Moderators: NadjaNadja, Essie73, Muiz, Polly, Telpeva, ynskek

het moet voor jou ook leuk blijven
rockwitch schreef:Wat een geweldig verhaal, heb het vandaag pas ontdekt en heb het allemaal gelezen.
Dat gedicht wat je erop hebt gezet is toch de Nederlandse vertaling van Celine Dion - It's all coming back ofzo?
Vind het echt een superleuk verhaal, dus ik blijf dit topic echt volgen.


Ben er heel erg mee bezig! Ik wil mijn verhaal afmaken. En dat gaat goedkomen, hopelijk.




)
Citaat:Hoofdstuk 13
Happy thoughts can make you fly!
Fleur leek het niet erg te vinden dat Roos en Iris aldoor over Canada praatten. Ze drong de meiden op veel foto’s te maken en niet vergeten te filmen.
In de klas zaten de twee aldoor te praten over Canada, en over hoe de lessen van Iris gingen. Menig keer werden ze gewaarschuwd door de leraren. Maar ook die begrepen het enthousiasme van de twee.
In de klas waren de meningen verdeeld, een aantal leerlingen vonden het supergaaf voor de twee. Terwijl anderen dachten dat het allemaal een verzinsel was, omdat de drie nooit veel aandacht kregen.
Maar de meeste klasgenoten leken gewoon jaloers te zijn, er werd gepraat.
Gelukkig drukte het de pret niet voor de meiden.
De dagen vlogen voorbij, en de meiden waren al druk bezig met lijsten te maken van wat ze in moesten pakken. Er werd gebeld naar de KLM over het transport van de paarden, en wat daar allemaal bij komt kijken.
Bovendien moest er een plaatselijke dierenarts gevonden worden.
Op school deden de meiden niets anders dan lijstjes maken van kleding die ze mee moesten. En spullen voor de paarden.
In de tijd dat ze voor het werkstuk van aardrijkskunde achter de computer mochten, zochten ze op hoe koud het was in Canada. Want ze moesten wel weten hoeveel dekens er mee moesten.
Al snel moesten de paarden in quarantaine. Waar ze ook getest werden op een aantal ziekten.
In de tijd dat de paarden in quarantaine waren, kregen de meiden de gelegenheid gebruik te maken van de paarden van de familie Beekman. Dit was ook nodig, Iris had nog een aantal lessen nodig.
En natuurlijk moesten er nog inkopen gedaan worden.
Er zat een drukke tijd aan te komen.
Op school ging het, buiten de roddels om, heel goed. Roos ging met plezier naar school en behaalde prima resultaten. Het waren vooral zessen en zevens. Een acht kwam niet voor op haar rapport, maar het was genoeg.
Al kon Roos beter, in de les lette ze niet op en zorgde ze ervoor dat ze zo dicht mogelijk bij Ruben zat. Buiten school had ze haar paarden, en is alles beter dan huiswerk maken.
In de klas was Roos nog steeds op haar plaats, maar ze voelde zich anders. Anders dan anderen. Het klopte gewoon niet, ze had alles, de juiste kleding, haar ouders hadden een goede baan, en ze ging op bijzondere vakanties. Maar ze was toch niet interessant genoeg.
Het was moeilijk, voor Shirley´s dood hoorde ze er altijd bij. Was ze niet anders.
Er was veel veranderd in de afgelopen twee jaar, en Roos wist niet of ze blij moest zijn met die veranderingen.
Ruben was aardig voor haar, maar ze begreep hem niet.
Het was woensdag, woensdag economiedag!
Op woensdag hadden ze altijd economie, en in die les hadden ze vaste plekken. Voor Ruben en Marco. Altijd kletsen, want hun leraar bakte niets van het lesgeven. De arme man.
Eigenlijk was de hele woensdag een feestje, want het begon ’s ochtends al bij handvaardigheid. Waar gekliederd werd met water, en vooral weinig gebeurde dat ook daadwerkelijk met de les te maken had.
Zo ook deze woensdag weer, het wat een lawaai dat aan het einde van de gang te horen was. De deur stond open, en de lerares liep er weer bij als een iets te vrolijk geklede heks. Haar haar stond alle kanten op, hier en daar zat er wat klei of verf in.
Toch was ze even gezellig als altijd, en mocht de klas ook deze keer doen waar ze zin in hadden. Als de opdracht maar klaar was voor de laatste les van de periode.
Momenteel was de klas bezig met het verbeelden van zichzelf in een tastbaar object.
Mensen waren aan het tekenen, kleien, solderen, timmeren. Wat je maar kon bedenken. De een wat serieuzer dan de ander.
Mobiele telefoons mochten in een bak bij op het bureau van mevrouw De Vries, daar werden ze nauwlettend in de gaten gehouden.
Helaas was dit deze woensdag niet het geval, het bakje met telefoons werd met regelmaat bestormd, er kwamen vele sms’jes binnen die les.
“Je telefoon gaat Roos!”
“Hmm…” Roos liep naar haar telefoon toe.
Het was een sms’je, niet bijzonders.
Of ze die middag even aardappelen wilde halen bij de groenteboer.
Roos haalde haar schouders op, en liep terug naar haar plek, niet in de gaten hebbende dat Ruben haar al non-stop in de gaten hield. Vanaf het moment dat er werd geroepen dat ze een sms’je had.
Aan het eind van de les werd de corveegroep medegedeeld.
“Dames en heren, mag ik even jullie aandacht?” Riep mevrouw De Vries ietwat wanhopig.
De klas mompelde onverstoord door, waarop de lerares in alle wanhoop op een stoel ging staan.
De klas proestte het uit.
“René, Marco, Roos en Ruben.” Jullie zijn vandaag de corveegroep.
De klas verliet snel het lokaal, en de telefoons werden uit de bak gehaald.
Geen pauze deze keer, zelfs iets veel leukers!
De bezems werden snel uit de kast gehaald, en de klas vloer werd schoongemaakt. De tafels werden afgeruimd, voor zover er nog wat lag.
Daarna moesten ze per twee werken. René en Roos moesten de tafels afnemen, Marco en Ruben moesten de vloer bij de wasbakken dweilen.
Een emmer ging er met elk mee.
Sommige tafels viel van de klei, op anderen lag verf. Het warme water werd steeds smeriger en toen alle tafels schoon waren, liepen René en Roos weer terug naar de wasbakken.
Daar stonden Marco en Ruben nog even onbeweeglijk op hun dweilstok te hangen.
“Mag ik er even bij?” vroeg Roos beleefd.
Ruben trok een wenkbrauw op, en keek haar triomfantelijk aan.
“Ruben?”
Ondertussen bleef René op de achtergrond. Hij was de stille jongen in de klas, niet populair. De klas was een beetje pesterig naar hem toe. Hij was lang en slungelig, had donkerrood haar, een pokdalig gezicht en natuurlijk de perfecte bril. Zo’n exemplaar dat afkomstig was uit de tweede wereld oorlog.
Ruben trok een tweede wenkbrauw op, en zijn tanden werden stukje bij beetje ontbloot.
Roos smolt en verdronk bijna in zijn felblauwe ogen.
Opeens mengde René zich in de stille conversatie die zich tussen Roos en Ruben afspeelde.
“Hé, hallo. Kunnen we even verder met ons corvee? Ik wil ook nog graag vijf minuten pauze, want ik moet nog boeken halen voor economie. En ik moet mama nog bellen.”
Hierop gierde Marco het uit.
“Moet je mammie bellen? Wat is er aan de hand jongetje? En ben je zó bang dat Van Heemskerk je strafwerk geeft? For your information: Van Heemskerk kan geen lesgeven, laat staan dat hij ooit strafwerk zal geven, want de klas lacht hem uit!”
“Pfff… Wat ik met mijn moeder bespreek, gaat jou geen zak aan!”
René stapte vooruit, en gooide zijn emmer leeg in de wasbak.
“Hé banketstaaf! Nu kunnen we die weer opnieuw schoonmaken!”
René liep de klas uit.
“Alsof jullie dit hele corvee al iets hebben gedaan zeg! Dat Roos de wasbak gaat vervuilen is zeker niet erg?”
Roos gooide haar emmer leeg in de wasbak.
“Handen om hoog, of je krijgt een dweil in je gezicht!”
Ruben had de dweil op Roos gericht.
Roos begon te lachen en deed haar hand in de wasbak.
Met een slaande beweging sloeg ze de druppels van haar hand, bij Ruben in het gezicht. En maakte ze dat ze uit de voeten kwam.
Ruben bleef verbijsterd staan.
Bij de deur stond Roos stil.
“Die zag je niet aankomen hè? Nou, ik heb mijn taak er op zitten, succes met dweilen!”
Ze scheurde haar tas uit het rek, en ging snel naar de kantine.
“Roos?”
Roos draaide zich om, en keek wederom in de prachtige blauwe ogen van Ruben.
“Hmm… Ja?”
“Mis je niet iets?”
“Niet dat ik weet…”
Roos dacht even na.
“Ik weet het echt niet.”
Ruben rommelde wat in zijn tas.
“Ruben, blijf je even bij de les?”
Ruben keek op en stak zijn tong uit naar de rug van Van Heemskerk. Die inmiddels alweer iets op het bord schreef. Hij draaide zich om en rommelde weer verder in zijn tas.
“Mis je dit niet?” Ruben hield Roos’ telefoon in haar hand.
Roos haar ogen werden groot als schoteltjes.
“Geef hier!” Kon ze enkel nog uitbrengen. En ze greep naar haar telefoon.
“Mis!”
“RUBEN!” Brulde Van Heemskerk in een wanhopige poging de klas tot stilte te brengen.
“Ja wat?!” Was het brutale antwoord van de jongen.
“STILTE!” Een tweede verwoede poging van de leraar.
Nog steeds hield Ruben even vrolijk de telefoon van Roos in de lucht, en ook zij was niet onder de indruk van de woorden van Van Heemskerk. Ze sprong op van haar stoel en greep naar haar telefoon. Niet geheeld geluidloos.
Haar stoel viel en ze stootte haar elleboog aan het kozijn. Maar ze had haar telefoon terug.
“Hebbes!” Gilde ze trots.
“ROOS VERBEEK EN RUBEN DE KONING!”
“Ja?” Klonk het in koor. Allebei de armen over elkaar en voor zich uit kijkend.
“Ik ben het zat, ga jullie maar melden!”
De twee proestten het uit.
“Melden?”
“Ja, melden! Ik wil jullie hier deze les niet meer zien!”
Samen liepen ze lachend de klas uit.