde je gister wel praten”, zegt Ryan. Even weet ik niet wat ik moet zeggen en ik voel als gebruikelijk mijn wangen weer rood kleuren. “Je bent nu net zo rood als de eerste keer dat ik je zag”, zegt Ryan grinnikend. “En toen vond ik je al leuk”, zegt Ryan vertederd en hij neemt mijn gezicht in zijn handen. Dit is het moment denk ik bij mezelf, mijn hart gaat als een razende tekeer. Ik wacht tot Ryan zich naar mij toebuigt en me kust maar dat doet hij niet. “Het spijt me Anna, maar ik kan het niet”, zegt Ryan dan. “Wat?”, zeg ik verontwaardigd. Het hele magische moment is weg en Ryan laat mijn gezicht los. “Ik had je dolgraag in mijn armen willen nemen en je willen zoenen, maar ik kan het niet”, zegt Ryan. “Wat kan je niet?”, vraag ik. “Bij mij zijn?”. “Is er soms iemand anders”, vraag ik boos. “Nee, er is niemand, natuurlijk is er niemand anders”, zegt Ryan kalmerend. “Wat is er dan?”, vraag ik beduusd. “Je vertelt me net dat je het zelfde voor mij voelt als ik voor jou en dan zeg je doodleuk dat je het niet kan?”, zeg ik met overslaande stem. “Sorry, maar dat snap ik niet”, zeg ik en ik sla mijn ogen neer. Weer neemt Ryan mijn gezicht weer in zijn handen, waardoor ik hem wel moet aankijken. “Ik ben gewoon bang dat je niet bij ons blijft en dat je straks weer in de stad gaat wonen en dan ben ik je kwijt”, zegt Ryan. “Ik heb toch niet gezegd dat ik dat gaan doen?”, zeg ik. “Ja, maar misschien doe je dat wel”, zegt Ryan. “Dus?”, zeg ik. “Dus wat?”, zegt Ryan. “Dus kies je maar de makkelijkste weg?”, zeg ik boos. “De makkelijkste weg?”, zegt Ryan nu ook boos. “Ik heb verdomme al genoeg meegemaakt en iedereen heeft me verlaten”, zegt Ryan kwaad. “Hoe kan ik je ooit verlaten als je me niet eens toe laat”, zeg ik en ik heb een brok in me keel. Ryan blijft stil naar het water staren, dus trek ik me er aan de kant op. Ik loop naar Quantore en aai hem over zijn vriendelijke hoofd. “Goed werk gedaan gister vriendje”, fluister ik en ik klop hem op zijn hals. Ik trek mijn zwarte rok uit en vervang hem door mijn joggingbroek. Ook trek ik vluchtig het paarse t-shirt uit dat ook drijfnat is en trek mijn grijze vest aan. Ryan verkleed zich ook snel en we eten snel even wat brood en fruit. Gelukkig dat het zo warm is, dan heb ik tenminste niet zoveel honger denk ik bij mezelf. Als we gegeten hebben gaan we weer op pad, we moeten nu door een gebergte heen wat boven de gewoonlijke autoweg loopt en ik zie voor het eerst het bordje Gasto – 22 km. “Begin van de avond zullen we aankomen”, mompelt Ryan. Vol goede moed lopen we verder, vanavond zal ik eindelijk sinds een jaar mijn oma weer zien en er verschijnt een glimlach op mijn gezicht.



,, Sorry vind het zo leuk verhaal
Ik vind dat je goed bezig bent. Mijn complimenten

Citaat:Het is nog best een zware rit zo tussen alle bergen. We lopen heuvel op en af en Quantore raakt ook al aardig moe van het op en af lopen. “Moeten we nog ver, Tor is best wel moe, misschien kunnen we even stoppen?”, vraag ik voorzichtig. “We zijn er bijna”, mompelt Ryan. Zuchtend loop ik verder. Maar ik zie na een halfuurtje dat Ryan gelijk heeft. Vanaf de berg zien we het kleine dorpje liggen. We lopen de laatste heuvel af naar beneden, het dorp in. Als we om ons heen kijken zien we veel kleine vrijstaande huisjes naast elkaar. Het lijkt wel een beetje op het wilde westen van vroeger. Tevreden kijk ik om me heen, dit is precies wat voor mijn oma. De mensen kijken ons aan en smoezen met elkaar. “Blijkbaar komen hier nooit mensen denk?”, vraag ik verontwaardigd. “Wacht maar”, zeg ik. Ik loop naar een jonge vrouw met een jong kindje in haar armen. “Pardon, mag ik u wat vragen?”, vraag ik glimlachend. “Maar natuurlijk”, zegt de vrouw vriendelijk. “Kunt u mij vertellen waar ik de tulpstraat kan vinden?”, vraag ik. “Ja, even kijken, als je deze weg uitloopt naar rechts en dan loop je er vanzelf tegenaan”, vertelt de vrouw en ze glimlacht naar me. “Danku wel”, zeg ik en ik knik naar haar. “Ik weet de weg”, zeg ik en ik loop met opgeheven kin rechtdoor. Ryan volgt me gedwee. We lopen een eindje door en gaan dan naar rechts. Als we deze weg, wat aangegeven staat als de komeetstraat, uitgelopen zijn lopen we inderdaad tegen de tulpstraat aan. Mijn hart gaat als een razende tekeer, zal ik mijn oma en Cosmo weer zien? “Weet je het nummer?”, vraagt Ryan dan. “Uhm, ik dacht zoiets van nummer 14”, zeg ik. “Dan moeten we naar links”, zegt Ryan en wijst naar de nummers onder het bordje de tulpstraat. Er staat nummer 2 t/m 24 en nummer 1 t/m 21 .
We gaan naar links en lopen langs de nummers 24, 22, 20, 18, 16.. voor het huis dat nummer 14 moet zijn blijf ik staan. Mijn hart klopt in mijn keel. “Wil je dit alleen doen?”, vraagt Ryan dan voorzichtig. Ik bedenk me even maar vraag dan toch of hij met me mee wil. Het huis springt er echt tussenuit, het is veel groter als alle andere huizen. En dit huis heeft zelfs een grote schuur. Dan lopen we het grindpad op, het grind knarst onder ons voeten als we erover heen lopen. Het huis toont ouderwets en heeft ook van die witte gordijntjes die je vaak ziet bij oudere mensen. Ik haal nog een keer diep adem en druk dan op de deurbel. Ik hoor een luide tring galmend door het huis heen. Ik blijf geduldig voor de voordeur staan maar als er na een paar minuten nog niet is open gedaan geef ik het op. Maar ik zie niet dat er vanuit de eerste verdieping van achter een gordijn naar ons gekeken word. Quantore die al enige tijd onrustig aan het dribbelen was hinnikt nu. “Hij lijkt wat te ruiken”, zegt Ryan dan. Dan hoor ik een schril gehinnik vanuit de schuur. En dat geluid ken ik als geen ander. Dat is Cosmo! “Dat is Cosmo”, zeg ik dan hardop. Ik bedenk me niet dat ik op onbekend terrein ben en niet zomaar een schuur in mag lopen, maar het kan me niks schelen. Ik ren naar de schuur toe en haal hem van de klink. Ik zwaai de deur open die met een krakend geluid open gaat. Achterin de schuur staat een stal, ik ren er op af. Zal ik haar eindelijk weer zien. Dan sta ik oog in oog met een mager paard. Er staat een zwart paard met een schrale vacht en haar ogen zijn dof. Haar oren staan naar achter en ze kijkt niet op, ze staat met haar kont naar mij toe. Maar ik herken haar uit duizenden. “He meisje”, zeg ik zachtjes. Dan draait Cosmo zich om en hinnikt zachtjes. De tranen rollen over mijn wangen, ik open de stal deur en vlieg haar om de hals. Ze geeft me een speelse duw tegen mijn schouder en briest tevreden. “Ik heb je zo gemist meisje”, zeg ik snikkend. Ryan die ondertussen ook de schuur is ingelopen kijkt tevreden naar ons. “Ze is mooier als je vertelde”, zegt Ryan glimlachend. “Dankje”, zeg ik snikkend. “Dan had je haar vorig jaar moeten zien”, zeg ik glimlachend door mijn tranen heen. Ik omhels haar nog een keer stevig. “Het is wel te zien dat ze gek op je is”, glimlacht Ryan. “Ja?”, zeg ik zachtjes en kijk vertederd naar Cosmo.
“Ze eet niet meer, sinds jij niet meer kom”, hoor ik dan een bekende stem zeggen. Geschrokken kijk ik om me heen. Ryan kijkt nieuwsgierig naar de schuur opening. Ik loop de stal uit en daar staat een oude vrouw gekleed in het wit. “O.. o.. oma?”, zeg ik met grote ogen. “Anna”, zegt mijn oma met tranen in haar ogen. “Kom eens hier prinses”, zegt mijn oma snikkend. Ik ren naar haar toe en blijf voor haar staan. “U bent het echt”, zeg ik huilend en ik omhels haar stevig. “Ik heb je zo gemist”, zeg ik emotioneel. “Ik jou ook lieverd”, zegt mijn oma. Dan kijkt ze langs me heen. “En wie is die jongeman?”, vraagt mijn oma nieuwsgierig. “Dat is Ryan”, zeg ik en Ryan loopt onze kant op. Ryan stelt zich voor en ze schudden elkaar vriendelijk de hand. “Komen jullie even mee naar binnen?”, vraagt mijn oma. Ik kijk Ryan aan en hij knikt goedkeurend. Wanneer we naar buiten lopen hinnikt Cosmo angstig. “Ik kom zo terug meisje”, zeg ik en we laten Quantore in de schuur en gaan dan naar binnen. Als we naar binnen lopen snuif ik de geur van mijn oma op. “Het ruikt nog steeds hetzelfde”, mompel ik. “Wat zeg je lieverd?”, vraagt mijn oma. “Het ruikt nog steeds hetzelfde zoals altijd”, glimlach ik. Ze neemt ons mee naar de knusse woonkamer waar één bruine driezitsbank en twee paarse stoelen staan. De muren zijn wit en er hangen schilderijen van schilders die waarschijnlijk nooit bekend zijn geworden. Het interieur past helemaal niet bij mijn oma en ik zie nergens foto’s van ons, die ze normaal altijd overal had hangen. Oma loopt naar de keuken en wanneer ze terug komt heeft ze drie kopjes thee mee en een pak met koekjes. Ik loop nog steeds verbaasd door de kamer heen. “Waar zijn al u foto’s?”, vraag ik. “Anna ga even zitten ik moet je wat vertellen”, zegt mijn oma. “Ik hoef niet te zitten, vertelt u me nu maar wat er aan de hand is”, vraag ik verontwaardigd. Wat is dit allemaal, ik snap er niks van. Zo ken ik mijn oma helemaal niet. “Ga toch maar even zitten”, commandeert mijn oma nu. “Anna kom maar”, gebaart Ryan. Hoofdschuddend ga ik naast Ryan op de bank zitten. Mijn oma blijft even stil maar begint dan toch met vertellen. “Je vader heeft het beste met je voor, dat weet je toch”, zegt mijn oma. “We hadden zo afgesproken dat ik Cosmo mee zou nemen en jij je volledig op je zangcarrière zou storten”, vertelt mijn oma verder. “Ik zou naar Gasto verhuizen met Cosmo en je vader zou iets verzinnen waardoor je mij en Cosmo niet zou gaan zoeken”, vertelt mijn oma. “WAT?”, roep ik uit. “Pap vertelde mij dat u dood was”, zeg ik niet begrijpend. “Ja, dat was volgens je vader de enige manier”, zegt mijn oma. “Dus u wist ervan?”, zeg ik kwaad. Ryan legt zijn hand op mijn schouder, maar ik duw hem van me af en ga staan. “Dus u wist gewoon dat ik dacht dat u dood was en u deed er niks aan”, zeg ik kwaad en ik loop heen en weer door de kamer heen. “ Wat hebben jullie voor een zieke geesten”, zeg ik. Ik weet gewoon niet waar ik kijken moet ik voel me zo verschrikkelijk verraden. “Verraden.. jullie hebben me verraden”, zeg ik en zak op de grond door mijn knieën. Mijn oma wil naar me toe gaan maar Ryan is haar voor. “Blijf van haar af”, zegt Ryan kwaad die tot nu toe nog niks had gezegd. Ryan zakt ook door zijn knieën, slaat zijn stevige armen om mij heen en drukt mij tegen zich aan. “We gaan hier weg”, zegt Ryan vastbesloten. Hij tilt me op van de grond en zet me overeind. “Dat kan helaas niet gaan, je vader is onderweg hier naar toe”, vertelt mijn oma. “Anna, jij gaat gewoon terug met je vader en je vriend gaat terug naar waar hij vandaan kwam”, zegt mijn oma vastbesloten. “U kunt me niet dwingen hier te houden”, zeg ik boos. “Ik.. ik haat u”, zeg ik en de tranen springen in mijn ogen van woede. Dan horen we gillende sirenes dichterbij komen. “Daar zul je, je vader al hebben, nu kun je geen kant meer op Anna”, zegt mijn oma kil. “Maar je kan het altijd proberen”, zeg ik en kijk mijn oma boos aan. Ik twijfel geen moment en pak Ryan zijn hand en ren naar buiten, naar de schuur. Daar staat Quantore al op ons te wachten en Ryan springt met een soepele beweging op zijn rug en ik spring daarachter. Ryan wil Quantore de benen geven maar dan roep ik hem om te stoppen. “Stop!”, roep ik. “Anna, dat is geen moment om te treuzelen”, zegt Ryan ongeduldig. “Maar Cosmo”, zeg ik. Ik laat mij van Quantore zijn rug glijden en open de stal van Cosmo. Ik flans snel een halster om haar hoofd en knoop er een halstertouw aan. Dan spring ik op haar rug. Cosmo en ik reden nooit zonder zadel maar nu moet het. Als ik op haar rug zit voel ik haar schoft duidelijk, dat laat wel weer zien hoe mager ze is. Maar daar moeten we nu even niet aan denken. “We gaan”, roep ik en dat is het seintje waar Ryan op wachtte. We geven de paarden de benen en galloperen de schuur uit. Maar dan moeten we meteen afremmen want daar staat mijn vader met zijn dure mercedes en twee politieauto’s. De uitweg is compleet afgesloten en we kunnen geen kant op..

Ja goed geschreven!