Moderators: Essie73, NadjaNadja, ynskek, Polly, Telpeva, Muiz
fanci_mike schreef:Goed verhaal, misschien leest het nog iets prettiger als je aangeeft welk stukje bij wie hoort? Nu ben je eigenlijk steeds even aan het puzzelen over wie het gaat, en dat verward wat. Enne, blijf op de taalkundige dingen letten, het gaat best goed, maar dan ineens "zou ze zwanger wezen?" waar het zou moeten zijn: "zou ze zwanger zijn?". Dat vind ik dan weer jammer. De verhaallijn is verder best goed!
wezen is alleen minder gebruikelijk in de schrijftaal, maar het is zeker niet fout!! 
Leuk!fanci_mike schreef:Goed verhaal, misschien leest het nog iets prettiger als je aangeeft welk stukje bij wie hoort? Nu ben je eigenlijk steeds even aan het puzzelen over wie het gaat, en dat verward wat. Enne, blijf op de taalkundige dingen letten, het gaat best goed, maar dan ineens "zou ze zwanger wezen?" waar het zou moeten zijn: "zou ze zwanger zijn?". Dat vind ik dan weer jammer. De verhaallijn is verder best goed!
Citaat:In het ziekenhuis heb ik andere afleiding en word ik niet herrinnerd aan de problemen die ik thuis heb. En in het ziekenhuis, daar heb ik Peter. Ik moet toch ooit eens toe geven aan mijn gevoelens voor hem. Het lijkt wel of ik nu al moet afkicken van onze gesprekken. Net een halve dag ontslagen uit het ziekenhuis, en nu mis ik hem al.
(Een week later)
Inge:
De klok slaat half tien, en buiten is een vreemde dag. Moeders is weer aan het werk, en Tim is met Wendy naar school gegaan. Dus ik ben alleen thuis, en zit in de woonkamer met de tv aan, als achtergrond muziekje.
Ik staar naar de computer, als ineens de deurbel klinkt. Ik probeer via het raam naar buiten te gluren, maar ik zie alleen een gele jas, met een blauw Gaastra logo. Nogmaals gaat de bel. Zuchtend sta ik op, en voorkom dat er voor de derde keer op de bel word gedrukt. Achter de deur staat een collecte-mevrouw. “Goede morgen, ik kom collecteren voor het Astma-fonds.” De vrouw herken ik al snel. Drie straten achter ons huis, heeft ze een rozentuin, gevuld met alle kleuren rozen die er bestaan. De mooiste speeltuin, uit mijn kindertijd. Een paar jaar geleden kwam ik met moeder-dag thuis, met zelf geplukte rozen. Uit haar tuin...
Ik doneer enkele euro's en loop weer terug naar de bank. Voordat ik wil gaan zitten, gaat nogmaals de deurbel. Zuchtend kom ik weer overeind, en besluit om naar het raam te lopen om eerst te zien wie dit is. Ik kijk een fractie van een seconde even naar buiten, en zie een taxi voor de deur geparkeerd. Dat is ook zo, vandaag heb ik controle in het ziekenhuis. Hoe kan ik dat nou vergeten zijn? Me moeder zei het gisteren nog tegen me. Ik loop naar de deur, vertel de chauffeur dat ik me heel snel even omkleed, en dat ik zo snel mogelijk kom. Langzamerhand word ik zenuwachtig. De trap voelt zwaar aan mijn benen. Ik zie hem vandaag weer, Peter... Alleen al bij de gedachte, voel ik me van binnen stiekem gelukkig. Snel trek ik de kledingkast open, gevolgd door een berg kleding die er uit valt. Nee he, niet nu! Wat moet ik aan? Een simpele spijkerbroek? Of een rok? Een legging? Help. Een te grote keuze aan kleding. Als ik eindelijk een broek kan vinden, ga ik op zoek naar een shirt. Zal ik een tanktop aan trekken, een V-hals shirt, een hemdje, of een blouse? Ik pas een aantal fijne shirts en enkele blousejes. Nee, dit is gewoon niet mooi genoeg. Ik bedenk me ook nog om een jurkje aan te trekken. Dan hoor ik de chauffeur lang op de deurbel drukken, het is tijd om te vertrekken. In blinde paniek besluit ik een spijkerbroek met een nette blouse te dragen. De chauffeur kijkt me vreemd aan, als ik op blote voeten naar buiten loop. “Het is niet echt lekker weer om op blote voeten te lopen hoor mevrouw.” Hij lacht even naar me, maar ziet al snel hoe zenuwachtig ik ben. “oliebol!” Zeg ik hard op. Wederom ren ik de trap op, pak de eerste paar schoenen beet, smijt ze toch maar weer weg. De oude versleten AllStar schoenen passen hier niet bij. Dan zie ik mijn pumps, zwart matte pumps met een klein hakje. Ik pas ze snel aan, ren weer van de trap af, pak snel de huissleutel, en loop naar de voordeur. Ik lach terug naar de chauffeur. “Gaat u mee?” Vraagt hij vriendelijk. Gelukkig heeft mijn moeder een spiegel met een kast bij de voordeur staan, waar ik mijn duurste Chanel luchtje bewaar. Ik spuit enkele sprays op me hals en polsen, en besluit dat ik er nu klaar voor ben. De chauffeur staat al te wachten bij de taxi.
Peter:
Het is kwart over tien, dat betekent een controle rondje bij de patiënten. Peter loopt een paar dossiers na, praat met de mensen, en loopt weer naar de volgende kamer. Collega's zijn heel aardig vandaag tegen hem. Hij heeft enkele mensen in vertrouwen genomen, en verteld dat het uit is met zijn meisje. Maar hoe gek het ook klinkt, iedereen had het zien aankomen. Of tenminste, dat zeggen ze. Enkele dagen geleden, kreeg hij ook complimenten over hoe goed hij er nu wel niet uitzag. Terwijl zijn gevoel totaal anders is dan zij beweren. Hij voelt zich helemaal niet goed. Soms heeft hij momenten, dat hij denkt aan het gesprek en de plek. Hij wil er niet in blijven hangen, in het verdriet. Dat is het allemaal niet waard. Gisteren keek Peter in zijn afspraken-agenda, en zag hij dat Inge langs zou komen voor de eerste controle. Dat is ook de reden waarom hij vandaag zo netjes geschoren is, en een heerlijke aftershave draagt. Nerveus loopt hij langs de wachtkamer, om zijn patiënten te helpen. Een jonge moeder is als eerste met haar 5 weken oude kindje. Ze heeft een aantal weken eerder een ongeluk gehad, waardoor ze enorme last van haar rug heeft gekregen. Gelukkig heeft het kindje er niks aan overgehouden. De volgende die de kamer binnen loopt is een oudere man. Hij komt standaard iedere maand voor controle, ook al is er niks met hem aan de hand. Lichamelijk gezien dan, want in zijn gedachten is heel wat mis. Vandaag ziet meneer er goed uit, en praat vrolijk over de vogels van zijn buurvrouw. Met een grote glimlach, verdwijnt hij opgelucht het ziekenhuis. Nu is het tijd voor pauze, en daarna is Inge aan de beurt.
Inge:
De taxi rijd normaal door de straten, terwijl ik strak tegen de passagiers-deur zit en de deur goed vast houd. De zenuwen zijn groter dan voorheen, niet alleen door deze autorit, maar door Peter. Een week lang heb ik hem niet gezien, een week lang ben ik verward geraakt door mijn gevoelens voor hem. Het is een raadsel hoe dit is ontstaan. Even rijden we langs een groot reclame-bord, waardoor ik me ineens bedenk dat ik geen make-up draag. Een grotere ramp kon niet gebeuren, want zonder make up ga ik normaal de deur nooit uit. De chauffeur blijft stug voor zich uit kijken, naar het verkeer wat elkaar nadert. “Nee he?” Met mijn hand diep graaiend in mijn handtas, kom ik tot de ontdekking dat ik niks mee heb genomen. Geen foundation, geen lip-gloss, geen lip-liner, en het ergste: geen mascara! Ik probeer met twee handen in mijn tas te voelen of ik echt niks kan vinden. Al is het maar een beetje. De taxi gaat de bocht om, en ik val zittend tegen de chauffeur aan. “Sorry” Mompel ik, en ga weer recht op in de stoel zitten. De hoop geef ik op, ik heb echt niks mee. Door de paniek die ik heb door die stomme schmink-spullen, ben ik de hele auto-reis vergeten. Starend kijk ik naar de weg die we nu volgen. En in de verte zie ik het ziekenhuis al staan. Honderden gedachten schieten door m'n hoofd. Auto-ongeluk, verliefde gevoelens, geen make-up, een rustige chauffeur, en tot slot: Het vertrouwen wat ik nu weer heb gewonnen door de beste man die de auto bestuurd. Al een hele goede stap, vind ik zelf. We naderen het eindpunt, en de chauffeur bied nog aan om te wachten tot ik weer naar huis kan. En even heb ik weer een twijfel, maar besluit de man toch te betalen voor deze mooie reis, en wens hem nog een fijne dag. Ik sluit het portier en draai me om, om in het ziekenhuis te treden. De taxi rijd langzaam weg, en de man kijkt me nog na. Nu kan ik niet meer terug, ik zie hem verdwijnen uit mijn gezichtsveld, als de schuifdeuren, achter me, open gaan. Het vertrouwde, maar toch typische ziekenhuis luchtje zegt me gedag. Even word ik weer rustiger, en bekijk het grote gebouw van buiten. Nu kan ik echt, echt niet meer terug!
Rustig loop ik naar de afdeling waar ik de afspraak heb met Peter. Het is zo raar, het voelt net als thuis, ik weet bijna alles precies te vinden. Terwijl dit ziekenhuis zo'n vijf verdiepingen kent, honderden kantoren heeft, om nog maar niet te spreken over de behandel en rustkamers.
Ik laat de balie-medewerkster weten dat ik op tijd voor de afspraak ben. Ze laat me weten dat Peter nog pauze heeft, maar dat hij ieder moment kan komen. Ik grijp mijn kans, vraag haar naar de toiletten die ik niet kan vinden, en sta uit eindelijk voor een grote spiegel. 'Ooh wat zie ik er uit' Denk ik meteen als ik mezelf bekijk. Er zijn zoveel vrouwen die er mooi uitzien zonder make-up, maar ik voel me dan zo ongemakkelijk. Diep van binnen, vind ik het gewoon een lelijk gezicht. Snel was ik mijn gezicht, fatsoeneer mijn haren, en trek mijn kleding nog even recht. Als ik nog een paar keer diep zucht, ben ik er helemaal klaar voor. Ik trek de toiletdeur open, en loop zonder uit te kijken zo tegen iemand aan. Tegen de veroorzaker van mijn vlinders... “Hoi.”