Citaat:
M'n moeder heeft me horen gillen, horen schreeuwen dat iemand op moest rotten. Dat is de reden waarom ze mijn kamer binnen komt, en me zo overstuur ziet. “Wat is er meisje?” Vraagt ze. Ik vertel niks, ze zal me toch niet geloven. Ze is te verliefd om te zien dat die man verkeerd bezig is met haar. Ze kijkt me ongelovig aan, en vraagt het nogmaals. “Wat is er meisje? Waarom gilde je net zo?” Ik kijk naar de grond, en mompel haast onverstaanbaar dat ik een grote spin over de grond zag lopen. Vreemd genoeg, vraagt ze niet door, naar de echte oorzaak. Ze neemt de genoegen met de spin, en zegt dat ik me de volgende keer niet zo moet aanstellen. “Er slapen ook nog mensen hier naast he...” En ze wijst naar de muur, die ons huis scheid met dat van de buren. “Ik wil geen geklaag.”
M'n moeder wilt mijn kamer sluiten, en ik hoor haar iets tegen Taylor zeggen. Maar wat ze precies zegt, hoor ik niet. De deur is dicht, maar toch voel ik me nog ongemakkelijk. Wat een nare, vieze vent is het. Nu mag ik het toch echt wel zeggen. Mijn gevoel had gelijk!
Ik zoek mijn mobieltje, en hoop op een smsje van Peter. Hij kan me wel opvrolijken, hoop ik tenminste. Angstig houd ik mijn deur in de gaten, terwijl ik een vervelend gevoel krijg, als ik geen sms op mijn telefoon zie verschijnen. Even tot tien tellen, misschien voel ik me dan beter. Maar het blijft niet bij tien tellen, het worden vele minuten, die ik stil blijf.
Ik heb nog steeds het gevoel dat Taylor naar me zit te gluren. Dat hij genoot van mijn gil, en dat hij me zo heeft gezien, die smeerlap. Mijn hoofd draait door. Ik blijf zijn ogen, zijn vieze gezicht naar me zien staren. Ik zie hoe hij me opneemt in zijn gedachten, tot ik gil. Het stukje blijft constant in mijn hoofd malen, net zo lang tot ik zie dat de deur weer open gaat. Heel langzaam zie ik de klink naar beneden gaan, en zie ik iemand naar binnen kijken. Gelukkig, het is Tim maar. Tim weet wie ik ben, en hij kijkt op een hele andere manier naar me, dan Taylor.
Tim kijkt me verbaasd aan, hij zal het wel zien dat ik hem vreemd aan kijk. “Mag ik binnen komen?” Hij wacht op mijn teken, en stapt dan mijn kamer binnen. “Mam zei dat je een spin op je kamer had, maar ik zag Taylor je kamer binnen willen gaan? Ik heb het gezien. Maar wat is er precies gebeurd?” Tim spreid zijn armen, en hij geeft me een knuffel, als ik in tranen bij hem val. “Stil maar...” En hij wiegt me zachtjes heen en weer. Gelukkig, ik ben niet de enige die Taylor een vreemde man vind.
Tim en ik besluiten samen met Laura een dagje de stad in te gaan. Even een dagje weg uit huis. We kletsen over van alles, behalve over Taylor en mijn moeder. Tim lijkt het wel aan te voelen, of gedraag ik me anders dan normaal?
Ik zie bij een aantal winkels vacatures hangen, en ik besluit om mijn stoure schoenen weer eens aan te trekken. “Tim, duim je voor me?” En ik glip naar binnen. Een gezellig thee-huisje doet me denken aan iedere zondag die ik als kind zijnde, bij mijn groot ouders doorbracht. Een heerlijk kopje thee, een vers appelgebakje met slagroom, en ik was de hele dag zoet.
T-Time, de winkel, geeft me net zo'n gevoel. Heel rustig, met gemetselde muren, een paar mooie oude kroonluchters, en hier en daar een paar sierkaarsen. Een gezellig, maar ouder vrouwtje komt naar me toe, als ik bij de balie sta te gluren naar de thee-kaart. “Goeie middag.” Zegt ze vrolijk. Ik zou de vrouw een jaar of 50 schatten, door haar jonge rimpels. Verder zie je weinig van haar leeftijd. “Goeie middag. Ik zou graag willen soliciteren.” De vrouw knikt, en ze loopt iets naar de zijkant. Ze pakt een papiertje, en een pen, en legt het voor me neer. “Hier kan je je gegevens opschrijven, en houdt wel rekening er mee, dat het Fulltime werk is, en dat het horeca is.” Ik knik, en schrijf de gegevens op waar ze naar vragen. Gewoon, simpele gegevens.
Na twee minuten, of drie, heb ik alles in gevuld, en bedank de vrouw met een vrolijke lach. “Bedankt, en werkse.” En ik draai me om. De vrouw knikt, en de vrouw verdwijnt weer achter een gordijn, wat als deur lijkt te werken.
Trots stap ik naar buiten, en Tim kijkt me nieuwsgierig aan. “En?” Ik lach. “Ik hoop snel iets te horen.” Tim slaat een arm om me heen. “Maar wanneer komt Peter nou? Moet je binnen kort weer om controle?” Laura luistert nieuwsgierig mee. Ja, bedenk ik me. Ik moet wel weer om controle binnen kort. Maar waarom vraagt Tim er naar? Wat is ie van plan? “Ja, ik heb volgens mij volgende week een controle, hoezo vraag je dat Tim?” Met een halve leugen, probeer ik te ontdekken waar Tim heen wil. “Nou...” Hij kijkt even Laura aan, “Ik regel wel vervoer. Ik wil niet dat je bij een half gare taxi-chauffeur in de auto komt.” Tim lijkt bezorgt over te komen, maar ik merk dat ie iets van plan is. “Tim, wees eens eerlijk... Wat ben jij van plan? Wat is er aan de hand?” Maar Tim besluit niks te zeggen. “Ik regel vervoer voor je.” En verder houdt hij echt zijn mond. Hoe vervelend ik het ook vind, hij weet dat ie me nu te grazen heeft genomen. Ik kan vragen wat ik wil, chagrijnig worden of zelfs boos, maar hij zal niks verklappen. Hij vind het alleen maar mooier, dat ik er niet tegen kan, en daarom houd ik ook mijn mond.
Laura lijkt er ook niks van te snappen, maar durft zich er ook niet mee te bemoeien.
We wandelen nog wat winkeltjes in, en ik koop hier en daar nog kleine en leuke spulletjes. Overal zie ik leuke dingen, waarvan ik meteen aan Peter moet denken. Zoals een simpele roos, of een sleutelhanger met: Liefste vriendje!
Maar daar mee houd ik me in. Peter moet zich beter bewijzen, echt, minimaal een maand. Alleen, om daar aan te blijven denken, voel ik me langzamer weer gelukkig voelen. Het nare Taylor-gevoel, maakt plaats voor Peter. Ik besluit Peter te smsen, even laten weten dat ik aan hem denk.
“Goeie dag! Even laten weten, dat ik aan je denk. Ik heb zin in morgen! Kusje and i miss you...”
Ik verzend hem meteen, en blijf een paar seconden naar het schermpje kijken. Peter is niet echt zo'n jongen die meteen terug smst. Iets wat ik wel prettig vind, als iemand het wel doet. Maar goed, ik moet ook in mijn achterhoofd houden dat hij aan het werk is, en ik zonder werk zit. En dus, ik heb veel meer tijd over om aan hem te denken, dan anders om. Dus ik zet mijn gedachten weer op zij, en kijk weer naar de winkel-etalages, op zoek naar vacatures.
Tim en Laura lopen hand in hand voor me, en ze lijken de rest van de wereld te vergeten. Het draait alleen om hen. Soms kijkt Tim achter om, en hij betrekt me af en toe in hun gesprek, maar echt spraakzaam ben ik ook niet meer.
Ik denk echt weer te veel na, en ik moet echt werk zien te vinden. Het is niet goed dat ik verliefd en werkeloos ben. Mensen claimen dan zo aan hun liefde, en weten niet meer wat tijd voor jezelf betekent.
Rond een uur of vier besluiten we weer richting huis te keren. Met een paar solicitatie-formulieren op zak durf ik wel een voldaan gevoel toe te geven aan mezelf. Ik heb het goed gedaan vandaag.
We lopen weer via de zelfde weg, via dezelfde steeg, als waar ik Peter weer tegen kwam. De herinneringen komen weer terug. En ik begin weer langzaam te lachen. De vlinders worden weer heftig, en Tim ziet me stralen. “Wat is er zus? Heb je weer een smsje gekregen van je grote liefde?” En hij geeft me een speelse por. “Nee, binnenpretje.” En ik begin nog meer te stralen.
Ik besluit mijn telefoon te pakken, en zie dat ik inderdaad sms heb van Peter.
“Goeie dag mevrouw. Ik denk ook aan jou, en ik zag dat je overmorgen een controle hebt bij me. Spannend, ik maak er wel een lange afspraak van. Morgen haal ik je rond een uur of twaalf op okee? Miss you 2. Kus”