Ik ben begonnen met het 5e hoofdstuk, wordt wat vrolijker denk ik
Moderators: NadjaNadja, Essie73, Muiz, Polly, Telpeva, ynskek
ik blijf meelezen!!
Kimberley_ schreef:leuk verhaal soms iets moeilijk te volgen maar ach
Kimberley_ schreef:leuk verhaal soms iets moeilijk te volgen maar ach
het leest heel makkelijk
Janine1990 schreef:Kimberley_ schreef:leuk verhaal soms iets moeilijk te volgen maar ach
Ben erg benieuwd waarom!
Vind het niet erg om ook eens wat minder leuk commentaar te krijgen, ben er eigenlijk wel blij mee!
ik lees graag te snel en moet dan even weer terug niets aan te merken op jou! Iets verkeerd geformuleerd sorry
Kimberley_ schreef:Ligt aan mij hoorik lees graag te snel en moet dan even weer terug niets aan te merken op jou! Iets verkeerd geformuleerd sorry
Citaat:Hoofdstuk 5
I'm that star up in the sky
I'm that mountain peak up high
Hey I made it
Mmm..
I'm the world's greatest
And I'm that little bit of hope
When my backs against the ropes
I can feel it
Mmm..
I'm the world’s greatest
Het schooljaar vloog voorbij, de zomervakantie was al in zicht, nog een week naar school en dan een toetsweek.
Roos was bijna volledig opgeknapt. Ze zat af en toe weer te paard, al ze niet te moe was. En kon weer zelfstandig lopen.
Het ongeluk was echt met een sisser afgelopen, Papillon werd elke dag een kwartiertje gelongeerd, en was zo goed al de oude Papillon. Het enige dat nog herinnerde aan het ongeluk was het litteken dat was overgebleven na de operatie. De haren die er inmiddels weer opzaten waren wit. Het enige wit dat de zwarte ruin ooit had gehad. Zonde, hij was altijd perfect zwart geweest. Als een sprookje.
Op school leek het steeds gezelliger te worden. Roos betreurde het einde van het jaar dan ook.
De geruchten gingen dat de klas uit elkaar zou worden gehaald, ze waren te druk samen. En bovendien zou het derde jaar toch een stukje zwaarder worden.
Dat maakte het allemaal nog minder voor Roos, stel dat ze het volgende jaar niet meer bij Ruben in de klas zou zitten!
Roos was verliefd, smoorverliefd! Ruben was bijna dag en nacht in haar gedachten. Het enige moment waarop ze serieus was, waren de momenten die ze doorbracht op de rug van een paard. Wat ze de laatste tijd dus niet erg veel deed, rustig opbouwen was het advies.
Haar hele agenda stond vol met hartjes, en leren deed ze met haar ogen dicht.
Regelmatig had haar moeder haar betrapt als ze naar boven ging onder het mom: “Ik ga leren.” Zodra haar moeder haar kwam halen voor het eten schrok Roos overeind. Ze zat onderuit gezakt in haar stoel, met de voeten op het bureau. Het boek lag dan meestal opengeslagen op haar buik. Roos staarde meestal naar buiten, maar bij regen was het plafond een stuk interessanter.
En als beneden de lampen bijna naar beneden vielen, dan stond Roos weer eens te dansen en keihard mee te zingen met de muziek.
Af en toe maakte ze haar ouders helemaal gek, maar ze waren blij dat Roos weer zo vrolijk was.
De gedachte dat Roos bijna dood was geweest, was verschrikkelijk. In het begin waren dan ook bang dat Roos ook daadwerkelijk liever dood was gegaan. Gelukkig leek het daar bij lange na niet op.
De toetsweek ging goed, zelfs zonder leren haalde Roos zevens en achten. Iets wat niet iedereen lukte. Aan het eind van het jaar bracht hun mentor, mevrouw Haan toch nog goed nieuws. De klas zou bij elkaar blijven in het komende jaar! Onder leiding van hun nieuwe mentor, meneer Berghuis. Roos kon het wel uitgillen van geluk. Maar hield zich gelukkig in.
In de klas steeg gemompel op, mensen waren blij. Maar Roos straalde bij het nieuws dat ze hoorde.
Toen was het moment daar dat de rapporten uitgereikt werden. Mevrouw Haan sprak iedereen kort toe.
“Roos Verbeek!”
Roos liep naar voren.
“Wat een prachtig rapport, werkelijk, zo heb ik het in deze klas niet meer gezien! Vier zevens, drie achten en een negen!”
De klas begon spontaan te applaudisseren. Roos straalde, ze had zich nog nooit zo op haar gemak gevoeld in een klas.
“Veel succes in het komende jaar!”
“Bedankt.” Zei Roos met een grote glimlach op haar gezicht.
Roos kon thuiskomen met haar rapport, het zag er geweldig uit. Een heel stuk anders dan vorig jaar, dat was een dramatisch rapport met slechts zesjes. Voor sommige mensen een goede prestatie, zeker op VWO niveau. Maar voor Roos niet. Bij toetsen had ze vrijwel altijd een black-out. Er werd faalangst geconstateerd.
Het stomme was dat het eerst met aanstellerij werd afgedaan, aan het begin van het jaar waren het immer alleen maar hoge cijfers geweest. De leraren leken blind voor wat er allemaal gebeurde, of ze wilden het niet zien.
Gelukkig iets dat ze voorgoed achter zich kon laten.
Over een week zou ze voor 10 dagen naar Griekenland gaan met haar ouders. Vroeger ging Shirley altijd mee. En ging zij mee naar Shirley.
Dit jaar mocht ze ook wel iemand meenemen, maar Fleur en Iris wisten niet van Shirley, en haar ouders wisten niet dat Fleur en Iris er niets van wisten.
Ze mocht Fleur en Iris allebei meenemen, maar Roos was er van overtuigd dat haar ouders over Shirley zouden beginnen. En dan zou haar vakantie zich in de hel afspelen. Want de meiden waren nieuwsgierig, hen maakte het niet uit of Roos een paar tranen zou laten. Wat ze dan niet door hadden, was dat Roos dan weer kapot zou zijn. Ze had het nu een plek gegeven, maar de wond was nog vers.
“Roos, wil je even de was uit de wasmachine halen en in de droger stoppen? Dan kan ik het straks in de koffers doen.”
“Yo.”
Verdwaasd stapt Roos achter haar computer weg. Ze was in gesprek met Fleur, die haar vertelde dat Iris een ongeluk had gehad en nu een gebroken arm had. En dus niet achter de computer kon, want ze kon niet met links typen.
Een erg onsamenhangend verhaal.
Roos baalde wel dat ze niet op ziekenbezoek kon, maar ze zouden die nacht naar Schiphol worden gebracht en van daaruit zouden ze naar Griekenland vliegen.
“Hoelang moet het in de droger?” Schreeuwde Roos naar de kamer.
“Half uurtje.” Was het antwoord van haar moeder.
Roos haalde met een traag gebaar de was uit de wasmachine en deed het in de droger. Ze stelde het programma in. En liep weer terug naar de computer.
Iemand had haar toegevoegd op MSN. Een onbekend adres. Ze accepteerde de persoon, en vroeg wie het was.
“Gaat je niets aan. Ik wilde je alleen even vertellen dat je echt de lelijkste kop uit de hele klas hebt. En dat je snel moet oprotten! Een beetje met de mentrix slijmen, met cijfers alleen kom je er niet hoor, lelijk eendje!”
> “Pardon?”
De persoon aan de andere kant van de internetverbinding gaf offline aan.
“Wie is dit?” Roos staarde met open mond naar de woorden die zojuist op haar scherm waren verschenen en klikte het scherm weg.
Ze besloot een pacman te gaan spelen op internet, net als dat ze dat vroeger deed, samen met Shirley. Roos glimlachte, terwijl ze terugdacht aan het moment dat de eerste computer in huis stond.
Ze ging volledig op in het spelletje en had in de eerste instantie niet door dat er een schermpje omhoog kwam met de melding dat iemand zich had aangemeld op MSN.
Roos werd drie keer door een spookje gepakt, en vond het wel weer genoeg pacman voor vandaag. Ze klikte het scherm weg en bekeek wie er allemaal online waren.
Ze zocht het adres nog eens op van de onbekende die haar had uitgescholden. Maar de naam die haar computer aan had gegeven stond er niet meer bij. Ze scrolde naar beneden en zocht de naam nog maar eens. De lijst was lang en ze was al bij de R beland.
Daar stond een voor haar nog onbekende naam: Rubenski.
Dat kon alleen Ruben zijn, dé Ruben! Want zo werd hij genoemd in de klas. Maar Roos had hem nooit toegevoegd en hij haar ook niet. Hoe kwam hij hier verzeild geraakt?
Ze keek naar het adres, misschien was ze vergeten dat ze hem had toegevoegd, maar dat bestond haast niet.
Het adres kwam overeen met dat van de onbekende persoon. Ruben was degene die haar had uitgescholden!
Roos staarde met grote verbazing naar het scherm, hoe kon hij zoiets doen? Hij deed altijd aardig, tegen iedereen, ook tegen haar. Waarom zei hij dit? Hij had met de rapporten uitreiking nog voor haar geklapt. Dat wist ze zeker.
Een traan rolde langs haar wang naar beneden. Ze haalde diep adem, snoot haar neus. En speelde nog een spelletje pacman, om zich af te reageren.
“Hebben we alles dames?”
“Jaaaaaa pap!” Zuchtte Roos.
“Nou, je weet het maar nooit schat!”
Roos lachte.
“Hebben we er ook zin in dames?”
“Jaaaaaaaaaa!”
En Roos meende het. Ze had er echt zin in.
Ze had die middag nog even rustig paardgereden, maar na Griekenland zou ze weer volop beginnen.
Ze schaamde zich ook niet voor het litteken op haar been, dat was een openbaring voor haar geweest. Ze mocht van geluk spreken dat ze nog leefde!
En wie weet, als Ruben dan toch op deze manier over haar dacht, dan zou ze in Griekenland misschien wel een ander tegenkomen. Er waren nog genoeg jongens in de wereld.
Bovendien was er genoeg te doen. Ze zou nog met haar vader op een bananenboot en ze mocht leren windsurfen, iets wat ze altijd al supergaaf had gevonden.
Roos droeg een trainingsbroek en een dikke sweater. Haar vaste vliegkleding. Het was meestal fris in het vliegtuig, en aangezien ze ’s nachts vlogen, kon ze heerlijk slapen in deze kleding. In haar handbagage zat een short en een hemdje, zodat ze zich wanneer ze aankwamen op het vliegveld in Griekenland meteen kon omkleden.
“Gaan met die banaan!” Riep Roos vanaf de achterbank.
Ze deed de dopjes van haar iPod in haar oren, en genoot van de muziek onderweg.
Janine1990 schreef:Citaat:Hoofdstuk 5
I'm that star up in the sky
I'm that mountain peak up high
Hey I made it
Mmm..
I'm the world's greatest
And I'm that little bit of hope
When my backs against the ropes
I can feel it
Mmm..
I'm the world’s greatest
Het schooljaar vloog voorbij, de zomervakantie was al in zicht, nog een week naar school en dan een toetsweek.
Roos was bijna volledig opgeknapt. Ze zat af en toe weer te paard, al ze niet te moe was. En kon weer zelfstandig lopen.
Het ongeluk was echt met een sisser afgelopen, Papillon werd elke dag een kwartiertje gelongeerd, en was zo goed al de oude Papillon. Het enige dat nog herinnerde aan het ongeluk was het litteken dat was overgebleven na de operatie. De haren die er inmiddels weer opzaten waren wit. Het enige wit dat de zwarte ruin ooit had gehad. Zonde, hij was altijd perfect zwart geweest. Als een sprookje.
Op school leek het steeds gezelliger te worden. Roos betreurde het einde van het jaar dan ook.
De geruchten gingen dat de klas uit elkaar zou worden gehaald, ze waren te druk samen. En bovendien zou het derde jaar toch een stukje zwaarder worden. Dat maakte het allemaal nog minder voor Roos, stel dat ze het volgende jaar niet meer bij Ruben in de klas zou zitten!
Roos was verliefd, smoorverliefd! Ruben was bijna dag en nacht in haar gedachten. Het enige moment waarop ze serieus was, waren de momenten die ze doorbracht op de rug van een paard. Wat ze de laatste tijd dus niet erg veel deed, rustig opbouwen was het advies.
Haar hele agenda stond vol met hartjes, en leren deed ze met haar ogen dicht.
Regelmatig had haar moeder haar betrapt als ze naar boven ging onder het mom: “Ik ga leren.” Zodra haar moeder haar kwam halen voor het eten schrok Roos overeind. Ze zat onderuit gezakt in haar stoel, met de voeten op het bureau. Het boek lag dan meestal opengeslagen op haar buik. Roos staarde meestal naar buiten, maar bij regen was het plafond een stuk interessanter.
En als beneden de lampen bijna naar beneden vielen, dan stond Roos weer eens te dansen en keihard mee te zingen met de muziek.
Af en toe maakte ze haar ouders helemaal gek, maar ze waren blij dat Roos weer zo vrolijk was.
De gedachte dat Roos bijna dood was geweest, was verschrikkelijk. In het begin waren dan ook bang dat Roos ook daadwerkelijk liever dood was gegaan. Gelukkig leek het daar bij lange na niet op.
De toetsweek ging goed, zelfs zonder leren haalde Roos zevens en achten. Iets wat niet iedereen lukte. Aan het eind van het jaar bracht hun mentor, mevrouw Haan toch nog goed nieuws. De klas zou bij elkaar blijven in het komende jaar! Onder leiding van hun nieuwe mentor, meneer Berghuis. Roos kon het wel uitgillen van geluk. Maar hield zich gelukkig in.
In de klas steeg gemompel op, mensen waren blij. Maar Roos straalde bij het nieuws dat ze hoorde.
Toen was het moment daar dat de rapporten uitgereikt werden. Mevrouw Haan sprak iedereen kort toe.
“Roos Verbeek!”
Roos liep naar voren.
“Wat een prachtig rapport, werkelijk, zo heb ik het in deze klas niet meer gezien! Vier zevens, drie achten en een negen!”
De klas begon spontaan te applaudisseren. Roos straalde, ze had zich nog nooit zo op haar gemak gevoeld in een klas.
“Veel succes in het komende jaar!”
“Bedankt.” Zei Roos met een grote glimlach op haar gezicht.
Roos kon thuiskomen met haar rapport, het zag er geweldig uit. Een heel stuk anders dan vorig jaar, dat was een dramatisch rapport met slechts zesjes. Voor sommige mensen een goede prestatie, zeker op VWO niveau. Maar voor Roos niet. Bij toetsen had ze vrijwel altijd een black-out. Er werd faalangst geconstateerd.
Het stomme was dat het eerst met aanstellerij werd afgedaan, aan het begin van het jaar waren het immer alleen maar hoge cijfers geweest. De leraren leken blind voor wat er allemaal gebeurde, of ze wilden het niet zien.
Gelukkig iets dat ze voorgoed achter zich kon laten.
Over een week zou ze voor 10 dagen naar Griekenland gaan met haar ouders. Vroeger ging Shirley altijd mee. En ging zij mee naar Shirley.
Dit jaar mocht ze ook wel iemand meenemen, maar Fleur en Iris wisten niet van Shirley, en haar ouders wisten niet dat Fleur en Iris er niets van wisten.
Ze mocht Fleur en Iris allebei meenemen, maar Shirley was er van overtuigd dat haar ouders over Shirley zouden beginnen. En dan zou haar vakantie zich in de hel afspelen. Want de meiden waren nieuwsgierig, hen maakte het niet uit of Roos een paar tranen zou laten. Wat ze dan niet door hadden, was dat Roos dan weer kapot zou zijn. Ze had het nu een plek gegeven, maar de wond was nog vers.
“Roos, wil je even de was uit de wasmachine halen en in de droger stoppen? Dan kan ik het straks in de koffers doen.”
“Yo.”
Verdwaasd stapt Roos achter haar computer weg. Ze was in gesprek met Fleur, die haar vertelde dat Iris een ongeluk had gehad en nu een gebroken arm had. En dus niet achter de computer kon, want ze kon niet met links typen.
Een erg onsamenhangend verhaal.
Roos baalde wel dat ze niet op ziekenbezoek kon, maar ze zouden die nacht naar Schiphol worden gebracht en van daaruit zouden ze naar Griekenland vliegen.
“Hoelang moet het in de droger?” Schreeuwde Roos naar de kamer.
“Half uurtje.” Was het antwoord van haar moeder.
Roos haalde met een traag gebaar de was uit de wasmachine en deed het in de droger. Ze stelde het programma in. En liep weer terug naar de computer.
Iemand had haar toegevoegd op MSN. Een onbekend adres. Ze accepteerde de persoon, en vroeg wie het was.
“Gaat je niets aan. Ik wilde je alleen even vertellen dat je echt de lelijkste kop uit de hele klas hebt. En dat je snel moet oprotten! Een beetje met de mentrix slijmen, met cijfers alleen kom je er niet hoor, lelijk eendje!”
> “Pardon?”
De persoon aan de andere kant van de internetverbinding gaf offline aan.
“Wie is dit?” Roos staarde met open mond naar de woorden die zojuist op haar scherm waren verschenen en klikte het scherm weg.
Ze besloot een pacman te gaan spelen op internet, net als dat ze dat vroeger deed, samen met Shirley. Roos glimlachte, terwijl ze terugdacht aan het moment dat de eerste computer in huis stond.
Ze ging volledig op in het spelletje en had in de eerste instantie niet door dat er een schermpje omhoog kwam met de melding dat iemand zich had aangemeld op MSN.
Roos werd drie keer door een spookje gepakt, en vond het wel weer genoeg pacman voor vandaag. Ze klikte het scherm weg en bekeek wie er allemaal online waren.
Ze zocht het adres nog eens op van de onbekende die haar had uitgescholden. Maar de naam die haar computer aan had gegeven stond er niet meer bij. Ze scrolde naar beneden en zocht de naam nog maar eens. De lijst was lang en ze was al bij de R beland.
Daar stond een voor haar nog onbekende naam: Rubenski.
Dat kon alleen Ruben zijn, dé Ruben! Want zo werd hij genoemd in de klas. Maar Roos had hem nooit toegevoegd en hij haar ook niet. Hoe kwam hij hier verzeild geraakt?
Ze keek naar het adres, misschien was ze vergeten dat ze hem had toegevoegd, maar dat bestond haast niet.
Het adres kwam overeen met dat van de onbekende persoon. Ruben was degene die haar had uitgescholden!
Roos staarde met grote verbazing naar het scherm, hoe kon hij zoiets doen? Hij deed altijd aardig, tegen iedereen, ook tegen haar. Waarom zei hij dit? Hij had met de rapporten uitreiking nog voor haar geklapt. Dat wist ze zeker.
Een traan rolde langs haar wang naar beneden. Ze haalde diep adem, snoot haar neus. En speelde nog een spelletje pacman, om zich af te reageren.
“Hebben we alles dames?”
“Jaaaaaa pap!” Zuchtte Roos.
“Nou, je weet het maar nooit schat!”
Roos lachte.
“Hebben we er ook zin in dames?”
“Jaaaaaaaaaa!”
En Roos meende het. Ze had er echt zin in.
Ze had die middag nog even rustig paardgereden, maar na Griekenland zou ze weer volop beginnen.
Ze schaamde zich ook niet voor het litteken op haar been, dat was een openbaring voor haar geweest. Ze mocht van geluk spreken dat ze nog leefde!
En wie weet, als Ruben dan toch op deze manier over haar dacht, dan zou ze in Griekenland misschien wel een ander tegenkomen. Er waren nog genoeg jongens in de wereld.
Bovendien was er genoeg te doen. Ze zou nog met haar vader op een bananenboot en ze mocht leren windsurfen, iets wat ze altijd al supergaaf had gevonden.
Roos droeg een trainingsbroek en een dikke sweater. Haar vaste vliegkleding. Het was meestal fris in het vliegtuig, en aangezien ze ’s nachts vlogen, kon ze heerlijk slapen in deze kleding. In haar handbagage zat een short en een hemdje, zodat ze zich wanneer ze aankwamen op het vliegveld in Griekenland meteen kon omkleden.
“Gaan met die banaan!” Riep Roos vanaf de achterbank.
Ze deed de dopjes van haar iPod in haar oren, en genoot van de muziek onderweg.
Zo eindelijk!
Nu snel even de honduitlaten, en dan de olympische spelen kijken!
Vind het persoonlijk een minder stukje. Maar ik moest ergens de overbrugging maken.
C_arola schreef:vond het een goed deel, probeer er alleen op te letten vaker komma's te zetten ipv een punt en een hoofdletter. De zin hoort (vetgedrukte voorbeelden) 1 zin te zijn, die door de punt in 2 zinnen verandert wat niet hoort.
Shirley (vetgedrukt) hoort Roos te zijn volgens mij of niet?
Verder erg goed! Ga zo door!
)
. di_Segno schreef:Nieuwsgierig wie het nou eigenlijk is, of wáarom Ruben dat gedaan zou hebben!![]()
Ook wel nieuswsgierig naar de rest van het verhaal hoor.
.
) rustig aan met het volgende stuk
...