nog een keer het hele verhaal in een keer
[i]"Liesbeth Alyssia van der Rosentuin kom onmiddellijk terug!” riep mijn vader. Arrogant stak ik mijn hand op en liep snel verder. Hij draaide zich boos om en ging terug naar zijn kantoortje. Ik wist het! Dat deed hij altijd, ik kreeg alles wat ik wilde. Ik liep met de honderd euro, die ik net had weggepakt, weg. Het was weinig, maar het moest maar! Ik kon altijd nog de creditcard gebruiken! Mijn moeder lag buiten in de zon. “Hey mam, ik ga met een vriendin naar de stad, dan weet je dat!” ze keek even op en knikte “heb je wel genoeg geld?” vroeg ze.
“Nou maar 150 euro!” zei ik met een zielig gezichtje. “dat is inderdaad erg weinig, neem je vaders creditcard anders maar dat ligt op de tafel!” Ik rende naar binnen en pakte de creditcard. Mijn moeder ging weer verder zonnen. Ik ging naar de garage en keek even welke auto ik zou nemen. De roze of toch de zwarte? De groene paste echt niet bij mijn kleding, dat kon gewoon niet. Ik keek nog even naar de auto’s toch maar de roze! Ik pakte mijn auto sleutels en reed even later naar mijn vriendin.
Mijn vriendin kwam al naar buiten toen ik aan kwam rijden. Ze had een te gek outfit aan! Ik stak mijn duim op en deed mijn zonnebril op mijn hoofd. Ze stapte in en we gaven elkaar 3 zoenen langs elkaar heen. “hey meis wat een geweldige outfit heb je!” zei Sarah. “dat wou ik dus net tegen jou zeggen!” ondertussen scheurde ik weg naar het winkelcentrum. Sarah deed het dak van de auto naar beneden. We deden het muziek aan en zongen hard mee.
Bij het winkelcentrum zette ik mijn wagen weg, bij de ingaan. Eigenlijk mocht ik er niet parkeren, het waren plekken voor gehandicapten. Maar wat kon mij het schelen?! Ik deed mijn auto op slot en we gingen naar binnen. We zagen een meisje uit onze klas aankomen uit de C&A, ze keek ons aan en begroette ons. We keken haar verwaand aan en liepen snel door. “Zag je dat! Dat was dat rare kind die bij ons in de klas zit en ze draagt C&A kleren! Ik wist wel dat ze goedkoop was, wie draagt er nou zulke kleren?! En wat doet ze op onze school terwijl ze C&A kleren draagt!” samen met Sarah lachten we haar uit en even later zaten we volop te roddelen over de domme kinderen op onze school die zulke domme kleding hadden! Ondertussen liepen we naar de duurste winkels en pasten we allerlei kleren. Ik kocht een stoere spijkerbroek, een bijpassend truitje, schoentjes, een jas, oorbellen en een enkelbandje. Bij elkaar was alles ongeveer 325 euro. Dat had ik toch mooi gedaan, mijn ouders mochten trots op mij zijn! Sarah had 2 broeken, 2 truitjes en een paar schoenen gekocht dus zij had het ook goed gedaan en ik was trots op haar en mezelf. Plots bedacht ik me dat we nog leuke jurkjes moesten hebben voor het feest van vanavond! “we moeten nog jurkjes hebben Sarah! Dat zijn we helemaal vergeten en ik heb echt niets om aan te trekken!” zei ik geschrokken. Sarah keek me aan en zei toen “ik heb nog wat. Ik ben niet zo rijk als jou en ik moet het met mijn jurkje van vorige week doen! Maar ik ga graag met je mee om wat uit te zoeken voor je!” “Je bent een engel!” antwoordde ik weer en we liepen naar een zaak die er duur uitzag. Ik vond Sarah wel zielig, ze moest het doen met haar jurkje van vorige week! Ik keek mijn ogen uit naar alles wat hier hing, hier zou ik vaker komen! Er hingen allemaal setjes van jurken met schoenen en bijpassende tasjes, geweldig gewoon! Uiteindelijk kocht ik een schattig jurkje wat toch ook weer iets stoers had, de schoenen en het tasje moesten er natuurlijk ook bij! En wat goedkoop was het toch! Bij elkaar maar 200 euro en dat voor al die dingen. Ik pakte de creditcard van mijn vader en betaalde. Op het moment dat ik net had betaald ging mijn telefoon en ik nam op terwijl in de winkel uitliep.
“met Liesbeth”
“Yo Liesbeth met Suzan, ik heb toch groot nieuws! Het is uit tussen dat domme kind en Michel. Hij heeft haar gedumpt EINDELIJK! ik wachtte al zo lang erop. Nu kan jij erop af vanavond! Hij zal er ook zijn weetje”
“ Meen je dat?! Eindelijk kan ik hem gaan versieren, maar ik ga nu naar huis want anders haal ik de pedicure niet en anders kan ik echt niet naar het feest! Dus ik spreek je vanavond wel!”
“Ja is goed! Tot vanavond!”
“au revoir my friend! See you tonight” en ik hing op. Sarah keek me vragend aan en ik vertelde het verhaal aan haar, alleen nog wat interessanter want het bleek namelijk dat Suzanna zwanger was! Ik wist dat andere mensen dit ook te horen zouden krijgen en ik maakte met Sarah er nog wat mooiers van. Ze was zwanger van een ander en Sarah zou het wel even doorvertellen aan iedereen. Ze zou te weten komen dat ze ons niet moest na-apen met haar naam en haar kleren. Ze was gewoon zo ontzettend dom!
Eenmaal bij mijn auto gooide ik de spullen achterin. Tussen mij ruitenwissers zat een parkeerbonnetje, ik keek er niet eens naar en gooide hem weg. Mijn vader zou er wel voor zorgen!Met een vaart bracht ik Sarah naar huis en reed daarna naar mijn huis voor mijn pedicure, alles moest er tip top in orde uitzien!
na vier uurtjes was ik dan eindelijk klaar om naar het feest te gaan! Ik had mijn vader nog niet gezien en dat was maar goed ook, want hij zou het niet zo leuk vinden als hij wist waar ik het geld vandaan haalde, maar boos werd hij eigenlijk ook echt nooit! We zouden met de limousine gaan van mijn vader, dat was al afgesproken en mijn Charles zou ons brengen. Met andere woorden onze bediende, de chauffeur! Ik noemde hem altijd Charles, dat was een mooie bijnaam voor een bediende! Ik wist eigenlijk geeneens zijn echte naam, maar dat maakte ook niet uit, want een bediende is niet belangrijk!
Ik keek even in de spiegel voordat ik de deur uitging, ik zag er super uit, ik draaide een rondje en was dik tevreden. Ik smste Sarah dat we langs kwamen en liep naar buiten, Charles deed de deur voor me open, ik keek hem even superieur aan en ging de auto in. Ik zag dat Charles even zat te lachen, Pff wat dacht hij wel niet?! Hij hoort niet te lachen, dat doet hij nou altijd als ik hem zo aankijk, ik moet er maar eens over hebben om hem te ontslaan! Verder dacht ik er al niet meer bij na want ik werd gebeld.
“Met Liesbeth”
“met Sarah, waar blijf je nou?! Ik zit op je te wachten, ik heb belangrijk nieuws!”
“ik kom er aan, we zijn er bijna dus hou het nog even vol!”
“ik heb dat ik dat red” zei Sarah overdreven, ik lachte even.
“Je bent gestoord!”
“dat weet ik net als jij”
“je hebt gelijk maar ik ben er dus ik hang op!” ik hing op. Wat zou ze te vertellen hebben? Ik was erg benieuwd vast over Michel! Hij zag me gewoon zo staan! Ik wist het gewoon, dit word het gewoon!
Even later stopte we voor Sarah haar huis, ze kwam aanrennen, Charles deed net op tijd de deur open want ze kwam met een luchtsprong binnen.
“Michel!” hijgde ze. “wat, wat is er met Michel” vroeg ik gespannen.
“Hij , ik hoorde dat hij met je wil! Dit wordt echt wat!” zei ze opgewonden. “Dat wist ik al, heb je nog wat te vertellen” vroeg ik even arrogant. Ze keek me verbaasd aan en schoot toen in de lach. “soms ben je best wel een arrogante trut, weet je dat?” ik knikte en glimlachte. Toch voelde ik me goed. Ik ben gewoon goed! Ik had alles wat ik wou en ik had macht, met het geld kon ik alles doen wat ik wou en niemand, maar dan ook niemand kom me wat maken!
Even later stonden we in een grote hal, op het eerste gezicht leek ze niet arm! Sarah en ik liepen verder naar een andere kamer en gingen bij onze vrienden staan. Michel stond er ook bij en keek de hele tijd. Ik liep naar het meisje toe die het georganiseerd had. “ zijn veel mensen, Ayla!” riep ik door de drukte heen. Ze knikte even. “Dank je!” Ik liep weer terug.
“Iemand een drankje?” vroeg Michel en ging de kring rond. “Ik loop wel even mee, je kan het nooit dragen in je eentje!” ik knipoogde even naar Sarah en ging met Michel mee. We stonden te wachten en Michel ging dicht achter me staan. “het is druk hier.” zei hij in mijn oor. Hij deed het expres, dat wist ik ook wel! Ik leunde meer naar achter tegen hem aan en ik voelde dat hij zijn armen om mij heen deed, ik glimlachte. We gingen maar terug en deelde mee dat ze het zelf mochten halen, omdat wij gingen dansen. Ze keken ons even sacherijnig aan maar het kon ons niet schelen, Michel deed een arm om mij heen en we gingen naar de dansvloer. Een paar andere volgden ons en we gingen dansen, even later kwam er een rustig nummer en Michel en ik gingen samen dansen, ik deed mijn armen om zijn nek en legde mijn hoofd tegen zijn schouder. Zo stonden we een tijdje te dansen, tot ik een jongen zag. Ik had hem nog nooit eerder gezien, maar dat gebeurde wel vaker, vaak was het de vriend van een vriendin en daarvan de vriend.... en ga zo maar door. Hij had iets, hij was ouder dan Michel en hij leek veel volwassener! Hij keek in mijn richting en ik bleef hem aanstaren, tot ik ruw uit mijn gedachten werd verstoord: “Je luistert niet! Waar zit je met je gedachten?!” het muziek stopte net en hij keek me vragend en verwijtend aan. “Ja sorry, maar ik zag iemand ik moet echt even weg!” snel liep ik weg, richting die jongen die ik de hele tijd zag staan. Het was geeneens echt een jongen meer maar oké. Michel was “out of the picture” hij haalde het nooit bij deze jongen. Hij zag me aankomen en stond net op. Ik stelde me voor en even later stonden we volop te praten. Het bleek dat hij Jason heette en hij was 20 jaar, dus 2 jaar ouder, voor wat ik tot nu toe hoorde, goedgekeurd! We gingen samen dansen, Michel stond aan de kant wat verloren te kijken naar ons, maar het kon me niet schelen! Zo ging het de avond door, we praatte, lachte, danste en iedereen keek ons aan, ik zag niemand meer om mij heen behalve Jason.
“wil je even een drankje voor ons halen?” vroeg Jason. Ik knikte “natuurlijk!” en liep weg. Ik was vergeten te vragen wat hij wou en liep terug, hoe kan dat nu? Hij was weg! Ik liep naar buiten en keek om me heen, opeens zag ik iemand zwaaien vanuit de auto. Daar was hij! Waarom zat hij opeens in die auto? Ik liep er arrogant er naar toe, het was aan de over kant van de weg en niemand viel het op dat ik weg liep. De meeste mensen die ik kende waren binnen en had ik niet meer gezien sinds ik met Michel danste. Net toen ik de deur open wou gaan doen werd ik vast gepakt van achter en snel in de auto gegooid, diegene die mij vast pakte ging naast me zetten en scheurde weg. Nog verbijsterd keek ik om mij heen.
Toen werd ik boos en begon wild te slaan, te trappen en te schreeuwen. Wat dachten ze wel niet?! Iets doen wat ik niet wil, er gebeurt altijd wat ik wil! “Doe niet zo dom kind!” hoorde ik iemand zeggen naast me, maar ik luisterde er niet naar en ging gewoon. De man naast me deed zijn hand voor mijn mond, ik bedacht me geen seconde en beet hard in zijn hand en gilde weer verder. “Au, stomme trut!” schreeuwde de man tegen me. “Ze beet me!” ondertussen had Jason iets om mijn mond gedaan zodat ik alleen maar wat geluid kon maken, ook al kon niemand het horen, ik ging koppig door. De man naast me was woedend en had bijna geslagen, maar de andere man die voorin zat had hem rustig gepraat. Ik vroeg me af wie het waren en hoe ze heette. Ik wist alleen de naam van Jason, als hij zo heette. Ik keek naar de man naast me. Ik zou hem wel dikkop noemen, zo zag hij er in ieder geval uit. En die man voorin, dat was duidelijk “de baas” en zag er duur uit met zijn pak en dure horloge. Hij had ook ontzettende zwarte kringen om zijn ogen. Hij werd gedoopt tot zwartoog, iets beters kon ik echt niet bedenken. Ik hield uiteindelijk toch maar op met schreeuwen. Ze hadden ondertussen mij ook al vastgemaakt, met heel veel moeite. Dus ik kon ook niet meer trappen of slaan. We reden met een rap tempo voort, opeens bedacht ik me dat ik mijn mobiel nog in mijn broekzak had. Ik zat nu wel vastgebonden, maar ze moesten me toch wel een keer losmaken, maar dan moesten ze ook niet in de buurt zijn! De wc, de perfecte plek! Ze konden me moeilijk in de gaten blijven houden daar, dat was de perfecte plan dacht ik. En als ik thuis was kon ik het aan iedereen vertellen, hoe heldhaftig ik was en wat voor erge dingen ik meegemaakt had.
Ik lette goed op waar we reden, Jason had dat ook gezien, maar hem maakte het duidelijk niet uit. Dikkop daarin tegen pakte een blinddoek en deed het om mijn hoofd. Fijn hoor, echt geweldig, ze wouden me zeker ziek hebben! Ik dacht even na en begon toen te mompelen. Ze konden me natuurlijk niet horen met dat ding voor me mond, maar ik mompelde gewoon door. Misschien deden ze hem wel af! “Hou je kop.” Dat was het enige wat ik te horen kreeg, wat brutaal waren ze tegen mij! Ik ging gewoon door. Jason haalde op een wenk van zwartoog het doek voor mijn mond weg. “Ik ga kotsen zo hoor!” zei ik brutaal. “Ik zal een teiltje op je schoot zetten.” Kreeg ik als antwoordt. “Laat me nou maar gewoon gaan, ik weet niet wat je wil, maar het lukt toch niet.” Ik dacht even na en ging toen verder: “En geld hebben wij toch niet, we zijn zo arm als.. nou gewoon straat arm. Waar ik heen was had ik alleen maar geluk mee, mocht met een vriendin mee!” Probeerde ik geloofwaardig over te komen. Ik hoorde hen lachen en toen zei dikkop naast me: “We weten allemaal wie je bent, je vader is bekend weet je nog? Dus doe alsjeblieft niet zo dom! En probeer geen geintjes uit te halen want dan kom je er niet levend vanaf” lachte hij vals. “ Jullie hebben geeneens geweren man!” zei ik brutaal. “Je moet toch eens oppassen met dat mondje van je. Op een gegeven moment worden wij dat ontzettend zat en dan wil je ons niet mee maken! Je weet maar nooit wat wij allemaal achterhouden. Sowieso kan je niet tegen ons op. Je kan als meisje niet tegen ons op. We zijn met zijn drieën!” “Maar” begon ik weer “Ik ben slimmer.” Voordat ik nog verder kon gaan kreeg ik weer een doek voor me mond. Ik zuchtte. Fijn, erg fijn is dit!
Voor mijn gevoel, na een hele lange tijd, stopte de auto. Ik hoorde de deuren open gaan en ik werd eruit gehaald. Ze haalde de touwen om mijn voeten los. Ik bedachte even dat ik kon weg rennen. Maar aangezien ik nog met armen vast zat en een blinddoek om had kon dat natuurlijk niet! Gelukkig was ik daar net op tijd achter gekomen. Toen bedachte ik iets anders. Ik bleef op mijn plek staan en verroerde me niet. “Lopen!” hoorde ik zwartoog zeggen. Ik bleef staan. “Help haar.” Hoorde ik zwartoog zeggen en voordat ik het wist lag ik over een schouder heen. Ik begon weer te trappen en even later voelde ik me keihard op de grond vallen. “Au!” schreeuwde ik keihard, maar met het doek om mijn mond konden ze me niet goed verstaan. Maar het leek me nogal duidelijk en ze deden gewoon niets, achterlijke lui! Ik voelde dat mijn benen weer werden vastgemaakt. Waar was ik ooit in terechtgekomen?! Ze konden toch niet midden op straat mij neerzetten, iedereen zou het doorhebben wat er gebeurde! Zo slim waren zij ook nog net wel dus het zou hier wel verlaten zijn. Maar waar ging ik dan heen?! Ik voelde dat ik weer over een schouder werd getild en ze liepen verder. Ik voelde dat we een trap op gingen en erna ergens naar binnen gingen. Het waaide opeens niet meer. Ik werd neergezet op een stoel. Hoorde ze nog wat mompelen tegen elkaar en hoorde een deur dichtgaan. Toen werd mijn blinddoek afgehaald. Ik knipperde even en keek toen om mij heen. Dat meende je niet, ik zat in een vliegtuig. En wat voor een! Een oud, gammel vliegtuigje dat elk moment uit elkaar kon vallen! Wat wouden ze doen, mij een ongeluk bezorgen? Dan konden ze het geld wel schudden en sowieso wat hadden ze aan geld als ze een vliegtuigje bezaten?! Voor zoiets had je toch al wel heel wat geld nodig! Steeds meer krijg ik vragen; waarom zat ik in een vliegtuig? Waar ging ik heen? Wat wouden ze nou, want geld hadden ze genoeg! Ik kon niets vragen, omdat dat achterlijke doek nog om mijn mond zat! Ik voelde het vliegtuigje erg schokken en van de grond afkomen, ik deed een gebed dat we niet uit de lucht zouden vallen!
Toen eindelijk het doek van mijn mond werd gehaald en ik alle vragen stelde kreeg ik nog geen antwoord. Boos keek ik uit een heel klein raampje. Jason had nog niets gezegd. Hij zat naast mij, soms had ik het gevoel of hij wel wat wilde zeggen, maar het niet mocht. Wat was dit voor een achterlijk gebeuren? Het leek wel of Jason hier ook niet uit eigen wil was en hij een slaafje was van die andere mensen. Er moesten wel meerdere mensen bij betrokken zijn, want ze konden niet met zijn 2e een vliegtuig besturen. Daar hadden ze mensen voor en die moesten ook van de plannen afweten. Dit was vaker gebeurt, veel vaker! En ik dacht nog wel dat mij dit nooit zou overkomen. Ik kon alles met geld. Nou zo zag je maar weer dat was dus niet zo. En ontsnappen zat er ook niet meer in. Ik raakte steeds meer ontmoedigd. Moe viel ik uiteindelijk met allerlei vragen en boze gedachten, in slaap.
“Nee!” gilde ik boos. “Laat me los, ik heb jullie toch nooit wat misdaan?” ik probeerde me los te maken, maar het wou niet. “Je gaat eraan” zei de man die voor me stond en pakte een pistool die hij tegen mijn hoofd zette. “Nee” gilde ik nog eens hard.
Met een schok werd ik wakker. Waar was ik? Wat gebeurde er? O ja, ik was ontvoerd, maar waar kwam die schok van net dan vandaan? Dat moest wel echt zijn geweest, daarom werd ik wakker! Toen zag ik dat we aan het landen waren, en net op de grond stonden. Ik merkte dat het doek om mijn mond was weggehaald. “Waar zijn we?” vroeg ik een beetje angstig. “Niet meer zo stoer hè?” vroeg dikkop die voor me zat. “Eng gedroomd?” vroeg hij met een sarcastische glimlach. Ik keek hem verbaasd aan, hoe wist hij dat? “Je gilde in je droom, dat we niet mochten schieten.” Vertelde Jason rustig. “Oh” gaf ik alleen maar als antwoord en keek naar buiten. “Afrika” hoorde ik Jason weer naast me zeggen. Ik keek even naar dikkop die ontzettend boos keek. Toen keek ik naar Jason die net deed of hij zijn mond voorbij gepraat had, terwijl hij waarschijnlijk heel goed wist dat hij niks mocht zeggen. Toen keek ik weer naar buiten. Dan had ik dus heel lang geslapen, maar dat kon haast niet uit mezelf. Het zou betekenen dat ik meer dan 10 uur zo slapen! En met dit vliegtuigje konden ze echt niet zolang vliegen, dus ze moesten onderweg ook nog wel vaak gestopt hebben! En als ik daar niet wakker van was geworden was het wel van het schokken geweest! Hadden ze mij onderweg wat gegeven toen ik sliep? Maar hoe kwamen ze daarop en hoe wouden ze me iets geven terwijl ik sliep? En waarom was ik zo ver van huis, waarom Afrika, zo ver van Nederland?!
Nu werd ik toch wel erg bang. Ik was zo ontzettend ver van huis! Ze zouden onderhand wel door hebben dat ik niet thuis ben, dat wist ik zeker. Maar pas na 24 uur konden ze echt actie ondernemen, zoals een grootschalig onderzoek. Ik had mijn ouders er wel eens over horen praten, als ze dreigbrieven kregen. Maar ik had er nooit bij nagedacht hoe erg het zou kunnen zijn. We hadden sowieso zo veel geld, we zouden het wel aankunnen! Wat was ik ook dom! Ik deed atheneum, maar dat kon je niet aan me merken. Mijn ouders wouden graag dat ik het deed want zij hadden natuurlijk een naam hoog te houden! Als het aan mij lag was ik allang gestopt met school.
Na een tijdje zag ik een auto naar het vliegtuigje toe rijden en de deur ging weer open. Dikkop stond op en ging even naar buiten, toen hij terug kwam wenkte hij Jason die vervolgens ook opstond en mij meenam. Buiten kreeg ik een warmte vlaag over me heen, wat was het hier ontzettend warm! Even werd het me te veel en stond ik te wankelen op mijn benen. Jason had het blijkbaar door en hield me even stevig vast bij mijn arm. Na een tijdje was ik een beetje aan de warmte gewend. Ze gaven me een duwtje in mijn rug, ik liep maar rustig mee. Het had toch geen zin om er tegenin te gaan! Mijn handen alleen zaten nog vast, dat zou wel komen omdat ze minder bang waren dat ik er vandoor ging. Aangezien ik ook niet wist waar ik heen kon gaan! Zwartoog had ik nog niet gezien, maar die zou nog wel komen. We liepen richting de auto, waar dikkop al stond te wachten. “We gaan met de auto” zei Jason snel tegen me. “ Heet jij eigenlijk echt Jason? En hoe heten die mannen?” vroeg ik snel voordat we bij de auto waren. Jason wachtte even en dacht duidelijk even na, waarna hij toen zei: “Ja en ze heten Micheal en Jaap, die bij de auto is Jaap.” “wat een domme namen.” Mompelde ik half in mezelf, achter me hoorde ik wat gegrinnik. Jason was helemaal niet zo als die andere 2, tenzij hij nog zou veranderen. Vertrouwen deed ik nog niet, ik vertrouwde niemand, je wist maar nooit met deze mensen.
Ondertussen waren we bij de auto aangekomen en ik ging achterin zitten, weer tussen Jason en Jaap. We moesten nog even wachten, ik zag Micheal aankomen en ging achter het stuur zitten. De andere man, die de auto had gebracht ging ernaast zitten. Ik keek uit de autoraam en nam de omgeving aandachtig in me op. Er viel eigenlijk niks in me op te nemen want het was hier zo kaal als het maar kon.
Na een paar uur waren we aangekomen op plaats van bestemming. Het was een klein dorpje, een stuk verderop zag ik bos. Ik keek om mij heen, de mensen keken even naar mij, maar gingen al snel door met hun werk. De mannen stapte uit en ik werd er ook uit gehaald. Jaap liep voor me en Jason achter me, ik werd naar een klein hutje gebracht. Blijkbaar was dit mijn onderkomen, het was erg klein, had 3 ruimtes. Het was allemaal open en ik vroeg me af waarom ik hier gewoon zo mocht blijven. “Daar zul jij overnachten.” Zei Jaap en wees naar de kleinste kamer. “Jason let even op haar, dan voelt ze zich niet zo alleen.” zei Jaap spottend. Ik trok mijn wenkbrauw even op maar zei niets. We gingen de kamer in, een tijdje was het stil, maar toen begon ik vragen te stellen. “Waarom zijn we in Afrika zo ver weg van huis? Waarom moeten jullie mij hebben en wat gaat er gebeuren? En wat hebben jullie mij gegeven in het vliegtuig, want dat moet haast wel! Waarom doe jij hieraan mee, want je ziet er helemaal niet zo uit? En dit is echt gepland en vaker gebeurt of niet?” Ik werd steeds bozer. Jason zei niets, wat me nog kwader maakte.
Jaap kwam lang en keek ons even dan en verteld dan dat Jason weg moet.
“En wat vind je van je nieuwe onderkomen?” vroeg hij spottend. “Belachelijk, doe even normaal. Er zit geeneens een normaal bed in. Alleen een hangmat, daar lijkt het in ieder geval op!” Ik keek Jaap boos aan. Hij lachte mij alleen maar uit en duwde me aan de kant om weer weg te gaan. Snel zei hij nog: “Je komt er pas uit, als wij het zeggen. Eerder niet Begrepen?” Ik antwoordde niet. Ze dachten toch niet dat ze het makkelijk met mij zouden krijgen! Pff domme mensen, zeker nooit een opleiding gedaan! Ik keek uit het kleine raampje, er zat geeneens een raam in! Ik keek hier echt mijn ogen uit, ik wist dat er arme mensen waren, maar dit sloeg echt alles! Ze hadden geeneens muziek of een computer! Ik liep naar de andere kant van de kamer, waar de deur zat en keek om het hoekje. Jaap zat in de andere kamer. Hij dacht toch niet dat ik hier bleef ?! Zonder na te denken zette ik het op een rennen. Snel de deur uit, dwars door het dorp richting het bos. Ik wist dat ik het niet zou halen, want wat had ik daar? Zo ver van huis, maar op dit moment kon het me niet schelen. Jaap zal eens even een oefening krijgen! Ik hoorde gestommel en geroep achter me. “STOP JIJ, JIJ DOM WICHT!” riep iemand achter me, waarschijnlijk jaap. “ DENK JE DAT JE DAT RED? JE HEBT HELEMAAL NIKS. ZO GA JE TOCH DOOD!” Ja dat kon ik ook wel raden, maar zij kregen ook niks dan! Ik hoorde dat hij steeds dichterbij kwam. Ik was er bijna, nog een klein stukje! Toen hij vlak achter me was schoot ik snel naar links en toen het bos in. Ik hoorde hem kwaad schelden. Even had ik hem afgeschud, ik dook snel het dichte bos in en verstopte me snel. Even dacht ik na, terwijl ik hem hoorde bellen. Dat hij dat hier kon! Hij stond nu heel dichtbij en ik hoorde hem heel zachtjes zeggen: “Ja ik weet niet waar ze is. Nee ze is in de buurt daarom praat ik zacht. Ja ik weet ook wel wat er aan de andere kant van het bos zit! En ik weet ook wel dat zij daar echt niet achter mag komen! Ik ben niet gek!” hij liep weg en zijn stem vervaagde, de rest hoorde ik niet meer. Ik had wel iets heel belangrijks gehoord!
Aan de andere kant van dit bos moest ik zijn! Toen ik zeker wist dat hij weg was stond ik op en liep ik maar een kant op, weg van het dorpje. Het uitbreken was dus toch een succes geweest. Ik dacht dat het geen zin had, maar nu ik dit hoorde! Opeens zag ik ergens een man, het was duidelijk geen Nederlander, dus geen ontvoerders. Daar hoefde ik dus mooi niet bang voor te zijn! Rustig liep ik door, opeens pakte hij me vast en begon vaag te schreeuwen. Ik probeerde me los te wringen, maar hij hield me stevig vast. Nog een man kwam eraan en ze pakte me bij armen en voeten op. “Hallo ik ben geen beest” schreeuwde ik kwaad. Ze konden me natuurlijk niet verstaan. Ze hielden me stevig vast en er kwam een derde bij die even later weer weg ging. Jaap die nog altijd aan het zoeken was kwam al snel eraan. “Daar ben je, dacht je nou echt dat dit was gelukt? En ik dacht nog wel dat je slimmer was!” zei hij kwaad. Boos keek ik de andere kant op, ik probeerde nu ook niet meer los te komen, ze hadden me toch veels te goed vast! De mannen lieten me los en met een plof viel ik op de grond. Pijnlijk stond ik weer op en liep tussen de mannen terug naar het dorp. “We zullen je eens laten zien wat we doen, als je niet gehoorzaamd! Want je snapt toch wel dat dit niet ongestraft kan!” Hij keek me gemeen aan. Ik schrok toch wel heel erg, maar probeerde het niet te laten merken en keek hem verwaand aan. “De verwaandheid zal er wel snel af zijn dame.” Hij sleurde me mee naar een schuurtje bij ons huisje. Hij duwde me naar binnen en deed hem dicht. Er zat hier wel een deur in! “Ik zal zo je verdiende loon geven! Moet even overleggen hoeveel het gaat worden” hij liep weg, naar binnen. Ik slikte even, waar zou hij het over hebben? Geschrokken ga ik in een hoekje van het schuurtje zitten, bang wat me te wachten staat.
Nog geen vijf minuten later komt Jaap binnen met een soort stok of tak, het zat er een beetje tussenin. “Ga staan en draai je om.” Trillend doe ik wat hij zegt.
Opeens voel ik een scherpe steek door mijn rug, nog twee keer voelde ik die scherpe pijn. Zo moest een zweepslag dus voelen. Ik durfde me niet om te draaien, de tranen stonden mij in de ogen en ik hield mijn kaken stijf op elkaar. Ik hoorde hem even zachtjes lachen en toen mompelde hij: “Dit was het. Je kan naar je kamer.” Ik bleef nog even staan, toen draaide ik me voorzichtig om en liep moeizaam naar binnen. Ik kon niet geloven wat mij net was overkomen, hoe konden ze?! Ik liep naar binnen, Jaap kwam ondertussen achter mij aan. Binnen zag ik Jason en Micheal aan een tafel zitten. Micheal keek mij serieus aan en schudde zijn hoofd, Jason keek helemaal niet. Ik liep door naar mijn kamer, eenmaal daar ging ik met de grootste moeite op de grond zitten, het deed zo ontzettend zeer. De tranen stroomden nu echt over mijn wangen, de pijn was gewoon niet te harden! En wat deed ik hier nou?! Ik wou gewoon naar huis, mijn vertrouwde kamer, mijn vertrouwde stad, vrienden en school. Wat miste ik dat allemaal! Ik hoopte dat mijn ouders maar snel het geld gingen geven, want dan kon ik tenminste naar huis! Ik leunde met mijn schouder tegen de muur en staarde zonder wat te zien voor me uit. Mijn rug deed nog steeds zeer, het maakte niet uit hoe ik ging zitten, het hielp niet! Na een uur kon ik niet meer huilen, ik was gewoon helemaal uitgehuild, moe, kapot en voelde gewoon niets meer. Het was koud maar ik lette er niet meer op, het kon me allemaal niet meer schelen. Ik zou hier toch niet meer uit komen, nooit meer!
Opeens hoorde ik gestommel en kwam er iemand binnen, ik bleef zitten zoals ik zat. Ik had geen zin om moeite te doen, dan deed het alleen maar meer zeer. Jason kwam met een matras, dekens en kussens binnen. Hij legde het in de hoek van de kamer neer, de hangmat haalde hij weg. Ik keek er even naar, maar zei niets. Hij ging even weg, om nog geen tien minuten later terug te komen met weer een matras. Nu werd ik toch wel weer bang, wat waren ze van plan? Wat ging er gebeurden? Terwijl ik net nog dacht dat ik niet meer kon huilen voor de komende dagen, stonden de tranen alweer in mijn ogen. Alle spanningen kwamen eruit. Jason keek even naar me en liep toen weg.
Uiteindelijk viel ik uitgeput in slaap, zittend met mijn schouder tegen de muur geleund.
Toen ik wakker werd voelde ik weer die scherpe pijnscheut door mijn rug heen. Ik kreunde even en stond moeizaam op. Opeens zag ik in een hoek een bord met eten en er lag een brief bij! Ik had eigenlijk wel ontzettende honger, het was ook al een hele tijd geleden, dat ik had gegeten. Dankbaar at ik het eten op en opende ondertussen de brief. Hij was van Jason, snel las ik hem.
Liesbeth,
Je hebt veel vragen gesteld, eigenlijk mag ik er geen antwoord op geven, maar toch doe ik het. Ik hoop dan ook, dat je zorgt dat niemand deze brief zal vinden of lezen. Dit zal niet alleen problemen voor mij betekenen maar ook voor jou.
Je hebt gevraagd waarom je ontvoerd werd. Je bent niet alleen ontvoerd om het geld, dat was natuurlijk ook een belangrijk deel, maar het was niet alleen dat. Jaap en Micheal hebben voor je vader gewerkt en zijn ontslagen, de redenen weet ik niet daarvoor.
Dit wouden ze je vader betaald zetten, door weg te nemen waar hij van houd, jij dus.
Je vroeg ook of ze dit soms vaker hadden gedaan. Ik kan je vertellen dat dit vaker is gebeurd. Ze weten heel goed wat ze doen en zijn niet bang om je pijn te doen, je moet dus niet met ze spotten, maar dat heb jij ook al wel gemerkt. Je bent helemaal hier, naar Afrika gebracht, omdat je vader veel invloed heeft. Grote kans dat ze je in andere landen zouden vinden, dit is niet het enige maar ook omdat deze mensen ze hier kennen en ze zullen hier nooit vragen gaan stellen, bijna alles is normaal hier. Ook zal niemand je hier vinden, omdat het te ver van huis is. Verder kan ik er op dit moment niest meer over zeggen.
In het vliegtuig heb je een spuit gekregen, niet drugs of zo. Dus wees maar niet bang, alleen een spuit zodat je ging slapen. Het is niet gevaarlijk of wat dan ook voor jou. Over mij zullen we het dan ook nog maar even hebben, ik ben hier niet omdat ik dit zo graag wou. Er zit een lang verhaal achter, die je ooit nog wel te weten komt, maar niet op deze manier en ik hoop ook niet hier.
Verder hoop Ik dat je vragen beantwoord zijn.
Jason
Ik staarde naar de brief. Het had mijn vragen wel beantwoord, maar toch vroeg ik me nieuwe dingen af, die me niet duidelijk waren. Wat deed hij hier, ze konden hem toch niet dwingen om te blijven? Waarom deed hij daar zo moeilijk over? Ik kwam er niet uit, ooit zou ik het wel te weten komen. Waarom maakte ik me eigenlijk zo druk over hem? Hij was een van hen, of hij wou of niet! Ik zuchtte even diep en verscheurde de brief ik hele kleine stukjes. In de buitenste hoek zat een kiertje in de muur. Daar duwde ik de snippertjes in. Niemand zou het vinden, dat wist ik zeker. Ik at mijn eten verder op en ging op een matras zitten.
Na een kwartiertje zag ik Jason stiekem om het hoekje kijken. “Ik leef nog hoor en zit hier nog steeds.” Zei ik sacherijnig. “Daar keek ik niet na en dat weet je.” kreeg ik alleen als antwoord. Ik haalde mokkend mijn schouders op en staarde voor me uit. Hij kon dan aardig doen, maar hij was nog steeds een van hen. Die mij, Liesbeth Alyssia van der Rosentuin, hebben ontvoerd. Ze konden denken dat slaan hielp om mijn mond te houden, maar dat deed ik dus mooi niet. Dat mochten ze denken! Ik zal nooit veranderen, nooit! “Je moet even meekomen.” hoorde ik Jason zeggen. Verwaand keek ik hem aan toen hij verder ging: “Zo kan je niet hele dagen rondlopen, in een jurkje en op die schoenen!” Hij had nog eens gelijk ook, ik zuchtte en stond op. Hij pakte me bij mijn arm en trok me zachtjes mee. We gingen door een kamer heen waar ik een deur zag. Waarom zat er hier wel een deur en had mijn kamer geen deur? Er zat zelfs een slot op! Er moest dan wel iets belangrijks inzitten. Jason maakte de deur open en ik keek met een verbaasd gezicht naar. Kleren? Achter een deur met een slot lagen alleen maar kleren?! Jason zag mijn gezicht en zei met een grijns: “Hier zijn kleren heel erg kostbaar.” Verbaasd keek ik hem aan. “Echt waar? Zelfs die?!” zonder dat het mijn bedoeling was klonk het minder waardig en trok ik een vies gezicht. Jason lette daar niet op en knikte alleen maar. Hij gaf me een paar simpele kleren. Hier wou ik dus echt niet in lopen, wat dachten ze wel niet. Ik loop nooit, maar dan ook nooit in tweede of derde hans kleren. Jason duwde ook sportschoenen in mijn handen. Ik keek ernaar, deze schoenen waren ook al afgetrapt. Met een diepe zucht deed ik de schoenen aan, ze zaten wel goed. Ik kon natuurlijk ook niet de hele tijd met de kleren die ik nu aan had lopen, maar deze kleren waren wel heel goedkoop. Al helemaal voor mij! “Je gaat terug naar je kamer, over een week moet je werken.” Ontzet keek ik hem aan. Ik ging dus echt niet werken, ook niet voor hem, dacht ik eigenwijs. Ik keek hem na toen hij even later weg liep. Hij was ook niet begonnen over de brief. Wat een sukkel was het. Hij liet zich beïnvloeden door die domme mensen en liet mij, ik die zoveel geld heeft, werken! In hun dromen ja, binnen een week was ik allang weer weg, lekker terug in Nederland. Ze kregen hun geld van mijn vader en ik ging dan weer naar huis, om dit te vergeten, voor altijd. Ik stond voor het raam. Een raam zonder glas, waar ben ik ooit beland! Ik keek naar de mensen die aan het werk waren op het land, de bouwvallige huisjes en de vrouwen die voor de jonge kinderen zorgden. Toen ik beter keek zag ik tussen de mensen op het land ook kinderen werken. Waarom werkten die kinderen? Dat mocht toch helemaal niet, dat was verboden! Ik vroeg me af of deze mensen mijn taal konden verstaan, want dan zou ik ze eens goed vertellen wat ik er van dacht! Die achterlijke mensen konden die kinderen toch niet laten werken. Ze hoorden lol te hebben en leuke dingen te doen en niet te werken op het land! Mijn aandacht werd getrokken door een vrouw, met hevige verbazing keek ik naar haar. Dat mens mocht wel eens kleren aandoen! Ik zou haar heel graag geld willen geven om kleding te kopen, op zijn minst een BH! Ik had ooit wel eens gelezen dat sommige mensen hier zo leefden. Maar kom op, dit was wel heel erg overdreven! Ik hoefde dit dus echt niet te zien, ze kunnen op zijn minst toch shirts aan doen!
Na een tijdje liep ik maar weg van het raam en ging op een matras zitten. Ik was eigenlijk ontzettend moe, maar slapen durfde ik eigenlijk ook niet. Even uitrusten was toch niet erg? Dan ging ik gewoon niet slapen en kon er ook niets gebeuren. Nog steeds deed mijn rug verschrikkelijk pijn, ik ging op mijn zij liggen en zuchtte even diep. Ik dacht na over vandaag, over Jason en waarom hij hier ooit kon zijn, terwijl hij het eigenlijk niet wou. Langzaam vielen mijn ogen dicht en viel ik in slaap.
Toen ik eindelijk los was rende ik weg, ver weg. Ze zouden me nooit inhalen dat wist ik zeker. Opeens stonden ze met de auto voor me, hoe kon dat? Ze kwamen net nog achter mij aan. Ze pakten mij vast en schudde mij door elkaar. “Je gaat eraan, helemaal weg en niemand zal je missen! Ze zijn je allang vergeten!” ze lachten gemeen. Ik gilde “Nee dat is niet zo! Ze zijn me niet vergeten!” Ik begon te huilen.
“Liesbeth, Liesbeth. Je droomt, wordt eens wakker! Kom op, er is niets aan de hand. Wakker worden!” Langzaam werd ik wakker, naast mij zat Jason op zijn knieën. “Eindelijk, je bent wakker!” Toen ik ging zitten, kreunde ik even. “Au, mijn rug.” mompelde ik. “Ik weet het, ik heb wat voor je mee gebracht, voor je rug.” Ik keek hem verbaasd aan. Waarom gaf hij dat me zomaar? Zou er wat mee zijn? “Je kijkt zo moeilijk, als je het niet wil neem ik het weer mee hoor.” Zei Jason een beetje geïrriteerd. “Nee, nee!” zei ik snel. Hij gaf het aan me en ik keek hem even dankbaar aan. Opeens dacht ik na over mijn nachtmerrie en over wat Jason zei toen hij me wakker maakte. Wat nou er is niets aan de hand? Er is hartstikke veel aan de hand, ze hebben me ontvoerd. Hij durft te zeggen dat er niets aan de hand is?! Toch zei ik niets, normaal zou ik het gedaan hebben. Ik wist niet waarom, maar ik wou nooit tegen Jason in gaan. Jason pakte de andere matras en legde hem in de andere hoek neer Daarna pakte hij een deken en een kussen, toen ging hij liggen. Ik keek er verbaasd naar. Dus er was niets aan de hand? Jason sliep hier alleen, omdat ik anders misschien weg ging? Ik had me dus druk gemaakt om niets! Eindelijk was ik wat meer gerust gesteld, zo durfde ik wel weer te slapen. Maar eerst smeerde ik mijn rug in. Al ging het een beetje moeilijk en deed het zeer, ik wou het niet door iemand anders het laten doen. Hierna ging ik weer op mijn zij liggen en trok de deken over mij heen.
De week ging snel, nog steeds had ik niets gehoord over mijn ouders. Al snel kwam de dag voordat ik aan het werk kwam in zicht. Ik dacht er nog steeds aan, want ik wou toch echt niet werken! Toch durfde ik er niets tegenin te brengen, bang voor wat de reactie zou zijn. Ik was een stuk voorzichtiger geworden nadat ik een pak slaag had gekregen. Mijn rug was gelukkig al een stuk beter, het deed geen zeer meer. Alleen als ik zware dingen deed kreeg ik last. In de week heb ik veel de omgeving verkend, natuurlijk moest er wel iemand mee. Bijna altijd was die iemand Jason. Hij vond het niet erg om mee te gaan, hij hield van wandelen had hij me verteld.
We liepen langs de huisjes en de velden. Ik keek naar de velden en dacht na over de volgende dag. Waarschijnlijk zou ik op een van deze velden moeten werken, maar wat moest ik doen? Toen ik even naar Jason keek zag ik dat hij snel de andere kant op keek, over mij heen naar de velden. Toch wist ik zeker dat hij net aan het kijken was. Het was een tijdje stil, toen ik uiteindelijk vroeg: “Wat moet ik morgen doen?” Vragend keek ik Jason aan. Hij keek mij aan en gaf al snel antwoord: “Je gaat met mij mee, je gaat sinasappels plukken.” Ik knikte even en keek weer naar de velden. “Werk jij daar ook dan?” “Ik moet op jou passen en je gaat mee naar mijn werk. Je moet goed doorwerken, als ze merken dat je niet goed doorwerkt zwaait er wat! Vooral voor jou, want ze weten waar je vandaan komt en Micheal had gezegd dat ze je goed moesten aanpakken.” Ik merkte dat Jason me weer aankeek. Weer werd ik bang. Straks deed ik goed mijn best en sloegen ze me alsnog! Net of Jason gedachten kon lezen antwoordde hij weer. “Ze zijn wel rechtvaardig hoor. Die man is niet aardig, maar zijn broer en vrouw wel. Die man is er waarschijnlijk toch niet.” Ik was een klein beetje gerustgesteld maar toch zag ik het niet zitten. Nog nooit van mijn hele leven had ik gewerkt. Achttien jaar lang geen vinger uitgestoken, opeens besefte ik me dat ik het altijd maar goed had gehad. Veel mensen moesten hard werken voor hun geld en nog kregen ze niet veel! Ik stond stil en keek naar de mensen, ze werkte zo ontzettend hard. Voor waarschijnlijk maar heel weinig geld! Ik wou dat ik ze kon helpen, dacht ik verdrietig. Altijd heb ik zo ontzettend dom gedaan tegen iedereen en vond mezelf altijd beter. Terwijl zij veel beter waren dan mij. Ze keken naar elkaar om, vaak lachte ik mijn klasgenootjes uit als ze andere hielpen. Terwijl ik anders nooit huilde liepen de tranen weer over mijn wangen, niet omdat ik mezelf zielig vond. Maar eerder om hoe ik tegen mensen had gereageerd. Ik wou naar huis, zo ontzettend graag, maar dan om alles anders te doen. Huis, ik wou zo ontzettend graag naar huis! Jason had het niet door, hij was doorgelopen. Snel veegde ik mijn tranen weg en slikte de brok in mijn keel weg. Daarna liep ik Jason snel achterna.
De volgende dag werd ik al vroeg gewekt door Jason. “Vandaag ga je mee werken. Je gaat vijf dagen werken en 2 dagen heb je vrij, omdat ik dan ook vrij heb.” Ik knikte en toen Jason even weg was kleedde ik me snel aan. Toen ik klaar was keek ik snel even om het hoekje om te kijken waar Jason was. Jason wenkte me aan tafel en ik ging zitten, het was me in het begin erg opgevallen dat ik goed te eten kreeg. Gelukkig maar! Toen we klaar met eten waren gingen we naar buiten. We hoefden niet ver te lopen en al snel waren we op de plek van bestemming. Ik keek naar de velden, het was hier zo ontzettend groot! Je zou hier heel goed kunnen verdwalen. Jason glimlachte even bemoedigend, ik glimlachte een beetje zenuwachtig terug. We gingen naar de mensen die duidelijk de leiding hadden, daar praatte Jason even met ze. Ik kreeg een mand in mijn handen geduwd en Jason nam me mee. “Je moet sinasappels plukken. Als je mand vol zit sleep je hem mee naar die bak daar en gooi je hem leeg. Dit doe je tot 2 uur, daarna is het te warm.” “Oké, dat moet lukken.” Ik ging maar aan het werk, al had ik er geen zin in. Er tegen in gaan had toch geen zin. Hard ging ik aan het werk, het was saai en makkelijk werk. Je hoefde er in ieder geval niet voor na te denken! Jason was een tijdje aan het werk geweest, maar zat nu op een kratje te kijken hoe ik bezig was. Het liefst had ik hem even verteld dat hij ook iets mocht doen, maar ik deed dat maar niet. Want hij was toch mijn ontvoerder en ik hoorde het werk te doen. Ik vroeg me af wanneer het pauze was, want ik was toch al wel een paar uur bezig. Na nog een half uur hoorde ik eindelijk Jason zeggen “Je kan nu een kwartier pauzeren. Hierna nog een paar uurtjes werken en dan stoppen we.” Daar was ik blij mee, want het was erg zwaar werk!
De rest van de dag ging snel voorbij. S’ avonds ging ik vroeg naar bed, ik was helemaal kapot!
Zo gingen er een paar weken voorbij. In mijn vrije tijd ging ik wandelen met Jason, al probeerde ik niet meer aan thuis te denken toch miste ik ze soms. Meestal dacht ik er niet na, maar op sommige momenten werd het gewoon te veel. Jaap en Micheal letten nog wel erg op, maar ik kon nog best veel doen.
Ik was er nu al 4 weken en ik begon me sterk af te vragen of ik nou eindelijk terug kon gaan. Verveeld keek ik om mij heen, het was een vrije dag maar ik had nergens zin in! Opeens zag ik Jaap en Micheal aankomen, snel verstopte ik me achter het schuurtje. Ik mocht er misschien wel komen, maar ik had liever niet dat ze me zagen. Duidelijk waren ze druk in gesprek en toen ze dichterbij kwamen hoorde ik ze ook praten. “We hebben het geld gekregen, alles! Maar wat doen we nu met dat kind?” hoorde ik Jaap zeggen. “Die krijgen ze nooit meer te zien, we hebben het geld toch al dus haar hebben we niet meer nodig!” Ik hoorde Micheal even gemeen lachen. “We krijgen er wel last mee met Jason, maar hij komt er wel overheen. Dat zal wel moeten!” zei Jaap weer. “Oh en anders ruimen we hem ook op. Zoveel doet hij toch niet, al is hij wel handig voor klusjes. We vinden dan wel weer een nieuwe!” Geschrokken keek ik ze na, meer had ik niet nodig. Ik wist precies waar ze het over hadden, duidelijker hoefde niet!
Ik zakte in elkaar en ging even zitten tegen het schuurtje aan. Wat moest er nu gebeuren? Ik kon hier niet blijven! Misschien zou ik mijn familie nooit meer terugzien! Witjes staarde ik voor me uit. Ik had zo vaak aan later gedacht, misschien een leuk gezinnetje beginnen. Maar nu, nu kon het niet. Ik moest hier weg komen, het moest gewoon! Het kon niet anders, maar aan de andere kant wist ik helemaal niet waar ik was. Ik had wel gehoord dat er aan de andere kant van het bos iets was waar ik nooit mocht komen, Daar moest ik heen!
Langzaam stond ik op en liep naar mijn kamer, daar zat Jason. Hij keek mij aan en vroeg toen: “Wat is er? Je ziet erg witjes, misschien moet je even zitten.” Ik ging zitten en keek hem aan, maar zei niets. Hij ging naast mij zitten en sloeg zijn arm om mij heen. Geluidloos rolden de tranen over mijn wangen. Jason trok mij tegen zich aan “Ssst maar, rustig maar. Wat is er gebeurt?” Ik keek hem aan. “Micheal, Jaap. Ze, ze. Ik ga nooit meer terug!” snikte ik stotterend. Hij dacht even na en keek mij aan. “Je komt nooit meer terug, hebben ze dat gezegd?” vroeg hij nadenkend. Ik keek hem aan en vertelde toen alles, wat ik had gehoord. Al wist ik niet hoe het er zo uitrolde, maar het lukte! Hij bleef rustig luisteren tot ik helemaal uitgepraat was, toen keek hij me aan. “Ik heb nooit geloofd dat ze dit ooit zouden doen eigenlijk, maar ik geloof jou ook.” Ik keek hem aan, dus hij wou gewoon helemaal niets doen?! “Als het aan mij ligt gebeurt er niets met jou, maar ik kan niet tegen hen op.” zei hij weer. “We moeten iets doen! Ik moet weg, ik heb gehoord dat achter het bos iets was waar ik niet heen mocht.” Ik keek hem vol verwachting aan. Hij knikte: “Ja, maar ze weten dat je als eerste daarheen gaat, omdat dat het dichtst bij ligt. Je kan daar niet heen.” De moed zakte weer in mijn schoenen. Het was een tijdje stil en ondertussen had ik mijn tranen weggeveegd. Na misschien wel een halfuur begon Jason pas weer te praten. “We gaan in ieder geval weg, ik weet nog niet hoe. Het moet lukken, maar het moet ook goed over nagedacht worden. Ik vertel je wel meer als ik iets verzonnen heb. Maar laat niets merken!” Ik knikte. Nog steeds had hij zijn armen om mij heen, het voelde vertrouwd. Bij hem was ik niet bang, ik wist niet veel van hem, maar hij straalde zoveel vertrouwdheid uit.
Het was al twee dagen verder en nog steeds had ik niets van Jason gehoord. Ondertussen was ik aardig zenuwachtig geworden, het liefst was ik allang weggegaan! Al wist ik wel dat ik niet zomaar iets kon doen, dat had geen zin. Ongeduldig wachtte ik maar, tot op een avond Jason binnenkwam en mij veel betekenend aankeek.
Op dat moment kon hij het niet vertellen, want Micheal en Jaap waren in de buurt. Maar de volgende dag toen we aan het werk waren, kreeg ik het eindelijk te horen. “We moeten snel weg, ik heb erover nagedacht en weet hoe we gaan. Het zal zeker geen gemakkelijke weg zijn, maar het zal wel moeten. Ik weet niet hoelang, maar we zullen een hele tijd onderweg zijn. En het moet snel, heel snel gebeuren! Jaap en Micheal worden ongeduldig en willen door met hun plannen, je bent hier alleen nog door mij. Maar daardoor zullen zij niet afschrikken.” Ik knikte. “Ik weet niet hoe je het precies wil doen, ik weet geeneens waar we zijn. Je hoeft mij niets te vertellen, want dat zal geen zin hebben en dat is het beste denk ik. Ik zal de spullen verzamelen die we nodig hebben.” Antwoordde ik hem.
De volgende ochtend kwamen Micheal en Jaap onze kamer binnen, geschrokken keek ik hen aan. “Jason, wij moeten wat zaken afhandelen. We komen morgenavond weer terug. In die tijd moet je goed op haar passen. Want anders...” Zei Micheal. Jason knikte ernstig en antwoordde toen: “De vorige keer ging het ook goed, dat weten jullie.” Micheal knikte en Jaap fluisterde wat in Micheals oor. “We gaan nu en als we terug zijn hebben we een verassing voor je Liesbeth.” Ik keek Micheal ongelovig aan. Zou ik dan toch naar huis gaan? Ik hoopte het maar. Toen liepen ze weg, stapten in hun auto en scheurde weg. Nog geen minuut later stond Jason op en verzamelde allemaal spullen. “We gaan dus niet werken?” vroeg ik onnozel. “Nee tuurlijk niet, maar ik moet er wel even heen. Je moet ziek gemeld worden anders krijgen Jaap en Micheal het te horen.” Ik knikte en Jason ging verder. “Verzamel jij verder spullen, ik ben zo terug.” Hij liep weg en ik ging de spullen verzamelen die we nodig hadden. “Kleren, eten, water...” Alles ging ik langs en gooide het in een paar tassen. Het moest wel gemakkelijk mee kunnen, natuurlijk! Toen Jason terugkwam, was ik klaar. Hij knikte goedkeurend en vertelde toen meer van zijn plan.
“We gaan eerst met mijn motor. Ja, Kijk maar niet zo verbaasd. Ik heb er een! Dan verstoppen we hem en gaan te voet verder. Zo krijgen we in ieder geval een voorsprong. Misschien kunnen we ze ook nog wel om de tuin leiden. Al hebben ze wel een auto en gaan ze dus sneller.” Hij nam een slok water en ging toen verder. “Het zal heel zwaar worden. Denk maar niet dat we er in een paar uur of dagen er zijn. Het zal lang duren. We moeten door het bos. Nou ja woud. Daarna nog over een vlakte en heel misschien kunnen we het laatste stuk liften, als we geluk hebben.” Eindigde hij het verhaal. “We moeten het wagen.” Stemde ik toe. Hij knikte en stond op om verder te gaan met de voorbereidingen. Ik ging verder met alles zo te pakken, zodat het makkelijk te dragen was. Ondertussen dacht ik na over de situatie. Eigenlijk wist ik geeneens waar het was. Het moest ergens bij een woud zijn of zo. En het werd een lange reis, een hele lange. Gemakkelijk zou het ook niet worden, in tegendeel! En wat gebeurde er als ik hier bleef? Misschien ging ik dan wel terug en hoefde ik helemaal niet moeilijk te doen. We konden er vanuit gaan dat ze achter ons aan zouden komen als we dit doorzetten en wat als ze ons vonden? Dan zou het allemaal nog veel erger voor ons worden!
Zo bleef ik een tijdje in gedachten staan, totdat Jason naar me toe liep. Net of hij het wist waar ik aan dacht antwoordde hij: “Je vraagt je af wat er gebeurt als je hier blijft hè? Nou, dat kan ik je wel vertellen. De verassing is niet een leuke verassing. Ze ruimen je uit de weg. Nu vraag jij je weer af hoe ik het weet. Ik weet het, omdat ik het zelf heb meegemaakt.” Ik keek hem verbluft aan. “Heb je er toen niks tegen gedaan?” vroeg ik voorzichtig. Hij glimlachte triest en staarde voor zich uit. “Ik was toen jonger en heel erg bang voor Jaap en Micheal. Weet je, ik ben hier al heel erg lang! Mij is ooit overkomen wat jou is overkomen. Wel anders natuurlijk. Ze hadden de verkeerde te pakken, het was de eerste keer dat ze dit deden. Ik was arm en ze hadden niets aan mij. Ze wouden me uit de weg ruimen, maar ze kwamen op een ander idee. Ik moest ze gaan helpen mensen te lokken, op allerlei verschillende manieren. Mijn familie zou eraan gaan als ik niet deed wat ze zeiden. Ik geloofde ze, dus ik moest wel. Ik kon mijn familie toch niet in de steek laten?” voegde hij er zachtjes aan toe. Ik sloeg mijn arm om hem heen. “Wat verschrikkelijk voor je! Natuurlijk moest je wel, je kon je familie toch niet in de steek laten. Je kan hier echt niets aan doen. Ze deden het toch wel, al was je er niet!” even was ik stil, maar ging toen verder: “Je familie denkt natuurlijk dat je er niet meer bent... En nu, hoe moet het nu?” Ik keek hem vragen en met medelijden aan. Hij haalde zijn schouders op en keek nog verdrietiger. Hij wou wat zeggen, maar hield toch zijn mond. “Vertel maar!” moedigde ik hem aan. Opeens verstrakte zijn gezicht. “Ik moet iets doen tegen ze, lang kan ik dit niet meer aan. Niet alleen ik maar ook anderen lijden eronder en ik ga me steeds schuldiger voelen. Had ik maar wat eerder gedaan!” “Maar je kon het niet en nogal logisch! Nu maak jij je natuurlijk ook zorgen over je familie, maar ik denk dat ze niets zullen doen.” Vragend keek hij me aan. “ Ze hebben een grote kans dat ze gepakt worden en dan, dan zullen ze ook niet meer vrij komen. Ze worden toch gezocht? Dus het lijkt me sterk dat ze iets zullen doen.” Probeerde ik hem te troosten. Jason glimlachte even. “Je hebt gelijk. Het zal allemaal wel meevallen. Ze durven daar echt niets te doen. Toen jij ontvoerd werd bleven ze de hele tijd al in de auto, terwijl ze er maar een paar uurtjes waren! Ze worden zeker weten gezocht en dat weten ze ook. Het liefst komen ze nooit meer in Nederland. Ze moeten dan wel, want er geven mensen hen opdrachten. Ze zijn belangrijke schakels en als de politie die eenmaal te pakken krijgen...” Hij wachtte even en keek mij nadenkend aan. Aarzelend ging hij verder. “Het klinkt stom, al helemaal nu en hier, maar ik ben blij dat je er bent.”
Even keek ik hem even aan. Wat moest ik hierop zeggen? Ik vond hem ook leuk, maar hij was wel mijn ontvoerder! En hoe moest het als we thuis waren of zo? “Ik uh. Ja, ik weet niet zo goed wat ik moet zeggen” zei ik maar eerlijk. “Aangezien de situatie en zo. Hoe het straks moet en. Nou ja, maar ik ben ook blij dat jij er bent hoor!” Ik stopte, het was gewoon allemaal zo ingewikkeld! Verlegen keek ik hem aan. Hij glimlachte even geruststellend “Ik snap wat je bedoeld en ik heb daar zeker ook aan gedacht! Maar ik wou gewoon toch dat je het wist en, nou ja, misschien kunnen we later wel zien ofzo.” Ik knikte. Later ja, zou dat nog komen? We moesten eerst terug zien te komen wat een hele tocht zou worden!
Er kwam iemand aan lopen en meteen was ons gesprek van de baan. “Ga snel in bed liggen!” zei Jason snel. “Hij komt controleren, wedden. Dat is die man!” Snel rende ik naar de kamer en riep nog zinloos “Ja!” Snel pakte ik een heel warm washandje en legde het op mijn hoofd en vloog daarna heel snel mijn bed in. Terwijl ik naar me bed rende stootte ik ook nog hard mijn hoofd, maar lette er niet op. Ik dook diep onder mijn deken en hoopte maar dat het niet was opgevallen. Nu voelde ik de hoofdpijn. Ik stootte me nog hard ook! Terwijl ik over mijn hoofd wreef hoorde ik voetstappen richting mijn kamer komen en snel deed ik mijn ogen dicht. Al pratend kwam Jason met de man naar mijn bed. De man voelde even aan mijn hoofd en mompelde iets. “Wat zegt die vent allemaal” mompelde ik in mijn slaap. Ik wist dat die man geen Nederlands kon en ik kon het niet laten! De man vroeg iets aan Jason waarop hij snel antwoorden. “Hou je mond, wil je. Ik heb net aan hem verteld dat je ijlde. Zo ziek ben je!” Antwoordde hij op de toon, net of hij me gerust wou stellen. Ik woelde even een beetje voor het effect en even later hoorde ik voetstappen van mij vandaan gaan. Heel voorzichtig gluurde ik door mijn ogen. Gelukkig hij was weg!
Nog geen minuut later kwam Jason binnen. “Wil je dat niet meer doen! Je weet maar nooit!” Hij keek boos. “Sorry.” Mompelde ik. “Maakt niet uit. Wat heb je trouwens op je hoofd?” ging hij door. “Ik heb het net gestoten in mijn haast. Ik wou met een heet washandje mijn hoofd warmer maken en op de terugweg stootte ik mijn hoofd.” Hij keek er even na en mompelde “Ging hard dan. Het werkte wel goed bij die man. Die dacht dat je echt ziek was. Doe er in ieder geval nu maar een koud washandje er op!” Hij stond op en liep naar de deur. “Oh, nog een ding. Als ik jou was zou ik even proberen te slapen. Aangezien we vannacht dat niet gaan doen!” Toen liep hij weg. Ik pakte een koud was handje en deed het erop. Na een halfuurtje ging ik maar weer liggen. Hij zal wel gelijk hebben. Al snel viel ik in slaap...
“Liesbeth, wakker worden!” Langzaam openende ik mijn ogen. Jason glimlachte even. “Je hebt heerlijk lang geslapen, maar nu moet je echt opschieten. We gaan zo al!” Meteen sprong ik op en rekte me uit. Jason liep weg en ik verkleedde me snel. Daarna ging ik Jason achterna. Hij had alles gewoon al klaargezet! Ik pakte snel nog wat extra eten en propte het bij de spullen in. zenuwachtig keek ik Jason even aan. “Het komt wel goed, toch?” vroeg ik onzeker. Hij knikte “Tuurlijk komt alles goed!” Hij glimlachte even bemoedigend. We deden de spullen allebei op onze rug en gingen toen naar buiten. Het was donker geworden, dat was niet heel raar nu want het was 11 uur s’avonds! Toen viel mijn oog op de motor. Wat een verschrikkelijk ding was dat! Het was niet alleen oud, maar ik vroeg me sterk af of hij het goed zou doen. “Wat een schoonheid is het hè?” vroeg Jason trots. Ik knikte heftig “Het is zeker een schoonheid!” antwoordde ik maar snel. “Het eerste stuk gaan we lopen in verband met het geluid.” Zei Jason. “Oké, op weg dan maar!” antwoordde ik op hem en we gingen op weg. Na een klein halfuurtje stopte Jason en ging op zijn motor zitten. “Kom maar achterop en hou je goed vast!” Ik ging bij hem achterop zitten en we reden weg.
Na een paar uur begon de motor meer te pruttellen. Nog geen 5 minuten later stonden we stil. Ik stapte af en keek Jason vragend aan. “Is hij er nu al mee gestopt?!” Hij schudde zijn hoofd. “Nee er is iets met de motor, maar we moeten eerst doorlopen tot er meer begroeiing is.” Ik zuchtte en ging liep toen maar achter Jason aan. Ik dacht een tijdje na. Waar waren we eigenlijk ergens in Afrika? Ik vraagde het maar nog een keer, de andere keren had ik geen antwoord gekregen. “Jason?” “Ja?” “Waar zijn we nou ergens in Afrika?” Hij keek even om, ik zag dat hij nadacht. “Kongo.” Vertelde hij toen. Eindelijk wist ik dan waar we ongeveer waren, niet dat het veel hielp. Zo wist ik het tenminste. We liepen een tijdje door, na een half uur zag ik eindelijk in de verte wat meer begroeiing. Het was hier eigenlijk veel donkerder dan in Nederland, het was me nooit heel erg opgevallen. Hier was nacht ook echt nacht, echt donker!
Ik ging zitten tegen een boompje en keek naar Jason die aan zijn motor zat te prutsen. Als Jason de motor maar kon maken anders moest ons plan gewijzigd worden en moesten we nu al gaan lopen! Mijn mobiel had ik ook meegenomen, al was hij al maanden uit. Lang keek ik ernaar. Vaak had ik geprobeerd te bellen vooral de 1e dagen, maar het had natuurlijk allemaal geen zin! Daarna heb ik hem maar uitgedaan, voordat hij helemaal zou uitvallen. Op de achterkant had ik streepjes gezet, van hoelang ik er al was. Het waren er al heel veel en voorlopig werden het er alleen maar meer. Ik dacht aan thuis, hoe zou het daar nu zijn? Zouden ze nog volop aan het zoeken zijn? Wanneer zou ik weer thuis zijn? Paar dagen, paar weken, maanden? Het zou een lange reis zijn, dat had Jason in ieder geval verteld. Het zou ook niet gemakkelijk worden, integendeel heel moeilijk zelfs! Wat kon ik er van verwachten en hoe zouden Micheal en Jaap reageren als ze dit merkten ? Straks vonden ze ons!
Zo piekerde ik een tijdje door, totdat Jason naar mij toe kwam en me uit mijn gedachten haalde. Hij kwam op mij af lopen. “Voorlopig kunnen we nog een stukje rijden, maar als hij weer kapot gaat moeten we lopen. Want dan kan ik hem niet maken!” Hij hielp me overeind. “Oké, op weg dan maar!” We stapten weer op de motor en reden verder.
Uren later stopten we. Ik keek om mij heen. Het was hier al aardig begroeid.
“Zou jij de motor willen verstoppen, ik moet even bellen.” Ik knikte. Daarom had hij dus de mobiel meegenomen. Ik pakte de motor over en zocht een geschikt plekje, waar ik hem kon verstoppen. De grond was hier erg onregelmatig dus ik kon gemakkelijk een kuil vinden. Ik zag een perfect plekje waar een diepe kuil zat, je zag het haast niet omdat eroverheen allerlei planten waren gegroeid. Toen ik hem verstopt had keek ik er even goedkeurend naar. Als je het niet wist, kon je het niet vinden! Ik draaide me om en liep terug. Van ver zag ik Jason praten, nerveus heen en weer lopend. Ik liep naar hem toe en toen hij me zag, gebaarde hij me dat ik stil moest zijn. Voorzichtig luisterde ik mee. Aan de andere kant van de lijn hoorde ik Micheal praten. Hij klonk heel erg kwaad.
“ Ze wou ontsnappen, maar ik ben achter haar aan gegaan.” Hoorde ik Jason zeggen. “ Ja, nu moeten we nog helemaal terug lopen. Het is een aardig eind!”
Opeens voelde ik iets langs mijn benen glibberen. Met een gil sprong ik een stuk opzij. Wat was dat?! Ik keek van mijn benen naar de plek waar ik stond. Mijn blik bleef handen op een joekel van een slang! Van wel een paar meter lang. Een rilling ging door mij heen. Ik was ondertussen wel wat gewend, maar slangen..?!
Ondertussen had Jason zich er kunnen uitpraten. Toen hij ophing keek hij me ontzettend kwaad aan. “IK ZEI DAT JE STIL MOEST ZIJN!” begon hij kwaad. Ik haalde mijn schouders op. “Kon ik er wat aan doen, dat ik schrok?!” vroeg ik geïrriteerd. “Ja! De volgende keer moet jij je smoel dichthouden! Je hebt geluk dat ik me eruit kon praten!” ging hij verder. Nu keek ik hem boos aan. Dit ging echt nergens over! Ik kon er toch niets aan doen. Ondertussen liep Jason met een vaart weg. Snel liep ik hem achterna, al leek het niet echt meer op lopen. Om hem bij te kunnen houden moest ik steeds grote stukken rennen. En met een tas volgeladen op je rug gaat rennen niet gemakkelijk! Nooit zou ik het zeggen. Ik wou laten zien dat ik het kon!
Toen ik weer een heel stuk achter liep zag ik Jason stoppen en zowaar wachtte hij op me! “Zullen we maar even een pauze inlassen?” Meer een bevel dan een vraag. Sacherijnig keek ik hem aan. “NEE, IK KAN NOG WEL EEN UUR DOORRENNEN!” snauwde ik naar hem en duwde hem opzij. “Sorry.” Hoorde ik achter me. Sorry... wat had ik daaraan als het elke keer zo zou gaan. We waren nog geeneens een dag op weg en we hadden al ruzie en dat vertelde ik hem dan ook. “Nee, niets sorry! Eerst word je boos en flip je helemaal om iets wat ik geeneens expres deed, dan loop je als een gek weg. Je kan het geeneens lopen noemen! Denk maar niet dat ik nu naar jou ga luisteren!” “Zoals ik al zei: Sorry.” “En zoals ik al zei. Wat heb ik daaraan?! Als jij van plan bent elke keer zo te doen en uiteindelijk maar sorry zegt. Ga ik wel alleen ofzo! Ik word echt gek van je.” Ik maakte me alleen maar drukker. “Jij, jij... OEH! Achterlijke gladiool!” Achter me hoorde ik Jason en lachen uitbarsten. Erg grappig vond ik het eigenlijk niet! Boos en mokkend liep ik dan ook door. Wat me door mijn boosheid niet was opgevallen was de boomstronk voor me. Nog geen seconde later lag ik languit op de grond. Ja hoor, dat kon er ook nog wel bij! Of het niet genoeg was. Nu ik toch lag kon ik ook wel even blijven liggen ook. “Gaat het?” Hoorde ik Jason boven me vragen. “Ja tuurlijk, lig graag languit op de grond.” Antwoordde ik nog steeds geïrriteerd. Twee sterke armen hezen me omhoog. “Dank je.” Mompelde ik. “Kom even zitten, dan gaan we zo wel weer door. En nogmaals sorry. Ik maak me gewoon zorgen over hoe het verder zal gaan.” Ik keek hem even bezorgd aan. Wie dacht daar niet aan? We hadden een plan, maar wat voor plan. Een stuk lopen. We wisten geeneens hoelang dat kon duren en wat ons te wachten stond! “Het is goed. Het spijt mij ook!”
We praatten nog even door en dronken een klein beetje. Niet te veel, want we hadden anders misschien niet genoeg. Toen stond Jason op en trok me overeind. “We moeten vandaag zoveel mogelijk lopen!” Ik knikte. Dat was logisch, we moesten zoveel mogelijk een voorsprong houden! We liepen naast elkaar verder. Steeds verder kwamen we in het woud, het was nu dan ook echt overal dichtgegroeid. Overal om ons heen zagen we alleen maar bomen en planten. Er was geen pad, als er een pad was liepen we er in ieder geval niet op.
Opeens hoorde ik iets. Even stond ik stil en keek om mij heen. Jason stopte en keek mij aan. “Wat is er?” “Hoorde je dat niet? Het leken wel trommels!” Vragend keek ik hem aan, maar hij schudde zijn hoofd. “ Het zit tussen je oren.” pestte hij me. Ik stak mijn tong uit en haalde mijn schouders op. Misschien had ik me dan wel vergist! We liepen een stukje door. Toen Jason opeens stopte en ik tegen hem opbotste. Hij keek om en grinnikte even. “Wat doe jij nou?” vragend keek ik hem aan,terwijl ik ondertussen over mijn hoofd wreef. “Ik hoorde het nu ook!” “Het zit tussen je oren.” Gaf ik als antwoord. “Niet grappig.” “Vond ik eigenlijk wel. Eigen schuld!” bestraffend keek ik hem aan. “Zullen we eropaf gaan? Nu ben ik wel nieuwsgierig wat het is. We zijn nu toch al wel ver genoeg, toch?” Duidelijk was Jason ook nieuwsgierig want hij knikte meteen instemmend.
We liepen op het geluid af. Nu hoorden we het heel goed, maar het waren niet alleen trommels. Er was gezang bij en wat voor! We keken elkaar even aan en slopen voorzichtig verder. Achter een paar struiken gingen we zitten. Door de struiken heen keken we naar een open plek waar allerlei mensen zaten. Een paar waren aan het dansen en zingen en anderen waren op de trommels bezig. We bleven een tijdje kijken. Er kwamen nog meer mensen aanlopen, maar ze hadden iets bij zich wat ze mee sleepten. Ik keek ernaar en zag toen dat het een koe was. Wat een zielig beest die zou wel dood gaan. De poten waren aan elkaar gebonden. Ze legden haar in het midden van de kring en een man, die duidelijk de leider was, pakte een soort van mes. Wel een hele grote!
Jason wou me meetrekken, maar ik maakte me los en bleef kijken. Hij draaide met zijn ogen en bleef ook maar zitten.
De mensen in de kring praatten even met elkaar en keken toen weer geboeid naar de man. Hij hefde zijn hand op en liet hem met een klap vallen. Geschrokken bleef ik staren, net op tijd had ik een gil kunnen onderdrukken. Misselijk werd ik ervan. Het bloed stroomde uit de koe.
Nu pakte Jason me goed vast en trok me mee. We liepen weg, maar Jason maakte een misstap en kwam op de grond terecht. We waren wel lekker bezig zeg! Ik trok Jason overeind. “Gaat het?” vragend keek ik hem aan. Hij knikte. “Dank je.” Ik knipoogde even en keek hem even aan.
We stonden dicht tegenover elkaar. Hij kwam wat dichterbij....onze lippen raakten elkaar haast. Tot we merkten dat de mensen het duidelijk ook hadden gehoord, want alles was gestopt. Het gezang, de trommels en we hoorden de mensen iets in een andere taal naar elkaar schreeuwen. “Rennen!” siste Jason en we renden snel weg. Onze tassen achterlatend. We hoorden de mensen achter ons. Zo hard mogelijk renden we verder. Ze begonnen ons in te halen, dat hadden we allebei door. We redden het niet! Schoot het door mij heen. Ze konden veel harder rennen! In de verte zagen we een beek lopen. Misschien konden ze wel niet zwemmen, dit was onze kans! “Jason, een beek. Daar moeten we heen!” Schreeuwde ik naar hem. Hij knikte, zonder te weten waarom we daarheen gingen. Nog een paar meter en we waren er. Opeens stonden de achtervolgers voor ons. We draaiden ons snel om, maar we waren al omsingeld. Geschrokken keek ik Jason aan. Dit was niet goed!
Een van de mannen kwam naar voren en zei iets in een andere taal tegen ons. We snapten er allebei niets van en haalde onze schouders op. De man draaide zich om naar een paar mannen en zei iets tegen hen. Toen kwamen ze naar voren en duwden ons een stukje vooruit. Blijkbaar moesten we gaan lopen en liepen maar mee. Allebei durfden we niets te zeggen. We gingen niet naar de open plek waar we net hadden staan kijken, maar gingen een andere kant uit. We liepen in het midden van de kring. Jason pakte mijn hand en kneep er even in. Ik keek hem aan en hij glimlachte even bemoedigend. Het zou wel goed komen. Dat hoopte ik tenminste maar.
Na een paar uur lopen kwamen we in het kamp aan. Hier waren ook vrouwen en kinderen. Ze zagen er hier anders uit. Dat was ik ondertussen al wel gewend. Ik keek naar de vrouwen, ze hadden allerlei vage dingen om zich heen en in hun oren. Niemand had ook lang haar, allemaal was het heel kort.
Iedereen staarden ons aan. De mannen zeiden iets en een paar vrouwen kwamen naar voren uit de groep en trokken mij mee. Nog steeds had ik de hand van Jason vast en was ook niet van plan om los te laten! Ik raakte een beetje in paniek en keek Jason bang aan. “Ze zullen vast niets doen, echt! Het komt wel goed. Als ze iets ergs zouden doen, zouden ze ons wel meteen in een hokje stoppen!” Ik knikte “ Oké, pas goed op jezelf en niet zonder mij weggaan hè!” “Tuurlijk niet, ik zal op mezelf passen en ga echt niet zonder jou weg!” Ik liet zijn hand los en de vrouwen namen mij mee. Nog even keek ik achterom. Een vrouw zag het en zei iets in een andere taal tegen me, terwijl ik het niet verstond snapte ik wel dat het goed zou komen. Dat merkte ik uit haar houding. Ik knikte even glimlachend en zuchtte opgelucht. Ze zouden niet zomaar iets doen, dat was wel duidelijk! Ze namen me mee naar een hut.
Daar deden ze allemaal een beetje raar tegen me. Ze zaten door mijn tassen te rommelen en een beetje aan mijn kleren te trekken en te voelen. Na een tijdje maakten ze me duidelijk waar ik ging slapen voor vannacht, we sliepen gewoon met zijn allen in een grote ruimte.
Na een paar uur toen ze me alles hadden laten zien, gingen we naar buiten. Daar zag ik Jason staan met een van de mannen. De man wou zo te zien iets duidelijk maken aan Jason. Toen ze me zagen, wees de man naar me, Jason snapte het niet en haalde zijn schouders op. De man dacht even na en liep toen maar weg. Ik ging naar Jason toe. “Hey, hoe gaat het?” Vroeg ik hem. Hij glimlachte. “Ja, goed. Het was niet zo erg als we dachten hè?! Ze waren helemaal niets van plan. Ik heb ze er net geprobeerd uit te leggen wat we aan het doen waren en volgens mij snapten ze het.” Ik glimlachte en keek naar Jason. Eigenlijk was hij wel heel leuk! “mooi zo.” Zei ik en ging verder. “Wat keken jullie trouwens net? Als ik het niet verkeer heb keken jullie naar mij!” vragend keek ik hem aan. Jason haalde zijn schouders op. “Ik weet het niet. Hij wou iets uit leggen en wees toen naar jou, maar ik zou het weten waar het over ging.” “oh, oké. Het zal dan wel!” Een paar mensen kwamen op ons af lopen en namen ons mee naar een kring, waar iedereen al zat. Ik ging naast Jason zitten en aan de andere kant zat de man die net met Jason aan het praten was. Aan de kant van Jason zat een vrouw. De vrouw probeerde duidelijk Jason te versieren, het zag er grappig uit! Ze was ontzettend dom bezig. Ik keek even om mij heen, de mensen leken hier heel gelukkig, zonder allerlei spullen! Na een tijdje keek ik weer naar Jason en de vrouw, de vrouw was nog steeds bezig en ik begon me eraan te ergeren. Pff, net of Jason haar leuk zou vinden! Het sloeg echt nergens op. Toch voelde ik een steek van jaloezie door mij heen gaan, maar gauw probeerde ik het weg te drukken. Ik had een soort van nee gezegd, dus ik moest ook niet zo raar doen en sowieso zou het niet kunnen, want wij moesten binnenkort doorreizen!
Mijn aandacht werd opeens getrokken door de man naast me die overdreven begon te zingen en te dansen. Jason keek ook op, net als de rest. Iemand begon muziek te spelen en de man galmde door. Opeens stond de man voor me stil en keek me aandachtig aan, toen ging hij weer zitten. Iedereen keek mij opeens aan. wat wouden ze van me? Wat deden ze nou allemaal raar, ik was niet diegene die zo vaag ging dansen! Toen er niets gebeurde gingen de mensen door met waarmee ze bezig waren. Ik vond het maar raar, hoe ze deden. Misschien was het de bedoeling dat ik ook wat deed, maar ik zou geeneens weten wat ik moest doen! Jason keek mij aan. “Ik weet niet wat hij aan het doen was, maar het was duidelijk voor jou!” Ik keek Jason even aan. "Zou best kunnen, maar voor mij hoefde hij niet zo achterlijk te dansen!"grinnikte ik. "Het zag er echt niet uit!" Antwoordde Jason. Het was al erg laat toen we allebei onze slaapplaatsen op zochten. We stonden nog even buiten te praten. "Nou, slaap lekker dan maar! En tot morgen." Even keek ik naar Jason. "Ja, jij ook." Snel gaf hij me een kus op mijn wang." Ik glimlachte even. "Je weet maar nooit! Straks deed die man wat als hij dit zag." antwoordde hij en liep weg naar zijn hut.
Ik grinnikte even en ging toen ook naar de mijne en plofte daar op mijn bed. Al snel viel ik in een diepe slaap.
Het zou toch wel goed komen? Het moest goed komen, het moest gewoon! Snel rende ik door het bos. Waar was Jason nou gebleven? Ze zaten achterons aan! Micheal mocht ons niet meer te pakken krijgen. Het mocht niet. We zouden er dan niet leven meer weg komen!
Met een schok werd ik wakker. Wat was dat een nare droom! Ik zuchtte even diep en stond op. Hoe laat zou het zijn? Het was in ieder geval licht, dus dan was het vast al morgen! Ik rekte mij even uit en liep naar buiten. Een paar mensen waren al bezig, zoekend keek ik om mij heen. Waar zou Jason zijn?
In gedachten verzonken slenterde ik langzaam door. "Hey!"Geschrokken keek ik om in de ogen van Jason. "Je hoeft niet van me te schrikken!" Ik glimlachte " Was even in gedachten en hoorde je niet aankomen!" Gaf ik als onnodig uitleg. Hij ging naast me lopen. "Lekker geslapen?" Vragend keek hij me aan. "Nee." Antwoordde ik een beetje verlegen. "Ik ook niet." Nu keek ik hem vragend aan. "Ik droomde over allerlei vage dingen." Zei hij alleen. "Ik droomde dat jij weg was en dat Micheal achter ons aan zat." Een beetje beschaamd keek ik naar de grond. "Gelukkig is dat niet zo." Was weer het simpele antwoord. "Ik ben niet zo snel weg te slaan!" "Mooi zo!" Antwoordde ik tevreden. We zagen een omgevallen boom en automatisch liepen we beiden erop af en gingen zitten. De boomstam was niet echt stevig en toen we er allebei tegelijk op gingen zitten zakte hij door. Met een plof belanden we samen op de grond. Geschrokken keek ik Jason aan en schoot toen in de lach. Het moest er vast stom uit hebben gezien! Hier lagen we dan op de grond half over elkaar heen. Eigenlijk lag ik wel best en was ik niet van plan om op te staan. Jason dacht blijkbaar hetzelfde, want ook hij stond niet op. Ik ging zitten en keek even om mij heen, de ogen van Jason te vermijden die me de hele tijd al aankeek.
Dit lukte niet en na een tijdje keek ik hem toch aan. Langzaam ging hij ook zitten en trok me naar hem toe. Onze lippen raakte elkaar. Opeens was er een harde schreeuw. Tegelijk sprongen we op en keken om ons heen. Daar stonden een paar mannen ontzettend boos te kijken naar ons. “Wat hebben wij gedaan?” fluisterde ik geschrokken naar Jason. “Ik denk dat ze het niet leuk vinden, dat wij daar samen lagen.” Was zijn droge commentaar. “Moeten we weg rennen of blijven staan?” Vroeg ik weer fluisterend. “We moeten onze spullen wel hebben denk ik. Dat ligt nog op een hoopje waar gister het kampvuur was.” “Midden in het kamp dus.” Concludeerde ik. Toen ze op ons af kwamen lopen renden we snel om hen heen naar het midden van de kamp. We raapten snel onze spullen op en probeerden zo snel mogelijk weg te komen! We renden verder, door de hutten door. Ik rende voorop en Jason achter me aan. Opeens stonden de mannen van deze stam voor ons. We draaiden ons snel om, maar zij waren te snel en stonden nu om ons heen. Jason en ik keken elkaar aan. Wat moesten we nu? Ze riepen iets naar elkaar, ik glimlachte even. Het hielp niet echt, want de man die voor me gedanst had keek kwaad en niet zo’n beetje ook! We werden meegenomen naar een klein hutje en ze duwden ons erin, daar maakten ze ons vast en gingen weg. “Dit is niet goed.” Zei ik na een tijdje. Jason keek mij aan. “ Ik heb een idee.” Verwachtingsvol keek ik hem aan. “Nou, eigenlijk is het niet echt een plan, maar we moeten iets proberen. Ik ga jou losmaken. In de tas zit een mes.” Ik keek naar de tas bij mijn voeten en probeerde met mijn voeten de tas te pakken te krijgen. Uiteindelijk had ik hem en schoof hem naar Jason. Hij kon er met moeite in en pakte de mes. Voorzichtig bracht hij hem naar mijn handen, even was ik bang dat hij mijn polsen zou raken maar gelukkig ging het goed. Toen mijn handen los waren, maakte ik snel mijn voeten ook los. Daarna maakte ik Jason los. “We moeten zo weer heel hard gaan rennen!” “Ja, dat snap ik ook wel.” Antwoordde ik geïrriteerd en een beetje zenuwachtig. Hij duwde me zachtjes naar de opening. Daar zette we het weer op een sprintten. “Rennen, sneller! Ze komen weer achter ons aan!” hoorde ik Jason weer schreeuwen. Ik rende sneller en lette niet meer op wat er om mij heen gebeurde. Ik kwam bij het bos aan en rende verder. Hijgend stopte ik na een tijdje en keek om mij heen. “Jason?” verward keek ik om mij heen. “Jason!” riep ik nog een keer. Er kwam geen gehoor. Ik begon een stuk terug te lopen. Waar was hij? Hij rende toch achter me! Hij moest gepakt zijn, dat moest gewoon! Snel begon ik terug te lopen. Opeens zag ik een groepje mannen staan, die waren van de stam waar we waren. Snel bukte ik en gluurde door de bosjes, om te zien wat ze aan het doen waren. Ze keken naar iets op de grond. Ik keek wat beter en toen zag ik het.
Het was Jason! Een rilling ging door mij heen. Hij bewoog niet! Wat was er gebeurd? Waarom bewoog hij niet?! Wat hebben ze gedaan.
Ze stonden op en liepen weg. Ik ging snel naar Jason en legde hem op zijn zij. Ik had ooit een keer geleerd dat je mensen op hun zij moesten leggen, als ze bewusteloos waren. Ik hoopte maar dat Jason ook bewusteloos was...
Ik zag zijn buik op en neer gaan. Gelukkig hij leefde in ieder geval nog! Opgelucht zuchtte ik een keer.
Opeens zag ik op zijn hoofd een bult waar bloed uitstroomde. Snel pakte ik een T-shirt uit de tas die we de hele tijd hadden meegesleept. Ik scheurde het in reepjes en verbond zijn hoofd, zo goed mogelijk. We waren al een stuk verwijdert van het kamp, gelukkig maar. Straks waren ze weer terug gekomen, maar nu zouden ze het niet snel doen. Gelukkig niet!
Ik pakte nog meer spullen uit de tas, een paar truien legde ik over Jason heen. Zo werd hij in ieder geval niet heel koud, aangezien het alweer kouder werd.
We hadden ook een touw in de tas gedaan, waar ik nu heel blij mee was. Ik haalde het eruit en zocht wat takken bij elkaar. Zo probeerde ik tussen wat bomen een soort van dak te maken. Ik was er een hele tijd mee bezig, maar uiteindelijk was ik dik tevreden met het resultaat. Hierna ging ik eten zoeken. We hadden nog wel wat meegenomen, maar dat wilde ik liever niet meteen opmaken, terwijl er hier ook nog genoeg was. Ik legde alles onder het “dak”. Eigenlijk vroeg ik me af waarom ik een dak had gemaakt, want op zich was het helemaal niet nodig. Misschien omdat ik me dan veiliger voelde. Ik ging naast Jason zitten en keek even naar hem. Toen pakte ik zijn hand en ging bij hem liggen. Even uitrusten kon geen kwaad. Snel kon ik niet in slaap komen, het was ondertussen ontzettend koud geworden en ik had alle truien en de enige deken over Jason heen gedaan. Ik liet Jason zijn hand los en draaide me een paar keer om. De slaap wou alleen echt niet komen.
Toen voelde ik opeens de deken over me heen die ik net over Jason had gedaan. Snel draaide ik me om en keek recht in het gezicht van Jason.
“Jason!” Hij glimlachte wat zwakjes. “Het gaat wel.” Antwoordde hij als eerste. Ik schudde mijn hoofd en keek hem nog altijd blij aan. “Ik schrok zo toen ik je zag liggen!” Ik liet hem wat drinken en dronk zelf ook wat. Eten hoefden we beide nog niet. Na het drinken ging ik weer naast hem liggen. Terwijl Jason net de deken over me had gedaan, toch had ik het nog koud. “Kom, als we tegen elkaar aan gaan liggen krijgen we het allebei warmer.” Even keek ik verontwaardigd, maar toen ik Jason zag snapte ik dat hij er echt niets mee bedoelde. Zou ook sowieso niet kunnen in zijn conditie. Ik ging tegen hem aanliggen en hij deed zijn arm om mij heen.
“Helpt het een beetje?” Ik knikte.
“Mooi.”
“Jason?”
“Ja?”
“Nee, nee laat maar.”
“Nee wat is er?”
“Ik weet niet.”
“Probeer het te zeggen.”
“Ik schrok gewoon zo toen je daar lag.” Ik draaide me om en keek Jason aan.
Hij glimlachte even. “Maar gelukkig is alles goed nu.”
“Gelukkig wel, maar wat ik wou zeggen is...” Ik bleef even stil. Ik durfde het niet goed te zeggen.
“Ik snap het.” Antwoordde hij om me te helpen.
“Maar wat als we terug in Nederland zijn? Als we daar ooit nog komen..”
“Natuurlijk komen we in Nederland. We zien het dan wel weer, goed?”
“Oké..” Ik kroop nog wat dichter tegen hem aan en zuchtte opgelucht. Zo het was eruit.
“Slaap lekker”
“Jij ook.”
Al snel viel ik in slaap. Sinds tijden sliep ik rustig en diep. Toen ik de volgende morgen wakker werd, wist ik ook niet meer wat ik droomde.
Even rekte ik me uit en stond toen op. Jason sliep nog en ik liet hem ook nog maar even lekker slapen. We hadden nog helemaal niet afgesproken over hoe het verder zou gaan. Jason zou vast nog niet volop kunnen lopen, maar misschien konden we in ieder geval een stuk lopen. Dan waren we tenminste wat verder weg van dat kamp en was ik wat rustiger.
Zo was ik even in gedachten totdat Jason me eruit haalde. Hij was rekte zich uit en ik glimlachte even.
“Goeie morgen, lekker geslapen?” vragend keek ik hem aan.
“Ja, heel goed! Al zat jij een paar keer te praten in je slaap.”
“Hm, volgens mij doe ik dat vaker!”
Ondertussen was Jason ook op gestaan. Hij pakte wat fruit en ging naast me zitten.
Even was het stil en toen keek hij me aan.
“Hoe gaan we het nu verder doen?”
“Het gaat nu om jou, of jij iets kan doen.”
Weer was het even stil, allebei in onze eigen gedachten.
“We gaan wel verder. Ik zie het vanzelf wel als het toch niet meer gaat.”
Ik knikte. “Dan maar zo snel mogelijk.”
Snel aten we ons fruit en stonden erna op. Pakten de spullen wat we weer mee moesten nemen en stopten het in onze tassen. Zonder dat Jason het wist deed ik meer in mijn tas. Als hij het wist wou hij het waarschijnlijk niet, maar voor hem was het al zwaarder om nu te gaan lopen. Ik keek naar zijn hoofd waar het bloed door zijn verband waren gegaan. Ik pakte uit de tas de andere repen die ik er de dag ervoor in had gedaan en legde het naast me neer. Toen stopte ik de rest van de spullen erin en liep met het verband naar Jason.
“Je moet even nieuw verband om je hoofd, deze is ontzettend smerig geworden.”
Zonder wat te zeggen ging hij zitten. Ik haalde het verband van zijn hoofd en keek naar de wond. Het zag er allemaal niet heel fris uit, maar ik durfde het ook niet schoon te maken. Toch deed ik het maar even. Ik pakte een van de reepjes en doopte het in het kannetje water. Toen depte ik voorzichtig zijn wond schoon. Hierna verbond ik het weer zorgvuldig. “Zo, je kan er weer even mee door.” Zei ik tevreden.
Hij stond op. “Dan gaan we nu verder.”
“Hey! Een bedankje of een kus kan er toch ook wel af?!”
Ik keek wachtend naar hem op.
“Natuurlijk kan dat!”
Hij gaf me een zoen op mijn neus en even keek ik hem verontwaardigd aan. Hij lachte en pakte zijn tas.
“Nou kom je nog?”
“Jaja” mompelde ik en pakte mijn tas. Hij wachtte op mij en liepen toen naast elkaar verder.
Wat een vent was het ook zeg. In gedachten schudde ik mijn hoofd.
Een uurtje later zag ik aan Jason dat hij het moeilijk kreeg.
“Zullen we even stoppen?” vroeg ik.
Hij keek me aan. “Ik kan nog wel een tijdje door.”
Ik draaide met mijn ogen. Ja, hij kon nog heel lang door. Daarom was hij er bij gaan zitten, toen hij het zei. Maar dat zei ik niet tegen hem, want dan zou hij het toch ontkennen, mannen!
“Ja, misschien kan jij nog wel door, maar ik niet!” Antwoordde ik in plaats daarvan.
“Hm, oké dan gaan we uitrusten.”
“Mooi!” Ik legde mijn tas op de grond en keek om mij heen. Volgens mij hoorde ik iets, maar wat?!
“Hoor jij dat ook?” vroeg ik aan Jason.
“Wat moet ik horen dan?” Vragend keek hij me aan.
“Het klinkt als stromend water ofzoiets.”
Ik stond op en liep de richting op vanwaar ik het geluid hoorde. Steeds harder klonk het en op een gegeven moment was het zo hard dat je elkaar niet meer zou verstaan.
Vlak voor me was een waterval. Ik keek er een tijdje na, het zag er super mooi uit! Het was niet echt een grote waterval, maar zeker ook niet klein. Ik had het wel eens op de tv gezien, het was dan op zich wel mooi, maar meer ook niet. Dit zag er echt super uit! Na een tijdje ging ik snel terug naar Jason.
“Jason, ga je mee? een stuk verderop is een waterval en daar kunnen we dan meteen onze kleren wassen.” Hij knikte en we pakten onze spullen.
We liepen verder dan de waterval, zo hadden we ook geen last van al dat geluid en konden we elkaar tenminste normaal verstaan. Ik keek naar het water. Eigenlijk zou ik me wel willen wassen, maar ik had niets mee. Ik zou het natuurlijk in mijn kleren kunnen doen. Dat moest ook wel een keer gewassen worden. Bedachtzaam keek ik naar het water en naar Jason. Aan de andere kant was ik zeker niet van plan om zonder kleren te gaan zwemmen. Dan zou ik ze wel makkelijker kunnen wassen. Als ik ze aan zou houden zou het echt niet veel schoner worden.
Toen bedacht ik me iets. Ik pakte de tas en haalde er een lange T-shirt uit. Snel verkleedde ik me en pakte de kleren die ik de hele tijd aan had gehad. Snel boende ik de kleren en legde het daarna te droog, hierna sprong ik in het water. Het was heerlijk om even te zwemmen en zelf schoon te worden. Ik ging liggen en liet me meedrijven op het water. Zo lag ik er een tijdje.
Opeens voelde ik hoe ik onder water werd getrokken. “HEE!” Snel zwom ik weer naar het oppervlak en keek recht in het lachende gezicht van Jason.
“Jij!” Ik sprong boven op hem en duwde hem onder water, toch wel een beetje voorzichtig voor zijn hoofd. Snel zwom ik weg voordat hij me weer kon pakken.
Zo ging het een tijdje door tot we het zat waren en we op de kant lagen te zonnen.
We waren daar 2 dagen gebleven. Zo kon Jason ook weer uitrusten voordat we weer verder konden gaan, maar na 2 dagen moesten we echt weer verder. We liepen al vet achter, omdat we bij die stam hadden gezeten.
Alle spullen hadden we al ingepakt en we gingen op weg.
Onderweg begon ik een liedje te zingen. Een heel bekend kinderliedje:
“In het bos, in het bos,
wonen indianen,
ze eten niet,
ze drinken niet,
maar schieten met bananen.
toemba toemba toemba toemba toemba toem-ba”
Even deed ik er een raar dansje bij en liep Jason toen snel achterna.
Jason keek me lachend aan. “Jij bent echt achterlijk! Weet je dat?” “Jaaa!! Kan ik er wat aan doen. Heb ik op school geleerd!” antwoordde ik vrolijk en zong verder.
“In het bos, in het bos
wonen indianen,
ze weten niet wat pijlen zijn
en schieten met bananen.
toemba toemba toemba toemba toemba toem-ba”
De tijd ging snel voorbij, we waren alweer 2 uur verder toen ik een geluid hoorde. “Hoor je dat? Dat lijkt wel een auto!” Snel holde ik naar de plek waar het geluid vandaan kwam. Jason schreeuwend achterlatend. “STOP!” hoorde ik hem roepen, maar luisterde er niet naar en rende verder. “We kunnen liften!” riep ik over mijn schouder en rende door.
“Nee!” Hij begon me in te halen. “Straks zijn het de ontvoerders! Het is hier altijd zo verlaten als wat!” Net voordat ik bij de weg was had hij mij ingehaald en was ik gestopt. “Dat zou wel heel toevallig zijn!” hijgde ik. “Je weet het maar nooit!” Op dat moment kwam er een auto langsrijden, waar een vrouw in zat. Kwaad keek ik hem aan. “Ontvoerders?” Zuchtend schudde ik mijn hoofd. “Nou ja het had gekund.” Zei ik maar voordat hij zich nog rot ging voelen. “Misschien komen er wel nog meer auto’s langs.” Probeerde hij me op te vrolijken. “Net zei je nog dat hier amper verkeer kwam.” Even was het stil en toen ging ik verder. “Zullen we dan maar verder lopen langs de weg in de bosjes, dan kunnen we het altijd nog proberen.” Jason stemde in en we liepen verder. Hopend dat er snel weer een auto langskwam.
We liepen door en door. Soms namen we een hele kleine pauze, maar nooit lang. De hele tijd kwam er geen auto langs. Volgens mij was het de stilste weg in heel Afrika ofzo! Het zou natuurlijk ook kunnen komen door ons, want zoals vaker als je iets wil, is het er niet of kan het niet of zoals nu dan,komt er niets langs rijden.
Na een tijdje viel er een boom in het bijzonder bij mij op. Ik draaide me om naar Jason “Die boom daar is aardig hoog en volgens mij kan je er makkelijk in klimmen. Denk je dat we vanaf daar wat zouden zien?” Nadenkend keek hij naar de boom en zei uiteindelijk “Ja, we kunnen het altijd proberen.”
Even later zat hij in de boom. Eigenlijk was het wel heel erg hoog en hij zat al bijna bovenin, als hij maar niet viel! “Doe wel voorzichtig hè!” Riep ik naar hem. Hij riep iets terug wat ik niet verstond, maar het zou wel ja betekenen. Maar nog geen minuut later ging het mis en gleed hij uit. “Jason!” Gilde ik geschrokken.
Net op tijd hield hij zich vast aan de tak, waar hij op stond. Opgelucht haalde ik adem.
“Ik vind het niet erg hoor, als je naar beneden wil komen!” riep ik naar boven, in de hoop dat hij kwam.
“Nee hoor, het lukt alweer. Er is niets aan de hand!” Hij klom de laatste paar meters naar boven. Ik zuchtte even diep en bleef kijken hoe hij naar boven klom.
Nu was hij op het hoogste punt, waar hij zou kunnen komen en ik zag hem om zich heen kijken. Even later bleef hij naar een punt kijken.
Opeens hoorde ik gerommel. “Een auto! Zal ik hem tegenhouden?” gilde ik naar boven, waar Jason al op de terugweg was. “Nee.” Riep hij terug naar mij.
“Wat nee?!” riep ik geërgerd weer terug.
Waarom nou weer niet? Dacht ik bij mezelf. Ik kreeg een beetje het gevoel of we alles volgens zijn plan moesten doen en ik niet zomaar dingen kon doen, want dat zat niet in zijn plan.
Mokkend keek ik door de struiken naar de weg, waar de auto langs kwam rijden. Nu sprong Jason uit de boom en kwam boos op mij afgelopen, ik draaide me om en keek hem aan. “Waarom....?” wou ik net beginnen. “WAAROM HIELD JE HEM NIET TEGEN!” Schreeuwde hij tegen mij. “Nou uh, misschien omdat jij nee riep?” Verbaasd keek ik hem aan. Waarom schreeuwde hij zo? Hij zei dat ik het niet moest doen.
“NEE! IK RIEP NEE, OM WAT JIJ RIEP!”
“Ja, verstond je dan wel wat ik riep? Blijkbaar niet dus.” Antwoordde ik nog steeds rustig en draaide even met mijn ogen. Toen keek ik Jason weer aan die zich steeds erger kwaad maakte. Ik zag het wel, maar vond het erg overdreven, want het was niet mijn fout.
“Jij stomme achterlijke trut! Ik wou echt dat ik je had achtergelaten daar. Je loopt alleen maar in de weg en je bent ontzettend, irritante snol die niets kan hebben!”
Met grote ogen keek ik hem aan. Zo had ik hem nog nooit gezien en waar sloeg het op? Ja, hij zou gelijk hebben in het begin, maar nu! Ik was allang blij dat ik daar weg was en heb echt niet alleen maar lopen zeuren.
Zou hij dit de hele tijd al gevonden hebben ofzo? Aangezien hij na die avond niet echt erg liet blijken dat hij me leuk vond. Ik dacht dat het kwam door de reis, maar blijkbaar niet dus. Gelukkig maar was het niet zo, daar was ik in ieder geval blij om nu!
Die gedachten flitsten in een paar seconden voorbij.
Toen keek ik hem kwaad aan.
“PARDON?!” “Ik loop inderdaad alleen maar te zeiken en jaa ik ben ook een snol, denk alleen maar aan mijn haar en nagels moeten ook gedaan worden!” ratelde ik boos en schreeuwde verder.
“Ik weet niet hoor maar de hele reis heb ik niet lopen zeiken hoor, dus JIJ moet je grote smoel houden. En dan nog iets: IK ben BLIJ dat het niets is geworden tussen ons dan die avond, Want NU ken ik je echt! Donder toch een end op!” Laaiend liep ik weg, de kant op die we de hele tijd opgingen. “Stomme idioot.” Mompelde ik.
“ Jij stomme achterlijke trut.” Deed ik hem na en mompelde erachteraan: “Steek het maar op een plek, waar de zon niet schijn! Wie vind hier zichzelf nou zo goed? Jij bent egoïstisch. Ik doe alles fout.” Kwaad liep ik door zonder op te letten. Bijna viel ik nog, maar gelukkig ging het net op tijd goed. Snel keek ik om mij heen of ik Jason niet zag en liep toen snel door en lette wat beter op.
Toen ik al een tijdje gelopen had en het alweer schemerig werd viel me opeens op dat de bomen hier een stuk minder op elkaar stonden. Het was allemaal wat minder begroeid. Toen ik om mij heen keek, zag ik Jason nergens. Eigenlijk vond ik dat ook helemaal niet erg! Wat me opviel was dat het een stuk verder op echt al kaal werd. Toen ik nog een kwartiertje gelopen had was het amper meer begroeid en het was al donker geworden. Opeens viel me iets donkers op in de verte, het was heel groot. Je zou er niet langsheen kunnen. Langzaam liep ik erop af, ondertussen lette ik goed op. Je wist maar nooit wat het was. Toen ik een stuk dichterbij was, zuchtte ik diep. Ja hoor, dat kon er ook nog wel bij. Het was een ravijn. Er was een hele smalle brug waar je overheen kon, maar het zag er niet stevig uit. Ik vroeg me af waar de auto’s dan heen gingen, want die moesten er toch over? Maar de autoweg was al een tijdje verdwenen, gewoon opeens gestopt! De auto’s moesten toch ergens heen? Misschien er langs? Maar hoever zou dat zijn? Waarschijnlijk liep dit nog veel langer door dan ik dacht, er zou misschien een betere overgang kunnen zijn, maar dan moest ik er nog overheen en dat wou ik juist niet. Waarom had ik nou zo erg hoogtevrees!
Een tijdje piekerde ik erover, maar uiteindelijk besloot ik maar eerst te overnachten en dan pas te gaan kijken wat ik moest doen. Toen haalde ik een paar truien waarop ik ging liggen, Jason had de deken meegenomen, dus die had ik niet hier. Ik ging bij een zielig boompje liggen, want in de open lucht voelde ik me toch een stuk minder fijn. Nu nog steeds niet, maar het ging om het idee.
Ik stond op en ging wat hout sprokkelen, zodat ik een vuurtje kon maken. Een paar zielige takken legde ik op een hoop en pakte een aansteker uit de tas. Een paar keer probeerde ik de aansteker aan te doen, maar elke keer vloog het vlammetje uit door de wind. Na een tijdje was ik wanhopig en stopte maar. Opeens viel het me op dat een stuk verderop wel een kampvuurtje was. Dat was natuurlijk Jason, waarom lukte het hem wel en mij niet! Boos staarde ik naar me kampvuurtje, net of het nu wel zou gaan branden. Opeens hoorde ik geluid naast me. Snel sprong ik op en keek naast me, daar stond Jason.
“Lukt het?” vroeg hij voorzichtig.
“Wat gaat jou dat aan?” boos keek ik hem aan.
“Niet veel, maar ik dacht misschien dat ik je kon helpen.” Antwoordde hij weer.
“Ik heb jou niet nodig, dus ga maar weg!” boos ging ik zitten met de rug naar hem toe.
“Als je me nodig mag hebben, zit ik een stuk verderop. Je kan altijd komen.”
“Ben je er nou nog steeds?! Ik dacht dat je weg was.” Praatte ik erdoorheen zonder hem aan te kijken.
Ik hoorde dat hij wegliep en zuchtte even diep. Nu moest ik het al helemaal nog een keer proberen. Eindelijk lukte het en keek ik blij naar het vuurtje. Eindelijk kon ik even gaan liggen. De slaap wou alleen niet komen, zodra ik een geluid hoorde schrok ik weer op. Graag wou ik naar Jason, maar ik wou het nu niet doen. Hij deed ongelofelijk dom vanmiddag en wou niet toegeven dat ik hem toch nodig had. Na een tijdje maakte ik me vuurtje uit, dat toch al bijna uit was en liep langzaam naar Jason toe. Nadenkend over wat ik wou gaan zeggen liep ik door. Toen ik bij hem aankwam keek hij op. Ik wou wat zeggen, maar deed mijn mond weer dicht. Het was eigenlijk gewoon belachelijk dat ik moest beginnen. Hij was zo achterlijk bezig vanmiddag. Hij keek mij nog steeds aan en ik zag dat hij wat verlegen was. Ik ging zitten bij het vuurtje en staarde erna. De stilte begon erg irritant en ongemakkelijk te worden.
“Het spijt me van vanmiddag.” Hoorde ik hem naast me zeggen.
”Dat is je geraden ook.” Ik keek hem aan. Nog steeds was ik kwaad, maar toch niet meer zo erg als vanmiddag.
“Ik snap dat je boos bent. Het was helemaal niet eerlijk en het sloeg nergens op.” Hij wachtte totdat ik wat ging zeggen, wat ik niet deed. Hij moest het maar even moeilijk krijgen, dat had hij verdiend. Uiteindelijk ging hij door.
“Het was vanmiddag mijn schuld dat je de auto niet stopte. Ik baalde ontzettend dat we die auto niet hadden laten stoppen. Het was de enige in tijden en anders waren we er nu al geweest, als hij gestopt was tenminste. Alles wat ik zei sloeg nergens op, echt nergens. Je loopt helemaal niet in de weg, je helpt hartstikke goed. Je zeurt nooit, terwijl je toch wat anders gewend bent en dat je irritant bent en je niks kan hebben slaat ook nergens op!” Hij stopte zijn verhaal en nog even was het stil. Ik dacht erover na en keek hem toen aan. “Het was erg gemeen van je, misschien heb je wel gelijk... Maar toch had je het niet mogen zeggen!” Dat laatste zei ik er snel en boos achteraan. “Ik heb niet gelijk, het sloeg echt nergens op en het spijt me echt!” “Ik weet ook wel dat het nergens op sloeg, ik wou alleen weten of je het echt meende.” Ik zag dat hij zijn glimlach snel verborg. Hij had dus door dat ik er toch over had lopen piekeren. Het sloeg ook nergens op wat ik als laatste zei en ging toen maar snel door en eroverheen: “Het zal dan wel goed zijn denk ik.” Ik haalde mijn schouders ondertussen op. Jason trok zijn wenkbrauw op en ging naast me zitten. “Ik meende het echt dat het nergens op sloeg, dus je hoeft je niet zorgen te maken of het wel zo is.” Waarom had hij me toch altijd weer door?! “Ik weet heus wel hoor dat het nergens op sloeg.” Antwoordde ik geïrriteerd en keek naar het vuur. In mijn ooghoeken zag ik wel dat Jason het niet makkelijk had, maar dat was een keertje goed ook. Eigen schuld! Na een tijdje pakte ik wat te eten dat ik nog in mijn tas had. “Oké, het is echt goed. Ik was net gewoon nog steeds geïrriteerd. Al helemaal dat jij meteen door had dat ik erover piekerde.” Dat laatste zei ik wat zachter. Hij glimlachte en schudde zijn hoofd. “Jij moet niet te veel nadenken daarover. Als ik zeg dat het nergens op slaat. Slaat het ook nergens op.” Ik knikte en gaf hem wat eten. Weer was het stil, maar nu was het niet erg.
Na een tijdje toch nog even gepraat te hebben, gingen we maar eens slapen. We legden de kleren op de grond, zodat we erop konden liggen en deden de deken over ons heen.
“Slaap lekker.” Hoorde ik Jason naast me zeggen.
“Jij ook.” Antwoordde ik en al snel viel ik in een droomloze slaap.
De volgende morgen was ik pas laat wakker. Jason was zo te zien al op gestaan. Toen ik naast me keek lag er wat te eten en ik glimlachte. Hij was toch wel heel erg lief! Nadat ik het op had stond ik op, keek ik om mij heen en zag ik Jason bij de brug staan. Hij keek er nadenkend naar. Ik liep op hem af.
“Hey.” Hij draaide zich om en glimlachte.
“Goeie morgen, lekker geslapen?”
“Ja, jij ook?” Hij knikte.
Ik keek naar de brug en slikte even.
“Gaan we hier over heen?” vroeg ik een beetje benauwd.
“Jep. Hij kan ons makkelijk houden en sowieso is er verder geen overgang in de buurt.” Hij had blijkbaar niet door dat ik het benauwd had en ik liet het ook maar zo.
We liepen terug en pakten onze spullen in. “Dank je trouwens. Voor het eten, het was goed!” glimlachte ik even naar hem.
“Graag gedaan!” antwoordde hij vrolijk. Blijkbaar had hij er zin in.
Toen we klaar waren stonden we op en liepen naar de brug. “Zal ik eerst gaan?” vroeg Jason. Ik knikte en hij ging als eerste. Hoewel ik eigenlijk achter hem aan wou aangaan, bleef versteend staan en keek alleen maar naar beneden. Toen Jason al twee keer iets gevraagd had keek hij om. “Wat doe je?” vragend keek hij me aan. Geschrokken keek ik op en schudde mijn hoofd. “I-i-ik k-k-kan dit echt niet!” stotterde ik. Hij kwam terug en keek mij aan. “Sorry.” Fluisterde ik zachtjes. “Waarom zei je niet dat je hoogtevrees had?” Ik haalde mijn schouders op en er verschenen een paar tranen in mijn ogen. “Ik kan het echt niet!” Hij glimlachte even en trok me in zijn armen. “Stil maar. Het komt wel goed. We gaan er wel overheen, samen.” Even keek ik hem geschrokken aan, maar zei niets.
Opeens hoorde we achter ons geluid van een auto. Tegelijk keken Jason en ik om. “Een auto?” Vroeg Jason argwanend. Opeens stapten er mannen uit, die we nog nooit hadden gezien. “Daar zijn ze!” Met grote ogen keek ik Jason aan. “oliebol.” Was alleen zijn antwoord en trok mij mee. Ik keek weer naar de brug. Nu moest ik wel, maar ik durfde echt niet!
Ik trok mij los van Jason en hij keek mij even aan. “Kom mee! Ze halen ons in!” “Ik durf echt niet!” piepte ik benauwd. “Wil je weer terug? Ze zullen goed kwaad zijn en je weet niet wat ze gaan doen...” Ik slikte even. Die paar seconden duurde uren, maar Jason besliste voor me en trok me mee. Ik wou me verzetten maar hij was sterker. Hij duwde me voor zich uit, heel gebiedend, zodat ik ook niet kon stoppen. Benauwd keek ik naar beneden en slikte even. Hoe moest ik dit aanpakken? Toen zette ik al mijn gedachten maar op nul en begon te rennen, zo hard als ik kon. Ik hoorde Jason verbaasd achter me iets zeggen, maar luisterde er niet naar. Opeens stond ik stil toen bleek dat ik aan de overkant stond. Opgelucht haalde ik adem en keek om. Jason kwam er aan gerend. “Doorrennen!” Snel zette ik het op een lopen. Het was nog steeds een open vlakte, dus we konden ons nergens verstoppen. Toen ik even omkeek zag ik dat de mannen nog steeds achter ons aanrende, de auto stond nog altijd aan de andere kant. Het ging er nu eigenlijk alleen nog maar om wie het snelste moe zou worden en het op zou geven.
Opeens hoorde ik achter me een schot en voelde in een scherpe steek in mijn Been. Met een gil belandde ik op de grond. Tranen van pijn sprongen in mijn ogen. Nog geen seconde later zat Jason bij mij en hadden de mannen ons ook ingehaald. Jason negeerde de mannen en wou mij helpen. Een van de mannen trok Jason bij me weg en duwde hem voor zich uit. “Eigen schuld" Mompelde hij. “Ik weet er wel raad mee” zei een andere man die mij op tilde en we de terugweg inzette. Weer over het ravijn, maar nu lette ik er niet op. Ik had ontzettende pijn, maar probeerde me goed te houden. De steek in mijn been werd met de minuut erger. Er naar kijken durfde ik niet, bang voor hoe het eruit zou zien. Eenmaal bij de auto legden ze me op de grond en keken naar de wond. Toen ze mijn broekspijp openscheurde zette ik mijn tanden op elkaar, de man die mij droeg pakte wat spullen uit de achterbak. Ik hoopte maar dat hij er raad mee wist. “Bijt hier maar op.” Hij duwde een doek in mijn mond. Waarom zou ik hierop moeten bijten? Opeens zette ik mijn tanden er hard in en schreeuwde, de tranen gleden nu echt langs mijn wangen. “Ik heb hem!” hoorde ik de man triomfantelijk zeggen. Ze verbonden mijn been en ik werd toen in de auto gezet achter Jason. Naast beide van ons kwam een man zitten. De pijn was er nog altijd en was niet minder geworden, maar als verdoofd zat ik daar voor me uit te staren. Het had allemaal geen zin meer. Ze hadden ons te pakken gekregen en straks.. Straks waren we weer terug bij af. Werden we goed bewaakt en waarschijnlijk binnen de kortste keren dood. Nee, het had echt allemaal geen zin meer. Een tijdje bleef ik naar buiten staren, we reden niet over de weg, maar gewoon dwars door de natuur heen. Er was ook geen weg in de buurt, Daar leek het in ieder geval niet op. Het enige wat me op was gevallen was dat we een andere kant opreden, dan waar Jason en ik vandaan kwamen. Toch besteedde ik er niet veel aandacht aan, want wat had het voor zin. Jason zag ik een paar keer bezorgd achterom kijken en een keer glimlachte ik even moedeloos terug. Ik vroeg me af wat Jason nu dacht. Zou hij het ook opgegeven hebben? Of zou hij een plan bedenken? Ik kon toch niet lopen. Zou hij in zijn eentje weg gaan? Nee, het antwoord wist ik eigenlijk al wel. Hij zou echt niet zonder mij weggaan. Misschien, heel misschien kwam het nog wel goed. Zo piekerde ik nog een tijdje door. Totdat ik voor me opeens een stad zag. Waar waren we nu weer beland?! De stad kwam steeds dichterbij. En even later reden we er midden in. Het was een grote stad, ik keek mijn ogen uit. Dit had ik sinds tijden niet meer gezien! We reden een paar straatjes door en stopten voor een klein huisje. Van buiten zag het er erg mooi uit, maar ik vroeg me af hoe het er van binnen uit zag. “Eruit komen!” schreeuwde de man die naast Jason zat. De man die naast mij zat tilde me ruw uit de auto, ik hield mijn tanden stijf op elkaar. Binnen werden we in de kelder gedumpt. Er was maar een bed en daar werd ik – niet al te zacht- op neer gezet. “Zo voorlopig blijven jullie hier.” Zeiden de mannen net voordat ze weg gingen. Jason kwam naast me zitten en zuchtte. “Daar gaat onze vrijheid. Het is ook nog mijn schuld ook.” Zei ik somber. Hij keek mij verbaasd aan. “Niets jou schuld, jij kan er toch niets aan doen en we komen hier ook vast wel uit!” Ik glimlacht even, altijd probeerde hij me op te beuren. Samen staarde we een tijdje voor ons uit. Opeens keek ik Jason aan. “Wat doen we nu eigenlijk midden in de stad? Hoe kunnen ze opeens hier zitten?” Jason haalde zijn schouders op en keek me toen aan. “Misschien weet je niet alles.” Zei Jason een beetje nerveus. Ik staarde hem ongelovig aan. Wat kon er nou nog meer zijn? Dit kon toch niet erger worden? Jason ging verder. “Micheal en Jaap zijn niet alleen.” Even was het stil. “Ik snap je niet.” Vragend keek ik hem aan. “Nou, het is een organisatie. Dus een hele groep die dit doet. Er zijn meerdere locaties en de mensen verdienen hier goud aan. Ze kidnappen kinderen en tieners, Die zijn het makkelijkste. Vaak komen ze nooit meer thuis aan, heel soms wel en nog iets. Het is niet alleen in Nederland, maar in meerdere landen.” Met grote ogen keek ik hem aan. Hoe kon dit nou? Waren die mensen gestoord ofzo? In meerdere landen, hoe kunnen ze dit doen? Er moest toch iets aan gedaan worden! “Hoe weet jij dit?” Vroeg ik voorzichtig aan Jason. Hij keek mij aan en dacht even diep na. “Nou, ik heb ze het ooit wel eens horen zeggen. Ik ben wel eens vaker weggelopen, maar ze vonden me altijd en de laatste keer hebben ze me gezegd dat ze me altijd konden vinden. Anders deden andere mensen dat wel, waarmee ze connecties hebben.” Het was even stil en ik zuchtte. “Ze laten ons dus echt niet gaan..” Geschokt keek ik hem aan. Ook al kwamen we ooit terug in Nederland, dan nog konden ze ons misschien wel vinden. Waarschijnlijk is het te gevaarlijk om hun gezicht te laten zien, maar toch!
“Nou?! Ze zijn dus niet van plan om ons te laten gaan!” Ik keek hem aan, maar hij zei niets. “ Probeer maar wat te slapen” Zei hij pas een hele tijd later. “Kan ik toch niet.” Antwoordde ik. Toch ging ik maar even liggen. Jason zat naast me en ik staarde een tijdje naar hem, zonder dat hij het door had. Ik hoopte maar dat het goed zou komen. We waren al zo ver gekomen! Na een tijdje viel ik toch in slaap. Ik sliep heel erg naar, het was zo’n droom dat het net leek of er geen einde of begin meer was. Een diepe slaap, zonder te weten waar je over droomt, maar weet dat het heel erg naar is.
Na een tijdje schrok ik wakker. Zoekend keek ik om mij heen. Waar was Jason? In het kamertje was hij nergens te bekennen en ik begon me zorgen te maken. “Jason?” vroeg ik nog op zachte toon. Er kwam geen antwoord. “Jason!” riep ik toen. “Jaaasoonn!!” riep ik nog een keer hard.
De deur knalde open en een van de mannen keek om de hoek. “Wat!” Kwaad keek hij me aan.
“Waar hebben jullie Jason gelaten?!” Riep ik met tranen in mijn ogen. Ik zag dat de man schrok en voordat ik nog wat kon zeggen gooide hij de deur weer dicht. Hij schreeuwde iets, maar ik kon niet goed verstaan wat. Waar sloeg dit allemaal op ?Nog geen seconde later kwamen een groep mannen binnen gestormd. Ze gooide alles omver en onderzochten alle muren. Vragend keek ik erna en opeens wist ik het. Hoe had ik zo dom kunnen zijn? Hij was ontsnapt en ik had hem verraden! Maar waarom zonder mij? Waarom had hij mij alleen gelaten? Hoe kon hij mij dit aandoen? Tranen sprongen in mijn ogen, ondertussen hadden de mannen het gat al gevonden. Ik keek ernaar, makkelijk had ik erdoor gekund. Mensen gingen naar buiten. Waarschijnlijk op zoek naar Jason. Nee, waarschijnlijk was hij allang weg. Ik had uren geslapen. De laatste paar mannen gingen weg en de deur ging weer zorgvuldig op slot, het gat hadden ze dichtgemaakt. Langzaam probeerde ik van het bed te komen, met veel pijn en moeite lukte het me om bij het gat te komen. Hoe hadden deze mensen dit over hun hoofd kunnen zien? Was het een val geweest?
Opeens zwaaide de deur weer open en een oude bekende kwam naar binnen met nog iemand. Het was Jaap. “Daar hebben we het wicht! IK hoorde al dat je hier was.” Hij pakte me vast en gooide me op het bed. Verdoofd keek ik hem aan.. Opeens had ik door wat hij wou doen en schrok. “Nee, nee! Ga weg!” Net op het moment dat er bijna iets gebeurde, kwam de andere man in actie. “Don’t do that.” Hij trok bij me weg Jaap weg. “She is going to die anyway.” Zei Jaap tegen de man. “That is true. But you’re not going to do that. End of discussion.” Jaap was duidelijk bang voor de man, want hij ging weg.
Ik keek naar de man. Nog nooit had ik iemand dat zo rustig zien zeggen. Ze gaat toch dood... Zou het voor hem normaal zijn? Hij bleef een tijdje kijken, maar nam me uiteindelijk mee. Nog steeds had ik heel erg last en kon ik niet lopen, maar op de een of andere manier kwam ik zonder dat ik gedragen werd in een andere kamer terecht. Mijn hart ging tekeer. Dit zou mijn einde zijn. Ik wist het zeker! Snel keek ik de kamer rond. Er stond helemaal niets hier, we “liepen” door een gang in. Aan het einde van de gang deed de man een deur open. “here you are.” Hij duwde me zachtjes naar binnen en deed de deur op slot. Het was erg donker en mijn ogen moesten erg wennen. Toen ik wat kon zien keek ik de kamer rond. Ook hier stond helemaal niets.
Opeens bewoog er iets in de hoek van de kamer. “Wie is daar?” vroeg ik, terwijl ik ondertussen er op af liep. Het bleef stil. “Wie is daar?” vroeg ik nog een keer wat luider. “What do you say?” Hoorde ik een meisjes stem zeggen in gebrekkig Engels. “Who are you?” Vroeg ik nu in het engels. “I am Denise.” Ze was ondertussen opgestaan en nu kon ik haar beter zien. Ze zag er niet echt goed uit. Het was een mager meisje, met een hele bleke huid. Ze had donker haar en haar ogen vielen meteen op. Ze had iets speciaals.
“Hello. I am Liesbeth. Why are you here?” vroeg ik maar meteen. We gingen naast elkaar zitten. Ook al kende we elkaar helemaal niet, toch voelde het vertrouwd. We zaten in hetzelfde schuitje. Het meisje zag er dan wel stil en zielig uit, maar haar stem klonk vrolijk. Blij om iemand te zien waarschijnlijk. “I have no parents. One man found me, I was little.” Ze was duidelijk geen engelse en aangezien van wat ze zei, zou ze wel uit de buurt komen. “Why did he took you to this place?” Ze dacht even na en antwoordde toen: “They uh, uh, use me. To get children.” Ik knikte. Ze gebruikte haar dus gewoon om kinderen te lokken, maar waarom zat ze nu dan hier, in dit hok?! Voordat ik het kon vragen ging ze alweer verder. “I know it was not good, so I go away. But they found me.” Ze deed een paar bewegingen bij om te laten zien dat ze weggerend was, maar dat ze haar hadden ingehaald. Weer knikte ik.
Daarna vertelde ik hoe ik hier terecht gekomen was. Toen ik klaar was, was het even stil. Ik dacht aan Jason die zonder mij was weggegaan. Het meisje doorbrak de stiltje. “I think we are going to die.” Zei ze heel zachtjes. Dat was niet nieuws voor mij, eigenlijk had ik de hoop al opgegeven. “I know.” Antwoordde ik weer. “I know the way here. Everywhere.” Hoopvol keek ze me aan. Mij was het duidelijk, ze wou weg en snel ook. Even dacht ik na, maar bedacht me dat we niets te verliezen hadden en stemde in. “But, we have to do it slow. We can’t make a mistake. Ok?” Denise begon te glimlachen. “Ok!” antwoordde ze.
We bleven nog even praten,tot we stemmen in de gang hoorden en we heel stil bleven luisteren.
De stemmen kwamen steeds dichterbij en bleven bij onze deur hangen. Denise en ik keken elkaar aan en zuchtte diep. De deur vloog even later open en een man die ik niet kende kwam binnen. “Denise, you have to come with me. Now!” Snel stond Denise op en glimlachte even bang naar me. “Good luck.” Zei ik heel zachtjes. Er werd wat eten voor mij achtergelaten en samen verlieten zij de kamer. Mij alleen achtergelaten, een zenuwachtig gevoel ging door me heen. Ik was weer alleen en Denise, zo ontzettend jong nog, werd meegenomen. Niet wetend waar ze naartoe ging of wat er ging gebeuren. Ik hoopte zo dat alles goed kwam, dat ik haar vanavond weer zag. Langzaam, heel langzaam kropen de uren voorbij. Ik had het gevoel of er al dagen voorbij waren, terwijl er waarschijnlijk nog maar een halve dag voorbij was. Al probeerde ik niet aan Denise of aan Jason te denken, toch kwamen mijn gedachte elke keer bij een van de twee terecht. Uiteindelijk was ik helemaal uitgeput, alleen maar van de gedachten die er door mij heen gingen. Nooit geweten dat je daar moe van kon worden, misschien was ik wel gewoon lui. In ieder geval viel ik uiteindelijk in slaap.
Hoelang ik had geslapen wist ik niet, maar wist wel dat het laat was, heel laat. Denise was nog steeds niet terug. Ik begon me weer zorgen te maken. Waar bleef ze toch? Ze was nog zo jong! Ik schrok van mijn eigen gedachte, niet was IS! Straks zat ik hier nog maanden in mijn eentje. Daar moest ik niet aan denken. Tranen rolden langzaam over mijn wangen. Laat haar alsjeblieft niets hebben! Opeens hoorde ik allemaal rare geluiden komen van de gang. Moeizaam ging ik bij de deur staan om zo wat te horen. Ik hoorde allemaal voetstappen, er was iets gaande, maar wat?! Zenuwachtig ging ik telkens in een andere houding zitten. Het klonk niet goed, wat was er toch aan de hand?! “Brand!” Hoorde ik iemand schreeuwen en vlak erna ging er een alarm af. Zou dit echt waar zijn? IK bedacht me geen moment, stond op en liep nog steeds moeilijk naar de deur en bonkte erop. “Heeelppp! Laat me eruit! Alsjeblieft!” Schreeuwend en bonkend stond ik achter de deur. Ik hoorde mensen langs komen, maar niemand lette op mij. Nog geen minuut later zag ik rook langs de kieren van de deur komen. Nog harder begon ik te schreeuwen, er kwam nu niemand meer langs. Ik werd steeds wanhopiger...
Dit kon niet waar zijn, dit mocht niet waar zijn. Het MOEST een droom zijn! Ik probeerde mezelf wakker te krijgen, maar ik werd niet wakker. Het was geen droom!
Opeens hoorde ik weer iemand op de gang. “Heelllpp! Alsjeblieft help me nou!” Bevend stond ik daar.
Opeens hoorde ik iemand rommelen aan mijn deur. IK hoorde het slot omdraaien en met een ruk ging de deur open. “Dankje...” Ik wou met hem meelopen, maar bleef staan. “Jij!” Zei ik ongelovig. “Niet nu, we moeten eerst weg zien te komen. Ik leg alles nog uit.” Ik liep niet mee. “Je hebt me achtergelaten!” Antwoordde ik boos. Niet van plan om me te bewegen. “Je moet meekomen! Het komt al in de buurt.” Ik keek in de gang en zag dat aan de ene kant steeds meer rook kwam en als ik goed keek zag ik zelfs al wat vlammen de hoek omkomen. Zo snel mogelijk liep ik langs hem heen, hopend dat mijn been wat meewerkte! Duidelijk ging het Jason te langzaam, hij ondersteunde me snel en trok me half mee, zoekend naar een uitgang. Ik maakte hele rare passen om hem bij te houden. Overal was er ontzettend veel rook en er leek geen einde aan te komen. Harder en harder begonnen we te hoesten. Ik had het gevoel of mijn adem steeds meer werd afgesneden. Nog steeds zag ik geen einde in zicht en opeens zag ik het niet meer zitten, het had geen zin meer. We zouden toch nooit meer thuis komen, als we hier al weg zouden komen vonden ze ons toch wel weer. En ik was alleen maar een blok aan zijn voet, ik kon amper lopen!
Even keek ik opzij naar Jason en zag dat hij het moeilijk had. “Ga maar zonder mij...Het heeft zo geen zin!” even keek hij me aan.. “Doe niet zo raar!” Was zijn enige antwoord. Ik wist dat het geen zin had om er tegen in te gaan en zuchtte, zette mijn tanden op elkaar en ging door. Opeens zag ik wat licht, we moesten er zijn! Nog geen minuut later waren we buiten. Hoestend liet ik me op de grond zakken. Het leek of we er uren hadden gezeten! Mijn ogen had ik dichtgeknepen, doordat de rook in mijn ogen prikte en ik nog niet goed tegen het licht kon. Een hele tijd bleef ik zitten, proberend mijn ademhaling normaal te krijgen. Toen ik mijn ogen na vijf minuten open deed was er niemand in de buurt. In mijn eentje zat ik op de grond. Waar was Jason? Had ik het maar gedroomd ofzo?
Er knapte iets in mij en ik begon te huilen. Ik had het zo gehad, ik wou gewoon naar huis. Naar mijn ouders, ik miste ze zo! Snel stopte ik mijn gedachte weg toen ik de brandweer hoorde, ik wou niet dat ze me zo zagen en stond moeizaam op. Snel keek ik om mij heen en zag een steegje, ik liep erin en ging achter een grote container zitten. Nog altijd met tranen in mijn ogen. Ik kon maar niet bevatten wat er was gebeurt. Was het allemaal maar voorbij, zo hield ik het gewoon niet vol. Het was genoeg geweest, meer dan genoeg. Moe leunde ik tegen de muur, mijn ogen deed ik dicht en luisterde naar de geluiden van de mensen die zich nu hadden opgehoopt bij de brandweer. Net was er niemand en nu stond het zwart van de mensen. Ik bleef op mijn plekje zitten, niet van plan om me te laten zien. Ik hoorde brandweerlieden naar elkaar schreeuwen.
Nog steeds vroeg ik me af of ik het net allemaal had gedroomd. Ook dacht ik aan Denise, waar zou zij zijn?
Ik werd uit mijn gedachte gerukt toen ik voetstappen hoorde, iemand was in het steegje en liep deze kant op! Langzaam opende ik mijn ogen, maar verroerde me niet. Even stopte de voetstappen, maar gingen al snel weer door. Het was niet een iemand, het waren er twee! Ze moesten er nu bijna zijn! Ik kneep mijn ogen dicht, ik wou niet weten wie het waren. “Liesbeth!” Ik opende mijn ogen en zag Denise op mij afrennen. “Denise!” Tranen stroomde over mijn wangen, terwijl ik haar ondertussen omarmde. “Where were you?!” “Dat zal ik je vertellen.” Toen ik opkeek keek ik recht in de ogen van Jason. “Jason!” Ik kon het allemaal niet meer aan en huilde alle spanningen eruit. Jason trok me in zijn armen en eindelijk voelde ik me rustig worden. “Je was weg, waar was je?” Snikte ik nog wat na. “Ik leg het allemaal uit. Al wou ik het niet, toch moest ik je alleen laten. Ik had je niet kunnen helpen anders.” Aan zijn stem hoorde ik het dat hij het ook niet makkelijk had gehad. “Ik heb je gemist.” Fluisterde ik zachtjes. “Ik jou ook!” Beide kwamen ze naast me zitten. “Jason, you must tell her what happened!” Zei Denise tegen hem. “ok..” Jason keek mij aan en begon te vertellen.
“Je moet je rot geschrokken hebben toen ik opeens weg was. Ik had die uitgang gevonden, omdat er opeens een muis binnen liep. Doordat Ik de muis volgde vond ik een kiertje waardoor hij weg ging. Ik heb dat kiertje tot een gat kunnen maken. Eerst wou ik je wakker maken, maar ik wist dat ik je dan niet kon helpen. Je mocht niets weten, want je mocht de mensen niets vertellen. Ik wou je niet alleen laten en heb lang lopen piekeren, maar uiteindelijk heb ik het toch gedaan. Terwijl ik toen ik al ontsnapt was nadacht over hoe ik jou kon helpen, was daar opeens Denise. Ze was erop uitgestuurd om mij te strikken. Die mensen hadden me gezien maar hadden me niet te pakken kunnen krijgen dus hadden ze haar gestuurd. In plaats van dat ze me strikte hielp ze me. Ze wist hoe ik heette en kende me doordat jij had verteld dat wij samen waren. Samen hebben we plannen gemaakt om je eruit te krijgen. We moesten de boel in de fik zetten om je eruit te halen. Het ging alleen mis. Iemand had mij gezien toen ik een tafel in de fik zette, ik moest er vandoor en daardoor kon het vuur om zich heen grijpen. Wij wouden alleen dat het brandalarm afging. Gelukkig was ik de man te snel af, maar toen moest ik jou nog vinden. Ik heb je kunnen vinden door Denise. Zij wist de weg en had het me uitgelegd. Zij wachtte ergens anders en ik haalde je op. De rest weet je..”
Het was even stil en ik dacht even na. “Waar was je net? Ik dacht dat ik gek geworden was ofzo!”
Hij keek me even verlegen aan. “Denise schreeuwde dat ze hulp nodig had. Had ze niet, ze was alleen bang dat ik haar achter zou laten.” Ik keek even naar Denise die wist dat het over haar ging en keek verlegen voor haar. “Sorry dat het zo liep, maar..” “Laat maar het is al goed. Ik ben blij dat we nu hier zijn.” Ik deed mijn arm om Denise “It’s ok.” Ze glimlachte even verdrietig. Ik had me aangesteld, zij was hier al zo lang en had nog veel meer meegemaakt dan ik, terwijl ik zat te klagen!
We bleven nog een tijdje daar zitten, haast hadden we niet. Denise was van al het gedoe in slaap gevallen, ze had waarschijnlijk ook amper geslapen. Nog altijd had ik mijn arm om haar heen, ze lag nu rustig tegen me aan. Ik keek Jason aan en glimlachte even. “Ik ben blij dat ik jou weer bij me heb.” Zei hij zachtjes en keek me doordringend aan. “Ik ben blij dat ik weer bij jou ben!” Antwoordde ik. Zachtjes gaf hij me een kus en ik beantwoordde hem. “Ik zou je voor geen goud kwijt willen.” Zei ik even later zachtjes. Hij glimlachte en deed zijn arm om mij heen. Zonder dat we wat zeiden, wisten we allebei dat het eindelijk echt goed was tussen ons. We wouden niet meer zonder elkaar! ...
Ik deed mijn ogen open en wreef even in mijn ogen. Ik strekte me uit en keek nog een beetje slaperig om mij heen.
Ik was in slaap gevallen! Jason lag slapend tegen me aan. Even glimlachte ik en streek zachtjes door zijn haar. Aan de andere kant lag Denise nog steeds te slapen. Ik probeerde te luisteren of ik nog iemand hoorde blussen, maar het was stil. Voor het eerst sinds tijden voelde ik me rustig. Opeens bedacht ik me iets.. Als ik het goed had was ik overmorgen jarig! Nooit gedacht dat ik mijn verjaardag zo zou vieren, nou ja vieren. Ik was niet van plan om het iemand te zeggen.
Zo zat ik een tijdje in gedachten. Een paar keer mompelde Jason iets in zijn slaap. Eigenlijk kreeg ik wel last van mijn spieren, maar ik wou Jason ook niet wakker maken. Uiteindelijk maakte ik Jason en Denise toch maar wakker.
“Hey Sleeping Beauty’s.” Grijnsde ik. Denise glimlachte naar me en rekte zich uit,terwijl Jason me raar aankeek. “En bedankt.” Antwoordde hij droog en ik glimlachte liefjes. “Lekker geslapen?” Vragend keek ik Jason aan. “Ja, best wel.” “Dat is dan maar goed ook, anders had ik voor niets spierpijn gehad!” Zielig keek ik hem aan. “Word je hard van!” grinnikte Jason. “Bedankt hoor, boer!” antwoordde ik weer terug en schoot in de lach. Denise keek ons niet begrijpend aan. “He is nuts!” Zei ik terwijl ik er rare gebaren bij maakte. Duidelijk begreep ze dat en schoot ook in de lach. Jason schudde zijn hoofd en stond op. “We have to go now. We have to find a place for a while and there we can discuss for what we can do now!” Denise en ik knikte en stonden ook op. Op ons hoeden begonnen we onze weg verder, hopend dat er nu betere tijden kwamen!
We liepen door wat straten heen, ondertussen goed kijkend naar een overnachtingplaats. Ik bedacht me dat we geen geld hadden, dus dat hielp ook al niet erg mee. Even keek ik Jason aan en begon er toen maar over. “We hebben geen geld.” Hij keek mij even aan en haalde geld uit zijn zak. “Meegenomen toen ik jou ophaalde.” Snel deed hij het weer terug in zijn zak. Dat was tenminste voorlopig niet iets om zorgen over te maken. Opeens stond Denise stil. “Look! There we can stay.” “Fantastic!” Glimlachte ik. We liepen er heen, het zag er niet super goed uit van buiten, maar na wat wij allemaal hadden gehad vond ik dit zeker geen probleem! We huurden een kamer voor drie personen. Denise wou liever niet alleen slapen en ik keek er ook niet naar uit. Jason had alleen gekund, maar dat wouden Denise en ik ook niet. We voelden ons tenminste een beetje veilig met hem.
Ik zag dat Denise nog steeds erg moe was, wat niet raar was na alles wat wat ze meegemaakt had. Ze hoefde eindelijk zich niet heel erg zorgen te maken. Al moesten we nog wel oppassen. Ik hielp haar in het bed en bleef naast haar zitten. Jason zat bij de openhaard na te denken. Waarschijnlijk over hoe het nu verder moest. Toen Denise eenmaal sliep liep ik naar hem toe en ging bij hem zitten. “Wat gaan we nu doen?” Vragend keek ik hem aan. “We gaan morgen op weg naar een andere stad. Hier kunnen we niet blijven, dat is veel te gevaarlijk. Binnen een paar uur kunnen we daar zijn, als we liften. Als we daar aankomen gaan we meteen opzoek naar een Amerikaanse Ambassade. En dan maar hopen dat ze ons willen helpen.” Bezorgd keek hij voor zich uit. Er was daar geen Nederlandse Ambassade natuurlijk. Ik bleef een tijdje naar Jason kijken. Nog nooit had ik hem zo bezorgd gezien. Ik legde mijn hand op de zijne. “Het komt wel goed.” Zei ik zachtjes. Hij glimlachte en pakte mijn hand. “Het moet.” Vervolgde ik. Ik ging tegen Jason aanzitten en friemelde een beetje aan zijn vingers.
Opeens schoot hij in de lach. “Wat doe je met mijn hand?” Plagend keek hij me aan. Geschrokken keek ik op van mijn gedachte. “Was beetje in gedachte.” Glimlachte ik en stopte met het gefriemel. “Dat merk ik.” Antwoordde hij alleen. “We moeten maar eens gaan slapen, morgen word een drukke dag!” Ik knikte en stond op. Jason deed hetzelfde en even later lagen we in bed. Ik kroop weer tegen Jason aan die zijn armen om mij heen deed. Al snel viel ik in een diepe rustige slaap. Wat ik ook wel nodig zou hebben voor de volgende dag.
De laatste zorgen gleden weg in mijn slaap en de volgende morgen werd ik weer fris en uitgeslapen wakker. Ik strekte mij uit en keek uit het raam, waardoor de eerste zonnestralen al kwamen. Na een kwartiertje maakte ik Denise en Jason wakker. “We have to go in 30 minutes.” Terwijl zij nog wakker werden maakte ik brood klaar voor onderweg, wat we die dag ervoor hadden besteld. Toen ik het belegd had deed ik het terug in de zakken en pakte de flesjes drinken die ik er ook in deed. Ondertussen waren Jason en Denise ook klaar en nog geen twintig minuten later waren we op weg. Ik liep naast Denise, waar ik hele gesprekken mee voerde. We kwamen meer over elkaar te weten, hoe het bijvoorbeeld was voor haar hier. Jason liep aan de andere kant van Denise, hij deed net of hij niet meeluisterde maar deed dat ondertussen wel. Zodra er een auto aankwam probeerden we of ze wouden stoppen, maar dat was nog best moeilijk!
Uiteindelijk stopte er een auto. Er zat een hele aardige vrouw in, ze was in het begin een beetje afstandelijk, maar uiteindelijk toch erg aardig. Ze was ook op weg naar de stad waar we moesten wezen. Na een tijdje viel het me op dat Denise erg stil was. Ik keek haar vragend aan. Ze wou de vrouw niet bang maken, aangezien onze situatie erg vreemd was. Ze wees naar een auto achter ons en keek mij toen weer bang aan. Toen ik ook op de auto lette, merkte ik dat ze ons de hele tijd al volgde. Ook Jason bleek het te zien. We zeiden allemaal niets, maar we hoopten dat het niet weer een herhaling zou worden van ze. Ik trok Denise tegen me aan en glimlachte geruststellend naar haar. De vrouw had gelukkig nog niets door en dat moesten we maar zo houden! Langzaam kwamen we dichterbij en dichterbij, maar het gevoel dat we achtervolgd werden werd ook steeds sterker...
Duidelijk waren wij niet de enige die het door hadden. Ook de vrouw zag het, we zagen haar namelijk de hele tijd in de spiegel kijken. Ze begon steeds harder te rijden, het werd een grote nachtmerrie. We hielden ons adem in en keken gespannen toe. Je kon duidelijk zien dat ze bang was. Ze had het beter niet kunnen doen, want achter ons hadden ze het natuurlijk ook door dat we het door hadden. Angstig keek Denise mij aan. Allebei waren we bang dat het mis ging, het ging zo ontzettend hard! Sommige bochten waren niet mis. We reden langs een paar zijweggetjes die een bos inleidden. Ik lette er niet echt op, het gang zo snel! Opeens gooide de vrouw haar stuur om en met een scherpe bocht draaiden we zo’n zijweg in. In de bocht moesten we ons vasthouden om niet om te vallen. De hele auto leek om te vallen, maar het ging allemaal op een haar na goed. Ik werd er helemaal misselijk van, aangezien ik al helemaal niet goed tegen autorijden kon! Toen ik even achterom keek zag ik dat de auto achter ons uit de bocht was gevolgen, duidelijk hadden ze het niet zien aankomen. Ook al hadden ze ons nog zoveel gedaan, toch hoopte ik dat het goed was gegaan. Lang kon ik er niet over nadenken, want de weg was vol hobbels en ik moest goed voor me kijken om niet over te geven. Ik hield me nog steeds vast en bleekjes keek ik even naar de anderen, die ook voor zich bleven kijken.
Het ging zo ontzettend snel, want van de een op de andere moment leek het over te zijn. Net of er nooit wat gebeurd was. We reden een stuk langzamer en toen ik achter ons keek zag ik de auto die uit de bocht was gevlogen al niet meer. We moesten er al ver vanaf zijn! We zaten dan ook al midden in het bos.
Opeens stopte de vrouw. “I’m sorry but you all have to go out of my car.” Jason knikte en stapte uit, hetzelfde deed Denise. Ik keek de vrouw even aan. “I’m sorry.” Zei ik toen zachtjes. Ondertussen deed ik de deur open. “It is better this way and your not to far from the city. Just follow this road, it goes right to the city.” Ik knikte. “Thanks.” “You’re welcome.” Toen stapte ik uit en gooide de deur dicht. De vrouw reed weg en wij waren weer alleen. Ik draaide me om naar Jason. “Ze zei dat we dicht bij de stad waren, we hoefden alleen deze weg te volgen.” Jason zuchtte even diep. “Waarom kon ze ons dan niet als nog brengen?!” Ik keek hem even verontwaardigd aan. “Ten eerste moeten we al blij zijn dat we zo ver mee konden rijden. Ten tweede: Ze werd achtervolgd door onze schuld en ze wist niet eens waarom en ze heeft zelfs niets gevraagd! Terwijl anderen dat wel snel zouden doen. Ten derde: waarschijnlijk heeft ze er ook nog over nagedacht ook en het niet gedaan, omdat die mannen straks die auto weer gaan opzoeken, nu kunnen ze ons niet vinden.” Laconiek keek ik hem aan. Hij draaide overdreven met zijn ogen. “Betweter.” Met een glimlach keek ik hem aan en hij sloeg zijn arm om mij heen. “Op weg dan maar.” Ik keek even om naar Denise die niets van het gesprek verstond. “We walk to the city and I tell you what we discussed.” Knipoogde ik. Ze glimlachte en knikte. “Let’s go!” Samen gingen we op weg, ondertussen vertelde ik Denise wat we net allemaal tegen elkaar zeiden.
Eigenlijk vroegen we ons wel af wie er in die auto zaten en of ze ons nu zochten, waarschijnlijk wel en daarom mochten we ook geen tijd verliezen. Ik hoopte dat we toch even, het liefst wat langer, met rust gelaten werden, maar grote kans dat dit niet gebeurde. Ik keek even naar Jason. Eigenlijk zag hij er zo goed uit: Hij had wat stoppeltjes van zijn baard en zag er dus wat ruig uit, maar het stond hem wel erg leuk! Ik dacht opeens aan mijn benen: Wat zou dat nu harig zijn. Ik zag het al helemaal voor me. Een bush bush van hier tot Tokio. Hardop lachte ik erom, waardoor Jason en Denise mij raar aankeken. Ik stopte met lachen. “Sorry, was even in gedachte.” Jason schudde zijn hoofd en vroeg er niet naar, hij vertaalde het alleen nog even voor Denise. Het was wel lastig om alles in het engels te zeggen, zo goed was ik er niet in en ik vergat ook de hele tijd dat het moest.
We liepen niet meer op de weg, maar ernaast. Aangezien we toch bang waren dat ze straks langs deze weg zouden komen en zo konden we ons snel verstoppen.
Na een uur stopten we even om pauze te nemen. Ik zag een omgevallen boomstronk en wou erop gaan zitten, maar zonder op te letten ging ik ervoor zitten en plofte dus volop op de grond. Denise schoot in de lach en ik keek Denise en Jason beduusd aan. “uhh.” Bracht ik er alleen onintelligent uit. Ook Jason schoot in de lach en trok me overeind. Pijnlijk wreef ik even over mijn kont en schoot toen ook in de lach. Daarna ging ik goed op de boomstronk zitten. Jason en Denise gingen ernaast zitten.
Zo bleven we even zitten, maar al snel moesten we weer verder als we voor het donker er wilden zijn. Dus gingen we maar weer op weg.
Het leek wel uren te duren. Ik keek naar Denise en zag dat ze het moeilijk had. Ze was nog maar tien jaar en ze hield zich zo groot. Ze zeurde nooit en ze vond alles goed. Ik vroeg me af wat er in Nederland zou gebeuren met haar. Eigenlijk had ik daar nooit lang over na gedacht. Misschien kon ze wel bij ons blijven, maar of mijn ouders dat wouden. Mijn vader waarschijnlijk wel, maar mijn moeder was zo... Eigenlijk had ik er niet echt woorden voor. Ik hield van haar, maar ze was zo met zichzelf bezig. Misschien was het nu wel veranderd, als ik terug kwam. Ik was al zo lang weg. Hoeveel maanden zouden er nu eigenlijk voor bij zijn?! We waren hier al zo lang, gelukkig was Jason er. Ik durfde er niet aan te denken wat er met me gebeurt was zonder hem. Hij had het nooit gewild, eigenlijk had hij ook lang niet meer normaal kunnen leven, om zo maar te zeggen. Ik keek even naar Jason en glimlachte naar hem. Dat ik van hem hield dat wist ik wel, het was niet zomaar liefde. Waarschijnlijk klonk het als ik het zei overdreven, maar toch wist ik dat het meer was. Dat ik niet meer zonder hem wou en dat ik thuis ook bij hem wou zijn, altijd. Ik hoopte dat hij dat ook zo zag, misschien zag hij het heel anders en was het niet anders dan zomaar een liefde dat zo weer over ging. Zo was ik in gedachten verzonken terwijl we langzaam bij beetje verder kwamen.
Net op het moment toen ik dacht dat er geen einde aan kwam begon het bos minder te worden en zag ik in de verte de eerste huizen. Mijn glimlach kwam weer tevoorschijn en we vervolgden onze weg wat sneller dan eerst. Rond de stad zag je de smok al hangen, ik haalde nog even diep adem. “Nu ik nog normaal kan ademen, zo’n stad kan nooit hygiënisch en gezond zijn.” Mompelde ik zachtjes in mezelf zodat niemand het hoorde. Ik keek er nog even naar. Als we er eenmaal zijn zal het waarschijnlijk niet eens opvallen. Dus met vol goede moed liep ik verder.
Het was een grote stad, we wisten niet hoe het heette. Wat we wel wisten was dat het een hele rare naam had en geen van ons het normaal kon uitspreken. Tenminste, Jason en ik niet. Dus we noemde het maar “De grote stad, waar we moesten zijn.”
Langzaam kwamen we dichterbij. Binnen en kwartier liepen we in de stad. Het waren nog wel buitenwijken, maar we kwamen in ieder geval in de buurt. “Waar moeten we zijn?” Vragend keek ik Jason aan die zijn schouders ophaalde. “Ik zou het niet weten, maar ik denk dat we in de stad het meeste kans hebben. Daar weten ze vast meer.” Ik knikte. Denise vond het allemaal best en liep maar gewoon mee.
Opeens viel het me op dat sommige mensen me raar aankeken en hoe verder we in de stad kwamen hoe meer me dat op ging vallen. Aan de andere kant, misschien leek het alleen maar zo en dacht ik dat ik het alleen maar zag. Totdat Jason me naar hem omkeerde en me aankeek. “Heb jij ook niet het gevoel dat de mensen naar je kijken?” Ik knikte. Jason deed zijn arm om mij heen en we liepen verder “Raar...” Mompelde hij ondertussen.
We kwamen dichter in de buurt van de stad en mijn hart begon te kloppen. Eindelijk, maar dan ook eindelijk kwam er een eind aan. Eindelijk zou ik naar huis kunnen, naar Nederland! Ik ging naast Denise lopen die verdacht stil was. “What is wrong?” vroeg ik aan haar. “Nothing.” Nog steeds keek ik haar vragend aan, maar ze wou echt niets zeggen, dus uiteindelijk liet ik haar maar en ging weer naast Jason lopen.
Totdat er opeens een vrouw aankwam en voor me ging staan. Ze zei wat en pakte me mij mijn arm om me mee te trekken. Geschrokken trok ik me los en duwde haar van me weg. “Blijf van me af!” Schreeuwde ik in het Nederlands. De vrouw keek me met gefronste wenkbrauwen aan en riep nog wat kwaads, toen liep ze plotseling weer weg. Dit gebeurde allemaal zo snel, zodat Jason mij niet kon helpen en het alleen maar met een verbaasd blik kon volgen. “Gaat het?” Vroeg hij rustig. “Ja.” Mompelde ik. “Was alleen bang dat het een van hen was.” “Ik ook.” Mompelde Jason en deed zijn armen even om mij heen en trok mij tegen zich aan. Ik glimlachte en gaf hem een kus. Denise had het op een afstandje gevolgd, eerst geschokt, daarna treurig. Ik had het gezien uit mijn ooghoeken en vroeg me af wat haar nou dwars zat. Terwijl we doorliepen bleef het door mijn hoofd spoken. Wat wou die vrouw van me? Waarom deed Denise zo raar? Wat was er allemaal aan de hand?! Jason had duidelijk door waaraan ik zat te denken, maar zei niets. Blijkbaar vroeg hij het zich ook af. Hij keek mij even met een glimlach aan en ik glimlachte terug. We kwamen er vast nog wel achter. Hopelijk snel!
Door die voorval met de vrouw, lette we nog meer op de mensen om ons heen. Sommige lette helemaal niet op ons, maar anderen. Anderen keken ons zo raar aan, dat we bang werden dat wij allemaal het gevoel kregen of we buitenaards waren of zo. In de verte hoorde we sirenes en niet alleen eentje. Het waren er een heleboel! Zwijgend keken we elkaar aan. Er was iets aan de hand, maar wat? De sirenes werden harder en het duurde niet lang, voordat ze de hoek omkwamen. Met gierende remmen stonden ze stil voor ons. Zenuwachtig kneep ik in Jasons hand en Denise bleef dicht bij mij staan. Een deel van de politiemannen stapten uit en zeiden wat tegen ons, wat wij natuurlijk niet konden verstaan. Ik probeerde het in het engels. “What’s wrong?!” Vroeg ik aarzelend. Het enige antwoordt wat we kregen was.”Not now and not here!” Wij werden in de auto geduwd, gelukkig niet hardhandig, en nog geen minuut later reden we weg.
Mijn hart ging als een razende tekeer en ik keek angstig Jason aan. Denise hield ik vast, niet erg zachtjes, maar blijkbaar had ze daar geen problemen mee.
Ik vroeg me af of Denise misschien had gehoord wat ze precies zeiden, maar ik had geen tijd om het te vragen. Voor we het wisten moesten we uitstappen en liepen we een groot gebouw binnen, duidelijk van de politie.
Binnen werden we naar een kleine kamer gebracht. “I want to know, what is wrong!” Boos keek ik iemand aan. Jason legde zijn hand op mijn schouder en kneep even zachtjes. Als teken dat ik rustig moest blijven, wat me moeizaam lukte. Ik zuchtte even diep. Zouden we weer in narigheid zitten of zouden we eindelijk het geluk aan onze kant hebben...?
Het duurde niet lang voor we erachter kwamen. Ze haalde een man erbij die Nederlands kon, waar ik zeer dankbaar voor was.
De man ging voor ons zitten en gespannen keken Jason en ik hem aan. “Jullie vragen je natuurlijk af, wat je hier doet. Nou als eerste zijn we blij dat we je hebben gevonden Liesbeth. Ja, kijk maar niet zo raar. Je wordt gezocht, al maanden. Ik zal maar bij het begin beginnen.” Terwijl hij goed ging zitten, kreeg ik het vermoeden waar het over ging.
“ Een paar maanden geleden kwam er een melding binnen, dat er een meisje uit Nederland was ontvoerd. Niet zomaar iemand, het was de dochter van een belangrijk man. Alle sporen leidde hierheen, dit was uit onderzoek gebleken. We hebben je maanden lang gezocht, maar nooit gevonden. Totdat we meldingen binnen kregen, dat mensen een meisje hadden gezien die erg op je leek. Wat jij bleek te zijn. Waarschijnlijk was het je al opgevallen dat mensen erg naar je keken, dit kwam omdat het volop in het nieuws was gekomen. Toen we dit hoorden zijn we je meteen gaan zoeken en ja de rest weet je.” Ik knikte, al kon ik het nog niet geloven. Eindelijk, eindelijk kwam het einde in zicht en kon ik naar huis. Hier had ik dagen, weken van gedroomd. “Wanneer kan ik naar huis?” Hoopvol keek ik hem aan.
“Je blijft vannacht hier slapen, boven zijn er bedden. Morgen wordt je op het vliegveld naar huis gebracht. Daar zal nog een lange op je wachten. Je moet verklaringen afleggen, de pers onder ogen komen enzovoort. Je hele verhaal zal je moeten vertellen, waarschijnlijk wel meerdere keren. Je vrienden gaan mee, we kijken in Nederland verder over hoe het allemaal verder zal gaan en of ze terug moeten. Aangezien ze hier vandaan komen.” Ik knikte en liet alles even zinken. “Ik kom uit Nederland.” Zei Jason. “Alleen Denise komt hier vandaan.” Voegde ik eraan toe. De man keek Jason even raar aan, maar knikte toen. “Ik ga er niet over, in Nederland moet alles maar uitgezocht worden. Jullie kunnen beter maar eens goed rusten, want er komt een nog drukke tijd aan, het is nog lang niet afgelopen, maar we zijn blij dat we je gevonden hebben.” Hij knikte even vriendelijk en draaide zich toen om naar een vrouw. Hij zei wat tegen haar en ze knikte gehoorzaam. “Loop maar met haar mee en morgen horen jullie verder over hoe of wat.” Denise, Jason en ik stonden op en liepen de vrouw achterna naar boven, waar we een paar kamers toegewezen kregen. Het was niet op zijn best, maar het kon er mee door. Toen ik nog geen half uur later in bed lag, ging ik bedenken wat er allemaal komen zou, over hoe het verder moest! Opeens voelde ik me eenzaam, alleen op een kamer. Het liefst ging ik even naar Jason of Denise, maar iets hield me tegen. Uiteindelijk stond ik toch op en ging naar de kamer van Jason, waar ik even voor de deur bleef staan.
Zou ik naar binnen gaan of niet? Eigenlijk vond ik het maar dom van me, misschien moest ik maar terug naar mijn bed gaan. Toen ik op het punt stond om me om te draaien, ging de deur langzaam open. “Ik dacht al dat ik iets hoorde, is alles goed?” Vragend keek Jason me aan. Ik haalde mijn schouders op. “Nou, ik, uh, ik voelde me opeens zo alleen.” Een beetje schamend keek ik hem aan. Hij glimlachte en deed zijn deur open. “Kom maar.” Ik glimlachte en liep toch maar naar binnen naar zijn bed, waar ik in kroop. Jason ging naast me liggen en deed zijn arm om mij heen en ik kroop dicht tegen hem aan. “Ik hou van je.” Zei ik zachtjes. Jason gaf me een kus in mijn haar. “Ik hou ook van jou.” Toen deed ik mijn ogen dicht en nog geen tien minuten later viel ik in slaap.
Een paar uur later werd ik opeens wakker van een geluid, Jason sliep nog. Het kwam duidelijk vanachter de deur vandaan. Langzaam stond ik op en liep naar de deur. Ook al wist ik hier politie was, toch was ik bang dat het een van de ontvoerders was. Ik keek even om mij heen en zag een kapotte paraplu in de prullenmand liggen. Ik pakte hem eruit en liep naar de deur. Met een kloppend hart deed ik de deur op een kier en keek om het hoekje. Daar zag ik Denise staan met tranen in haar ogen. Snel gooide ik de paraplu aan de kant en deed de deur wijd open. “What is wrong?” Vragend keek ik haar aan. “You weren’t on your room, I was scared.” Met medelijden keek ik haar aan. Wat een schat ook! Ik deed mijn armen om haar heen en knuffelde even. “I’m sorry. Do you also want to sleep here?” Verlegen knikte ze. Ik glimlachte en samen gingen we haar matras ophalen. Toen we terug kwamen keek Jason ons raar aan. Hij was duidelijk wakker geworden van het lawaai dat we hadden gemaakt. Toen hij het matras zag wist hij wat er aan de hand was en hield ons snel even mee. We legde de matras naast het bed, en Denise gooide het kussen en de deken erop. Na een klein kwartiertje lagen we alle drie weer in ons bed, nog even praatte we over koetjes en kalfjes, toen hervatte we onze slaap.
De volgende morgen werd ik al vroeg wakker. Zonder de anderen wakker te maken, stapte ik voorzichtig om Denise heen naar de badkamer. Zou er nu echt een tijd van rust komen? Eindelijk naar huis? Zou het dan echt gebeuren? De gedachten flitste door mijn hoofd terwijl ik de douche aanzette. De hele tijd had ik zonder een echte douche moeten doen. Alleen maar wassen en je hoofd onder de kraan houden. Ik begon in mezelf te grinniken.. Elke keer was het een ramp; zeep in je ogen, alles zat onder water en zweep, mijn kleding alles! Een keer had Jason me moeten helpen, omdat het me niet lukte. Uiteindelijk kon ik het wel, maar in het begin was het een ramp!
Na een halfuur stapte ik toch maar onder de douche vandaan. Nog geen 5 minuten later stapte ik weer de kamer in waar Jason en Denise nog steeds lagen te slapen. Ik glimlachte even en bleef staan kijken. Opeens werd er op de deur geklopt, snel liep ik erheen en deed de deur op een kier. Het was de man van gisteren;
“Hallo, ik klopte al op de andere deuren, maar er was niemand.”
Ik glimlachte even verlegen. “eh ja, na alles wilden Denise en ik niet alleen zijn, dus hebben we wat gesleept met de spullen.” Ondertussen voelde ik mezelf een beetje rood worden.
Hij zou ons vast raar vinden. Het tegendeel bleek, want hij knikte begrijpend.
“Logisch, nou maak de rest ook maar wakker. Over een uur moeten jullie klaar staan. Kom maar gewoon naar beneden, daar zullen we wachten.” Ik knikte en deed de deur achter hem dicht.
“Jason, Denise wakker worden nu!” Ondertussen pakte ik de dekens vast en trok ze van Jason en Denise af. Langzaam werden de 2 wakker en ik grinnikte even. “Het is pas 5 uur gek!” Ik glimlachte liefjes. “Ja ik was vroeg wakker ja, maar we gingen ook vroeg slapen! We moeten over een uur weg dus je moet je klaar maken.” Ook legde ik het aan Denise uit die maar meteen onder de douche stapte. Ik ging naast Jason op bed zitten. “We gaan eindelijk naar huis.” Glimlachte ik. Hij keek mij even aan. “Wat is er, Jason?”
“Ik vroeg me af wat er zou gaan gebeuren. Met Denise, met mij. Ze zullen mij ook niet zomaar laten gaan.” Hij zuchtte even diep. Hier had ik nog helemaal niet goed over nagedacht.
“Denise kan vast wel bij ons blijven en dat van jou komt vast goed!” Zo probeerde ik hem op te vrolijken. Op dat moment kwam Denise onder de douche vandaan en Jason stond meteen maar op. Ik keek naar Denise en hielp haar even later met haar haar. Voor een keer mocht ik haar haar doen. We praatten een beetje, maar allemaal waren we zenuwachtig. Wat zou ons thuis staan te wachten? Aan de ene kant was ik nog steeds super blij dat we naar huis gingen, maar aan de andere kant was ik bang voor wat er zou gebeuren. Jason had wel gelijk!
Toen we allemaal klaar waren, liepen we naar beneden waar ze al stonden te wachten. We liepen meteen door en buiten stonden de auto’s al te wachten waar we in gingen. Ze vertelden ons dat we naar het vliegtuig gebracht zouden worden en er verscheidene mensen met ons mee gingen. Het was een privé-vliegtuig, niet een mooie maar het was ook niet een oude bak. Even later werden we naar binnen gebracht. Denise en ik zaten bij een raampje. Ik staarde een tijdje naar buiten. De kriebels had ik in mijn buik. We zouden zo opstijgen en binnen een dag waren we in Nederland en we zouden nog heel wat moeten doen. Vertellen wat er gebeurt was, pers te woord staan en mijn ouders zou ik weerzien! Ook mijn vrienden. Ik wist niet of ik dat nou leuk of niet leuk vond. In al die tijd was ik zo veranderd, waarschijnlijk zouden ze me geeneens meer herkennen. Even zuchtte ik diep en draaide me om naar Denise die ook bedenkelijk naar buiten zat te staren. Ik glimlachte even. “Everything is going to be ok, I promise!” Ze glimlachte en zuchtte opgelucht. Ik zag aan haar dat ze nog steeds onrustig was en maar hoopte op wat ik zei. Om haar te laten merken dat ik bij haar bleef, deed ik mijn arm om haar heen.
Nog geen uur later vlogen we de lucht in. Ik kreeg last van mijn oren, maar gelukkig stopte dat al snel. Steeds zenuwachtiger begon ik te worden. Eigenlijk had ik er helemaal geen zin in! Niet in al die Heisa, dat moest natuurlijk eerst komen voordat ik eindelijk rust aan mijn kop zou krijgen. Al die mensen, iedereen die ik het verhaal weer moest vertellen! Misschien moest ik het maar opschrijven..
Zo bleef ik malen over de dingen die zouden komen. Na een tijdje keek ik opzij naar Denise, ik glimlachte even toen ik zag dat ze in slaap was gevallen. Ik stond op en ging naast Jason zitten. Hij deed zijn arm om mij heen en ik kroop dicht tegen hem aan. “Spannend?”Vroeg Jason. Ik knikte. “Heel erg. Hoe gaat het eigenlijk met ons verder?” Weer een punt waar ik nu pas over na ging denken. “Wij zullen vast wel samen blijven.” Wimpelde hij een beetje af. “Het komt wel goed.” Hiermee was de discussie gesloten, wat ik eigenlijk wel raar vond. Even keek ik hem dan ook aan, maar haalde toen mijn schouders op. “Als het maar goed komt.” Toch bleef ik een raar gevoel houden, wat maar niet weg ging. Ik staarde een beetje voor me uit, de uren gingen langzaam voorbij. Totdat ik in slaap viel. Een onrustige slaap, maar waardoor de tijd opeens ontzettend snel voorbij ging.....
Ik keek om mij heen. Waar was Jason toch? Ik zag hem nergens! “Jason! Waar ben je?” Riep ik, maar kreeg geen antwoord. Ik stond op en liep rond, waar was hij nou? Ik kreeg een naar gevoel, een heel naar gevoel. Hij was weg, ik wist het! Iemand had hem weggehaald! Opeens zag ik een briefje op zijn stoel liggen.
Jason is hier niet. Je zal hem ook nooit meer weerzien.. Hij zal je niet meer lastig vallen.
Tranen sprongen in mijn ogen. Dit kon niet, dit mocht niet waar zijn! “Jason! Jason, kom terug!” verward draaide ik me een paar keer om. Hij moest hier zijn, het moest!
Met en schok werd ik wakker. “Liesbeth wakker worden. Je droomde maar.” Verward keek ik Jason aan. “Je bent gewoon hier!” Hij glimlachte even lief. “Natuurlijk ben ik hier, altijd geweest. Het was maar een droom.” Hij streelde even mijn haren en trok me weer tegen hem aan. Ik glimlachte nu ook. Het was inderdaad goed, hij was bij mij en ging niet meer weg. Het was goed zo.
Hij vertelde dat we al een paar keer tussenlandingen hadden gehad , om alles weer in orde te maken en alles. Ze hadden mij laten slapen, omdat ik de hele tijd al zo moe was en het allemaal zo langzaam anders ging. We zouden er dan nu echt bijna zijn.
Op dat moment kwam er een meisje naar ons toelopen. “We gaan zo landen, dus riemen vast!” Even keek ik Jason aan, maar hij knikte geruststellend. Ik was zo ontzettend zenuwachtig! Binnen een kwartier stonden we op de grond en mochten we eruit. Er stonden buiten allemaal mensen, stevig hield ik Jason vast en Denise aan de andere kant. Ik wou ze niet kwijtraken. Er mocht niets met ze gebeuren, een gevoel van angst schoot er opeens door me heen. Even bleef ik staan, maar dit duurde niet lang. Opeens zag ik uit mijn ooghoeken mijn ouders op mij afrennen. Ik rende naar ze toe en sloot ze in mijn armen. Wat was ik blij ze te zien! Ze vroegen allemaal dingen, maar het ging langs mij heen. Ik keek naar Jason en Denise die naar ons stonden te kijken. Ze zouden het wel raar vinden hier! Opeens waren er allerlei politieagenten die me eerder niet waren opgevallen. Ze liepen naar ons toe en begeleidde ons naar een busje, waar we met zijn alle in konden. Op de weg daarheen probeerde mensen ons te interviewen en foto’s te maken. Het leek of ik in een droomwereld beland was. Ik reageerde niet op ze, maar liep gewoon door.
We kwamen op het bureau aan. Ik had verwacht dat ik wel eerst naar huis zou mogen, maar we werden meteen afzonderlijk ondervraagd. We mochten geeneens bij elkaar blijven! Wat was dit voor gezeur? En we konden geeneens even uitrusten, eerst naar huis. Mijn ouders alles vertellen! Toch deed ik braaf mijn zegje, liet alles op mij inwerken. Na een uur kon ik eindelijk naar huis en werd mijn droom dan toch werkelijkheid. Wat zou er nu gaan gebeuren, waar ging Denise heen. Waar zou Jason moeten blijven? Ik liep naar mijn ouders toe. “Wat gaat er met Denise en Jason gebeuren?” Ze keken me raar aan. “Wat denk je dat gaat gebeuren met Jason. Hij zal zijn verdiende loon krijgen!” Ik trok mijn wenkbrauwen op. “Hij had mij geholpen!” “Dat denk jij maar, komt door wat je hebt meegemaakt. We zijn zo blij dat je terug bent!” Vertelde mijn moeder. “Jason zal je niet meer lastig vallen.” Zei mijn vader erachter aan. Ze geloofden me niet, mijn oren kon ik niet geloven. Ze dachten dat ik gek geworden was, niet helder kon nadenken. “Hij heeft mij niets gedaan!” Boos keek ik ze aan. Ze haalden hun schouders op. “Het komt wel goed.” Zeiden ze alleen maar. “En Denise?!” vroeg ik. “Die mag wel bij ons blijven voorlopig. Tot we meer weten.” Ik werd er gek van. Ik wou Jason niet kwijt en Denise ook niet! “Kan ik naar Jason?” “Dit lijkt me niet echt een goed idee.” Ondertussen werd ik laaiend. Opeens kwam er een agent tussen. “Gaan jullie maar met haar naar huis. Ze is vast nog moe. Dat andere meisje kan ook wel meegaan als jullie het goed vinden. Dan kijken we wel even verder. Die jongen wordt voorlopig even vastgehouden.” Voordat ik er iets tegenin kon brengen werd ik naar huis gebracht. Zodra ik Denise zag rende ik op haar af en sloot haar even in mijn armen. “I know everything.” Zei ze. “I’m sorry.” Zei ik, doelend op wat ik eerder had gezegd. Dat alles zou goed komen. Ze glimlachte en schudde even haar hoofd. “I know you were right. We have to believe it.” Ik knikte. Zulke wijze woorden uit zo’n klein meisje haar mond. Ik voelde me opeens moe. Morgen zou ik wel weer moeite gaan doen. Eerst slapen en goed uitrusten. Boven alles moest ik een ding geloven. Alles zou goed komen, morgen zou alles wel rechtgezet worden. Jason kon ik nu niet helpen, ook al voelde ik me er ontzettend rot over en zou ik kunnen janken. Denise had gelijk en ik moest me goed houden. Het kwam vast wel goed!
Zo kwam ik thuis en ging meteen naar boven. Mijn kamer was vreemd voor me, maar negeerde het. Ik was te moe. Denise ging bij mij in mijn twee persoonsbed liggen. En al snel vielen we in slaap. Een droomloze nacht.
De volgende morgen was ik al vroeg op. Ik legde een briefje voor Denise neer, dat ik even weg was. Waarschijnlijk zou ze het niet leuk vinden, maar het moest. Ik kon niet de hele tijd met haar lopen. En sowieso wilde ik gewoon even alleen met Jason zijn en niet constant samen met Denise, hoe lief ze ook was.
Zachtjes kleedde ik me aan en liep ik op mijn tenen naar beneden, waar ik een briefje voor mijn ouders neerlegde. Hierna zocht ik naar mijn sleutels die gewoon in een kastje hingen en liep daarna snel naar de garage waar mijn auto nog in goede staat stond, wat ook niet anders kon eigenlijk. Ik stapte in en deed de deur van de garage open.
Het was weer even moeilijk om op gang te komen, maar toen ik eenmaal op de grote weg reed was ik al weer helemaal gewend en zoefde ik door.
Eenmaal bij ‘de plaats delict’ aangekomen, werd ik doorgestuurd naar de plaats waar Jason voorlopig moest zitten.
Ik ging erheen en zag Jason. Het was een grote kamer, er werd goed opgelet of er niets raars gebeurde. Het viel me nog reuze mee dat ik erbij kon. Ze dachten dat hij het allemaal in zijn eentje had gedaan. Zouden ze niet weten dat ik diegene was waar het om ging, diegene die al zo lang zoek was? Of zouden ze gewoon medelijden met me hebben of misschien dachten ze dat ik gebracht was door iemand. Eigenlijk maakte het ook niet uit. Ik was er nu!
Snel rende ik naar hem toe en omhelsde hem. Hij glimlachte heel even, maar duwde me toen zachtjes weg. Met grote geschrokken ogen keek ik hem aan.
“Wat.. Wat doe je?” Vragend keek ik hem aan.
“Mensen denken dat ik je heb gebrainwashed. Wij weten dat het niet zo is, maar voorlopig moeten we elkaar maar niet zien. Ik krijg een proces en we moeten maar zien wat eruit komt”
“Niet zien? Ik weet toch wat er gebeurt is! Die mensen moeten zich er niet mee bemoeien, waarom laten ze ons niet gewoon!”
Jason schudde zijn hoofd. “Ik weet niet hoelang het gaat duren. In ieder geval niet zomaar een paar weken, maar het zal moeten gebeuren. Ik moet de gevolgen onder ogen moeten komen.”
“Je hebt niets gedaan!” Ik verhief mijn stem. Waar was hij mee bezig?!
“ Rustig aan. Na alles wat er is gebeurt is het logisch dat mensen dit denken. Met een eerlijk proces komt het wel goed en zal iedereen weten wat er aan de hand was. Tot die tijd moeten we elkaar echt niet zien.”
Ik keek hem boos aan. “Je durft het gewoon niet aan! Toch kom ik wel langs.” Met die woorden draaide ik me om en liep met tranen in mijn ogen weg.
Ik voelde zijn ogen branden in mijn rug en ergens achter mij hoorde ik een diepe zucht.
Boos haalde ik met mijn hand de tranen weg. Ik zou er alles aan doen om hem te helpen, of hij het wilde of niet! Het kon me niet schelen.
Aan het einde van de gang keek ik toch nog snel even om en ik zag hoe Jason weer werd meegenomen. Ik vond het vreselijk om te zien, maar wist dat ik er niets aan kon doen. Het zou toch niet helpen.
Met die gedachten stapte ik even later in de auto en reed met een omweg naar huis. Ik had nog geen zin om naar huis te gaan. Ik zou wel een uitbrander krijgen, naar een psychiater gestuurd worden. Ik wilde er gewoon even niet aan denken.
Toch kwam ik sneller dan ik wilde thuis aan. Mijn ouders waren ook nog thuis, die zouden voorlopig waarschijnlijk ook niet weg gaan! Met gemengde gevoelens liep ik naar binnen, waar ze beide me al stonden op te wachten.
“Waar ben je mee bezig?!” Vroeg me moeder met een boze blik.
Ik schudde mijn hoofd en ging op een stoel zitten.
Mijn vader keek mij even aan. Hij zag er niet boos of verdrietig uit, het leek wel of hij me begreep. Zo had ik nog nooit tegen hem aan gekeken. Eigenlijk was hij een trotse maar lieve man, hij was niet zoals mijn moeder, waar ik ook erg veel van hield. Mijn moeder dacht dat alles op te lossen was met geld, ze was erdoor geobsedeerd, maar toch hield ik van haar. Al liet ze het niet altijd merken, toch wist ik dat ze ook van mij hield.
Ik keek ze beide aan. “Ik ben bij Jason geweest, zoals op dat briefje stond.”
“Ben je...” Voordat mijn moeder haar zin kon afmaken praatte ik erdoorheen.
“Luister eens mam, je weet helemaal niet wat er is gebeurt. De enige die dit weet ben ik. Ik wil het jullie best vertellen, maar laat me dan gewoon uitpraten en onderbreek mij niet. Misschien dat jullie het dan snappen. Ik kan maar niet geloven dat ik eindelijk thuis ben en ik ben nog steeds mezelf en weet zelf heel goed wat er is gebeurt. Het is zeker niet dat iemand mij verteld heeft wat ik moest vertellen. Denise die er later bij kwam zou het kunnen bevestigen, voor een deel dan.”
Even was ik stil, mijn vader gaf me een glas water en knikte. “Vertel maar, wij zullen er niet doorheen zeuren.” Hij keek even mijn moeder veel betekenend aan en zij knikte ook.
Toen begon ik mijn verhaal...
Aan het einde van mijn verhaal was het even stil. Ik nam nog een slok water, want van dat praten kreeg ik een droge keel!
Mijn vader keek even nadenkend en mijn moeder keek mijn vader aan. Ze wilde niets zeggen voordat hij dat had gedaan.
“Ik geloof je.” Kwam er uiteindelijk doodsimpel uit.
“Maar vertel eens wat je vandaag dan hebt gedaan?”
Ook dit vertelde ik, maar niet wat Jason zei.
“We zullen hem proberen te helpen en je zal dit ook moeten vertellen aan de rechter. Het komt wel goed.” Hij stond op en omhelsde me, tranen stonden in mijn ogen. Ik was eindelijk thuis en kon me nu pas beseffen wat er allemaal was gebeurt! Toen ik naar mijn moeder keek zag ik dat ook zij in tranen was. Mijn vader had het snel weggeveegd en ik glimlachte.
Het zou wel goed komen!
“Ik ga nu met Jason praten, dit lijkt me een goed idee. Jij moet straks naar het politiebureau met Denise.” Mijn vader keek me even aan.
“Wat gaat er gebeuren met Denise?” Vroeg ik voorzichtig. Ik had ze al verteld dat zij ook niemand meer had, behalve ons.
Je moeder en ik zullen dit overleggen, maar het zal wel goedkomen.
Ik zuchtte opgelucht. Het moeilijkste deel was tenminste achter de rug. Eindelijk had ik een gevoel van rust.
Even later toen mijn vader weg was keek ik om het hoekje in mijn kamer. Denise sliep nog, het was dan ook een erg lange dag geweest gister. Zachtjes deed ik de deur weer dicht en liep naar de badkamer. Ik had wel zin om even een lekker warm bad te nemen. Ik vulde het bad en legde mijn kleren netjes op een tafeltje. Even voelde ik of het niet te warm was, maar het was precies goed. Toen stapte ik erin. Dit had ik wel gemist. Gewoon lekker ontspannen even badderen. Ik deed mijn ogen dicht en herleefde opnieuw alle gebeurtenissen van de afgelopen einde. Dat ik zo krengerig tegen mijn ouders had gedaan die ochtend. Nee, zo wilde ik ook niet meer worden, ik was dom, egoïstisch en verschrikkelijk verwend geweest. Dat wilde ik niet meer en ik wist eigenlijk ook al zeker dat het niet meer zou gebeuren.
Na een kleine anderhalf uur kwam ik weer beneden. Daar zag ik dat Denise met mijn moeder zat te praten. Haar ogen straalde en ik glimlachte. “Hi Denise. Did you sleep well?” Ze knikte. “Good!” antwoordde ik en ging naast haar zitten. Mijn moeder keek mij aan en glimlachte. “Je vader en ik hebben gepraat en ik wil zeggen dat we beide achter je staan en dat Denise als het allemaal ook mag van de rechter bij ons kan komen wonen. Ik heb het haar net gevraagd of ze dit wilde en ze wilde het graag.” Glimlachend keek ze naar Denise die het niet kon verstaan, maar het duidelijk wel snapte. Blij gaf ik mijn moeder een zoen. “Geweldig mam!” Even leek het of het niet meer stuk kon, dat het allemaal wel goed zou komen..
Maar op dat moment kwam mijn vader binnen met een sombere blik.
Alledrie keken we hem vragend aan. Mijn moeder zette koffie op en schonk dit even later in, toen begon mijn vader.
“Jason wil geen advocaat. Hij gelooft dat het niet nodig is en dat als hij het verhaal doet voor de rechter het hopelijk goed komt. Als dit niet zo is zal hij het wel verdiend hebben.”
“Hij is gek.” Mompelde ik in mezelf.
Mijn vader keek me waarschuwend aan en ik wist dat ik nu beter mijn mond kon houden.
“Het is een goed jong. Hij heeft zijn verhaal ook gedaan en hij heeft veel meegemaakt. Ik hoop dat het goed komt.” Ik knikte instemmend. Het moest goed komen! Terwijl mijn vader dit vertelde vertaalde mijn moeder het voor Denise.
Mijn vader stond op en pakte mijn jas. “Je moet nu naar het bureau, jou verhaal doen. Ik rijd je erheen.”
Ik wilde er tegenin gaan, maar mijn vader zei het zo nadrukkelijk dat ik het niet deed. Mijn moeder en Denise bleven achter, Denise had haar verhaal toch al gedaan. Ik was alleen ondervraagd, maar nu moest ik toch nog het hele verhaal gaan vertellen. Het zat eigenlijk raar in elkaar.
Even later zaten we in de auto op weg naar het bureau, niet ver hier vandaan. Mijn vader gaf me een brief. “Van Jason, hij wilde graag dat je het zou begrijpen. Ik heb het niet gelezen.” Ik knikte en stopte de brief in mijn zak. Later zou ik het lezen, nadat ik bij het politiebureau weg was!
Op het politiebureau zaten ze al op mij te wachten. Toen ik binnen kwam werd ik naar een kamertje geleid.
Mijn vader mocht niet mee en bleef wachten in de kamer ernaast.
Toen ik binnen kwam zag er een vrouw zitten, die duidelijk op mij aan het wachten was.
Ze stelde zich voor als Jantina. Het was nog een jonge vrouw en ze zag er heel erg vriendelijk uit. Ze leek me aardig..
Meteen liep ik naar de stoel die er eenzaam stond en ik ging zitten toen Jantina het gesprek begon. “Je weet waarom we hier zijn. Ik hoopte dat je mij het verhaal zou kunnen vertellen van wat je is overkomen de afgelopen 4 maanden. Van het begin tot eind in details.” Ze keek me afwachtend aan.
“Oké, maar dat gaat lang duren.” Ik keek haar bedenkelijk aan.
“Dat is niet erg. Ik zal wat eten en drinken laten komen, beetje onpasselijk, maar anders is het hier straks niet te doen.” Ik grinnikte even. Ja laten we gaan picknicken dacht ik in mezelf.
Toen alles er stond begon ik mijn verhaal.
Ik vertelde van de eerste dag, toen ik ontvoerd werd, de mannen die me ontvoerden, van Jason die erbij was en me erin had geluisd, maar ook hoe spijt hij had en me vertelde waarom hij het had gedaan, hoe we samen waren ontsnapt, van Denise die ik had ontmoet en van hoe het daarvandaan verder ging. Alles, maar dan ook alles vertelde ik.
Aan het eind zuchtte ik diep. Al wist ik niet hoelang we hier gezeten hadden, maar het was lang! Eigenlijk was ik er ook wel moe van geworden.
De vrouw keek mij aan en glimlachte. “Je hebt veel meegemaakt! Dit gaan we gebruiken voor Jasons rechtzaak, al moet ik eerst kijken of het klopt.”
“Pardon?! Natuurlijk klopt het! Ik zit hier geen onzin te verkondigen.” Zei ik beledigd.
“Nee, jij niet, maar Jason misschien wel. Hij kan gelogen hebben tegen je.” Glimlachte Jantina vriendelijk.
Daar had ik nog niet aan gedacht. Misschien had Jason gelogen! Was het helemaal niet waar! Ik keek haar verschrikt aan.
“Rustig maar. Misschien had hij gelijk, we gaan dit onderzoeken.” Het was even stil en ze schreef iets op. “Hier heb je mijn nummer. Bel me als je iets kwijt wil. Ik denk niet dat hij zo is, maar je weet maar nooit. Ik ga op zoek naar zijn familie en achtergrond. Zodra ik iets weet bel ik je. We hebben je nummer.” Ze gaf me een hand. “Dank je wel.” Mompelde ik alleen.
Toen ik de deur uitliep, voelde ik haar ogen in mijn rug branden. Ik wist dat ze ook niet kon geloven dat hij dat zou doen, maar het was haar werk. Je merkte het aan haar houding. Toch voelde ik me niet helemaal lekker, straks was het allemaal niet waar wat hij allemaal vertelde!
Eenmaal thuis ging ik naar mijn kamer. Denise was met mijn moeder gaan winkelen. Gelukkig maar, want ik wilde haar even niet om mij heen. Al was ze een schat!
Ik had gewoon even tijd nodig om na te denken.
Opeens dacht ik aan de brief. Jasons brief. De Jason die misschien de waarheid niet sprak! Ik wilde de brief niet lezen, straks had hij al die tijd gelogen en in die brief weer. Wat had het dan allemaal voor zin?
Toch werd ik nieuwsgierig en ik haalde de brief tevoorschijn. Mijn ogen vlogen over de regels...
Lieve Liesbeth,
Je zal vast wel velen vragen hebben. Waarom ik geen advocaat wil, waarom ik je hulp niet wil. Enzovoort. Allereerst wil ik je zeggen dat er niets veranderd is tussen jou en mij. Ik hou nog steeds van je, maar het kan op dit moment gewoon niet.
Jij moet je weer gaan instaleren in Nederland. Je moet (ja MOET) je examens dit jaar gaan halen. Dit kan je er dan nog niet bij hebben. Ze denken dat ik je gebrainwashed heb ofzo. Zolang ze dit denken zullen mensen je niet normaal aankijken, dan denken ze dat je gek geworden bent. Dit kan ik je niet aandoen. Jij moet je leven weer oppakken, ik weet dat je veranderd bent. Ik hoop dan ook dat je zo zal blijven.
Over dat ik geen advocaat wil.. Zelf weet ik dat onschuldig ben. Tenminste, zover dat kan. Ik wil niet een advocaat die dit moet bewijzen! Ik wil het zelf doen en ik hoop dat het allemaal goed komt. Als ik toch schuldig bevonden word, dan zal ik het wel verdiend hebben.
Ik hoop dat je dit allemaal zult begrijpen en als ik vrij kom zal ik je proberen op te zoeken.
Ik hou van je en het gaat helemaal goed komen,
Liefs Jason.
Met tranen in mijn ogen keek ik naar zijn naam. Waarom moest hij nou altijd zo verstandig zijn! Ik wilde hem blijven zien, dit kon niet. Nu wist ik zeker dat hij niet loog, dat kon niet. Het klonk zo oprecht!
Nog een tijd bleef ik erover nadenken. Opeens wist ik wat ik moest doen, zijn ouders zoeken! Ik ging op mijn bed liggen en bedacht me hoe ik het aan moest pakken.
Terwijl ik dat dacht viel ik langzaam in slaap.
Het was al 2 weken later. Vrienden van vroeger waren me op komen zoeken., ze vonden dat ik veranderd was en ik weer de oude moest worden. Dit zou toch niet gebeuren dacht ik bij mezelf, maar oké.
Ze wilden me mee uit nemen, maar ik had geen zin.
Omdat ik zoveel gemist had zou ik thuis school krijgen en een apart examen zou worden opgesteld.
Mijn plan was ik nog steeds niet vergeten, maar ik moest een manier vinden hoe ik zijn ouders kon vinden.
Jantina had me nog steeds niet gebeld. Misschien moest ik haar maar een keer bellen. Toen hakte ik de knoop door en pakte mijn mobiel erbij om haar te bellen. Op dat moment ging mijn telefoon af.
“Hallo.”
“hallo met Jantina. Ik heb informatie voor je.”
“Vertel..” Ik voelde mezelf onzeker voelen.
“Het klopt wat Jason zei. Zijn ouders hebben hem net bezocht, het was heel emotioneel.”
Ik zuchtte opgelucht, maar voelde me niet blij. Ik vond het niet leuk dat ik daar niet bij kon zijn, waarom mochten zij wel komen en ik niet?! AL snapte ik het wel en gunde ik het ze ook. Ik moest niet aan mezelf denken, maar aan hem.
“Heb je misschien hun adres. Zou ik die mogen?”
Het was even stil toen hoorde ik haar weer praten.
“Sorry die kan ik niet zomaar geven, maar als je wil kan ik wel je nummer geven. Ze weten wie je bent en ze kunnen dan zelf beslissen of ze je willen spreken.”
Ik knikte en bedacht me dat ze dat niet kon zien.
“Oké is goed. Bedankt en tot ziens.”
Ik klikte haar weg, zuchtte diep en hoopte op het beste. Toen zag ik dat ik al te laat was voor mijn werk.
Sinds een paar dagen werkte ik bij een bakkerij. Ik wilde niet op geld van mijn ouders blijven teren en had besloten om zelf geld te verdienen. Ook wilde ik op mezelf wonen, maar hier had ik wel mijn ouders bij nodig. Zij wilde me gelukkig graag helpen, dus ondertussen was ik ook flink op zoek naar een huisje.
Zo vloog er weer een week voorbij. Er gebeurde niets boeiends en ik had er wel een klap van opgevangen. Toch begon ik te wennen aan het idee zonder Jason te zijn en voor mezelf te zorgen.
Tot op een dag ik gebeld werd.
“Hallo.”
“hallo met Marijke.”
Marijke kende ik een Marijke?
“Ik ben de moeder van Jason.” Mijn adem stokte. Ze zochten contact!
“Hallo.” Kwam er moeizaam uit.
“Je zal wel een beetje geschokt zijn zo te horen. Maar ik wilde graag een keer met je afspreken. Je uitnodigen hier en met je praten.”
“Ja is goed. Dat zou ik graag willen.”
Na een uur hing ik pas op. Ik zou de volgende dag naar hun toe gaan. Ze woonden aan de andere kant van Nederland, dus ik had wel even te rijden.
IK zou ze graag allerlei dingen willen vragen. Over Jason, maar ook over hun zelf.
En ik moest nog zo lang wachten, waarschijnlijk zou ik ook niet kunnen slapen vannacht in ieder geval slecht!
Opeens ging de bel en ik deed open.
“Denise!” Glimlachte ik. “Je weet dat je achterom hoort te komen.” Ze begon te lachen. “Sorry had ik geen zin in.” “Luiwammes.” Mompelde ik en ze trok een wenkbrauw op. “Gemeen je weet dat ik zulk soort dingen nog niet begrijpen kan!” Nu grinnikte ik. Ja ze ging erg vooruit met haar Nederlands, ze wilde dit graag leren en het ging dan ook super goed al. Oké je merkte wel dat ze niet van hier kwam, maar we gingen elkaar wel steeds beter begrijpen. De zinnen begonnen ook zelfs beter te worden!
Ze zou als het allemaal goedgekeurd werd door de rechter door mijn ouders geadopteerd worden. Mijn ouders vonden het super leuk, maar Denise zelf ook. Ze had eindelijk een thuis, ze voelde zichzelf hier dan ook al thuis!
De volgende dag vertrok ik al vroeg naar de ouders van Jason. Ik was heel zenuwachtig maar ik had er wel zin in. Ik moest lang rijden, maar dan had ik ook wat. Voor het huis van de ouders van Jason zette ik mijn auto neer en haalde even diep adem. Nu zou het gaan gebeuren. Ik stapte uit en deed mijn auto op slot, langzaam liep ik naar de deur. Maar voordat ik kon aanbellen deed er een vrouw open. Ze zag er vrolijk uit en begroette me dan ook zo. “Welkom. We zijn zo blij dat je er bent. We hebben zoveel vragen en jij vast ook!” Ik knikte en glimlachte even.
“Ik ben blij dat ik mocht komen.” Ja nu zou het echt gaan gebeuren, eindelijk!
Binnen zag het er mooi uit. Helemaal niet ouderwets hoe ik het me allemaal voorzag. Nee, ze
hadden duidelijk een hele goede smaak.
Terwijl ik ging zitten schonk de moeder van Jason drinken in en begon te praten over Jason.
Hoe ze hem kwijt hadden geraakt, al die jaren gezocht hadden. Ze hadden altijd gehoopt en gebeden dat hij nog leefde en dat het goed met hem zou gaan.
Ze waren heel erg blij om met mij te praten over wat er allemaal gebeurt was, wat er met Jason was gebeurt. Wat ik natuurlijk ook niet in details kon vertellen. Mijn vragen werden ook beantwoord, ik kreeg foto’s van vroeger te zien en ze vertelden veel over hem, hoe hij altijd was enzovoort.
Uren zat ik daar op de bank met de ouders van Jason tegenover me. Zijn vader was ook ontzettend aardig voor me, net als zijn moeder. Het bleek dat hij ook nog 2 zussen had, een tweeling. Wat me alleen wel pijn deed,was dat hij vrienden van vroeger wel op bezoek wilden hebben. Ik kon het niet hebben, dat hij mij niet meer wilde zien.
Moeizaam probeerde ik om het van me af te zetten en dit lukte ook, het deed me dan ook erg goed om met zijn ouders te praten.
Het was zo’n 4 uur later toen ik weer in mijn auto stopte. Ik was kapot, maar het had me goed gedaan.
Weken gingen zo voorbij. Ik ging vaak bij de ouders van Jason langs om bij te praten. In het begin vertelden hoe het bij Jason was, maar dit gebeurde steeds minder. Ik was ook niet meer bij Jason langs geweest, hij wilde het toch niet. Terwijl alles eigenlijk goed verliep, miste ik toch iets. Het was zo’n simpel leventje, ik deed niets bijzonders. Ondertussen had ik het Vwo gehaald en werkte ik nu volop. Vaak dacht ik nog aan Afrika, ondanks dat het vreselijk bij die mensen was, wilde ik er graag heen. Ik volgde de rechtzaken nog wel en ik moest ook getuigen tegen Jaap en Micheal. Het was erg moeilijk geweest, maar minder moeilijk dan ik had verwacht. Eigenlijk had ik het al snel een plaatsje gegeven of het was misschien gewoon ver weg gestopt. Misschien was het toch niet zo erg, omdat ik toen Jason had ontmoet.
Alles ging zijn gangetje, maar toch voelde ik me niet goed. Ik miste Jason, maar ook miste ik Afrika op de een of ander manier. Vaak had ik van die momenten dat ik opeens in een dip zat. Met oude vrienden ging ik nog wel om, maar niet zo veel als vroeger. Ik had er gewoon niet zoveel behoefte meer aan. Haast niemand wist ook hoe ik me voelde, zo goed als niemand. Iedereen dacht dat het goed met me ging, terwijl dit lang niet altijd zo was. Nooit voelde ik me helemaal gelukkig. Het werk wat ik deed was saai en elke dag deed ik alles weer opnieuw. Het was zo’n cirkel waar je niet uit kon komen hier. Je ging elke dag naar je werk, kwam thuis ging eten. Soms nog wat ‘s avonds doen en dan naar bed voor de volgende dag, in het weekend deed je ook wat gezelligs en daarna begon het gewoon allemaal weer opnieuw....
Het was al zo’n 4 maanden voorbij vanaf de dag dat Jason zei dat we elkaar beter maar niet meer konden zien. Ik was vroeg wakker, er was iets aan deze dag!
Langzaam stond ik op en ging naar de douche, toen opeens herinnerde ik het me. Vandaag was de uitslag van Jason’s rechtzaak!
Al wist hij het niet, ik was helemaal op de hoogte en ik had besloten vandaag naar de rechtbank te gaan. In het begin wilde ik het niet, omdat ik bang was hij me niet wilde zien. Toch had ik me eroverheen gezet en ik was van plan om gewoon ergens achterin te gaan zitten, zodat ik ook weer snel weg was. Zijn ouders hadden me uitgenodigd en toen ik uiteindelijk instemde hadden ze ook beloofd het niet tegen Jason te zeggen dat ik er was.
Ik was al een uur van te voren klaar, wat anders nooit het geval was. Dus toen ging ik maar even langs mijn ouders en Denise, waar het overigens heel goed mee ging.
De tijd leek stil te staan, al was het heel gezellig. Toch was het uur uiteindelijk voorbij en ging ik op weg naar het gebouw waar hij zijn ‘vonnis’ kreeg te horen. Vonnis klonk eigenlijk maar raar, iedereen vroeg aan mij wanneer hij het te horen zou krijgen en altijd keek ik weer raar op als ze het over zijn vonnis hadden!
Zo kwam ik in gedachten aan bij het gebouw. Sinds de laatste keer dat ik hem had gezien was ik veel veranderd, qua uiterlijk. Hij en anderen zouden me niet snel herkennen nu, het was dan niet extreem maar met een zonnebril was het niet goed te zien. Dus last van de pers zou ik in ieder geval niet hebben.
Ik deed mijn zonnebril op en liep naar binnen en ging achterin de zaal zitten. Net op tijd was ik, want vlak daarna konden de mensen niet meer naar binnen en werd Jason naar binnen gelaten. Hij was niet veel veranderd, al zag hij er zeker niet slecht uit dat viel gelukkig reuze mee. Toen ik hem zag sprong mijn hart een slag over. Met een diepe zucht ging ik wat onderuitgezakt zitten en keek toe.
Ik keek naar Jason die daar heel relaxed zat, wat ik niet kon begrijpen. Toen ik naar hem keek vlogen mijn gedachten weer terug naar die maanden met hem, wat nu zo lang geleden leek. Lang bleef ik hem aanstaren tot ik bedacht dat hij mijn richting op keek en ik maar snel weer naar de rechter keek. Hhij zou het nooit door kunnen hebben gehad aangezien ik een zonnebril op had, maar toch voelde ik me niet lekker en keek maar niet snel zijn richting meer op. Opeens werd ik uit mijn gedachten gehaald toen Jason op moest staan en zijn uitslag te horen kreeg. Was ik zo in gedachten geweest dat ik de rest niet gehoord had?
De rechter vertelde dat Jason veel had meegemaakt, maar dat het niet goed was wat hij had gedaan. Toch vond hij dat Jason uiteindelijk toch het goede had gedaan en hij van alle beschuldigen onschuldig werd bevonden. Ook kreeg Jason een bepaald geld bedrag, omdat hij toch een tijd opgesloten gezeten had. Dit is tenminste wat ik meekreeg, want al die moeilijke woorden drongen niet echt tot mij door. Ik glimlachte blij, het liefst was ik opgesprongen en naar hem toegerend, maar iets hield me tegen. Zijn ouders omhelsden hem en zijn vrienden liepen ook al op hem af. Opeens voelde ik me ontzettend alleen. Ik zag Jason zijn vader mijn kant opkijken en tikte Jason aan, snel stond ik op en liep weg. Op dit moment wilde ik niet dat Jason opeens naar me toe kwam, ook al wilde hij dat zelf. Hij had me erbij moeten betrekken toen hij het moeilijk had. Dit had hij niet gedaan en dat voelde hard aan. Ik wist niet of zijn vader ook echt had verteld dat ik er was, ook al had hij het beloofd, nu ik terug dacht had alleen zijn moeder het beloofd en was hij stil gebleven maar oké.
Ik wilde gewoon zo snel mogelijk daar weg, weg uit de zaal, weg uit het gebouw en gewoon terug naar mijn kamertje.
Met een rotvaart vloog ik over de weg, als ik politie was tegen gekomen had ik een dikke boete ontvangen, maar dit gebeurde gelukkig niet. Eenmaal thuis keek ik naar mijn bijna lege huis. Het meeste stond weer bij mijn ouders opgeslagen en mijn tassen waren al ingepakt, over een paar dagen zou ik op reis gaan. Ver weg van dit landje, ver weg van Jason, ver weg van alles. Ik had besloten om weer naar Afrika te gaan, daar te gaan werken in een organisatie die kinderen hielp die niets meer hadden. Geen thuis, geen geld en alleen op straat leefden. Al kreeg ik er niet veel geld voor, het leek me super om te doen!
Om zo weinig mogelijk aan vandaag te denken ging ik verder met opruimen, wat ik de afgelopen tijd elke keer deed als ik thuis kwam. Ik zorgde gewoon dat ik altijd bezig was, zo hoefde je ook niet na te denken of je zielig te voelen. Al was ik soms moe, toch ging ik wat doen.
Nu zat ik op mijn bed voor me uit te staren. Ik wist ook wel dat het eigenlijk totaal niet goed ging. Van buiten af leek het hartstikke goed met me, maar het omgekeerde was waar. Het kwam niet alleen door Jason, nog steeds had ik de maanden dat ik in Afrika zat geen plaatsje gegeven en waarom ik terug ging wist ik niet. Waarschijnlijk omdat ik gewoon weg wilde rennen en hoopte dat ik daar alles kon vergeten of het een plekje kon geven. Sommige dagen gingen op zich ook wel goed, maar lang niet alle dagen.
Ik zuchtte diep en ging even op mijn bed liggen. Mijn baan was al gestopt en daardoor had ik de komende dagen dus niet zoveel te doen. Ik stond op om wat te gaan doen.
Misschien kon ik langs zijn ouders? Nee, dat zou natuurlijk niet kunnen. Ze waren waarschijnlijk feest aan het vieren en was hij daar. Nee, dat zou ik niet gaan doen. Toen bedacht ik me waar ik wel graag heen wilde gaan. Het was al jaren mijn lievelingsplek, al was ik er al tijden niet geweest.
Een paar uur later stond ik op het strand met mijn schoenen in de hand. De ruige wind voelde goed en er ontsnapte een diepe zucht uit mijn mond. Even deed ik mijn ogen dicht en glimlachte. Dit was wat ik nodig had!
Even keek ik weer om mij heen, er was geen mens te bekennen en ik liep het verlaten strand af. Even voelde ik me weer heerlijk rustig worden. Kon ik even alles van me af zetten en gewoon heerlijk genieten van de wind en de zee. De golven die met een harde slag op het strand kwamen.
De volgende dagen vlogen voorbij en voor ik het wist was het de avond voor mijn vertrek. Jason had nog geprobeerd mij te bereiken hoorde ik, maar ik had er niet op gereageerd. Hij wilde mij toen niet zien, ik hem nu niet. Hij zocht het allemaal maar lekker uit!
Ik sliep bij mijn ouders vanavond en Denise vond het vreselijk dat ik zou gaan, maar gelukkig snapte ze het wel. Dat zei ze tenminste. Het was al laat toen ik in mijn bed lag en de deurbel hoorde. Ik stond op en deed mijn badjas aan, welke idioot belde nu nog aan! Mijn ouders en Denise sliepen al. Ik ging snel naar beneden en maakte zachtjes het slot open om daarna met een ruk de deur open te doen. “Welke idioot gaat om half 2.....” Ik maakte mijn zin niet af en keek verbaasd naar de persoon voor me. “Mag ik naar binnen?” Vroeg Jason zachtjes. Ik zei niets maar deed de deur toch maar open en stapte opzij, zodat hij naar binnen kon.
“Wat drinken?” Vroeg ik kort. Hij schudde zijn hoofd.
“Liesbeth, mijn vader vertelde dat je bij mijn rechtzaak was. Ik zag je zitten maar wist eerst niet dat jij het was. Ik heb je nog geprobeerd te bereiken maar..”
“Ik liet niks van mij horen en negeerde het.” Zei ik kalm en zonder emoties.
Ik keek mij even argwanend aan en knikte toen. “Waarom?”
Ik ging tegenover hem zitten, maar kon hem niet aankijken dus keek naar de grond.
“Ik snap niet waarom ik niet mocht komen toen je vast zat. Je legde het uit en ik begreep het beter. Maar je liet niet nooit van je horen, nooit. Zelfs niet via je ouders, terwijl je wist dat ik daar nog eens kwam. Dat hadden zij verteld.” Ik schudde mijn hoofd. “En nu alles voorbij is kom je langs. Nu het moeilijke voor jou voorbij is en je hebt mij er geen eens bij betrokken.” Ik schudde mijn hoofd en stond op. “Ik moet naar bed, ik ga morgen weg.” Zonder hem aan te kijken liep ik al half naar de deur. Hij kwam achter mij aan lopen. “Het spijt me dat ik dat niet heb gedaan. Ik wilde je gewoon geen zorgen geven en je ongelukkig daardoor laten voelen.” Heel even keek ik hem aan terwijl ik zei: “Dat heb je nu juist gedaan.” Ik deed de deur open. “Ik ga naar Afrika.” Hij liep langs me heen en keek me aan. “Voor hoelang?”
Ik haalde mijn schouders op. Allebei wisten we niet wat we moesten zeggen dus deed ik de deur maar dicht. Zachtjes liep ik naar boven en probeerde de slaap te vatten, wat natuurlijk niet lukte. Waarom stelde ik me zo aan? Of heeft iedereen van zulk soort momenten? Ik zuchtte diep en keerde me om.
Ik werd wakker en keek om mij heen. Was ik in slaap gevallen? Ik ging naar beneden waar Jason zat. “Ben je er nou alweer?” Vroeg ik een beetje onzeker. Hij liep naar me toe en trok me in zijn armen. “Ik kan niet zonder je.” Ik keek hem aan en voelde een tinteling. “Ik ook niet zonder jou.” Zei ik zachtjes. Hij gaf me een zoen. “Liesbeth!” Ik keek hem raar aan. “Wat sta je nou te roepen, ik sta naast je!”
“Liesbeth, wakker worden!” Langzaam werd ik wakker. Het was maar een droom! Ik zuchtte diep en keek naar de deur waar Denise net naar binnen kwam. “Je moet drie uur van te voren inchecken dus je moet over een halfuur weg!” Ik keek op de klok en schrok. “Oké, dank je en nu weg dan kan ik me snel omkleden!” Snel jaagde ik haar uit mijn kamer, zodat ik me kon verkleden. Gelukkig had mijn vader de spullen die dag ervoor al in de auto gedaan, zodat we dat niet meer hoefde te doen en hij me meteen kon wegbrengen.
Op schiphol aangekomen checkte ik me in en nam afscheid van mijn familie en een paar vrienden. Tot mijn verbazing waren de ouders van Jason er ook! Ook van hen nam ik afscheid en toen stapte ik door de poortjes. Aangezien ik drie uur van te voren er was kon ik nog even winkelen. Het was heel duur dus ik eindigde met alleen een flesje water voor in het vliegtuig. De uren waren voorbij gevlogen en al snel stapte ik in het vliegtuig. Ik werd naar mijn stoel gewezen door een stewardess. Er zat nog niemand naast me dus kon ik heerlijk bij het raampje zitten. Ik keek naar buiten en dacht toch weer onbedoeld aan Jason. Nu zou ik echt weg gaan, ver weg. Wilde ik wel zonder hem weg? Ik ademde diep in. Ja, het was wel goed dat ik ging!
Ik hoorde de stewardess iemand naar de stoel naast me brengen. “U was erg laat en u hebt geluk dat u nog mee kon. Fijne reis!”
Jammer, ik had een metgezel. Liever had ik alleen gezeten. Lekker de ruimte gehad! Ik wilde me voorstellen, maar in plaats daarvan werden mijn ogen groot en kon ik niets uitbrengen.
“Ik ga met je mee...”
“Mama!” Liesbeth keek op en legde haar pen neer.
“Ja schatje?”
“Papa is vervelend. Hij pest mij!” Liesbeth tilde haar 2 jarige dochtertje op.
“Zullen wij papa dan eens even pesten? Ik heb wel een ideetje, Elena. Wil je het horen?” Elena knikt heftig. “Ja!” Liesbeth fluisterde wat in Elena’s hoor. Even later rende Elena naar buiten. “Papa! Je moet binnen komen van mama.” Ondertussen vulde Liesbeth een emmer met water. “ Elena Sarah, je mag niet liegen hè?” Elena knikte heftig nee. “Nou vooruit, dan ga ik eens even kijken wat mama wil!” Net op het moment dat hij naar binnen wilde lopen kreeg hij een plens water over zich heen. “Zo dat heb je verdient!” Lacht Liesbeth. “Jij gemene!” “NEE JASON, NEE! IK BEN NET DROOG!” voordat Liesbeth het door had Jason haar in zijn armen en was zij ondertussen ook doorweekt. Ze kuste elkaar en keken elkaar even verliefd aan. “Hoe gaat het?” vragend kijkt Jason haar aan.
“Goed, ik ben bijna klaar.”
“Mooi zo.”
Op dat moment komen Nathaniël en Elena binnenrennen. “Wie zijn er jarig morgen?” Vragend kijkt Nathaniël, Liesbeth aan. “En wie denk jij papa?” Grijzend staat de tweeling naast elkaar. “Hmm, laat me raden. De kerstman?” pestte Jason ze. “NEEE!” gillen ze door elkaar. “WIJ, wij, wij!” Liesbeth lacht en kijkt ze aan. “Wij hebben toch leuke cadeautjes voor jullie, maar dat mogen we natuurlijk nog niet geven! Misschien vinden jullie ze wel als je goed zoekt!” De tweeling laat het hun geen twee keer zeggen en rennen als een speer naar boven.
“Ik ben bang dat ze nu alles overhoop halen.” Zegt Jason zielig. “Aangezien ze niets zullen vinden...”
“Wij zijn nu in ieder geval even samen.” Terwijl ze dat zegt, kijkt ze naar de foto’s aan de muur. Jason doet zijn armen om haar heen en Liesbeth leunt een beetje tegen hem aan.
“Wij zijn elkaar eigenlijk wel heel ongewoon tegengekomen. Dat kunnen niet veel mensen zeggen.”
“Nee inderdaad, veel mensen zouden ook niet snappen dat wij wat zouden krijgen. Aangezien ik een van je ontvoerders was!”
“Dat was je niet... Je werd gedwongen, dat is iets heel anders.” Liesbeth draait zich om en kijkt Jason aan. Met een glimlach om zijn mond geeft hij haar een zoen.
“Gelukkig ben ik vrijgesproken. Weet je dat nog? Waren we eindelijk terug... Werd het nog een ramp tussen ons!”
“Inderdaad. Al is dat ook goed gekomen.... Nouja, goed gekomen...” lacht Liesbeth. Jason geeft haar snel een por in haar zij en kijkt haar arrogant aan. “Pardon?!” “Was maar grapje hoor.” Zegt Liesbeth onnodig.
“Vanavond hebben we trouwens een etentje hè?” Jason kijkt haar vragend aan. “Ik heb al een oppas voor de kinderen geregeld. Het zijn een paar mensen die ons willen interviewen, omdat we in Afrika ontwikkelingswerk hebben gedaan.”
“Eigenlijk zijn we helemaal een raar stel. Ik ontvoer jou, als we terugkomen is het een ramp. We gaan ook nog eens een paar jaar naar het land waar we zoveel ellende hebben meegemaakt. oh ja, en terwijl we daar nog maar net waren konden we haas talweer terug, omdat we gingen trouwen!” Zegt Jason met een frons. “We houden gewoon van moeilijk doen!” zegt Liesbeth dan. Op het moment dat ze op de bank willen ploffen. Horen ze boven een ontzettend kabaal. “Ohnee, de kinderen!” Samen vliegen ze naar boven.
De tweeling zijn in hun kamer geslopen, omdat ze op zoek waren naar de cadeautjes. Alleen zochten ze niet lang meer verder, want ze gingen elkaar opmaken van mama’s make-up kastje.
Met moeite houden Jason en Liesbeth hun lach in, terwijl ze naar de kinderen kijken die hun ouders nog niet hebben gezien en vrolijk verder gaan. “Oh Jason?” Fluistert Liesbeth zacht, terwijl de tranen van plezier nog over haar wangen lopen. “Ja?” Hij kijkt haar vragend aan. “Ik ben bang dat er nog een onrustzaaier op komst is.” Ondertussen haar hand op haar buik leggend. “Echt?” vraagt hij verast, maar blij. Liesbeth knikt glimlachend.
Dan draaien ze zich om en kijken naar de kinderen. “Dat word een gezellig, druk en een geweldig nieuwjaar dan!” Terwijl Jason zich weer naar Liesbeth omdraait en haar vrolijk aankijkt. “Super! Dat is het.”
EINDE.[/i]
Er komt nog wel een nieuw verhaal samen met Jeltien, maar dit zal nog wel eve nduren.. eerst maar eens een heeeel stuk gaan schrijven
*voor diegene die geintereseerd zijn