Ik heb net de 3 stukken achter elkaar gelezen en vind het echt een heel mooi verhaal. heel knap gescheven door je! Ik ga zeker de volgende stukken ook lezen.
Daar zit ik dan, in een onbekende kamer. Een kamer die niks voor mij betekent, een kamer zonder herinneringen. De kamer heeft dezelfde kleuren als de kamer die ik in mijn herinneringen nog voor mij zien maar het mist karakter. Het mist de bekendheid van elk vlekje en elk scheurtje in het behang. Ik kijk rond en zie spullen die ik me ook nog herinner overal door de kamer verspreid. Het is een mooie kamer hoor, begrijp me niet verkeerd. Het huis is mooi, de kleuren bijna perfect bij elkaar gekozen. Alle meubels in briljante combinatie met de contouren van het huis. Het erf om dit oude huisje is rommelig, maar meer alsof het expres nonchalant is neergegooid. Het schuurtje lijkt niet scheef gezakt door ouderdom maar gewoon zo gemaakt. Niks klopt, niks heeft karakter, het voelt niet als thuis! Ik merk dat de tranen weer lopen maar aangezien die tegenwoordig bijna continue lopen doe ik geen moeite om te stoppen of om ze weg te vegen. Mijn nieuwe ouders zijn gewend me huilend te zien. Het doet me pijn om te zien hoeveel pijn ik ze doe door zo veel te huilen, als er ook maar een klein kansje was dat ik de tranen zou kunnen stoppen dan zou ik het zeker proberen. Maar wat zijn mijn kansen? Serieus, ik heb het geprobeerd! Maar elke keer als ik probeerde ze te stoppen kwamen er herinneringen naar boven waardoor ik als een idioot begon te hyperventileren, niet oké dus. Ik praat nogal lichtzinnig over dit rare fenomeen maar dat is puur zelfverdediging. Als ik denk aan hoe vreselijk het is dat ik overal bang voor ben zit ik ook al hyperventilerend te huilen. Oke, iets minder licht erover praten dan maar. Het zit zo, ik ben een wrak. Ik schrik overal van, elke schaduw, elk geluid doet me opschrikken. Als ik een man zie lopen op straat denk ik dat ‘ze’ me gevonden hebben. Op zo’n moment begin ik te gillen en meestal val ik daarna flauw. De politie is druk op zoek naar mijn ontvoerders maar wat zijn daar de kansen van? Ik kan deze vraag wel beantwoorden, een kans van 1 op 100? Misschien minder. In ieder geval minder groot dan de kans dat ze mij vinden. Een zacht klopje op mijn deur stopt mijn overpeinzingen, mijn zusje kijkt voorzichtig om het hoekje. Ik zou zweren dat ze bang voor me is, of misschien lijkt dat maar zo omdat ze me steeds huilend aantreft. ‘Wat is er lara?’ ik probeer mijn stem vriendelijk te laten klinken maar het gebaar gaat verloren als mijn stem halverwege breekt. ‘uhmm,’ ze slikt even en lijkt dan weer moed te krijgen, ‘Mama en papa vragen of je even beneden iets komt drinken.’ Ik zucht. Nee, ik heb niets tegen mijn ‘nieuwe’ ouders, maar ik heb ook niets mét ze. Ze doen me niks, ze hebben niets ouderlijks, geen karakter. Net zoals het huis. Ze lijken perfect, aardig, knap, zelfs hun ogen stralen vriendelijkheid uit. Maar het bleek allemaal nep te zijn ontdekte ik na een paar dagen. Ze zijn aardig, knap maar niet vriendelijk en hun ogen stralen geen vriendelijkheid uit maar ze dragen een masker van vriendelijkheid. Toch sta ik op en loop achter Lara aan naar beneden. Ik plak een glimlach op mijn levenloze mond en loop de kamer binnen, weer een uur waarin ik normaal moet doen. Al lachend en kwebbelend sleep ik door het uur heen. Dan moet Henk weg dus kan ik weer naar boven ontsnappen. Ik doe mijn computer aan, en ga verder met mijn zoektocht. Sinds ik hier heen ben verhuisd besteed ik een groot deel van mijn tijd aan het zoeken naar Bella, maar toch nog toe heb ik nog niets nuttigs kunnen vinden. Ik heb haar gemaild, gekrabbeld, gebeld, ge-sms’t, geen reactie. Toch zet ik niet echt hoopvol mijn mailbox open, 1 bericht. Mijn hart begint sneller te kloppen terwijl mijn computer de pagina laadt. Afzender: Bella Mowitz. Eindelijk is het zo ver, een reactie..
Lieve lieve Angela,
Ik ben zo blij dat je veilig bent en dat alles goed met je gaat! Echt waar, ik was zo bezorgd!! Toen ik hoorde dat je weg was en je maar niet gevonden werd dacht ik dat onze laatste woorden echt die ene ruzie zouden zijn. Maar lieve lieve Angela, ik kan dit niet zo maar vergeten. Na al die tijd ben ik verder gegaan met mijn leven, ik heb alles weer opgepakt. Eerst ging ik met de verkeerde mensen om, gewoon omdat zij mij leken te accepteren. Het heeft me veel moeite gekost om daar weer uit te komen. Maar nu ga het goed met me, maar ik ben zwak. Ik kan weinig hebben. Snap alsjeblieft hoe moeilijk dit voor me is, ik wil je graag weer zien maar het kan niet! Dat zou me verscheuren, en ik weet zeker dat ik dat niet zou vergeten. Het spijt me zo lieve Angela, maar het is beter zo. Begin je leven opnieuw, zoek nieuwe vrienden en ga verder. Dan zal ik dat ook doen. Nogmaals, het is beter zo.
Vaarwel lieve lieve Angela..
Kusjes en Knuffels, Bella
Tijdenlang kan ik alleen naar het scherm staren. Ze. Wil. Me. Niet. Meer. Zien. Opeens spring ik overeind, al gillend gooi ik mijn stoel om en storm naar beneden. Patricia sprint de gang op net als ik langs kom, haar gezicht is bleek haar ogen geschrokken. Ik duw haar aan de kant en storm de deur uit. Ik kan niet stoppen met rennen en gillen. De tranen stromen over mijn gezicht. Ik ren tot mijn lichaam het niet meer aan kan, ik stort neer op de grond en blijf daar liggen, ik kan alleen maar luidruchtig snikken, gillen en huilen. Ik rol mezelf op in een bal en blijf zo liggen tot mijn gesnik wegsterft. Lange tijd blijf ik zo liggen, de zon gaat onder, hoe lang heb ik gerend? Ik voel me dood, alsof mijn hart eruit gerukt is en al mijn leven is weggebloed. Langzaam sta ik op en wankelend loop ik richting het bos. Daar loop ik het pad af en laat me ergens beschut onder een boom opnieuw neerzakken. Mijn gedachten razen als een storm door mijn hoofd. Wat nu? Wat nu? Wat nu? Ik kan het niet bevatten, dit was mijn enige hoop die ik nog had. De enige hoop waar ik kracht uit kon putten om door te gaan, om niet in te storten. Nu was ik ingestort. Mijn botten leken opgelost te zijn in mijn bloed en ik voelde geen kracht meer om overeind te komen. Langzaam val ik in een rusteloze slaap. In mijn droom loop ik over een ijsvlakte, het enige wat ik kan zien is ijs en sneeuw. Het pad waar ik over loop ik helemaal besneeuwd en ik zak weg tot boven mijn knieën. Het pad wordt aan beide kanten omheind door een hoge muur van ijs, zo hoog dat ik het einde niet kan zien. Toch loop ik door, want ergens aan het eind van dit pad moet er iets zijn. Ik weet zeker dat er aan het eind van het pad een geweldige prijs staat te wachten. Ik ploeg zo snel mogelijk door de sneeuw en opeens sta ik op een open sneeuwvlakte. De muren van ijs zijn opgehouden maar er is hier niets. De wind heeft vrijspel en waait wild gillend over de vlakte. Het snijdt door mijn kleren heen en ik rol mezelf op in een bal om me te beschutten. Harde hagel klettert nu neer op mijn hoofd, elke hagel een nieuwe schok van pijn. Langzaam wordt het donker maar het noodweer houdt niet op. Ik wil terug naar de beschutting van de muren maar het pad is afgesloten. Ik leun tegen de ijsmuur die nu het pad blokkeert en boven mij barst het onweer los. Een felle flits en alles is anders. Ik sta nergens, ik hang gewoon ergens in het niets. Geen onder, geen boven, alleen zwarte kilte. Plotseling verschijnt er een licht, ik probeer er heen te gaan maar er is geen grond om me af te zetten. Het licht komt overeind en met een schok wordt ik wakker. ‘Je bent wakker!’ roept iemand ‘eindelijk!!’ Een paar grote bruine ogen die me bezorgd aan kijken is het eerste wat ik zie als ik mijn ogen open. Ik ben een beetje verbaasd, waar ben ik? Ik vraag het en een klein lachje verschijnt op het gezicht van mijn redder in nood. ‘Ha, ik snap dat je dat niet weet,’ antwoordt hij ‘ik weet namelijk ook niet waarom je hier precies bent, maar je ligt in het bos, een eind van het pad af?’ Ik sla mijn handen voor mijn gezicht en denk na, dat had ik niet moeten doen. In mijn hoofd zie ik weer die kille vlakte en dat eindeloos zwarte niets. Ik laat mijn handen weer vallen als ik me herinner waarom ik hier ben. Oh ja. Bella.