(Ik vind dit helaas een van mijn mindere stukken. Misschien ga ik het nog aanpassen. Als jullie tips hebben hoor ik het graag)
Ik slikte. De vrouw keek mij angstig aan. In haar ogen zag ik angst, ongeloof en paniek. ‘Help me’ Haar lippen vormden geruisloos deze woorden. Ik keek om mij heen. Iedereen wachtte nieuwsgierig af. Ik voelde adrenaline door mijn aders razen, en een onbekend gevoel van verlangen begon zich door mijn lichaam te verspreiden. Ik rook de geur van het zoete bloed. Ik voelde dat ik begon te hijgen. Plotseling hoorde ik een luide stem. ‘Laat haar met rust.’ Het was Dan. Opgelucht haalde ik adem. Ik keek weer naar de vrouw. Ik zag de aderen in haar nek kloppen. Angst. Ze trilde helemaal. Dan kwam naast mij staan. ‘Loop weg’ siste hij. Ik knikte. Maar ik kon niet. Ik bleef de vrouw aanstaren. Niet in staat mij om te draaien. Ik slikte. Mijn hele lichaam tintelde. ‘Kom op, er moet iets gebeuren!’ Een stevige blonde man keek geërgerd naar ons. ‘Het meisje heeft een opdracht van Stan gekregen.’ Ik zag Dan naar de drinker kijken die bevolen had de vrouw op te halen. De drinker, Stan, knikte. Dan keek naar mij. ‘Kan ik hem niet voor haar doen?’ Hij keek Stan aan. Stan leek na te denken. Maar het publiek protesteerde luid. Ik kreeg de vuilste verwensingen over mij heen. Ik krom in elkaar. Een gevecht hier, zal ik niet overleven. Ik zag aan Dan zijn ernstige gezicht dat hij zich dit ook realiseerde. Ik haalde diep adam, en stapte naar de vrouw toe. Haar gezicht was spierwit. Ik stak mijn hand uit, en wreef over de aders in haar hals. Ze sidderde van angst. Een gevoel van pure macht overviel mij. Ik snoof diep, en rook de lucht van angst. Mijn hele lichaam stond strak van opwinding in spanning. Mijn lippen werden droog. Dan keek me verbaasd aan. ‘Erin, je ogen…’
Ik bedacht me geen moment, ik was helemaal in de ban van de vrouw. Ik begon te grijnzen. Ik voelde me duizelig worden van ingehouden lust. Ik greep de vrouw vast. In een beweging zonken mijn tanden in haar lichaam. Het zoete bloed sijpelde mijn mond binnen. Ik sloot mijn ogen, en begon gulzig te drinken. Dit, dit was heerlijk. Goddelijk. Nog nooit had ik zoiets geproefd. Zoiets… puurs! Zo zoet, zo schoon. Ik dronk, en dronk. De vrouw werd slap, maar ik had het niet eens in de gaten. Ik voelde 2 handen op mijn schouders, die mij los probeerden te trekken. Wild zwaaide ik met een arm naar achteren. Dit hemelse gevoel mocht nog niet ophouden. Plotseling voelde ik een ruk aan mijn schouders, een stekende pijn verspreidde zich. Ik draaide me om, en keek recht in Dan zijn ontzette gezicht. Hij keek me met grote ogen aan. ‘Erin..’ zei hij zacht, ontzet. Ik keek naar mijn handen, en de vrouw op de grond, en mijn lust van daarnet was helemaal verdwenen. Afschuw kwam er voor in de plaats. Met een ruk draaide ik me om en liep weg. Uiterlijk rustig, maar innerlijk totaal in paniek. Wat had ik net gedaan? Had ik echt een vrouw vermoord. Een vrouw wie misschien wel een gezin had. Een moeder, een dochter. Ik kokhalsde. Ik walgde van mijzelf. Totaal in paniek liep ik verder en verder. De geluiden van het feest ver achter me latend. De koele avond lucht bracht me weer een beetje bij zinnen. Ik bleef staan, en bleef naar mijn met bloedbesmeurde handen kijken. Een traan rolde over mijn wang. Wat had ik gedaan? Waarom voelde ik mij opeens zo? Ik zakte neer in de zachte bladeren, en sloeg mijn handen voor mijn gezicht.
Angstig liep ik naar huis. Ik wist niet wat Dan verteld had. Of wat hij ervan vond. Ik lachte grimmig in mijzelf. Hij zal het natuurlijk geweldig vinden. Weer iemand bij de club, zoals hij dat zo graag noemt. Ik wilde er niet bijhoren. Toch? Dat wilde ik toch niet? Ik schudde beslist mijn hoofd. Nee! Dat niet. Onwillekeurig herinnerde ik mij het heerlijke gevoel alles onder controle te hebben, de heerlijke smaak, en ik voelde het gevoel van lust even weer opkomen, maar ik negeerde het. Het was belachelijk. Ik wilde niet zo’n half wilde drinker worden. Ik was beschaafd. Ik leef verdorie tussen de mensen. Dan kan ik niet eens een drinker zijn. Ik opende de deur, haalde diep adem en stapte over de drempel.
Ik hoorde stemmen in de keuken. Eigenlijk wilde ik direct doorglippen naar mijn kamer. Maar ik moest toch weten wat iedereen wist. Dus ik liep door. Toen ik in de keukendeur verscheen, stopten ze met praten, en keken mij aan. Lille keek me aan. Ze knikte goedkeurend. Geschrokken bedacht ik mij dat ik er niet uit moest zien. Walt en Elisa keken mij roerloos aan. Duidelijk geschrokken. Ik boog mijn hoofd. ‘I-ik.’ Begon ik. Maar ik wist niet wat ik verder moest zeggen. Ik liep naar de kraan, en begon langzaam mijn handen te wassen. Ik voelde de blik van iedereen op mij gericht. Ik rechtte mijn rug. ‘Erin.’ Walt keek mij aan, met trieste ogen. Ik staarde naar mijn schoenen. ‘Ik kon het niet helpen Walt, echt niet.’ Ik keek hem smekend aan. Hopend op wat bemoedigende, geruststellende woorden. Maar deze kwamen niet. Hij bleef me hoofdschuddend aankijken. ‘Ik had je sterker verwacht.’ Ik voelde mij opeens heel klein. Ik was inderdaad zwak geweest. Ik had mij laten meeslepen. ‘Elisa.’ Ik keek haar aan, in de hoop op steun. Ik zag haar zuchten. ‘Je kon er niks aan doen. Soms…’ Ze stopte even, en keek Walt aan. Ik zag Walt verstijven. ‘Soms gebeuren deze dingen.’ Ze bleef Walt aankijken. Hij keek zichtbaar gefrustreerd weg. Ik knikte alleen maar, en liep zonder verder iets te zeggen de keuken uit. Dit was zo verwarrend. Ik voelde me krachtiger dan ooit tevoren. Levendiger, sterker. Ik keek in de spiegel, en zag mijn ogen stralen. Ik kon het gewoon niet ontkennen. Ik had ervan genoten. Ik waste mijn gezicht net zolang totdat mijn huid rood en branderig werd. En nog steeds voelde ik mij vies.
Ik keek uit over het bladerdek. Al die prachtige, onschuldige kleuren. Ik zag ze nu heel anders. Ik voelde me onrustig. ‘Hoe voelde het.’ Ik keek geschrokken om. Dan stond in mijn deuropening. Even was ik verbijsterd door zijn directe vraag. ‘Ik weet het niet.’ Antwoordde ik eerlijk. Hij knikte begrijpelijk. Hij ging op een stoel zitten. ‘Het is geen schande, weet je.’ Hij keek mij doordringend aan. ‘Hier zijn wij voor gemaakt, voor gecreëerd.’ Ik schudde wild mijn hoofd. ‘Nee, zo hebben wij ons laten worden. Het is zwakte.’ Ik spuwde het woord ‘zwakte’ uit. Ik wilde geen zwakte hebben. Dan schudde zijn hoofd. ‘Nee dat is het niet. Kijk naar ons. Wij zijn helemaal ingesteld op het drinken. Het roven, het moorden.’ Ik keek hem fel aan. ‘Ja, van andere dieren. Ik vermoord geen mensen. Ik ben geen wilde.’ Hij stond op, en schudde zijn hoofd. ‘Het spijt me dat jij mij zo ziet. En heb jij net niet zelf een vrouw vermoord?’ Met deze woorden verliet hij mijn kamer. Ik hoorde hem zijn kamerdeur dichtslaan. Ik slikte. Nee. Ik kon mijzelf niet vergelijken met die… die… beesten! Zo was ik toch niet. Dit was gewoon een foutje. Ik slikte. Een grote fout. Ik snapte niet hoe het kon gebeuren. Ik had nog nooit mensenbloed gedronken. Ik wist dus niet wat ik zou missen. Hoe kon ik me dan zo voelen. Hoe kon deze lust zo sterk worden. Allemaal vragen waarvan ik het antwoord wilde weten. Ik overwoog het aan Walt te vragen, maar herinnerde me toen zijn teleurgestelde blik, en kromp bij het idee al in elkaar. Ik vond het vreselijk dat ze teleurgesteld waren. Opeens wist ik wie ik om hulp ging vragen. Het voelde als een persoonlijke vernedering, maar ik wilde haar mening weten.
Ik drukte op de bel en rechtte mijn schouders. Ik wilde niet laten zien dat dit me heel veel had gedaan. Dat zou zij ook als een overwinning beschouwen. Gelukkig deed ze zelf open. Een paar seconde lang staarde ze mij aan. Duidelijk verbaasd mij hier te zien. Echte vriendinnen waren we niet. Daarna deed ze een stap opzij zodat ik er langs kon. Ik liep langs haar heen het huis binnen. Het huis was in mijn ogen heel doods. Alles was zwart en wit, en onberispelijk. Op een paar tijdschriften na kon je niet zien dat het huis bewoond was. ‘Wat is er?’ Haar stem klonk achterdochtig. Ik keek haar aan. Ik wist het nog steeds niet zeker. Ik wilde mezelf niet vernederen. Ik ging zitten, en staarde even naar mijn handen terwijl ik een beslissing maakte. ‘Over gisteren.’ Ze nam recht tegenover mij plaats. Ze keek mij uiterlijk verveeld aan, maar ik kon zien dat ze wilde weten wat ik wilde zeggen. Haar schouders stonden gespannen, en ze boog zich een beetje naar mij toe en keek mijn ongeduldig aan. Ik kraste onzeker met mijn nagels over het tafelblad. ‘Lille, over gisteren. Ik hoopte dat jij mij meer uitleg kon geven.’