Ik was totaal inspiratieloos!
Moderators: NadjaNadja, Essie73, Muiz, Polly, Telpeva, ynskek

als niet is ook niet erg.. komt wel weer..
!
), dan moet je me even PB-en.
Citaat:Hoofdstuk 6
The best and most beautiful thing in the world cannot be seen or even touched. They must be felt with the heart.
“HOE WAS GRIEKENLAND?” Wordt er door de hoorn gebruld.
“Hé yo, doe even rustig! Ik ben hartstikke moe!”
“Oh, sorry.” Fluisterde de altijd even energieke Fleur grinnikend.
“Ja, het was echt heel leuk. Maar ik bel je morgen even terug. Want ik ben vet moe en ik ga zo op bed.”
“Het is zeven uur! Je bent gek!”
“Ik heb net twee uur in de auto gezeten, daarvoor een uur op Schiphol rondgelopen en gewacht op de koffers. Daarvoor heb ik vier en half uur in het vliegtuig gezeten vanaf Athene. Waar we vanochtend om half tien al moesten zijn. Al met al was ik om half acht vanmorgen al aan het uitchecken. Reizen is vermoeiend, moet je ook eens proberen!” Antwoordde Roos ietwat geïrriteerd. Ze wist dat Fleur nooit langer dan anderhalf uur in een auto zat. Met al haar broertjes en zusjes, vijf in totaal gingen ze nooit op vakantie, heel af en toe konden ze een weekendje weg. Dan werd er een huisje gehuurd.
“Sorry. Nou welterusten!”
“Dank je, doei, ik bel je morgen!”
“Ik ga op bed hoor!”
“Neem je je koffer meteen mee? Kan je die morgen uitpakken!”
“Ja prima. Welterusten!”
Met een leeg hoofd gaat Roos de trap op en laat ze zich op haar bed neerploffen.
Ze staat weer op en loopt naar de kast, ze haalt er zonder te kijken een oud T-shirt uit. Kleed zich om en kruipt onder de dekens. En binnen twee minuten was ze vertrokken naar dromenland.
De volgende morgen stapt ze uitgeslapen weer uit bed. Ze stapt onder de douche om zich maar even op te frissen. Na al dat gereis van gister was ze zelfs te moe om zich nog te douchen.
Griekenland was veel te snel voorbij gegaan. Het was er heerlijk geweest. Prachtig weer, en ze had veel van het land gezien. De eerste 4 dagen waren ze in Athene geweest, en de laatste 6 dagen verbleven ze in Korinthe. Ze hadden veel cultuur gezien en aan het strand gelegen.
Die middag zou ze even met haar moeder naar de stad, want ze was hard aan nieuwe schoenen toe. In Griekenland had ze niets leuks kunnen vinden, en bovendien was het meeste van slechte kwaliteit.
“Is dit niet leuk Roos?”
“Hmm?” Afwezig staart Roos naar de etalage, ze wist al welke schoenen ze wou.
“Deze, Adidas.”
Roos bekijkt de schoen. Het was een basketbalschoen met vele felle kleuren.
“Nee, krijg ik echt verschrikkelijk lompe voeten van.”
“Wat wil je dan?”
“Slanke sneakers.”
Roos kijkt om zich heen, op zoek naar een voorbeeld.
“DIE!” Roept ze verrukt uit. En snel loopt ze naar de andere kant van de winkel.
Op hetzelfde moment worden de witte Nikes met het gouden teken van de plank gepakt.
“Hoe vind je deze Laura?” vraagt een moeder aan haar dochter.
“Wauw! Ja, die wil ik!” Roept het meisje, dat schijnbaar Laura heet, uit.
De vrouw loopt met de schoen naar een verkoper, om te vragen naar de juiste maat. Haar dochter loopt mee.
Roos speurt het rek af, op zoek naar een andere schoen.
“Zoek je iets?” Klinkt een bekende stem naast haar.
“Ja, die Nikes die dat mens net mee heeft genomen voor d’r dochter.” Antwoord Roos vinnig terwijl ze weer opstaat en kijkt van wie de bekende stem komt.
Dan kijkt ze in het gezicht van een jongen die net een poosje weer uit haar hoofd is, Ruben.
“Dat mens, is mijn moeder. En haar dochter is toevallig mijn zusje.” Klinkt het smalend uit zijn mond.
“En ze hebben MIJN schoen meegenomen!”
“Volgens mij is die schoen nog altijd van de winkel.”
“Ach, rot toch op!”
“Ruben, ga je mee? Hij was er niet meer in een andere maat, maar deze paste ook!”
“Hoe vind je ze broertje?” Klinkt Laura blij.
“Nee, het is een banketstaaf. Ik haat hem!”
“Maar nu heb je dus die schoenen niet?”
“Ze waren nog bij een andere winkel.”
“Maar Griekenland, daar hebben we het nog niet eens over gehad!”
“Nee, daar heb ik niet eens meer aan gedacht eigenlijk.”
“Nou, hoe was het?”
“Echt hartstikke leuk! En warm! Echt niet normaal hoor. Elke dag zaten we tegen de 40 graden. We hebben ook heel veel op het strand gelegen. Eerst vier dagen in Athene gezeten en daarna zijn we in de bus naar Korinthe gegaan. Echt van die cultuursteden, dus we hebben ook heel veel gezien. En elke avond zijn we uit eten geweest. Heerlijke tentjes op de boulevard waar ze zalig eten hadden.”
“En de jongens?”
“Ja, duh, de jongens!”
“Oh, ja. Er waren héél veel jongens!”
“Waren ze leuk?”
“Prachtig, net als die Griekse standbeelden.”
“Had je nog een vakantievriendje?”
Roos begint te grinniken. Er was wel wat gebeurd ja.
“Je lacht, biecht op!”
“Er was een hele leuke Nederlandse jongen in het hotel. Hij was een paar keer mee op een excursie met ons. En ik zag hem wel zitten. Beetje heen en weer kijken. Maar er gebeurde niets. Totdat ik een keer alleen met de lift ging. Toen de deuren open gingen stond hij daar. En toen hebben we gezoend.”
Opnieuw begon Roos te giechelen.
“Wat romantisch! Maar dat was dus heel kort?”
“Dat kan je wel zeggen ja, wij zaten op de zesde verdieping en hij op de zevende. Dus het duurde echt maar heel kort.”
“Was het lekker? En geen vervolg?”
“Ja, hij kon wel goed zoenen hoor. Maar nee, geen vervolg. Die middag gingen wij naar het strand en ’s avonds toen we terug bij het hotel kwamen stapte hij net in de bus die ze weer naar het vliegveld bracht.”
“Oh, balen.”
“Ach, zo erg was het niet hoor. Maar ik moet hangen. Ik ga nog even paardrijden.”
“Oké, doei!”
“Doeg!”
Het was koeltjes in Nederland. Het was pas begin augustus, maar van zomer was nog geen sprake geweest. Buiten was het krap aan 21 graden en het waaide hard aan de kust.
Dat was dan ook de reden dat Roos haar paard een deken op deed. Angelo was bezweet, Roos was voor het eerst weer serieus gaan trainen, en dat was het paard niet in de koude kleren gaan zitten. Hoewel hij er duidelijk een hoop plezier in had, was de ruin nu ook doodmoe. Het paard kreeg zijn fleecedeken op en kwam in een schone stal terug.
Angelo was niet de enige die doodmoe was. Ze had twee weken helemaal niet gereden, daarvoor ruim twee maanden amper op een paard gezeten, of alleen lichte beweging gegeven, omdat ze het zelf nog niet aan kon. Haar vader grapte dat ze de conditie van een dood paard had.
Papillon longeren werd dus niets meer. Ze zou haar moeder vragen.
Eenmaal binnen zocht ze haar trainingsbroek op, heerlijk warm. Een stel sportsokken eroverheen. En een hemdje met een dikke wollen trui zou de kou buiten de deur houden.
Roos rilde van de kou en draaide de kraan van het bubbelbad open.
Beneden startte ze de computer op, en zocht muziek op. Ze zette de knoppen zo, dat alleen de speakers in de badkamer geluid zouden produceren.
Ze strooide badzout in het water, het bad was bijna gevuld.
De vieze kleding gooide Roos buiten de deur, dat zou ze straks wel in de wasmand doen. Haar schone kleren lagen al in een bult op de grond.
Vanavond zou ze lekker op de bank gaan liggen en een film kijken.
Roos was even voor etenstijd uit bad, het was pas zes uur, maar het leek wel nacht. De lucht leek wel zwart te zijn.
Angstig keek Roos uit het raam. Het was doodstil in huis, en haar ouders leken nog in de stallen te zijn.
Haastig liep ze naar de achterkant van het huis, ze stapte in haar oude schoenen en rende door de tuin naar de stal. Haar ouders kwamen haar al tegemoet gelopen, alsof er niets aan de hand was.
Roos draaide zich om en liep het huis maar weer in. Ze installeerde zich op de bank, terwijl haar ouders de frituurpan aanzetten. In de verte tekenden bliksemflitsen zich af aan de donkere hemel.
Ineens was er een helder licht, zo helder dat het leek alsof de zon een fractie van een seconde aan een heldere hemel stond. Het heldere licht was nauwelijks verdwenen of er klonk een kabaal, alsof er twee auto’s tegen elkaar op knalden. Iedereen in de straat stond in no-time voor het raam te kijken wat er gebeurd was.
Maar Roos rende naar achteren, uit angst dat het ingeslagen was op de stal.
Maar er was nergens iets te bekennen.
Haar vader dacht dat het in het water was geslagen. Vlakbij het huis van de familie Verbeek zat een klein kanaal.
De donkere lucht was na de harde klap ook meteen weer verdwenen. Dat was misschien nog wel het meest bizarre van allemaal.
Die nacht droomde Roos. Ze fietste naar school. Erg traag, zoals gewoonlijk. Een fietser ging haar voorbij, maar bleef kort naast haar fietsen. Roos keek op, naar de fietser naast haar. Het was Shirley.
“Ik ben nog steeds bij je. Ik ben niet weg, je ziet me alleen niet meer.”
En ze fietste weer verder. In de verte verdween ze weer.
Er lag een glimlach om de mond van een slapende Roos.

neverstop schreef:geweldig nieuw stuk!
ben benieuwd wat dat rondom met Ruben gaat worden enz..
!
Laten we het daar maar op houden.
MieLo schreef:wat een geweldig stuk weer![]()
ben erg benieuwd naar het volgende stuk, wel een beetje doorschrijven hoor![]()
MieLo schreef:alvast gefeliciteerd![]()
![]()
vooruit, vooruit, omdat je bijna jarig bent, mag je het rustig aan doen

di_Segno schreef:Leuk stuk weer!
Echt super hoe je elke keer weer een vervolg weet te bedenken!