Citaat:
En dan is de tijd echt aangebroken. Vanavond geen grote feesten meer, geen hotelkamers. Ze moeten echt weg. Het moeilijkste moment van de avond. Altijd moeten ze weer verder, altijd door naar een andere stad, een ander land, andere mensen. altijd blijf ik achter. Er is is vanavond nog genoeg te doen, maar ik heb er weinig zin meer in.
Ik sta met een aantal van de bandleden bij de tourbus te praten, als de tourmanager komt zeggen dat ze nu toch echt weg moeten. Ik zeg iedereen 1 voor 1 gedag, van allemaal krijg ik een knuffel. We maken flauwe grapjes, dat ik beter mee kan gaan met ze, dat zonder hen het feest toch niks meer voorstelt. Eigenlijk hebben ze misschien wel gelijk, maar ik kan gewoon niet met ze mee. Na vandaag gaan ze terug naar Amerika en ik kan niet zomaar uit mn gewone leven stappen.
Het is donker buiten, het is inmiddels ook al een uur of 4. Dat betekend dat ik een groot deel van de DJ’s al gemist heb. Het zal wel, het was hier gezellig genoeg. Iedereen loopt nu door elkaar, alle laatste spullen worden bij elkaar gezocht en ik praat nog even met de tourmanager. Die jongen is zo ontzettend lief!
Marcus staat een stukje verderop in zn eentje. Het is zo typisch hij, altijd alleen, altijd de loner. Alleen hem heb ik nog geen gedag gezegd, maar ik weet ook niet of ik dat wel wil. misschien is het wel een heel stuk gemakkelijker om gewoon niks te zeggen, hem gewoon te laten verdwijnen en doen alsof het me allemaal niks kan schelen. Het lijkt wel de makkelijkste optie, het enige nadeel is dat ik dan later zeker weer spijt krijg. Ik kijk nog een keer zn kant op om even een laatste glimp van hem op te vangen voor hij straks weer in de bus stapt. Hij maakt een klein gebaar en doet een stap mn richting uit. Ik twijfel heel even, maar loop toch naar hem toe. Heel langzaam, heel voorzichtig, bang om mezelf pijn te doen. Als ik bij hem ben pakt hij mn hand, heel eventjes, om hem daarna weer los te laten. Ik weet niet wat ik moet doen, we kijken elkaar aan, om vervolgens weg te kijken. Ik slik, hij glimlacht ongemakkelijk.
Ik zeg: “je moet zo gaan”, hij knikt. Ik zeg: “maybe I’ll miss you”, hij kijkt me aan. Die ogen, die ogen zal ik altijd blijven herinneren. Hij zegt: “if you miss me, I will miss you too, ok girl?” Deze keer knik ik, en glimlach moeilijk.
Om ons heen is het stil, alsof de rest van de wereld niet meer bestaat en alleen wij er nog zijn. Marc pakt mn hand opnieuw en stopt er iets in. We hoeven elkaar niks meer te zeggen, alles wat we willen zeggen is toch te moeilijk, en we begrijpen het wel... ik voel tranen in mn ogen komen en wil omdraaien en weglopen, maar hij pakt opnieuw mn hand, draait me terug; we omhelzen elkaar en nemen alsnog uitgebreid afscheid. Nog 1 laatste knuffel, nog 1 laatste zoen, nog 1 keer kijken we elkaar aan en dan loop ik echt weg. Zo lang mogelijk houden we elkaars hand vast, maar dan ben ik weer alleen. Ik kijk niet meer om, en weet dat dat voor hem hetzelfde is. Het is goed zo, het moet goed zijn zo, want meer is er nu niet. Pas als ik de bus weg hoor rijden draai ik me om, ik zwaai nog even. Waarnaar eigenlijk? De achterkant van de bus zal niet meer terug zwaaien...
Ik voel me vreselijk, ik voel me alleen, ook al zijn er honderden mensen op dit feest, dat nog steeds in volle gang is. Ik loop langzaam naar de mensen massa terug. Iemand zegt wat tegen me, maar ik luister niet, vind het allemaal niet zo interresant. Het zal toch wel weer zo’n stomme groupie zijn die probeert iets cools te zeggen.
Midden in de drukte, aan de rand van de dansvloer vind ik een lege stoel en ga zitten, maar de mensen zie ik niet, ik weet dat ze er zijn, maar ik merk ze niet op. Ik weet dat er hier allemaal belangrijke mensen uit de business rondlopen, dat er allemaal beroemde muzikanten zijn. Alle grote bands waren hier vandaag, en veel daarvan zijn er nog, maar wat maakt het uit, mijn muzikant is weg!
Het zal een klein uurtje later zijn als iemand naast me komt zitten en een glas whisky in mn vrije hand duwt. Nu pas merk ik, dat er in mn andere hand nog steeds iets zit, iets, dat Marc erin had gestopt. ik ga later kijken wat het is. Niet nu, waar iedereen bij is. Ik kijk wie het is die naast me zit, ik moet hem wel kennen, anders zou hij waarschijnlijk niet geweten hebben wat ik drink, de meeste mensen geloven niet dat een meisje als ik whisky alleen zonder ijs drinkt. De meeste mensen weten niet wat het is om mij te zijn.
Het blijkt Tom te zijn. Hij lacht naar me, en maakt een gebaar waaruit ik opmaak dat ik mn glas leeg moet drinken. Het is niet het slechtste idee waarmee iemand vandaag gekomen is. Langzaam drink ik mn glas leeg, en Tom geeft me de volgende. Hij zegt: “hierna krijg je niet meer, 2 is genoeg, en zo niet kan ik je ook niet meer helpen vanavond.” Ik grinnik, Tom lijkt te begrijpen dat Marcus meer is dan zomaar 1 van de anderen. Meer dan een beroemde muzikant met wie je lol hebt. Niet dat ik met hem geen lol heb gehad, natuurlijk wel, heel erg veel zelfs, ik moet eigenlijk ook wel lachen als ik aan alle dingen denk die we hebben meegemaakt. Het is toch wel een hele mooie tijd geweest. Tom onderbreekt mn gedachten door een arm om me heen te slaan. Hij zegt dat hij weer moet gaan, de mensen wachten op hem. Ik vraag niet eens waar hij is vanacht, ik weet zeker dat ik in mn eigen bed ga slapen. We geven elkaar een knuffel en wensen elkaar goedenacht, voor zolang de nacht nog duurt.
Ik blijf nog zitten, begin me een klein beetje te ontspannen en kijk om me heen wie er nog zijn. De dansvloer begint leger te worden, maar is nog steeds vol. Vooral muzikanten die wat rondhangen en praten, zonder werkelijk op de muziek te letten en meisjes. Altijd de meisjes... altijd anderen, en toch allemaal hetzelfde. Ooit zei ik een paar van die meisjes nog wat de regels waren. “De belangrijkste, onthoud hem goed, hou je eraan, tenzij je pijn gedaan wilt worden.” Ik hoor het me nog zo zeggen... de allerbelangrijkste van de vele regels en gewoontes van dit bestaan... ik kan hem dromen, en toch, ook ik heb de fout gemaakt... Ik sta op, loop langzaam weg van de drukte en draai me nog even om. Nog 1 laatste blik op de rommel, de inmiddels bijna lege dansvloer, de groepjes mensen die nog zitten te praten. ik doe mn hand open en pak het papiertje dat erin zit. Langzaam vouw ik het open en begin te lezen... “I know I shouldn’t do this, but call me, on my cell, here’s the number”. Ik slik, en lach van binnen, terwijl de tranen in mn ogen springen. het briefje stop ik veilig in mn zak, dat komt later wel. De allerbelangrijkste regel, zo moeilijk was het toch niet? “zorg dat ze je respecteren, zorg dat je lol hebt, maar boven alles, word niet verliefd, wat er ook gebeurt, wordt niet verliefd...”