Alvast een klein stukje bij
ik hoop na het huis te hebben opgeruimd nog wat meer te kunnen plaatsen !
Sorry mensen ik heb een foutje in het begin gemaakt
in de herschrijving zal ik het verbeteren.. Maar ik zat even te denken dat Portugal mee rin het zuiden lag van Spanje.. zit nog weer even mijn topo door te kijken blijkt het veel meer naar het westen te liggen xD.
Dat houdt dus in dat Portugal voor een deel niet makkelijk bereikbaar is voor de amerikanen en ze beter beschermd door de Engelse worden. Portugal was alleen in het zuiden nog ingenomen.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Entree 10
[center]Je vijand zal niet eeuwig wachten, zorg dat jij sneller bent
Een kinderliedje speelde in de vroege ochtend. In een kringetje zaten ze met hun juf in het midden. Het was een liedje over hoop. De juffrouw vertelde hun dat hun vaders snel weer thuis zouden komen en de oorlog over zou zijn. Kinderen lachtten in hoop. Ze geloofden haar woorden. Om twee uur die middag sprongen de radio's aan. De koing Juan, sprak zijn volk toe. Zijn stem kraakte door de speakers, en iedereen kon de onderdrukte emotie erin voelen. "Vandaag is Portugal gevallen. Zij hebben hun overgave met de Amerikanen onderhandeld. De Amerikanen dwingen ons hetzelfde te doen, maar wij Spanjaarden zullen niet voor hen buigen. Wij zullen ons niet overgeven!" Zijn trotse stem brulde in iedereen oren. Ik zelf had de mensen om mij heen horen meejuigen. Ondanks het verlies van een bondgenoot hielden zij zich sterk. Ookal zaten de Amerikanen aan de Spaanse kusten gekleefd, ze hielden hun hoofd hoog. Ik vroeg me af wanneer de regering zou wegvluchten. De oorlog kwam steeds dichterbij. Spanje werd met de dag zwakker en toch bleven mensen denken dat we onverslaanbaar waren. Maar ik wist dat de enige reden dat Amerika nog niet volledig was binnengevallen, was omdat ze ergens opwachtte. Hun landmacht was zwakker dan die van ons, misschien was dat het gene waar ze opwachtten een krachtige landmacht en als wij niet snel actie zouden ondernemen dan kregen ze die ook.
Amerika; Kamp A.M.G.D., 30-06-2774. 10:00 am.
Vier jaar van marteling. Vier jaar in onmenselijke omstandigheden. Opgevoed als ultieme soldaat. Bloed droop van hun handen, onschuld was allang verdwenen. Het was al vier jaar geleden dat hij tussen de puinhopen van Corpus Christie was uitgehaald. Zijn vorm was veranderd. Pezen trokken zichtbaar aan de spieren onder zijn huid. Littekens rekten mee in de bewegingen. Alleen zijn rode ogen verstopten zich nog steeds achter de duistere glazen van de zonnebril. Milan leefde nog, ookal kon je je afvragen of dit nog wel de Milan was die zoveel jaar geleden naar het kamp kwam. Alle morelen, die hij een lange tijd geleden in zijn onschuldige brein had gemaakt, waren vervlogen over de wind. De trekker overhalen ging alsof het geen gevolg zou hebben. Honderden executies maakten dat verschil, uiteindelijk als je het maar vaak genoeg doet kan het je niet meer schelen. Dan is een mensenleven niet meer waard dan dat van een vlieg. Een meisje pakte zijn hand vast. Haar vingers verstrengelden zich in de zijne. Milan keek amper op om te zien wie het was. Hij wist het allang, er was maar één persoon die hem op die manier benaderde, die dat gedrag sowieso vertoonde; Nienke. Haar haren waren er weer afgehaald, alleen nog korte stekeltjes waren te zien. Net als de eerste keer dat hij haar ontmoette.
"Komen we hier weer terug?" Milan bleef voor zich uitstaren, terwijl hij sprak. Hij keek naar de tien andere kinderen die met hun meeliepen. Een klein aantal kende hij. De meeste waren ouder dan hem, meer rond Nienkes leeftijd. Langzaam liepen ze het hek uit, de buitenwereld in, maar dit keer niet naar het vernietigde Bayton om executies uit te voeren of functionele training te ontvangen, dit keer om ergens heel anders heen te gaan.
"Als we leven, dan ja." Nienkes stem klonk vlak over de kale gronden. Haar gedachten leken op een plek te zijn ver van hier.
Twee busjes verschenen in hun zicht. Stalen pantservoertuigen. Budhev stopte recht voor de auto's. Hij nam zijn tijd en wachtte tot alle kinderkopjes naar hem toegekeerd waren.
"Deze wagens zullen jullie naar de kazerne in Washington brengen, waar generaal Rosen jullie persoonlijk zal testen en keuren," preekte hij voor de groep. De woorden gleden langs hun oren. Misschien was het belangrijk, misschien niet. Ze waren allang gestopt om loze woorden in hen op te nemen, alleen commando's leken nog belangrijk te zijn.
Een jonge man stapte uit één van de auto's. Hij was in een legergroen pak gekleed en had kort donker haar. Zijn brede kaaklijn en kuiltjes in zijn wangen zouden hem een aantrekkelijke man moeten maken onder de dames.
"Dit is luitenant Maxwell. Hij zal jullie begeleidden." Geen van de kinderen leek aandacht aan de luitenant te geven. Hun ogen bleven achteloos naar Budhev staren.
"Kom instappen." Het was luitenant Maxwell die sprak. Totaal zinloos geen van de jongeren leek hem te horen. Het was maar goed dat de luitenant langer hier in dienst was. Hij kende het stoïcijnse gedrag van de kinderen.
"Instappen!" Zijn stem bulderde over de groep. Al zijn charmante jongenstrekjes waren direct verdwenen en een kille blik bleef over. En toch was dat de enige manier om de kinderen te laten gehoorzamen. Één voor één stapten ze in.
Zes kinderen werden in ieder busje gestopt. Het was er donker, geen ramen die hen wat ligt gaven. Het leek bijna alsof ze als gevangene werden afgevoerd.
Milan verwijderde zijn bril in de hoop iets te kunnen zien. De kleine lichtvallen die door kieren naar binnengleden toonden de silhouetten van de kinderen in zijn busje. Nienke zat naast hem. Hij kon haar magere vorm tegen hem aanvoelen drukken. Ik het zwakke licht zag hij één valse grijns. Het was niet moeilijk om te raden van wie die was; Damean. Ze mochten hem misschien de duivel noemen, maar Demean was de meest zieke persoon die Milan zich kon voorstellen. Hij had gezien hoe de jongen vocht. Het was niet ongewoon als hij zijn tegenstanders afmaakte tot het bittere eind. En altijd was er die zieke grijns over zijn gezicht te vinden. Glanzende zwarte krullen vielen verderop in het licht. Een tweede meisje, er waren er niet veel, maar zij was een van de weinige die er wel was. Hij wist niets over haar, ze sprak niet. Nooit in twee jaar had hij haar stem gehoord. Ze leek ook niet Amerikaans te zijn. Haar huid was donker, maar niet zwart zoals die van Budhev. Nee, het was een prachtige kopere tint. haar gezicht was rond, ook haar neus was opvallend rond. Ze was meer vrouwelijk dan Nienke, met haar nog lange zwarte krullen en dikke zwarte wimpers om haar groene ogen. Milan had zich welleens afgevraagd waar ze vandaan was gekomen, maar hij had nooit de vraag gesteld.
Er waren nog twee andere personen in het busje. De jongen met het muisbruine haar wiens leven Milan twee jaar geleden had gespaard. De jongen bleek Kane te heten. En dan was er Haruni, de jongen met de diepzwarte huid en de oudste van hen alle. Hij was zeker een kop groter dan Milan als het al niet meer was. Alleen door het roze litteken was hij zichtbaar in het donkere busje.
"Doe je zonnebril op," Haruni's stem leek met de dag zwaarder te worden. Één van de tekenen dat zijn leeftijd hoger lag. Wat zijn leeftijd werkelijk was wist niemand. Hoe moest je iemands leeftijd weten als je je eigen niet eens wist? Je lichamelijke veranderingen waren de enige hulp had om je leeftijd te raden.
"Shetani," Haruni gromde. Milan vernauwde alleen zijn ogen. Haruni haatte die rode ogen. Milan wist nieteens waarom hij ze zo erg haatte, hij wist alleen dat het zo was.
Nienke legde zijn hand op de zijne. Ze had altijd een vreemd extra zintuig die aangaf wanneer hij zich ongemakkelijk voelde. Milan probeerde zich op het hobbelen van de weg onder hen te concentreren. Het had iets vreemds rustgevends om het asfalt onder je door te voelen racen. Langzaam werd het vloeiender en na ongeveer een uur kwam de auto langzaam tot stilstand. Milan kon de stemmen van buiten horen. Maar de woorden waren vervormd door het ijzer. De auto reed weer, rustig bijna stapvoets. Het was nu alleen nog wachten tot ze uit zouden stoppen. De rem klonk over het grind. Het busje kwam iets bonkend tot stilstand en nog geen twee tellen later vlogen de deuren open. Ieder kind kneep zijn ogendicht tegen het plotselingen zonlicht. Ze kregen amper een seconde om er echt aan te wennen. Ruige handen trokken hen de auto uit. Verwarden blikken gleden over het terrein voor hen. Massieve stenen gebouwen rezen voor hen op. Grasvelden en stenen terreinen bezetten de grond. Milan liet zijn vingers over het grasveld glijden. Nog nooit van zijn leven had hij zulk groen gras gezien. Hij kon de dauwdruppeltjes zijn huid voelen verkoelen. Ergens voelde hij een kinderlijke neiging opkomen om zich erop te laten vallen. Het zag er zo zacht uit, zoveel zachter dan de droge ondergrond in Kamp A.M.G.D. Een zachte glimlach trok over zijn lippen terwijl hij een paar sprietjes eruit trok.
"Attentie!" Bij het stemgeluid duwde hij het gras in zijn broekzak, voor later.