Heb momenteel een chaotisch leven, dus ik heb mijn hoofd overal bij. Goed voor het verhaal!
Moderators: NadjaNadja, Essie73, Muiz, Polly, Telpeva, ynskek
Ik weet niet of ik helemaal tevreden ben, maar ik hoor mijn fouten wel terug bij jullie.
Citaat:Hoofdstuk 16
Zonder jou tikt de klok even snel,
Maar de tijden veranderen wel.
Dus ik neem afscheid, jij moet nu gaan.
Weet dat je in mijn hart altijd blijft voortbestaan.
De hele vakantie zat vol verrassingen, zo bleken er kennissen van Roos haar ouders te wonen en volgens de Canadese begrippen woonden ze niet ver van hen af. Het bleek een oud-collega van haar moeder te zijn, die samen met haar man een grote farm had zo’n 200 kilometer van de villa waar de familie Verbeek verbleef.
De vrouw had albums vol waar de meiden zich mee vermaakten, in haar jeugd woonde ze nog in Nederland op een gigantische fokkerij en hadden ze vele succesvolle paarden gefokt. De albums waren uitgerust met hele verslagen. De meiden hadden elk plezier voor twee. Het waande ze in een andere wereld met de vergeelde zwart-wit foto’s. De prachtige paarden en de prestaties die ze leverden, maar ook het leven zo vredig als het op de foto’s leek te zijn. Zorgeloos, vriendschappelijk, liefdevol.
Er werden veel foto’s gemaakt en natuurlijk dubbel zoveel plezier. Plezier dat niet op een foto vast te leggen was. Het hele gezin, waar Iris nu ook deel van uitmaakte, genoot van de vakantie. Het weer was geweldig, overdag scheen de zon en ’s nachts sneeuwde het. Het skiën was puur genieten. In het begin stuntelig en onwennig, maar dat was ook een reden om een opfriscursus te doen, samen met iris, die razendsnel goed leerde skiën.
Vier keer hebben de meiden op een ochtend een buitenrit gemaakt. Het was een hele belevenis in de sneeuw met paarden. Het voelde alsof ze in een film beland waren. Verder werden de paarden bijna elke dag even gereden en kregen ze beweging genoeg, spelend in de kerstversiering.
Er stond een oude auto in de garage, waarin de meiden hun eerste autorijles kregen op een groot besneeuwd weiland.
De twee weken vlogen voorbij en al snel zaten ze weer in het vliegtuig naar Nederland. De terugreis verliep even voorspoedig als de heenreis, al was er dit keer geen sprake van turbulentie. Daarnaast vlogen ze ’s nachts, en konden ze de hele reis door slapen.
Eenmaal in Nederland raakten ze al snel terug in de eeuwige sleur die school met zich meebracht. Er kwam al snel weer een toetsweek aan en het was leren geblazen. Fleur hield zich de eerste weken afzijdig, ze was nog steeds teleurgesteld omdat Iris mee mocht naar Canada in plaats van haar.
In Nederland was het nog harte winter, als je de meteorologen moest geloven. Het was koud voor de tijd van het jaar, temperaturen tussen de -3°C en 3°C, maar Roos en Iris lachten ze uit. Zij hadden echte kou gevoeld in Canada, maar ook alle warmte die ze in Nederland niet hebben. De warmte van een gezin bij de haard, samen film kijken in de knusse villa. Gelukkig zijn, in een prachtige winter. Een plaats waar ook in de winter de zon schijnt, waar het niet lijkt alsof het einde van de wereld nadert. Waar anders dan in Nederland, de zon wél hoop geeft op een zomer, op blad aan de bomen, op zwemmen in de zee.
Ja, Nederland was een kil land na de vakantie naar Canada.
Roos wilde de herinneringen aan Canada niet kwijtraken. Ze was voor het eerst sinds de dood van Shirley écht gelukkig geweest. En dat gevoel wilde ze niet kwijtraken in de sleur van alledag. Ze bleef hangen in haar kerstvakantie, ze liep af en toe rond als een spook, maar wel een gelukkig spook.
Met een hoop kabaal verliet de klas het lokaal van de leraar geschiedenis. De minst geliefde leraar van de school, hij was saai, sprak saai, keek saai. Eén grote bedroevende bende, en dan hadden ze ook nog een blokuur van hem. Roos mocht hem niet, ze had vaak conflicten met hem. Hij vond dan dat ze moest luisteren en zij vond dat Romeijn beter les moest gaan geven zodat ze ook bereid zou zijn om te luisteren. Roos was dan ook altijd de eerste die het lokaal verliet, vanaf haar vluchtplaats naast de deur. Met hoge nood liep ze naar de dichtstbijzijnde toiletten. Door het kabaal merkte Roos niet op dat haar dagboek met een plofje uit haar tas op de grond viel.
“De klootzak, waarom mag ik in godsnaam niet tijdens de les naar de wc? Kom op zeg! Waar heeft die man zijn hoofd zitten? Anderhalf uur lang naar zijn saaie gelul luisteren.” Luid mopperend loopt Roos de toiletten in.
Iris en Fleur houden zich wijselijk stil, Roos’ gemopper moet je niet onderbreken, dan wordt ze alleen maar kwader.
Er klonk ineens een hoop gevloek uit het toilet van Roos.
“Yooo, chill even Roos.”
“Nee, ik kan niet chillen, Fleur! Heeft iemand van jullie tampons bij zich? Ik ben ongesteld geworden!”
“Dat heb je zelf toch wel bij je?”
“Nee, dat heb ik meestal niet. Omdat ik nooit verwacht ongesteld te worden! Ik ben het bijna nooit, dus waarom zou ik?”
Roos begint in haar tas te rommelen, op zoek naar tampons.
Een nog hardere vloek klinkt uit het toilet, gevolgd door nog meer lawaai, alsof haar tas een flink pak slaag kreeg te zien.
“Euh… Roos? Ik heb een tampon voor je. Hou eens even op met rommelen, we kijken straks wel verder. Hier.”
En Iris steekt het tampon snel onder de deur door.
Als de meiden het toilet uit lopen begint Roos opnieuw in haar tas te rommelen.
“Wat zoek je nu?” Verzucht Fleur.
Roos staat stil en kijkt even om zich heen, ze lijkt niet na te denken en gooit haar tas leeg. Als een wilde begint ze in haar spullen te graaien en gooit ze vervolgens alle kanten op.
Met de tranen in haar ogen begint ze haar tas weer in te pakken.
“Wat is er nu dan?!” Fleur begint haar geduld te verliezen.
“Mijn dagboek… is weg.” Klinkt het beduusd.
“Je dagboek? Hoezo had je je dagboek mee naar school?”
“Lang verhaal, doet er niet toe. Maar het is erg belangrijk!”
“Zit er een slot op?”
“Ja, natuurlijk! Maar er zitten ook losse papieren in die er zo uitvallen.”
Roos kijkt nog eens om zich heen, de gang in waar ze het lokaal zojuist verlieten. Roos’ oog valt op een gladgestreken snoeppapiertje, lichtblauw van kleur in het stof tegen de plint aan.
Voorzichtig staat ze op en loopt ze er naartoe en pakt het papiertje op. De ijsbonbon die ze vier jaar geleden had gedeeld met Shirley.
Dat betekende dat haar dagboek niet ver kon zijn.
“Is hier een donkerblauw boekje gevonden met slot?”
“Kijk hier maar even.” Antwoord de conciërge, terwijl hij een kast openmaakt.
“Ik bedoel of er misschien heel kort geleden iets hier naartoe is gebracht?”
“Ik zit hier nog maar net. Ik heb niets gezien, maar misschien heeft meneer Van Dijk nog iets binnengekregen?”
Roos wierp een snelle blik op de kast, maar zag enkel sleutelhangers, pennen en een paar boeken met een afgebladderde kaft. Niets wat ook maar in de buurt van haar dagboek kwam.
De hele klas was al vrij, ze kon het dus moeilijk gaan vragen.
“Ach joh, met een beetje geluk ligt hij nog in het geschiedenislokaal, dan vinden we ‘m morgen wel. Je kan er vast wel een nachtje zonder…” Klonken de troostende woorden van Iris.
Roos nam er genoegen mee en nam de gok. Het was wel jammer. Ze wilde er graag mee naar Shirley’s graf. Ze wilde Shirley iets voorlezen, iets dat heel erg in de buurt kwam van wat ze tijdens haar vakantie in Canada had beleefd en gevoeld. En altijd als ze even bij Shirley was geweest, dan voelde het alsof ze weer helemaal fris was, het hele leven weer aankon, ook de tegenslagen. Ze moest het dagboek gewoon weer terug krijgen, koste wat het kost.
“Weet je nog? Toen we klein waren? Hoe makkelijk het allemaal was? Nu ben jij er niet meer en doet alles pijn.” Klinkt hard achter haar rug.
Ruben liep lachend langs met een groep vrienden, hij keek Roos daarbij ontdeugend aan.
Roos vergat op slag waar ze het zo druk mee had en het voelde alsof haar knieën slap werden, haar ogen werden zo groot als schoteltjes en alles om haar heen leek te verdwijnen.
“Uh, meiden, ik denk dat ik maar eens naar huis ga. Ik kan beter wachten tot mijn dagboek er morgen misschien weer is. Doei.”
“Doei!” Klinkt het uit twee monden.
Op de fiets denkt Roos vooral aan Ruben, hoe hij haar aan keek, hoe hij lachte. Hij leek wel perfect. Zijn helderblauwe ogen met het donkerblonde haar. De volwassen uitstraling.
Ineens spookte de luide uitspraak die hij had, vlak voor de lach en de blik, door haar hoofd. Het kwam haar bekend voor.
“Weet je nog? Toen we klein waren? Hoe makkelijk het allemaal was? Nu ben jij er niet meer en doet alles pijn.”
Een luide vloek klonk uit de mond van Roos. Het kon niet missen, Ruben moet haar dagboek hebben. Ineens was het klinkklaar. Ze zag de oude foto van haar en Shirley weer voor zich. Met de kleine Welsh, een jaar of zes, misschien zeven. Een schimmeltje met een vos veulentje erbij. Twee troste aapjes, ze hadden geassisteerd bij de geboorte. En dit was de dag erna. Een voorjaarsvakantie heel lang geleden, toen ze nog zorgeloos speelden. Nauwelijks een idee van wat oorlog was, geen problemen met jongens. Gewoon Shirley en Roos, geen moeilijk gedoe. De foto waarop Roos de door Ruben uitgesproken tekst had geschreven. En Ruben kwam nu veel te dicht bij de waarheid die ze verborg.
geweldig ga gelijk lezen
Janine1990 schreef:_bloempje01_ schreef:mooi geschreven maar ik vind het af en toe wel ingewikkelder dan je vorige stukken maar dat zorgt juist wel dat je goed oplet
Wat is er ingewikkeld? Want dan kan ik daar even op letten!
Dat is wel een slim stuk! Janine1990 schreef:Mel: Ik heb 'm al veranderd![]()
_bloempje01_: Die laatste twee alinea's zijn korte tijdsprongen, bewust gedaan, omdat je anders een langdradig stuk maakt, het stukje tussen de conciërgekamer en het moment op de fiets dat ze zich realiseert dat Ruben wat anders bedoelde dan lief lachen naar haar, doet er niet toe.
Het andere stuk is iets dat Roos op een foto heeft geschreven, dat moet er nog even bij!![]()
Ga ik ook even bewerken..Dat is wel een slim stuk!
ik ben in ieder geval zwaar fan van je verhaal
ben benieuwd! 
Misschien wat handelingen tussendoor erbij en dan is het perfect. Ook wil je nog wel eens wisselen tussen verleden tijd en tegenwoordige tijd, maar het is niet zo duidelijk als bij de meeste mensen. Kies gewoon één tijd om in te schrijven en hou die vast, je merkt vanzelf wel welke je het prettigst vindt om in te schrijven. 

In Drente ligt wel een plaats die Borger heet, misschiend at je het daarvan herkent? Wat er zich op die school heeft voorgedaan, wordt pas later duidelijk.
En als je beste vriendin dit wil lezen, zou ik dat echt te gek vinden! Citaat:Ik kan wel gaan treuren om de anderhalf jaar die ik aan hem heb verspild, maar daarom zijn die anderhalf jaar wel gebeurd. Ik kan wel treuren om hoe ik me heb laten kwetsen, maar als dat niet was gebeurd, was ik waarschijnlijk niet de persoon geweest die ik nu ben.