Moderators: NadjaNadja, Essie73, Muiz, Polly, Telpeva, ynskek

Citaat:Altijd kletsen, want hun leraar bakte niets van het lesgeven. De arme man.
Eigenlijk was de hele woensdag een feestje, want het begon ’s ochtends al bij handvaardigheid. Waar gekliederd werd met water, en vooral weinig gebeurde dat ook daadwerkelijk met de les te maken had.
Zo ook deze woensdag weer, het wat een lawaai dat aan het einde van de gang te horen was. De deur stond open, en de lerares liep er weer bij als een iets te vrolijk geklede heks. Haar haar stond alle kanten op, hier en daar zat er wat klei of verf in.

Ben heeel benieuwd naar het volgende stuk, maar zoals je zegt..heb is nog ruim 8 uur kerst
3,25 hmm word steeds korter om te schrijven! verheug me al heel de tijd op je verhaal en ik blijf maar wachten!
enne meer informatie over die leuke jongen van gisteravond is natuurlijk altijd welkom
mooi dat ze je een ruig wijf vinden hahaha! goed voor het zelfvertrouwen hé
Citaat:Hoofdstuk 14
Tell me my dreams are unrealistic, and I’ll tell you yours aren’t big enough!
“Wat een onzin zeg! Het plein opruimen, konden ze niets beters verzinnen?” Verzuchtte Roos. “We hebben geen vlieg kwaad gedaan!”
“Nee, wat een poedersuiker is het ook!”
“Gatver wat een rotklus!”
Met allebei een vuilniszak in de linkerhand en een grijper in de rechterhand, slenterden ze over het schoolplein.
De klas stond inmiddels voor het raam en Van Heemskerk had waarschijnlijk geen controle meer over het geheel.
“Moet je kijken!”
Ruben begon te lachen. “Nu mag de rest van de klas ons zeker komen helpen!”
Helaas ging daarop de schoolbel, en liepen alle lokalen leeg. De klas van Roos en Ruben was na dit uur vrij, alleen Roos en Ruben moesten door met hun tweede corvee die dag.
De klas liep lachend langs en ook andere leerlingen van het Endescollege maakten grappen over het stel dat buiten aan het opruimen was.
Een half uur en vele propjes en kauwgumpjes later, werden Roos en Ruben door de conciërge opgehaald.
“Zo, dame en heer. Jullie mogen wel naar huis. Volgens mij heeft Van Heemskerk zijn zin gekregen, die man heeft ook altijd wel wat te zeuren. En zo te zien hadden jullie er wel lol in. Alles beter dan de les, of niet?”
“Eigenlijk waren we een half uur geleden al vrij. Dus leuk kan ik het niet echt noemen.” Merkte Ruben op.
“Jullie leken anders wel lol te hebben met z’n tweeën.” Probeerde de conciërge nog eens te vissen.
“Oh...” Was het antwoord van Ruben, ietwat bot.
Dit drukte bij Roos toch wel de pret. Het was zo gezellig, elkaar aan tikken met de stok, samen jagen op één propje. Een leukere dag kon ze zich niet voorstellen.
Eerst al met handvaardigheid, daarna met economie. En ook nog eens samen eruit gestuurd worden!
Het was een geweldige dag geweest, en nu zei hij dit.
“Geef mij jullie spullen maar. Dan kunnen jullie genieten van je vrije middag.”
“Voor zover het nog middag te noemen is.” Antwoordde Roos stug.
“Nou dame, het is pas drie uur!”
“Tegen de tijd dat ik thuis ben, is het al bijna donker aan het worden…” Mopperde Roos.
“Je hoeft in ieder geval geen paarden meer te rijden.” Ruben keek haar aan.
“Hoe weet jij dat?”
“Jij en Iris zitten non-stop over Canada te praten. De paarden staan al in quarantaine, en jij geeft les aan Iris op een ander paard, van vrienden van je ouders.”
“Ja, dat klopt. Jemig, luister je ons af soms?”
“Nee, jullie zijn gewoon zo aanwezig.”
“Hmm…”
“Dame en heer, krijg ik jullie spullen nog?”
Snel gaven Roos en Ruben de spullen af en gingen elk hun eigen weg. Roos liep naar de fietsenstalling, Ruben liep het plein af.
Er werd tussen de twee geen woord meer gewisseld.
Het was een grijze middag, en de temperaturen waren aan de lage kant. Lager dan normaal in december. Nog maar twee weken, en dan zouden ze vertrekken. Het was net Sinterklaas geweest en de feestverlichting voor de decembermaand brandde al volop, ondanks dat het pas drie uur in de middag was.
Het werd al een beetje mistig, tegen de tijd dat Roos thuis kwam. De mist was voorspeld, het zou die nacht gaan vriezen en de volgende morgen erg glad zijn, als ze naar de voorspellingen keek.
De mist werd als maar erger, waardoor haar ouders ook later thuis kwamen dan normaal. Af en aan hoorden ze sirenes loeien. En ondertussen werd door het KNMI werd een weeralarm afgegeven.
Eigenlijk hadden Roos en Iris nog een les gepland voor die avond, een van de laatste lessen voor ze gingen vliegen. Maar het weer gooide roet in het eten en Roos belde Iris af.
De volgende dag was het inderdaad spekglad en vielen alle lessen overdag uit. De les die voor de vorige dag was afgesproken kon die avond plaatsvinden. De lessen die nog over waren voor de grote dag, gingen erg goed. En toen de dag aanbrak dat ze naar Canada vlogen, was Iris er in ieder geval helemaal klaar voor.
In de twee weken die aan de vlucht vooraf gingen, werden alle laatste dingen geregeld. Op school was het een gekkenhuis, bijna elke dag hadden ze een toets en de leraren bleven maar zeuren over het feit dat de cijfers van de klas ver beneden het gemiddelde lagen. Maar naarmate de kerstvakantie dichterbij kwam, kreeg de klas meer lawaai, en minder motivatie om toch maar beter met school bezig te gaan. Een zes was meer dan voldoende. Dit gold ook voor Ruben, wiens resultaten meer dan eens werden opgenoemd in de klas. Hij stond er ronduit slecht voor. Ruben was niet de enige, als hij en nog tien anderen op deze manier door zouden gaan, zouden ze blijven zitten. Of naar de havo gaan, wat ze maar wilden.
Dit greep Roos aan, ze wilde wel bij Ruben in de klas blijven. Veel tijd om hier over na te denken had Roos echter niet, de kerstvakantie kwam er aan. De voorbereidingen voor de reis waren volop in gang. Koffers lagen open in de kamer. Een grote Samsonite was voor Roos, hij was roze met paarse bloemen. De andere twee blauwe Samsonites waren voor haar ouders.
Iris had thuis een oude koffer van Roos, Roos hoefde de koffer niet meer terug, te veel herinneringen plakten aan het oude ding.
Alle keren dat ze samen met Shirley op ponykamp ging, ging de koffer mee. Shirley had er ook zo een, ze schreven op elkaars koffers. Het ding ging ook elke zomer mee, twee keer op vakantie. Eerst met de ouders van Shirley, daarna met haar eigen ouders. Altijd twee koffers bij elkaar. In haar hoofd hoorde ze de warme lach van Shirley, haar stralende blauwe ogen en het prachtige blonde haar. Die momenten hadden eeuwig moeten blijven duren.
De laatste schooldag voor de reis was aangebroken. Roos en Iris zouden twee dagen school missen, omdat ze anders niet gelijk met de paarden konden vliegen. Hun vlucht ging wat eerder dan de vlucht van de paarden, zodat ze de paarden in Canada konden opwachten. Het transport van de paarden werd geheel verzorgd door een bedrijf dat daarin was gespecialiseerd.
Op school stonden veel klasgenoten stomverbaasd van het feit dat de meiden toch echt naar Canada gingen.
Het laatste weekend voordat ze op reis gingen, waren er nog kleren gekocht. Snowboots, jacks met nepbontkragen, skipakken. Alles wat ze dachten nodig te hebben, ging mee. Roos had gekozen voor een wit skipak, het jack had een bruine bontkraag. Ze had er een oudroze muts met een Noorse print bij gekocht. De snowboots waren eveneens wit, met een bontrandje en een zwarte zool. Roos had ook nog een mooi Noors vest gekregen, met een capuchon. Natuurlijk zat ook daar een bontkraag op.
Het stond fantastisch bij haar donkere haar en felblauwe ogen.
Ook Iris had prachtige kleding gekregen van haar ouders. En van Roos’ ouders kreeg ze ook een Noors vest. Het leek prachtig bij haar blonde haar en blauwe ogen. Roos was geschrokken van het meisje, het was sprekend Shirley toen ze haar capuchon op deed en een mysterieuze glimlach opzette.
De laatste schooldag droegen de twee dan ook hun vesten.
Er werd door de leraren gezegd dat ze vooral voorzichtig moesten doen, en heel terug moesten komen. Veel klasgenoten keken vooral jaloers, en zeiden er maar weinig op.
Die morgen ging om vier uur de wekker al. De meiden waren twee dagen geleden voor het laatst bij Papillon en Angelo geweest. En de avond voor vertrek waren de laatste spullen ingepakt. Iris werd gebracht door haar ouders, die ook nog even op de koffie kwamen. De dames hadden lol voor twee, wat een fijn gezicht was voor Roos’ ouders. Het leek er op dat Roos eindelijk weer een echte vriendin had gevonden.
De meiden hadden weinig geslapen van opwinding, maar daar was tijd genoeg voor in het vliegtuig. Het was een reis van acht uur.
In de keuken was Marieke al bezig met een ontbijtje voor het hele gezin. En in de garage stond Maarten de koffers in de auto te laden.
De meiden deden hun haar snel. Er was een borstel in de douche blijven liggen, maar alle make-up was al ingepakt.
Om vijf uur stapten vier personen in de Audi van Maarten. De twee meiden gekleed in een dikke slobbertrui en een trainingsbroek met sportschoenen.
Om zeven uur was het al een drukte van belang op Schiphol. Veel zakenlui, maar ook hele gezinnen die op wintersport gingen, of natuurlijk de winterzon opzochten.
De dames droegen allemaal één koffer, maar vader Beekman had er twee bij zich. Het inchecken verliep voorspoedig, en om negen uur konden ze al door de douane. Het was daarna nog maar een half uurtje wachten tot ze konden boarden.
Het vliegtuig kwam al snel aangetaxied. Iris keek haar ogen uit, ze had nog nooit gevlogen en Schiphol kon je niet klein noemen.
Er was helaas weinig tijd om het hele vliegveld te bekijken, en al snel werd de ‘final-boarding-call’ omgeroepen.
Na het afgeven van de tickets liepen Roos en Iris hand in hand de gang in, toen Roos omkeek dacht ze Ruben te zien. Maar tijd om beter te kijken had ze niet.
Ze namen plaats in de voor hun aangewezen stoelen, en na een minuut of twintig werden de motoren gestart. Ze knepen elkaar eens in de hand, en langzaam taxiede het vliegtuig naar de startbaan. Op naar Canada!