Moderators: Essie73, NadjaNadja, ynskek, Polly, Telpeva, Muiz

Citaat:Eenmaal terug in mijn kamer moet ik Joop met tegenzin toegeven dat ik inderdaad moe ben. Ik lig inmiddels alweer in mijn bed en kan mijn ogen met moeite open houden. “Ik heb niet eens wat gedaan”, mompel ik teleurgesteld. “Je lichaam heeft een hoop te verduren gehad Anna en je hebt lang geslapen, je moet gewoon je conditie weer opbouwen. Het komt allemaal goed”, Joop geeft een aaitje over mijn wang met zijn hand en kijkt me liefdevol aan. “Ik ben blij dat je er bent Joop, ik zou niet weten wat ik zonder je zou moeten”, zeg ik emotioneel. “Hoe gaat het eigenlijk met mijn moeder?”, vraag ik zachtjes. Ik heb de vraag veel te lang uitgesteld maar ik durfde er niet eerder naar te vragen, bang voor zijn reactie. “Je moeder doet het goed in de kliniek, ik krijg regelmatig een belletje van haar verzorgers. Ze vraagt vaak naar je, misschien moet je binnenkort eens bij haar gaan kijken”, zegt Joop voorzichtig. “Ik zal erover nadenken”, knik ik naar hem. Dan komt er een zuster binnen die ik herken van mijn droom of was het geen droom? Ze hielp mij naar de toilet. Wanneer de zuster Joop ziet zie ik haar wangen weer rood kleuren en nu weet ik zeker dat het geen droom kan zijn geweest. Nieuwsgierig kijk ik naar Joop en ik zie dat ook hij gecharmeerd is van haar. Grinnikend kijk ik naar de verlegen volwassenen die tegenover mij staan. Liefde is spannend op welke leeftijd dan ook. “Hoe gaat het hier”, kan de zuster net aan uitbrengen. “Uhh goed hoor, ja toch Anna, het gaat goed toch?”, Joop gaat hulpeloos naar mij en ik kan bijna mijn lachen niet meer inhouden. “Het gaat prima hier”, zeg ik glimlachend. “Ik kom even je infuus verwijderen, de dokter denkt dat je het nu wel zonder red”, ratelt ze snel. Trillend met haar vingers verwijderd ze de slang die naar het infuus loopt. “Ik laat de naald nog even zitten dat mocht je er wel last van krijgen dan kan ik zo weer een infuus aansluiten”, vertelt de zuster. Nu ze compleet op mij gefocust is klinkt ze een stuk rustiger en verzorgt ze me goed. “Je moet me wel beloven goed te blijven drinken”, kijkt ze me streng toe. Dan kijkt ze nog even kort naar Joop en verlaat dan mijn kamer. Zodra de zuster mijn kamer uit is proest ik het uit. “Je vind haar leuk”, roep ik uit. “Ssst”, en ik zie Joop gelijk paniekerig om kijken om te controleren of ze het niet gehoord heeft. “Nou mijn zegen heb je hoor”, plaag ik hem verder en ik zucht lachend naar hem. Dit had ik even nodig denk ik bij mezelf, weer even lachen. “Pestkop, ik zie je morgen weer”, Joop drukt een kus op mijn voorhoofd en verlaat dan mijn kamer. “Dankjewel lieve Joop voor alles”, zeg ik nog snel. Glimlachend draait hij zich om en geeft me zijn favoriete knipoog. Dan draai ik me op mijn zij en val als een blok in slaap.
Wanneer ik wakker word kijk ik om me heen maar zie dat het donker is in mijn kamer. Als ik op het klokje op mijn nachtkastje kijk zie ik dat het half 4 s’ nachts is. Gelukkig heeft Joop de rolstoel in mijn kamer laten staan dus ik kan hopelijk zo naar zijn kamer toe rijden. Voorzichtig sla ik de dekens van mijn bed af en bedenk me dat als ik mijn benen over het bed heen sla er misschien wel een zuster aan kan komen. Ik gok erop om aan de achterkant van mijn bed er af te glijden in de hoop dat, dat niet opgemerkt wordt. Voorzichtig laat ik mezelf zakken op mijn linkervoet om mijn rechterbeen te ontlasten. Ik wacht 5 minuten maar er lijkt niemand aan te komen. Huppend beweeg ik mezelf naar de rolstoel en laat me er opgelucht in zakken, ik ben nu alweer uitgeput. Ik duw mezelf richting de deur en open de deur zo zacht en voorzichtig mogelijk. Ik hoor geen geluiden en rij mezelf dus een stukje de gang op zodat ik rechts en links kan kijken, de gang is leeg. Ik rol mezelf snel naar de lift en druk ongeduldig een aantal keer op het knopje. “Ga nou open”, mompel ik. Dan hoor ik voetstappen in de verte en merk dat ze mijn kant op komen. “Toe nou ga nou open”, ik druk nog 10 keer op het knopje en godzijdank gaan dan de deuren open. Ik druk op de juiste verdieping en ik hoor de voetstappen steeds dichterbij komen. De deur gaan net op tijd dicht voordat ik kan zien wie het is. Ik haal opgelucht adem, ik denk niet dat de nachtzusters blij zijn met mijn ontsnapping uit mijn bed. Gespannen wacht ik tot de liftdeuren weer opengaan, er zou hier ook zomaar iemand kunnen zijn. Langzaam schuiven de deuren open en ik kijk zenuwachtig om me heen. Het geluk lijkt aan mijn kant want ik zie wederom niemand lopen. Snel rijdt ik de lift uit, sla rechtsaf en vervolgens linksaf. Dan kom ik in de lange gang en ik zie dat aan het einde van de gang twee jonge zusters met elkaar staan te kletsen. Geschrokken duw ik mezelf terug achter de muur, “oliebol”. Langzaam rijd ik mijn rolstoel weer een stukje naar voren en zie dat de zusters druk met elkaar in gesprek zijn. Waarschijnlijk merken ze me niet eens op denk ik bij mezelf. Ik besluit de gok te nemen en rij zo snel als ik kan naar kamer 503. Ik duw de deur zo snel en zo zacht mogelijk open als ik kan en rijd snel naar binnen. Dan klik ik de deur zachtjes achter me dicht en kijk dan om naar Ryan. Mijn hart maakt weer een sprongetje bij het zien van zijn slapende gezicht. Knappe Ryan. Ik rij weer dicht naar zijn bed en leg mijn hand op zijn hand, “daar ben ik weer zoals beloofd”, glimlach ik. “Hoe gaat het nu met je”, vraag ik wetend dat ik toch geen antwoord krijg. “Ik kon niet slapen en moest je gewoon zien, ik weet dat je vanmiddag in mijn hand kneep, ik voelde het echt”, ga ik verder. Ik vertel hem langzaam wat ik allemaal heb meegemaakt en hoe blij ik ben dat we er allemaal levend zijn uitgekomen. “Ik weet eigenlijk niet wat er met die jongens gebeurd is, dat moet ik morgen nog maar aan Joop vragen”. Ik heb Ryan zijn hand nog steeds vast en ik had eigenlijk gehoopt dat hij weer in mijn hand zou knijpen maar helaas voel ik niks. Ik kijk in stilte naar hem en ik voel een brok in mijn keel komen, ik kan me niet langer groot houden. “Wordt alsjeblieft wakker Ryan, ik kan niet meer zonder je”, smeek ik. Ik trek aan zijn hand en schud zijn lichaam heen en weer, “wordt nou wakker”, de tranen stromen over mijn wangen en bedenk bij mezelf dat ik nog nooit zoveel van iemand heb gehouden als van hem. Voorzichtig ga ik staan op mijn linkerbeen en trek mezelf heel rustig en voorzichtig op het bed zodat ik naast hem op het bed kom te zitten. Dan laat ik mezelf rustig op mijn linkerzij zakken en druk mezelf tegen Ryan aan, “ik hou zoveel van je”. Ik druk snikkend een kus op zijn linkerwang en sla mijn armen om hem heen. “Ik blijf bij je vannacht, ik wil dat je weet dat ik er voor je ben en dat ik er altijd voor je zal zijn. Op wat voor manier dan ook. Ik ben er voor je”, zeg ik zachtjes. Dan sluit ik mijn ogen in de hoop dat ik in slaap kan vallen. Doordat ik mijn ogen sluit merk ik niet dat Ryan zijn ogen heeft open gedaan.

ben benieuwd! Citaat:Ryan
Ik zit in een diep en donker dal. Alles is zwart en duister. Ik hoor de omgeving geluiden wel maar ik kan me niet bewegen of mijn ogen openen. Ik weet nog de onuitstaanbare pijn die ik voelde in mijn buik, het kwam ineens opzetten. Het ene moment was ik blij dat Anna veilig in het ziekenhuis was en het andere moment werd de pijn steeds heviger tot dat ik wegviel. Het moment dat ik ‘wakker’ werd was vreselijk. Ik wilde mijn ogen open doen, bewegen en ik wilde praten. Ik hoorde de mensen om mij heen met elkaar praten, dingen aan mijn vragen, ik voelde de pijnprikkels maar zelfs dan kon ik mij niet bewegen. Ik wilde me zo graag bewegen. Ik snapte helemaal niet wat er met me aan de hand was, waarom kon ik me nou niet bewegen maar wel alles horen? De dagen gingen voorbij en na een aantal dagen begon ik me af te vragen waarom Anna nog niet langs was geweest, ik begreep er niks van, ze lag toch ook in het ziekenhuis en alles was toch goed gekomen met haar? Hoe ze in het bos zogenaamd voor Cosmo koos was een fantastische actie. Ze rende samen de jongens zo omver, ik hoefde die stakker naast me met zijn laffe pet alleen maar een hoek te geven met mijn schouder die gelukkig zijn hoofd raakte waardoor ik mij snel kon losmaken uit zijn wurg omhelsing. Zo kon ik gemakkelijk achterop springen bij Anna en konden we snel vluchten. Ik schrok enorm van het mes in haar been maar wilde zo snel mogelijk richting het huis gaan om hulp te halen. “Blijf bij me Anna”, riep ik nog naar haar maar ik voelde haar al wegzakken tussen mijn armen. Wat was ik toen bang, bang dat ik haar zou verliezen. Dankzij mijn goede ogen en een behendige Cosmo onder ons waren we snel uit het dichte bos vandaan. In spoorde Cosmo aan tot rengalop, toen we op de lange weg richting het huis reden. Daar smeet ik het hek open, deed Cosmo snel op stal en droeg Anna naar binnen. Joop had me al aanhoren komen en nam Anna van me over. De sleutels van de auto werden gepakt en zo raceten we naar het ziekenhuis waar we meteen werden opgevangen. Ik raakte steeds depressiever in mijn coma en gaf het proberen te bewegen op. Als Anna er niet meer is of mij niet meer wil zien dan hoeft het voor mij ook niet meer. Het idee om Anna niet meer te kunnen zien raakt me zo erg dat ik steeds verder afzak in het dal. Ik had veel beter mijn best moeten doen voor haar. Ik geef het op…
Waarom ga ik nu niet dood denk ik bij mezelf. Ik wil niet meer, ik wil niet meer leven, niet zonder mijn Anna. Laat me gaan………
De dagen blijven voorbijgaan en ik probeer mezelf te laten zakken maar niks helpt. “Ik laat jullie wel even alleen”, ik hoor de bekende stem van Joop. Ik weet dat hij mij iedere dag komt bezoeken maar hij spreekt nooit een woord over Anna. Ook iets wat ik niet begrijp. Ik ben de beste man wel gaan respecteren in de tijd dat ik bij hem was, hij zorgde altijd goed voor Anna. Dan voel ik een zachte hand die mijn hand vastpakt. Ik voel de tinteling door mijn hele lijf, hoe kan dit? Wie is dit en waarom voel ik die tinteling? “Het spijt me Ry, het spijt me voor alles. Vergeef me alsjeblieft”, ik hoor de gebroken stem van Anna. ANNA. Ik wil haar in mijn armen nemen, Anna, hoor je mij, ik probeer me bewegen, ik wil mijn ogen op doen. Anna. Ik voel hoe ze haar hoofd op onze handen ligt en mijn handen worden vochtig van haar tranen. Ik hoor haar snikken. “Wordt alsjeblieft wakker lieve Ryan, ik smeek het je”. God wat wil ik haar graag antwoord geven. Ik probeer uit alle macht mijn ledematen te bewegen, al beweeg ik maar iets. Dan voel ik al mijn wilskracht weer terugkomen en focus ik me met al mijn hersenen op mijn hand, ik wil in haar hand knijpen zodat ze mij ook kan voelen, dan voelt ze dat ik er ben. Ik doe mijn uiterste best. In mijn gedachten heb ik mijn handen al 10 keer bewogen maar Anna lijkt niets te merken, tot op de 11e keer. “Joop, Joop”, hoor ik haar roepen. “Hij kneep in mijn hand Joop”, ik hoor haar enthousiast roepen. Ik slaak een zucht van verlichting wat zij vast niet kan zien. Ze voelde me, gelukkig, dit is een begin. “Weet je dat zeker Anna”, ik hoor de verbazing in Joop zijn stem, verdomme Joop natuurlijk voelde ze dat. “Natuurlijk weet ik dat zeker, waar is de dokter”, roept Anna weer. “Ik haal hem wel”, en ik hoor de voetstappen van Joop wegsterven op de gang. Dan voel ik me zelf ook weer steeds zwakker worden. Het lijkt wel alsof ik een drie dagen niet geslapen heb, mijn hoofd bonkt erover en ik ben vreselijk moe. “Wat is er aan de hand”, ik hoor de stem van mijn dokter op de achtergrond maar het geluid wordt steeds zwakker. Ik hoor nog net de stem van Anna “hij kneep in mijn hand”, maar ik hoor de twijfels in haar stem. Misschien gelooft ze het wel niet meer en dan zak ik weer terug naar mijn diepe dal. Ik merk niet dat de dokter mijn ogen opent om er in te schijnen met een lichtje en ik voel ook de reflexen niet. Ik ben weer terug bij af.
“Daar ben ik weer zoals beloofd”, Anna, ik hoor haar weer. Waar is de dokter nu gebleven? Ik vraag me af wat er gebeurd is, waarom kon ik nu niet wakker blijven voor de dokter. Ik moest hem laten zien dat ik mijn hand kan bewegen. “Hoe gaat het nu met je”, ik hoor de belangstelling in haar stem. Ik ben zo blij dat ze nu bij me is ook al kan ik niet op haar reageren. Ik hou met heel mijn hart van dit meisje. Ik hoor haar ratelen en ik luister aandachtig naar haar. Ook voel ik dat ze mijn hand weer heeft vastgepakt, ik doe mijn uiterste best om mijn vingers weer te kunnen bewegen maar het lukt niet. “Wordt alsjeblieft wakker Ryan, ik kan niet meer zonder je”, ik hoor de tranen en de smeekbedes in haar stem, “wordt nou wakker”. Wat voel ik mij nu machteloos. Dan voel ik dat ze voorzichtig naast me komt liggen en dat ze haar armen om mij heen slaat. Wat voelt dit fijn. Ik voel haar warme lijf tegen de mijne en ik wil dolgraag mijn armen om haar heen slaan. Nu voel ik weer de tintelingen door mijn lijf gaan op de punten waar ze me aanraakt. Ze lijkt wel een soort drug voor me, alsof zij me beter kan laten voelen. Het is niet alleen een gevoel, ik voel me ook beter. “Ik hou zoveel van je. Ik blijf bij je vannacht, ik wil dat je weet dat ik er voor je ben en dat ik er altijd voor je zal zijn. Op wat voor manier dan ook. Ik ben er voor je”, ik krijg een brok in mijn keel van haar prachtige woorden. Ik voel de levenslust weer in mijn lichaam terugkomen, ik wil weer vechten voor mijn leven. Ik wil een toekomst opbouwen met Anna. Ik wil weer terug naar het kamp, naar Cenillie, naar Mohito, naar ons thuis. Ik voel mijn hele lijf tintelen, voor mijn gevoel sla ik wild om mij heen maar het enige wat lukt is het openslaan van mijn ogen. Ik kan weer zien! Ik kijk de kamer rond voor zover het lukt, het is donker in mijn kamer ik denk dat het nacht is. Als ik naar rechts kijk zie ik het mooie, sprekende gezicht van Anna. Het verdriet en de bezorgdheid dat ik op haar gezicht zie doet mij pijn. Ik wil dat ze nooit meer pijn heeft, ik wil haar voor de rest van mijn leven liefhebben. Dan rolt er een traan over mijn wangen.

Citaat:Ik voelde mezelf langzaam wegzakken tegen Ryan aan totdat ik iets nat op mijn voorhoofd voel. Geschrokken ga ik overeind en kijk richting het plafond. Ik veeg met mijn hand langs mijn voorhoofd en zie niets, dit ook dankzij de donkere kamer. Ik zie niks aan het plafond en als ik om me heen kijk kan ik ook niet verklaren waar de druppel vandaan kwam. Dan wil ik me weer naast Ryan nestelen maar kijk dan recht in zijn ogen. De druppel kwam van zijn gezicht, zijn tranen. Dan voel ik ook mijn eigen tranen over mijn wangen, “Ryan”, snik ik. Ik sla mijn armen om hem heen en druk mezelf tegen hem aan. “Je bent wakker, kun je me horen, kun je, je bewegen”, ik druk mezelf overeind en vuur de vragen op hem af. Ik zie de pretlichtjes in zijn ogen, maar die verdwijnen ook net zo snel weer als dat ze gekomen waren. Ik zie hem angstig kijken en ik leg mijn handen om zijn gezicht. “Je kunt me horen”, vraag ik en ik tuur in zijn ogen om zijn reactie te peilen. Hij knippert langzaam één keer met zijn ogen. Glimlachend kijk ik hem aan, ik begrijp wat hij bedoelt. “Maar je kunt je dus niet bewegen?”, vraag ik vervolgens. Ryan knippert wederom langzaam. Ik pak zijn hand vast en knijp er zachtjes in, “voel je dit?”. Gelukkig knippert Ryan weer langzaam. “Dan moet het vast allemaal goed komen Ryan, dat weet ik zeker, ik ga een dokter voor je halen”, ratel ik. Ik zie de angst in zijn ogen, dezelfde angst die ik ook voel maar niet probeer te uiten. “Het komt allemaal goed, echt”, ik druk een kus op zijn voorhoofd en laat me dan voorzichtig van het bed afzakken.
Struikelend ga ik de gang op, ik vergeet mijn rolstoel en ik loop de gang in waar net de zusters nog stonden. “Is hier iemand, hallo?”, ik durf niet te hard te roepen, ik wil geen andere mensen wakker maken. Ik sla linksaf de gang in en zie tot mijn opluchting één van de zusters staan. “Zuster, kunt u mij helpen”, vraag ik zachtjes. De zuster draait zich om en ze kijkt me geschrokken aan, dan laat ze haar ogen over mijn kleding gaan en ziet mijn ziekenhuis gewaad, dan kijkt ze in ene heel verbaasd, “wat doe jij uit je bed dame?”. Haar toon klinkt streng maar bezorgd. “Ik….ik wilde bij Ryan kijken”, stotter ik geïntimideerd door haar reactie. “Het is niet de bedoeling dat je hier ronddwaalt over de afdelingen, je heb geluk dat ik je nu tref, maar het is goed dat niemand anders je heeft gezien. Ik breng je terug naar je kamer”, zegt de zuster resoluut. “Maar Ryan is wakker, hij lag in coma en nu is hij wakker, hij deed zijn ogen open en hij voelde mij”, protesteer ik als een klein kind. “De dokter is op dit moment niet aanwezig en is hier alleen voor noodgevallen. Ik zal de dokter morgenochtend gelijk naar hem laten kijken. Naar je kamer, hup”, ze pakt me bij mijn arm en loopt met me door de gang. “Dit is een noodgeval, Ryan is wakker”, ga ik verder. “Wat is je naam”, vraagt ze zonder verder antwoord te geven op mijn argumenten. “Mijn naam is Anna, ik lig 3 verdiepingen lager, maar kunnen we niet eerst langs Ryan?”, geef ik braaf antwoord terwijl ik toch doorvraag. “Mijn rolstoel staat er ook nog”, probeer ik als laatste. Nu kijkt de zuster me aan en brengt me zuchtend naar Ryan zijn kamer. Bij zijn kamer aangekomen zet ze me in de rolstoel en loopt naar Ryan toe. ”Hij slaapt Anna en ik merk ook geen activiteit, de dokter zal morgen naar hem kijken goed? Je moet nu echt terug naar je kamer”, de zuster pakt de rolstoel en duwt me de kamer uit. Teleurgesteld en vermoeid laat ik me meevoeren naar mijn kamer. Nu merk ik pas hoe moe ik eigenlijk ben. Ik heb nog net door dat de zuster me in bed helpt en val dan in een onrustige slaap.
Als ik wakker wordt is het 11 uur en zie ik dat Joop alweer in mijn kamer staat. “Hoi”, zeg ik glimlachend. Joop kijkt me streng aan en mijn glimlach verdwijnt meteen. “Wat was je van plan afgelopen nacht Anna”, Joop klinkt boos en bezorgd tegelijk. Hij is nog nooit boos op mij geweest. Geschrokken kijk ik hem aan. “Kijk maar niet zo verbaasd, je weet gerust nog wel wat je gedaan hebt. Hoe haalde je het in je hoofd, je had wel kunnen vallen Anna?”, nu neemt de bezorgdheid het over in zijn stem. Hij pakt mijn hand vast en komt dichtbij me staan. “Het spijt me, ik moest Ryan gewoon zien”, ik sla mijn ogen neer. “De dokter was echt niet blij met je en ik kreeg een tweede preek van de dienstdoende zuster. Je wilde ook al niet meewerken”, preekt Joop nu tegen mij. “Ik weet het”, zeg ik zachtjes. “De dokter is daardoor wel vanmorgen bij hem geweest en heeft hem uitgebreid onderzocht. Tijdens één van de onderzoeken werd hij weer wakker Anna en hij kon zijn handen bewegen”, Joop klinkt nu enthousiast. “De dokter begreep er helemaal niks van, waar de verbeteringen vandaan komen, maar hij gaat vooruit”. Er golft een gelukzalig gevoel door mijn lichaam. “Meen je dat Joop, wat fantastisch”, ik druk mezelf overeind en open mijn armen voor een dikke knuffel die hij gelijk ontvangt. “Ik kan niet eens boos op je zijn weet je dat?”, glimlachend kijkt hij mij aan. “Het komt allemaal goed met jullie, dat weet ik zeker”, ik zie de enthousiasme in zijn ogen, dezelfde enthousiasme die ik voel. Maar er zit nog een andere emotie in zijn ogen, één die ik niet goed kan plaatsen, het lijkt wel teleurstelling. Ik schud deze gedachte van me af en vraag Joop of ik Ryan mag zien waar hij mij gelijk naar toe brengt.
Als we bij Ryan zijn kamer aankomen zie ik dat ze hem zelfs al overeind hebben gezet. Hij leunt met zijn rug tegen een kussen aan maar heeft hier duidelijk nog weinig kracht voor en zit dus behoorlijk onderuit gezakt. Zijn ogen beginnen gelijk te stralen als onze ogen elkaar vinden. Ik kan niets anders doen dan teruglachen. “Hé Ry”, zeg ik zachtjes. “Hé”, zijn stem klinkt heel schraperig en ik zie dat het hem moeite kost om te praten. “Je praat”, reageer ik blij. “Een beetje”, hakkelt hij. Ik rij mezelf naar hem toe en pak zijn hand vast waar hij zachtjes in knijpt. “Het gaat echt beter met je, wat ben ik daar blij om zeg”, ik kan alleen nog maar lachen naar hem. Dan komt de dokter binnenlopen en begint weer met een aantal reflex oefeningen. Het is een oudere grijze man deze keer en op één of andere manier heb ik meer vertrouwen in hem als de vorige arrogante dokter. “Je blijft maar verbeteren Ryan, als het zo doorgaat sta je binnen een aantal dagen weer op je binnen”, de dokter spreekt lovend over Ryan en doet net alsof er een wonder is gebeurd. “Ik weet niet waar je strijdlust vandaan is gekomen, maar het heeft je goed geholpen, ga zo door”, de dokter knikt tevreden. “Anna, het komt door Anna”, zegt Ryan schraperig en hij kijkt me vol liefde aan waardoor ik wel moet blozen. De dokter kijkt mij glimlachend aan, “zorg maar goed voor hem dan”. “Dat zal ik zeker doen”, antwoord ik. Dan verlaat de dokter de kamer. “Het is goed je zo te zien Ryan, ik zal jullie nu even alleen laten”, zegt Joop dan. “Dankje”, zegt Ryan. “Kom zitten”, vraagt Ryan dan. Voorzichtig kijk ik hem aan, ik weet even niet wat ik moet doen, is hij niet boos op mij dan? Wil hij me nog wel? Onzeker kijk ik in zijn ogen. “Wat is er”, vraagt hij dan. De tranen rollen voor de zoveelste keer over mijn wangen. “Het spijt me voor alles Ryan. Ik heb je gewoon weg laten gaan en ik heb je weer in de steek gelaten”, begin ik snikkend te vertellen. “Ik wil de het goed met je maken en toen verpestte ik het wéér”, ik durf hem niet eens meer aan te kijken. “Anna, stop hiermee, kom zit”, Ryan kijkt me smekend aan als ik naar hem opkijk. Ik ga voorzichtig naast hem zitten en hij pakt mijn hand wat steviger vast. “Ik hou van JOU Anna, ik wil JOU in mijn leven voor altijd, twijfel daar niet aan. Doordat ik jou hoorde wil ik weer vechten voor mijn leven, ik dacht dat ik je kwijt was”, de woorden komen er zacht en langzaam uit wat goed helpt om de woorden tot mij door te dringen. De tranen lijken nog wel erger te worden maar deze keer niet van verdriet maar van geluk. “Echt?”, vraag ik hem ongeloofwaardig. “Ja, echt”, hij kijkt me glimlachend aan. “Kus me Anna”, en ik zie zijn blik veranderen naar ondeugend. Ik werp mezelf op hem, neem zijn hoofd in mijn handen en druk mijn lippen op de zijne. Eindelijk.

