Deel 7
Citaat:
Ik ren door een bos met overal bomen, het is pikdonker en ik zie geen hand voor ogen. Ik blijf maar rennen en rennen. Mijn vader zit achter me aan en roept me terug te komen naar huis. Dan voel ik de grond onder mijn voeten verdwijnen en val ik, ik blijf maar vallen.
Zwetend schiet ik overeind. “Het was maar een droom”, mompel ik zachtjes. “Gaat het wel met je?”, vraagt Mohito bezorgd die aan de rand van mijn bed zit. Ik schrik op, ik had nog niet gezien dat Mohito aan mijn bed zat. “Je lag zo te draaien en je begon te zweten”. “Ja, het gaat nu wel weer, nare droom denk ik”, zeg ik zachtjes. “Je moet morgen toch maar eens vertellen wat er aan de hand is hoor”, commandeert Mohito mij. “Hoe heet je trouwens?”. “Mijn naam is Anna”, zeg ik voorzichtig. “Oké Anna, morgen praten we verder”, zegt Mohito zachtjes. Dan staat hij op van mijn bed en gaat weer naast Cenille leggen. Zenuwachtig voor de volgende dag val ik in slaap.
“Goedemorgen”, zegt Cenille en haalt haar hand door mijn haar. Ik open langzaam mijn ogen en wens haar ook een goedemorgen. Mohito is al niet meer in de caravan en ook Cenille gaat alvast naar buiten. Als ik naar mijn dekens kijk zie ik dat ze alweer een nieuw paar kleren heeft neergelegd. Deze keer is het een zwarte weide rok tot mijn knieën met daarboven een paars shirtje met korte mouwen. Ook ligt er een prachtige gouden ketting en een paarse kralen ketting. Normaal draag ik nooit twee kettingen maar hier hebben ze er minimaal drie om. Als ik in de spiegel kijk schrik ik een beetje van mijn spiegelbeeld. Mijn normaal altijd perfect gestylde haar is nu pluizig en krult lekker. Ook mijn goed verzorgde huid is nu droog en begint al een bruine kleur te krijgen. Met mijn zwarte haarkleur zou ik hier zo tussen passen. Tevreden kijk ik in de spiegel. Dan loop ik naar buiten en zie ik dat iedereen zich alweer rond het kampvuur heeft verzameld om te ontbijten. Er staan weer een aantal manden op een tafel uitgestald. Als ik er naar toe loop zie ik dat de meeste dingen er al weg zijn, maar er ligt nog een stuk brood en een aantal bananen. Ook staat er een grote ketel met een soort van rode derrie erin. Met een vies gezicht kijk ik in de ketel. “Gezond”, zegt Cenille die inmiddels naast mijn staat. “Maar wat is het?”, vraag ik nog steeds vies kijkend. Ze kijkt me aan schud glimlachend haar hoofd en loopt dan weer terug naar haar plekje naast Mohito. Ik besluit dan toch maar een beetje in een kommetje te doen en loop dan ook naar Mohito en Cenille. “Zo durfde je het aan met de colada”, zegt Mohito opgewekt. “Colada?”, vraag ik. “Klinkt als een drankje”, grap ik. “Maar dat is het niet dromer, het is een mengsel van kruiden, fruit en nog meer dingen en dat dan opgewarmd”, vertelt Mohito. “Dat klinkt inderdaad gezond”, glimlach ik naar Cenille. Ze kijkt goedkeurend wanneer ik een hap neem. “Hm, smaak best wel goed”, zeg ik eerlijk. “Dat is mooi”, zegt Mohito tevreden. Iedereen eet zijn ontbijt op en dan neemt Mohito mij apart.
“Nou jij gaat me nu is even vertellen wat er aan de hand is dame”, zegt Mohito en op de manier hoe hij het zegt wenst hij niet tegen gesproken te worden. Ook al ken ik Mohito nog maar twee dagen ik vertrouw hem en vertel hem het hele verhaal. Eerst lacht Mohito want hij denkt dat ik een grapje maak, maar als hij ziet dat ik er niet om moet lachen kijkt hij weer serieus. “Dus jij bent nu in je eentje op zoek naar je oma en Cosmo?”, vraagt Mohito vol ongeloof. “In je eentje?!”. “Dat is toch levensgevaarlijk Anna”, zegt Mohito bezorgd en dit is de eerste keer dat hij mijn naam noemt in plaats van dromer. “Ja, ik dacht dat..”, begin ik. “Wat je dacht je, dat je dat wel in je eentje kon doen”, zegt Mohito boos. Geschrokken kijk ik hem aan. “Het spijt me dat ik zo reageer, maar het is wel heel naïef van je om te denken dat je zo in je eentje even op zoek kan gaan naar je oma en je paard”, zegt Mohito. “Ik weet het”, zeg ik zachtjes. “Weet je waar je zoeken moet?”, vraagt Mohito dan. “Nee, eigenlijk niet maar ik heb wel haar gegevens”, zeg ik en bedenk nu pas hoe verkeerd ik te werk ben gegaan. “Wacht maar, ik heb wel een idee”, stelt Mohito voor.
Mohito loopt drie caravans verder loop daar naar binnen, 5 minuten later komt hij weer naar buiten. “Ryan gaat met je naar het dorp, daar kan je bij de gemeente het adres opzoeken”, vertelt Mohito. Dan komt Ryan uit zijn caravan en kunnen we gaan. “Doen jullie voorzichtig”, roept Mohito ons nog na.
“Is het ver lopen”, vraag ik. “Ja, maar het eerste stuk nemen we Quantore”, zegt Ryan kortaf. Ryan springt soepel op de rug van Quantore en trekt mij er dan achterop. Stapvoets lopen we het bos in. Na ongeveer een kwartier in het bos gelopen hebben, word het bos steeds opener en zijn we al een paar voetgangers tegen gekomen. Dan lopen we een stukje steil naar beneden en komen we in een kleine grot, daar laat Ryan Quantore stoppen en stappen we af. “Laat je hem hier achter”, vraag ik ongelovig. “Straks neemt iemand hem mee”. Ryan loopt de steile heuvel omhoog en verdwijnt achter de struiken. “Ryan?”, vraag ik beduusd. Ik kijk nog even naar Quantore en die ploft zachtjes neer op het mos in de grot. Dan klim ik snel de heuvel op en zie nog net dat Ryan naar rechts is gegaan. “Ryan waarom wacht je niet even?”, vraag ik nahijgend. “Als je niet op schiet komen we er nooit”, zegt Ryan kortaf en loopt verder. De rest van de weg verwisselen we geen woord. In het begin van het dorp is de gemeente dus gelukkig hoeven we niet het hele dorp door te lopen. We lopen naar binnen en lopen naar de balie. “Hallo, ik ben op zoek naar het huisadres van..”, begin ik. Als ik nu vertel dat ik op zoek ben naar mijn oma, dan weten ze dat ik hier ben geweest. “..Van mevrouw Duisberg”, ga ik verder. “Ze woonde vroeger altijd in de remstraat in de stad”, vraag ik verder. “Oké en haar naam is?”, vraagt de baliemedewerkster. “Haar naam is Karin”, antwoord ik. “Karin Duisberg, even kijken hoor”, mompelt de baliemedewerkster. De baliemedewerkster heeft een vriendelijk gezicht met kort blond haar tot haar schouders. “Ze woonde inderdaad eerst in de remstraat en is toen verhuist naar de tulpenstraat in Gasto”, vertelt de baliemedewerkster vriendelijk. Het word even licht in mijn hoofd en de wereld om me heen begint te draaien. Zou dat betekenen dat mijn oma dus nog leeft. Ik voel mezelf slap worden en grijp de balie vast maar dan is het al te laat. Als ik in elkaar zak vangt Ryan me op. “Hé gaat het wel”, vraagt Ryan bezorgd. Ik hang in zijn armen en als ik mijn ogen open kijk ik zijn lieve bruine ogen die nu geschrokken staan. “Ja, het gaat wel schrik ik op, ik viel even weg denk ik”, zeg ik zachtjes. Ryan zet me overeind maar blijft mijn hand vasthouden. “Bedankt”, zeg ik en ik knik naar de baliemedewerkster die ook geschrokken kijkt. Samen lopen we weer naar buiten en ik kan er niks aan doen maar ik omhels Ryan. “Me oma leeft dus nog”, zeg ik en voor ik het weet rolt er een traan over mijn wang. Even drukt Ryan mij tegen zich en dan kijkt hij me aan en veegt de traan van mijn wang. “We moeten snel terug”, zegt Ryan weer kortaf en dan draait ie om en loopt ie weer richting het bos. Ik begrijp niks van die jongen, denk ik bij mezelf. We lopen richting het bos en hebben niet door dat er een stel kinderen naar ons toe rennen. “Mogen we je handtekening”, “Angelica”, “Wauw we wilde u altijd al ontmoeten”, Handtekening, “Fan van je”, “Zing eens een stukje”, de kinderen roepen van alles door elkaar heen. “Ik ben haar niet”, zeg ik geschrokken. “Jullie moeten mij niet hebben”, zeg ik paniekerig. “Maar wacht is, u wordt gezocht”, zegt het grootste meisje. Van paniek sla ik dicht en ik zie nu ook een moeder op ons af komen. “Angelica?”, kijkt zij turend naar mij vanaf een paar meter verder. Gelukkig weet Ryan wat hij moet doen en trekt hij mij mee en we zetten het op een lopen. “Bel de politie”, horen we nog net roepen. We rennen het bos in, voetpaden, fietspaden, ruiterpaden. Ik volg Ryan blindelings. Dan zie ik gelukkig het bekende struikgewas en daar glijden we naar beneden waar Quantore op ons wacht. We springen snel op zijn rug. “Hou je vast aan mij”, commandeert Ryan. “Ik doe wat hij zegt en klamp me aan hem vast, dan spoort Ryan Quantore aan en dan springt Quantore aan in een snelle korte galop. Zo snel mogelijk terug naar het kamp.