ik zit nu met tranen in mijn ogen van het stukje dat haar moeder doodgaat. ik ben benieuwd naar t volgende
Moderators: NadjaNadja, Essie73, Muiz, Polly, Telpeva, ynskek

.
'T is wel Zielig


sammyvriend schreef:Ah, jammer! Laat je niet opjagen door alle 'verder' 'ik wil meer' reacties hier.


) .
. 
Citaat:Daar zaten we dan.
Ik en mijn oma, op de trein, naar Berlijn.
We keken naar het raam, er flitsten allemaal dingen voorbij, gebouwen, bossen en dieren.
Ik moest me zien bezig te houden, wat helaas niet lukte.
Ik mocht niet aan mama denken, maar ik deed het toch. Alles wat ik zag verwees naar haar.
Oma verbrak plots de stilte, ‘Liefje, ik vind dit absoluut niet eerlijk voor je.
En ik vind niet dat ik over jou lot mag beslissen. Als dit voorbij is, bij wie wil je dan gaan wonen? Wat wil je maken van je leven?’
Ze was triest, en keek me bang aan, ik was helemaal verstomd.
‘Oma, waar jij, waar jij nu aan denkt…’
Ik wist echt niet wat te antwoorden, de rest van MIJN leven?
Wat maakte dat nu uit! Ik leefde voor Blacky, al heel lang. En nu zal Blacky ook voor gaan.
Nadat ik afscheid heb genomen van mijn moeder, ga ik naar Blacky .
En het kan mij niet schelen hoe, ik neem haar mee naar huis, of ik blijf daar.
‘Ik denk verder dan mijn neus lang is schatje, ik wil niet dat dit je leven meer zal veranderen dan nodig is.’
Ik kon het niet vatten, hoe kon ze daaraan denken? Ik kreeg vandaag te horen dat mijn moeder gestorven is, en nu vraagt zij wat ik met mijn leven wil doen?
Ik antwoordde ook niet meer, dat kon ik niet.
Ik draaide me weer om en staarde naar de mauwen van mijn zwarte trui.
Toen naar mijn blauwe spijkerbroek, nog een kwartier later haalde ik de foto van Blacky en mama uit. Ik begon weer te huilen, omdat de foto zo mooi was… omdat ik wist dat mama gelukkig was, ze nog zoveel kon doen. Omdat ik van haar hield.
‘Mooi hé.’ Zei oma. Ze wilde echt een gesprek beginnen.
‘Ja’ reageerde ik stil.
Gelukkig dat ze niet door ging, ze wist dat ik dat niet aankon.
Ze wist wat voor een puinhoop mijn leven nu is.
De trein stopte eindelijk in Berlijn. Ik kon niet zeggen dat ik blij was, maar toch voelde het goed recht te staan.
Buiten wachtte een wagen ons op, we liepen naar hen en oma zei wie we waren.
‘Oké, dan brengen wij u naar het ziekenhuis.’ De man klonk heel vriendelijk en meelevend, en sprak nederlands. Ik voelde me op mijn gemak bij hem.
Maar oma bleef doorvragen. ‘Ziekenhuis? Wat moet Elly nog in het ziekenhuis…’
Ze begon bijna te huilen, maar met veel zelfbeheersing hield ze haar in.
‘Daar is er bij ons een speciale koel-ruimte, zodat mensen nog eens afscheid kunnen nemen.
Ze blijft daar tot u het toestemming geeft om haar te verplaatsen.’
De man was vriendelijk en meelevend, hij sprak met respect over mijn moeder.
Oma keek me aan en ik knikte, toen knikte zij terug.
De man deed de portier open en wij stapten in.
De auto was oud, maar goed verzorgd, ik keek rond maar zag niks speciaals.
De auto stopte aan een ziekenhuis, wij stapten uit en de man bracht ons naar de ruimte
Waar mijn mama lag.
Het was er koud, en een kille sfeer, helemaal wit er moest nog een deur opengemaakt worden
Voor we bij haar waren, en haar konden zien. Ik keek rond in de ruimte, het enige wat je zag was een doosje met papieren zakdoeken, aan de rechterkant een bruin kruis, het teken van geloof en 3 airco’s. die op volle toeren draaiden.
De man keek ons allebei aan, ik pakte de hand van mijn oma, die blind naar de grond staarde.
Ze keek op, en knikte, ik toen ook.
De man opende de schuifdeur en het werd nog kouder. Ik zag mijn mama daar liggen, de tranen sprongen in mijn ogen. Ik kon bijna niks meer zien. Maar toch liep ik dapper door, voor mijn moeder.
Plots stond ik daar, vlak naast haar levenloze lichaam, haar handen in mekaar gekruist met een ketting en haar handen, ze had een wit hemd aan en haar benen waren bedekt met een wit laken. Waarschijnlijk waren daar de wonden van het ongeluk zichtbaar, want nergens anders zag ik wonden. Behalve één schram op haar rechterwang.
Ze lag op een matras, die gedragen werd door een bruine tafel, een mooie tafel, dacht ik in mezelf. Daarnaast stonden allemaal kaartjes met een gedicht op, en een mooie foto van haar.
Die met Blacky, die had ik gekozen en oma het gedicht, ik weet al niet meer wanneer dat was,
Ik was het (gelukkig) vergeten.
Het stapeltje kaartjes was best hoog, maar toch waren al een aantal mensen komen kijken, want in het boek ernaast was al geschreven. Het was in het Duits, ik vroeg de man om te vertalen, dat deed hij.
[i]Beste,
Ik kan het verdriet dat wij nu hebben kunnen we niet beschrijven, en de spijt die we hebben,
Omdat onze zoon een einde maakte aan het leven van u moeder of dochter.
Onze zoon was dronken, en wist niet wat hij deed, hij weet het zelfs niet meer.
Hij is ook komen kijken, hij heeft veel spijt. Wij gaan hier ook aan kapot,
We bidden elke dag om vergiffenis, maar we snappen dat dit nooit vergeven kan worden.
We willen alleen laten weten dat wij, heel de familie hier heel veel spijt van hebben en
Rouwen om het verlies.
De familie Swatten’[i]
Hoe durfden ze? Hier te komen? Hier te schrijven?
Ik kon me niet meer bedwingen, tranen stroomden over mijn wangen, ik werd helemaal rood en zakte door mijn knieën.
Daar zat ik dan, op mijn knieën, naast mijn dode moeder en voor haar rouwboek.
Ik voelde me verschrikkelijk, alsof mijn leven in 2 dagen verwoest was.
Oma hurkte zich (ja ze was eigenlijk best nog fit voor haar leeftijd) en klopte om mijn schouder.
Ik reageerde door harder te snikken, nog een maal klopte ze op mijn schouder.
Ze zei, : ‘Alles komt goed liefje, dit is niet wat je moeder wilde, dat jij hier zit te snikken.’
Hàllo? Tuurlijk wilde ze dit niet! Ze wilde toch ook niet dood zijn?
Uiteindelijk stond ik op en keek ik naar mijn mama, ze was dood.
Dood, de pijp uit, weg.
Ik hield van haar, meer dan ooit besefte ik dit, ze verdiende dit niet.
Ze verdiende hier niet te liggen op haar 41 jaar, ze moest 100 jaar worden.
Minimum.
Ik haar pakte haar hand, en zei, oprecht en gemeend dat ik haar mis, en ik van haar hou.
Toen ging ik weg, ik knikte nog eens naar de vriendelijke man, keek naar oma, nog één laatste keer
Naar mama, en toen liep ik de zaal uit. Zo snel als mijn benen me maar konden dragen, uit het ziekenhuis.
De volgende week verliep in een waas van verdriet, pijn en gemis.
Oma die me in snikkend in de auto vond, mama’s begrafenis, Robby die het uitmaakte.
Mama’s begrafenis was pijnlijk, ik kon het op momenten niet meer aan.
En het ergste was nog dat bijna heel de zaal naar mij keek, de dochter, nu wees.
Iedereen had meedelijden met me, natuurlijk is dat allemaal heel lief enzo, maar als de 100ste
‘Het spijt me heel erg voor je, liefje, je moeder was een fantastisch persoon.’ Tegen je zegt, geneer je je toch een beetje dat je begint te huilen, keer op keer.
Een paar mensen hebben ook een gedichtje voorgedragen op het ‘podium’ en het deed toch deugd dat zelfs mensen buiten stonden aan te schuiven voor mam. Haar broer, David is ook gekomen.
Volgens mij heb ik het meeste steun aan hem gehad, hij gaf me een prachtige ring, een hartje met een paar lijnen, naja, moeilijk uit te leggen, maar volgens hem was dat het symbool van voor altijd samen. Oneindigheid.
Mama had het aan hem gegeven voor als zei kwam te sterven, hij moest het dan aan mij geven.
Natuurlijk had hij het op dat moment weggelachen, maar toch had hij het bewaard, wel 17 jaar lang.
‘Dankje’ Was het enige wat ik had gezegd, maar ik bedoelde meer dan dat.
En dat wist hij wel, hij wist hoe het voelde, ook hij was vroeg zijn moeder verloren.
Omdat hij 11 jaar ouder was dan mama, had mijn moeder het niet echt beseft, ze was pas 2 en hij 13.
Ik deed de ring op mijn vinger en keek ernaar, toen iemand op mijn arm tikte.
Het was Rosalie, een schoolvriendin. Ze omhelsde me. En ik haar.
Ze knipoogde en ging weer weg. Ik was haar dankbaar, ze was een echte vriendin voor me.
En dat ze hier was, deed mij goed.
Net zoals de aanwezigheid van mijn andere schoolvrienden, stuk voor stuk was ik geraakt dat ze hier allemaal waren. Zelfs mijn juf, kun je het geloven?
Toen kwamen er nog een paar andere mensen die ik kende, de ene beter dan de andere .
Toen had ik ze allemaal gehad. Ik kon niet zeggen hoeveel het er waren, dus zeg ik maar gewoon ‘veel’.
Eigenlijk was ik iedereen stuk voor stuk dankbaar voor hun komst, ik vond het fijn dat mama zo’n mooie begrafenis had.
De begrafenis liep op z’n einde en mensen gingen weg, toen waren ik, oma en de pastoor alleen.
Hij schudde mijn hand, toen die van oma. We bedankten hem allebei, hij had tenslotte voor deze mooie begrafenis gezorgd.
Toen kwam er nog een grote klap voor mij, Robby maakte het uit.
En dan nog per msn, te lafaard. Hij had gewacht tot ik online kwam, (dat was een week na de begrafenis),
Robby zegt: Ik maak het uit .
Free <3 Robby zegt: wat?
Robby zegt: Ik maak het uit.
Free <3 Robby zegt: waarvoor?
Robby zegt: ik heb nu lia
Ik blockte hem, en toen verwijderen.
De lafaard, mij inruilen voor lia, die stomme trut.
Hij had zo vaak depri’s, toen stond ik altijd voor hem klaar.
En nu was mijn moeder dood, laat hij me zitten voor een ander.
Ik was nu kwaad, woedend.
Maar ik liet me niet uit het veld slaan, Robby betekende nu ook niet zo veel voor me.
Ik verloor veel liever hem dan mama. Het was niet eerlijk.

!