Moderators: Essie73, NadjaNadja, ynskek, Polly, Telpeva, Muiz
Citaat:Twee dagen later. Ik word voor de zoveelste keer wakker, voor de zoveelste keer word ik weer herinnerd aan het feit wat er een halve week geleden is gebeurt. De tranen zijn gelukkig wel een stuk minder, maar het gevoel is er niet minder om. Mijn moeder heeft gister een dagje uit gehad met haar nieuwe vlam. Taylor is een stevige, licht gespierde man. Hij spreekt met een licht accent, maar heeft wel een aardige indruk op me achter gelaten. En het belangrijkste: Hij is stapel gek op mijn moeder. Je kan ze vergelijken met een jong puberend stel. En dat doet me ergens wel zeer. Blijkbaar vind ik Peter nog veel leuker, dan ik werkelijk ooit heb gedacht. Helaas, zijn niet al mijn gedachten over hem positief. Ik probeer me boos te maken, en al het verdriet er uit te kunnen schreeuwen. Maar niks helpt. Ik blijf hem missen. Zijn lieve smsjes, zijn zachte stem, zijn uitstraling, onze tijd samen. Ergens houd ik valse hoop, dat hij me ieder moment kan verrassen. Al is het maar een smsje, of dat ie even met zijn auto langs rijd. Alleen al om even een blik samen uit te wisselen.
Mijn dagritme, is deprimerend. Als ik slaap, lig ik in mijn veilige en warme bed. Als ik wakker ben, zit ik in de grote stoel die voor het raam staat. Zo kan ik alles in de gaten houden. En zo zit ik al ruim een dag. En niemand lijkt het door te hebben. Soms haal ik een bakje thee. Zes keer in het uur bekijk ik mijn telefoon. In de (valse) hoop, dat ie me misschien zou smsen. Maar het blijft verdacht stil.
Vandaag erger ik me, aan alles en iedereen. Een verliefde moeder, het is prachtig. Maar je moet grenzen trekken ergens toch? Gelukkig is ze niet veel thuis. Ze heeft vakantie, en is veel bij haar nieuwe vlam te vinden. Ik dwaal af in mijn gedachten, ver verdiept in woorden, gevoelens en herinneringen.
Mijn telefoon rinkelt, maar ik hoor niks. Ik zie niks. De frustraties lopen hoger op, het verdriet neemt weer de macht over me.
Ik zak iets meer onderuit, en probeer de tranen tegen te houden. Maar tervergeefs. De tranen winnen, en rollen met plezier over mijn wangen. Het proeft zout, als ze mijn lippen raken.
Ik ben helemaal in mezelf gekeerd, als de deurbel gaat. Ik voel me verloren in het verdriet, hoor niks of niemand. Enkel mijn eigen gedachten. Mijn zielige gedachten, om Peter. Hij lijkt wel de veroorzaker van alles. Weer gaat de deurbel, en weer hoor ik hem niet. In gedachten hoor ik zijn stem, voel ik zijn zachte vingertoppen over mijn gevoelige huid strijken. Zijn lieve woorden, zijn prachtige ogen, hij helemaal. Alleen als ik al aan hem denk, voel ik een tinteling over mijn huid.
Plotseling staat er iemand te gluren bij het raam. Een blonde vrouw, rode lippen, bruinige ogen, lichte oog make up. Ik herken haar niet meteen, maar als ze me ziet zitten, en ze zwaait, maakt ze me even aan het lachen. Het is Miranda, een hele goede schoolvriendin van vroeger, maar ook van nu. Ze was op vakantie gegaan, voor mijn ongeluk. Een reis naar Zeeland. Het mooiste strand van Nederland, als je haar moet geloven. Ik klim uit de stoel, en ren naar de voordeur. Gelukkig staat ze voor de deur, en ik omhels haar, en wil haar niet meer loslaten. Zij maakt me altijd aan het lachen. Haar manier van denken, is zo begrijpelijk. Ze omhelst me stevig terug, en volgens mij heeft ze mijn tranen gezien. “Het is goed meisje” Troost ze me. Ik begin weer op nieuw te huilen. Van blijdschap. Eindelijk iemand, die me snapt, denk ik. Iemand die tijd voor me maakt, en naar me wil luisteren.
Miranda loopt mee naar binnen. Ik schaam me voor de troep die in het huis verspreid ligt. Maar ik ben echt niet in de 'mood' om op te ruimen. Het kan me allemaal momenteel gestolen worden. Miranda lijkt het allemaal niet te zien. Ze kijkt me vragend aan. “Je moeder heeft heel veel berichten op mijn voicemail achter gelaten. Ze vertelde me dat je enorm verdrietig bent, en dat je de liefde ook niet meer ziet zitten?” Haar zacht bruine ogen kijken me begripvol aan. “Het is goed, je mag huilen, je mag schreeuwen. Maar meisje, praat er over.”
Ze pakt me vast, en wiegt me heen en weer. Minuten lang blijven we zo zitten.
“Kom Inge, we gaan wat leuks doen. Die jongen is deze narigheid niet meer waard. Je hebt genoeg tranen gelaten. Je moet nu weer leren lachen. Leren van jezelf te houden. Leren te leven, met hoe het is gelopen. Kom, we gaan shoppen!”
En zo, zit ik na dagen thuis te hebben gezeten, achterop bij Miranda op de fiets. Ze praat over haar prachtige vakantie, de prachtige mannen, de heerlijkste wijn, en natuurlijk: Over haar nieuwe werk. Ze is aangenomen bij een restaurant als serveerster. Ze kwam daar als klant, flirte met de ober, en had daarna een gesprek met de eigenaar. Ze is hoteldebotel van haar nieuwe baan. Over twee weken mag ze beginnen. Ze krijgt daar een eigen appartement, twee huisgenoten, en een dik salaris. Alleen, ze moet verhuizen. Van hier naar Zeeland. Dik drie uur reizen met openbaar vervoer. Maar dit is haar passie, dit is waar het in haar leven om draait. Haar stem klinkt vrolijk, en al gauw komen we in de straten van Zwolle zelf. De winkelstraten laten al drukte horen. Vele stemmen, auto's en fietsers hebben het zelfde plan als wij.
Zodra we ons favoriete koffie-hoekje hebben gevonden, gaan we te voet verder. Miranda zet even haar fiets op slot, en komt daarna naast me zitten. “Wat wil je drinken?” Ze pakt de kaart, en kijkt bij de harige hapjes. “Ik heb nog niks gegeten, jij wel?”
Miranda besteld niet lang daarna twee Ice-Tea, en twee tosti's voor ons. De ober herkent ons al meteen, en maakt een leuk grapje naar ons toe. Miranda lacht overdreven mee, en ik, ik zit daar maar. Mijn gedachten dwalen weer te snel af. Ik zie mensen lopen, koppeltjes, leuke jongens met leuke meiden. In iedere jongen zie ik wel iets van Peter terug. Terwijl de meiden totaal niet op mij lijken. Miranda kijkt, naar mijn ogen, naar mijn blik waar ik naar kijk. “Ing, waar kijk je naar?” Ik mompel, in de hoop dat ze niet er op door vraagt. Maar Miranda zou geen vriendin van me zijn, als ze dat juist niet deed. “Nou Ing, kom op. Vertel het me nou. Zo vind ik het niet gezellig hoor. Je moeder klonk enorm ongerust, en je kent je moeder. Die belt mij heus niet zomaar op hoor.”
De ober komt er aan met onze drankjes, en de tosti's laten nog even op zich wachten. Ik zie een kans om even te praten.
“Ik heb een auto-ongeluk overleefd. Mijn vader is vertrokken naar Amerika, samen met zijn vriendin. Ik ben overstuur in de auto gestapt, heb een ongeluk gehad, en leerde op die manier Peter kennen. Peter is dokter, en vanaf het begin sprak ie me al aan. Hij had iets, wat vele mannen of jongens gewoon missen. We hadden een klik. Hij was enorm aardig, lief, en goed bezig. Maar goed, zijn ex stalkt hem en hij gelooft haar iedere keer. En dus ja... Sorry het is een beetje heel kort omschreven, maar het doet me zo'n veel pijn! Ik was en ben echt verliefd op hem. Dit is een bijzonder gevoel, en het verdriet, doet me geen goed...” Miranda geeft me een knuffel. “Meis, ik wil alles weten. Als er iets is, wat je dwars zit. Je hebt mijn nummer, je kan me altijd bellen. En dat weet je he?”
Samen drinken we een beetje van onze IceTea. De ober komt net de tosti's brengen. En Miranda knipoogt naar hem. Juist, dat is echt typisch Miranda... Ouwe flirter. Ze kan nooit zonder. Zou ze echt mijn verhaal willen horen?
ja ach...
esmespitfire schreef:Ik vond dit stuk echt niet verkeerd. mijn collega's zijn erg blij dat je een nieuw stuk heb geschreven nu kunnen ze heerlijk weer meelezen achter mijn pc![]()
Ik vind het niet kunnen hoor dat iedereen mee zit te lezen het moet niet gekker worden bij ons op het werk
Dank je wel
MarJon schreef:Maar jij focust je nu gewoon zo op dat nieuww ding erin. DAt je eigenlijk de andere dingen een beetje ''Vergeet''
?leintje_ schreef:Ik vind het ook weer een goed stuk! Moet eerlijk zeggen dat ik de spanning die niet aanwezig is niet mis. Zoals Carlienn_ al zegt, niet ieder hoofdstuk van een boek is altijd even spannend.
Top hoor. Ben benieuwd naar je volgende stuk.

Je zorgt voor prima leesvoer tijdens werkuren! 




Citaat:
Er heerst een vervelende stilte tussen ons. Miranda kijkt af en toe op haar telefoon, en stuurt zo nu en dan een smsje naar iemand. Ik sluit me langzaam af van de wereld, en zink weer in de gedachten waar in Peter de hoofdrol speelt. Telkens voel ik hem, of ruik ik zijn luchtje. Zou hij nu ook aan mij denken? Zou hij spijt hebben, of zou hij bij zijn ex zitten? Waarom stel ik mezelf zo veel vragen? Waarom weet ik zo weinig van hem? Waarom raken mijn gevoelens zo in de war als ik enkel aan hem denk?
Miranda praat tegen me, maar ik hoor haar half. Ik ben in gedachten gezonken, en zie alleen mensen voor me lopen, en ik zie Miranda haar lippen wel bewegen, en haar wangen zie ik blozen. Maar ik versta geen woord van wat ze zegt. Ze lijkt niks door te hebben, en praat gewoon verder. Ze lacht, bloost en pakt weer haar telefoon er bij. Ze zwaait even naar me, vlak voor m'n gezicht. “Luister je wel?” Ik knipper even met mijn ogen. “Oh sorry ik lette even niet op. Wat zei je als laatste?” Miranda zie ik vreemd naar me kijken. Ze lijkt wel beledigd. Logisch, dat zou ik ook zijn, als iemand zo bij mij deed. Ze toetst iets in op haar telefoon, en laat me dan een foto zien. “Dit is mijn nieuwe scharrel, het is namelijk nog niet officieel aan.” Ik bekijk de foto, en herken de jongen ergens van. Maar het kwartje wil niet meteen vallen. Miranda stopt snel haar telefoon weer in haar jaszak, en kijkt me aan. “Waar zit jij met je gedachten?”
Ik zucht. Moet ik nu weer het verhaal op nieuw vertellen? Ik kijk van haar weg, om mijn tranen niet te laten zien aan haar. “Ik snap dat je verdrietig bent meid, maar kom op. De wereld vergaat niet hoor.” Miranda legt een hand op m'n schouder. “Chill... Neem de tijd, maar blijf niet hangen.”
We eten zwijgend onze afgekoelde tosti's op. Het smaakt bij mij naar niks. Ik proef geen kaas, geen brood, ik ben er gewoon niet bij met mijn hoofd. Maar Miranda eet als of ze echt honger heeft. Het duurt geen minuut of ze heeft haar bord al leeg, en mijne is nog half gevuld. “Zullen we hierna schoenen shoppen?” Ik hoor een teleurstelling in haar stem. Ze voelt me goed aan. Ik ben kapot, moe, verslagen door het verdriet. Ik geef stilzwijgend mijn andere helft van de tosti aan haar, en laat mijn korsten liggen. Na enkele minuten, nemen we afscheid van elkaar. Miranda wil shoppen, ik wil naar huis. Miranda biedt nog aan om me thuis te brengen, maar ik wil alleen zijn. Dit heeft zo geen zin.
Miranda geeft me nog een knuffel, en laat me dan los. “Bel me he, als er iets is!” Ze kijkt me aan, en loopt dan weg. Daar sta ik dan, in een rustige stad, verlaten door iedereen. Tenminste, dat zegt mijn gevoel.
Met langzame stappen, en een hangend hoofd, loop ik naar het busstation. Mensen lopen me voorbij, of toeteren als ik over een zebra-pad strompel. Iedereen heeft haast, is druk of chaotisch. Niemand neemt de tijd om stil te staan, bij het feit dat het vandaag eigenlijk een best mooie dag is. Nog een paar meter te gaan, en dan nader ik het busstation. De zon schijnt, maar deze steeg is donker, en geeft me een vreemd gevoel. Er lopen wel een paar mensen ook in, dus het is niet zo dat ik er alleen loop. Maar ik voel me niet prettig. De een na de ander lijkt me voorbij te lopen, en iedereen kijkt me vreemd aan. Ook de volgende. Een jonge man met een pet op, en een enorm fout trainingjas om zijn middel. Hij kijkt me recht in de ogen aan, en dan sta ik stil. Wat er gebeurd, lijkt zo onwerkelijk. De jongen gaat voor me staan, en blijft me aan kijken. “Inge?” En dan barst ik los. Waarom moet ik hem hier tegen komen? Wat doet hij hier? Peter laat mijn emoties weer los gaan, weer komen de tranen, en dan pakt hij me vast. “Sorry meisje... Laat maar gaan. Let it go.” Zijn stevige armen, houden me goed vast. Hij aait me over m'n haar, en wiegt me zachtjes heen en weer. “Het spijt me...” Ik kan het niet geloven. Hoor ik hem nu niet van me af te duwen? Hoor ik hem niet verrot te schelden, voor alles wat lelijk en kansloos is? Maar ik laat me gaan. Zijn uitstraling maakt me rustig. Hij blijft me heen en weer wiegen, tot ik gekalmeerd ben, en gestopt ben met huilen. Even ruik ik hem weer, maar hij ruikt ook naar de sportschool, zo'n typische lucht. Maar dat maakt hem niet minder hatelijk naar mijn gevoel toe. Ik accepteer hem.
We staan lang zo, in de steeg. Peter is stil, en ik zie dat hij het ook moeilijk heeft. Maar we durven beide niks te zeggen. Hij blijft me vast houden, en uit eindelijk sla ik mijn armen om hem heen. “Ik hoor nu te zeggen, hoe grote eikel je bent. Maar dat kan ik niet... Ik mis je alleen maar meer...” zeg ik zachtjes in zijn oor. Mijn ademhaling stopt even, en dan voel ik zijn houding wat veranderen. Hij laat me wat losser, en draait zijn hoofd tegen over de mijne. Even kijkt hij diep in mijn ogen aan, en voel ik weer de vlinders, die nog niet zijn gestorven. Zijn lippen belanden op mijn voorhoofd, en dan fluistert hij iets. “Ik mis jou ook... Het spijt me zo enorm erg. Mijn wereld staat op zijn kop, niks kan ik meer doen, zonder aan jou te denken.” En dan kijkt ie me weer aan, ik zie hem ieder detail van mijn gezicht bekijken. Zijn handen laten me langzaam meer los, en komen uit eindelijk bij mijn wangen terecht. “Het was nooit mijn bedoeling, jou zoveel pijn te doen.”
Ik sluit even mijn ogen, om zo zijn woorden beter te kunnen verstaan. Zijn stem klinkt rustig, een tikkeltje verdrietig, maar vooral heel betrouwbaar. Voor ik mijn ogen weer wil openen, voel ik zijn lippen, op de mijne. Het duurt maar twee of drie seconden, maar het voelt goed. Het voelt vertrouwd, en we voelen allebei vlinders. Dat weet ik zeker. Peter laat me niet meer los, en ik hoor hem zuchten. “Ik heb me als een eikel gedragen, en ik snap het als je kwaad op me bent. Maar ik ben nog nooit, werkelijk, nog nooit zo verliefd op iemand geweest. Ik weet niet zo goed hoe ik mijn excusses moet aanbieden, want ik zie je tranen. Ik heb je geraakt met mijn stomme acties. Het spijt me, maar ik ben bang dat dat niet genoeg is.”, en ik leg een vinger op zijn lippen. “De tijd zal het leren denk ik?” Hij knikt, en geeft me nogmaals een knuffel. “Ik wil je echt niet kwijt, want wat ik voel bij jou, is het beste gevoel wat ik ooit heb gehad bij iemand. Je bent bijzonder, lief, mooi, en je hebt mijn hart veroverd.” Een zonnestraal valt op Peters gezicht, en onthuld een traan die over zijn wang rolt. En ik vind er nog een. Zijn ogen zien weer wazig, maar ergens zie ik een glinstering, als ie weer in de mijne kijkt. Ik kan wel springen van geluk, zodra hij er ook nog even bij lacht. Mijn hart staat weer in vuur en vlam, het rot gevoel wordt overmeesterd door het gevoel van verliefdheid, en ik lach zachtjes naar hem terug. “Wat voel jij nu?”, vraag ik hem. Zijn voorhoofd fronst even, en zijn ogen kijken even naar de muur waar ik tegen geleund sta. “Wat ik nu voel?”, en hij zucht. “Een gevoel, wat me blij maakt. Maar ik ben een enorme eikel geweest, ik heb je zo laten zitten. En ik voel me enorm schuldig er door. Maar als ik jou ogen zie, dan maakt mijn hart een sprongetje, dan voel ik een vreemd gevoel in mijn onderbuik, dan zijn mijn gedachten weer vrolijk. En dan... Dan besef ik me, hoe gek ik op je ben.” En weer zie ik hem lachen. Zijn frons trekt weg, en de wazigheid in zijn ogen wordt ook minder. “Nogmaals... Ik wil het goed maken. En ik wil bij je blijven. Want zonder jou, wordt ik echt niet gelukkig.”
Enkele mensen passeren ons, en reageren anders. De een loopt ons straal voorbij, terwijl twee puber jongens gaan fluiten, en een derde schreeuwt: “Kerel, zoen haar dan!” Er loopt vanaf de andere kant een jonge vrouw, die even naar Peter kijkt, dan naar mij, en ook lacht. Ze klikt, en loopt weer verder. Ik zie Peter nog meer lachen. “Dat was Wendy.” Zodra hij haar naam heeft genoemd, steekt ze een hand omhoog. “Jep, dat is haar echt.” En dan, kust ie mij liefdevol en teder, terwijl zijn handen door mijn haar glijden.