ook bedankt voor de tips, ik zal erop proberen te letten
waarschijnlijk zal ik een nieuw stuk zometeen kunnen plaatsen als ik nog een paar woorden op papier kan zetten en anders vanavond
Moderators: NadjaNadja, Essie73, Muiz, Polly, Telpeva, ynskek
ook bedankt voor de tips, ik zal erop proberen te letten
tips en opmerkingen zijn altijd welkom, zelfs aanmerkingen wil ik graag horen (stuur anders een pb) 
Citaat:‘Adannaya. Mijn naam is Adannaya. Ik heb je geprobeerd te helpen vanmiddag.’ De herinneringen van de afgelopen uren dringen zich bijna met geweld naar boven als de stem doordringt in haar hoofd. Adannaya. De donkere ogen van het prachtige meisje staan nog helder voor haar ogen. Het moment dat beide paren ogen, blauw en bruin, elkaar raakten. Het leek alsof ze elkaar al kenden, het leek alsof ze elkaar eerder gezien hadden. Het donkere meisje leek geen onbekende voor haar te zijn. Maar eerdere ontmoetingen konden niet opgeroepen worden uit haar herinneringen. Hoe komt het dat het lijkt dat ze geen vreemde voor me is? Ogen die dieper doordrongen dan alleen in haar ogen. Donkere ogen die tot in haar ziel leken door te dringen. De stem klinkt zacht, maar helder in de koele avondlucht. ‘Wat is jouw naam?’ Geluid lijkt opnieuw niet uit haar keel te willen komen. Ze schraapt zacht haar keel. ‘Nadine.’ Stilte. Even aarzelt ze. ‘Bedankt dat je me wilde helpen.’ De welgevormde, donkere hand van Adannaya plaatst zich op het hout. Even kraakt het onder het gewicht. De pijn trekt brandend door haar onderlichaam als Nadine op handen en voeten dichterbij de houten wand kruipt. Waar haar handen en knieën op de zanderige grond hebben gestaan, vullen de kuiltjes zich met druppels bloed uit de wonden. De arm blijft een moment stil in de lucht hangen. Opnieuw een kleine aarzeling, maar haar blanke hand drukt zich tegen het hout. Het ruwe oppervlak van het hout drukt tegen haar handpalm. Bijna pijnlijk. Het lijkt alsof ze de warmte van de hand aan de andere zijde kan voelen. De warmte trekt door haar lichaam heen en laat haar de pijn een moment vergeten. ‘Jammer, dat het je niet is gelukt om de mannen tegen te houden.’ Het praten valt haar zwaar. Maar haar mondhoeken lijken zich iets op te trekken in de vorm van een kleine glimlach. Diepe groeven in haar lippen, van de droogte, scheuren open. Vocht en bloed wellen op. De metaalachtige smaak van bloed vult haar mond als ze op haar onderlip begint te zuigen.
Twee verschillende kleuren handen drukken zich nog steeds tegen het ruwe hout. Gescheiden door de dunne planken. Blauwe en bruine ogen staren naar de stukken hout tussen hen in. ‘Ik zou je graag alsnog willen helpen, maar ik weet niet precies hoe.’ Nadine schuift onrustig heen en weer om een andere houding te zoeken. Spieren en gewrichten worden stijf door uren niet te bewegen. Uren van stil zitten en luisteren naar Adannaya. Kleine onderbrekingen voor het stellen van vragen.
Gedachten malen door haar hoofd. Gedachten die haar, de laatste paar uren na het gesprek met Adannaya, niet meer met rust willen laten. Lusteloos gaat ze op de grond zitten om haar benen rust te gunnen. Het afscheid staat in haar geheugen gegrift. De eerste zonnestralen verdreven de duisternis. Het zonlicht gaf het rode zand een eigenaardige gloed. Een vurige gloed. ‘Ik moet gaan. De zon komt op. Ze mogen me hier niet vinden. Morgenavond ben ik er weer.’ Zonder op een antwoord te wachten kijkt Adannaya snel om haar heen en staat geruisloos op. Kleine wolken rode stof worden door de lucht verspreidt zodra ze in aanraking komen met het lichaam van het donkere meisje. Zachte voetstappen worden als enige opgevangen door haar oren als Adannaya met snelle passen wegloopt. De duisternis in het kleine hutje omringt Nadine. Haar hart klopt snel, maar regelmatig. De vele woorden van Adannaya dringen tot haar door. Opwinding maakt zich van haar meester en stroomt door haar lichaam heen. Gedachten tollen in haar hoofd. Ze wilt me helpen ontsnappen! Ze helpt me hier weg te komen! Verschillende beelden vormen zich voor haar ogen. Blauwe lucht, de savanne. Vrijheid. Haar blanke vingers wrijven de moeheid uit haar ogen. Haar voeten zetten zich in beweging. Strompelend komt ze langzaam vooruit. Haar lange benen kunnen haar lichaamsgewicht amper dragen. Streng spreekt ze zichzelf toe in de duisternis. ‘Nadine, geen energie verspillen! Bewaar het voor later!’ De vurige woorden worden kort, maar krachtig weerkaatst door de wanden om haar heen. De woorden galmen door in haar oren en haar hoofd. Maar toch zet ze door. ‘Ik moet weet kunnen lopen als ik kan ontsnappen. Ik moet sterk en fit zijn.’ Nieuwe woorden vormen zich in haar hoofd. Alles sal reg kom. Waar komen ze vandaan? De blonde haren vallen voor haar ogen naar beneden als ze haar hoofd scheef houdt om beter naar de woorden te luisteren. De onbekende woorden draaien rond in haar gedachten.
Donkere ogen schieten snel door de omgeving heen. Niemand. Snel worden haar donkere benen onder haar lichaam getrokken als ze soepel opstaat. Een zucht ontsnapt uit haar keel naarmate steeds meer meters tussen haar en de voorraadshut komen en hen scheiden. Met een kleine heupbeweging en een kaarsrechte rug loopt ze met grote passen naar haar thuis. Een plek om alleen te zijn. Alleen met haar gedachten. De plotselinge schemering overvalt haar als ze zich bukt om door de lage ingang de hut te betreden. Heldere vlekken dansen voor haar ogen. De oogleden voor haar ogen knipperen om ze hun blik weer terug te geven. Een moment lang blijft ze aan de grondgenageld staan, als ze haar rug recht en haar ogen door de kleine ruimte laat gaan. Haar hand slaat zich als vanzelf voor haar mond. Bruine ogen verwijden zich en schieten door de schemerige ruimte heen. De kleine, maar schone en opgeruimde ruimte voor haar is niet zoals ze het heeft achtergelaten. Stoelen liggen kapot op de grond, kleurige dekens verscheurt tot kleine stukken. Potten en pannen liggen aan scherven op de grond verspreidt. Alle spullen zijn van de planken op de grond gegooid. Het lijkt wel alsof er een storm gewoed heeft. Aarzelend zet Adannaya de eerste stappen de ruimte in. Haar hand strijkt over de kapotte stoelen en tafel. Waar het hout is gebroken steken grote splinters naar boven. Gretig wachtend op een slachtoffer om zich aan vast te haken. Plotseling verdriet knijpt haar keel dicht. Tranen wellen op in haar ogen. Dikke druppels rollen over haar wangen. Natte plekken achterlatend op de ravage. Een droge snik welt op uit haar keel. Scherven laten een rinkelend geluid horen als de voeten van Adannaya ertegenaan stoten. Hevig snikkend valt ze op haar knieën. Scherven dringen in de tere huid rond haar knieën, maar er wordt geen aandacht aan besteed. Haar handen slaan zich voor haar gezicht. Donkere haren vallen over haar voorhoofd en bedekken haar handen op haar gezicht en haar schouders. Wie heeft dit gedaan? Ze heft haar hoofd. Een waterval van donkere haar glijdt op haar rug. Waarom? Vingers verzamelen de kleine stukjes gekleurde stof in het rode stof op de grond en knijpen ze samen. De knokkels trekken wit weg door de kracht van haar vingers. De kleden van mama. Waarom moesten ze dat kapot maken? De avonden dat haar moeder eraan werkte staan nog helder voor haar ogen. Haar kleine vingers met daartussen een tere naald. Steek voor steek werden de lappen aan elkaar genaaid totdat ze een warme en gekleurde deken vormden. Dekens die de kleine Adannaya en haar familie warm hebben gehouden in de kou van de donkere nachten. Betraande ogen heffen zich opnieuw omhoog. Wie heeft me dit aangedaan? Wie? Waarom? Vragen bestormen haar. Opnieuw glijdt haar hand zacht over de houten nerven van de kapotte stoelen. ‘Pap, waar ben je nu? Waarom heb je me alleen gelaten? Waarom ben je weggegaan? Waarom ben je niet hier om me te helpen?’ Stoelen die papa heeft gemaakt van de bomen die hij zelf gekapt heeft. Uren werk. Werk wat hij verkocht heeft voor geld. Geld om voedsel te kopen. Geld om te overleven. Werk waar hij gedwongen mee moest stoppen doordat niemand meer om zijn diensten vroeg. ‘Ik heb niets verkeerd gedaan.’ De woorden komen fluisterend over haar lippen. Handen wrijven ruw over haar wangen en ogen om de tranen te laten verdwijnen. ‘Ik heb niets gedaan.’ De woorden lossen op in de ruimte. Geen antwoord. Haar handen ballen zich tot vuisten. Wankelend staat ze op. Haar ogen volgen langzaam de contouren van de puinhoop. Een zwak vuur begint in haar buik te branden. Een vuur wat langzaam sterker wordt en door haar lichaam omhoog klimt. Alleen een glinstering in haar ogen verraad haar bedoelingen.
De stralen van de zon branden op de golfplatendak. De warmte is verstikkend in de kleine ruimte. Kleine stralen licht sijpelen tussen kieren van het hout door en werpen schaduwen op de grond. Enkele stralen verlichten de blanke huid op de benen van Nadine. Haar rug en benen liggen languit op het rode zand. Haar hoofd rust op een oude houten plank tegen de muur aan. Haar mond half geopend. Raspend gaat haar ademhaling. Korsten bedekken de roze, tere lippen. Druppels vocht parelen op haar voorhoofd en maken de blonde haren vochtig. Haar tong ligt opgezwollen in haar mond. De tere oogleden bedekken de dikke ogen om ze te beschermen tegen uitdroging door de warmte in de kleine ruimte. Gedachten draaien rond en rond. Gedachten bestaand uit een enkel woord. Een woord met hoop op overleving. Water.
ben al bezig met een nieuw stuk, maar nog lange na niet genoeg om het te plaatsen, dus dat komt eraan
het gaat nog even duren, zit een beetje heel erg vast
hoop het echt zo snel mogelijk te plaatsen
*hand erop!
ben namelijk een beetje afgeweken van mn rode draad, maar wil daar toch weer uitkomen. weet alleen nog niet helemaal hoe
maar ik kom er wel! *hoop ik 

Citaat:De gouden stralen van de zon verwelkomen Adannaya als ze naar buiten treedt. Met een verbeten gezicht brengen haar benen zich naar een rond, platgetrapt stuk grond midden tussen de gekleurde, maar armzalige hutten. In het midden houden haar voeten halt in het rode zand. Haar ogen flitsen door de omgeving. De woede geeft haar een zelfverzekerde uitstraling. Haar mond opent zich voor de woorden die zich in haar keel verzamelen. De woorden worden met geweld naar buiten geperst waarna ze zich aaneen rijgen tot zinnen. Zinnen die door de lucht voorgeleidt worden naar oren in de dichtstbijzijnde hut. Roerloos, maar nog steeds met haar vuisten gebald, staren haar ogen naar de witte deur van de kleine hut voor haar. Opeens wordt de stroom woorden gestopt. Stilte daalt neer over het dorp. Een warme wind strijkt langs haar gezicht en laat haar zwarte haren zacht meebewegen. De nagels van haar vingers drukken zich diep in het kwetsbare vlees van haar handpalm. De roze huid veert mee, maar staat strakgespannen. Haar mond trekt zich in een dunne streep samen als haar ogen na een enkele minuut nog steeds geen beweging zien in de hut of in de omgeving. Opnieuw wellen woorden op uit haar keel. Woorden die uit haar keel ontsnappen. Woorden die dagen, maanden en zelfs jaren verstopt gezeten hebben. Diep verstopt om ze nooit naar buiten te laten. De woorden worden opnieuw schreeuwend de lucht in gesmeten. ‘Waarom heb je me dit aangedaan? Waarom?! Waarom heb je alles kapot gemaakt? Waarom geven jullie me de schuld?’ Hete tranen wellen op uit haar ogen en stromen over haar rode wangen. ‘De schuld van de zieken? De schuld van de doden? Waarom? Vertel het me! Nu! Kom naar buiten! Laat je gezicht zien en vertel me waarom! Je bent te ver gegaan, véél te ver! Hoor je! Kom naar buiten! Waarom?! Ik zal je!’ Haar ademhaling gaat snel en oppervlakkig. Hijgend gaan haar borst en schouders op en neer. Zuurstof uit de benauwde lucht wordt gretig door haar longen opgenomen. Zuurstof die dankbaar wordt meegenomen door het bloed, diep het lichaam in. Stof is opgeworpen langs haar benen door haar bewegende voeten. Geruisloos zweven de deeltjes door de lucht, waarna ze weer neerdalen op het zand voor haar blote voeten. Haar kaken klemmen zich op elkaar. Tussen haar halfgeopende lippen glinsteren witte, volmaakte tanden. De zon verdampt het vocht van de tranen op haar wangen in een oogwenk. Wit zout blijft liggen, schitterend in de felle zonnestralen.
Mias schreef:Met elk nieuw verhaal/stuk, met elke nieuw alinea, elk nieuwe zin wordt je verhaal mooier/aangrijpender/spannender/beter.
Ga zo vooral door![]()
wordt er bijna helemaal verlegen van! doe mn best om het zo te houden en beter te worden met schrijven
nieuw stuk is bijna klaar! maar géén idee wanneer ik het kan plaatsen. ben ontzettend druk met stage op dit moment en het kost me een hoop energie. veel meer dan ik had gedacht. hierdoor komt schrijven een beetje op de tweede plaats
sorry!
)
)
)
) Citaat:‘Waarom heb je me dit aangedaan? Waarom?! Waarom heb je alles kapot gemaakt? Waarom geven jullie me de schuld?’ Hete tranen wellen op uit haar ogen en stromen over haar rode wangen. ‘De schuld van de zieken? De schuld van de doden? Waarom? Vertel het me! Nu! Kom naar buiten! Laat je gezicht zien en vertel me waarom! Je bent te ver gegaan, véél te ver! Hoor je! Kom naar buiten! Waarom?! Ik zal je!’ Haar ademhaling gaat snel en oppervlakkig. Hijgend gaan haar borst en schouders op en neer. Zuurstof uit de benauwde lucht wordt gretig door haar longen opgenomen. Zuurstof die dankbaar wordt meegenomen door het bloed, diep het lichaam in. Stof is opgeworpen langs haar benen door haar bewegende voeten. Geruisloos zweven de deeltjes door de lucht, waarna ze weer neerdalen op het zand voor haar blote voeten. Haar kaken klemmen zich op elkaar. Tussen haar halfgeopende lippen glinsteren witte, volmaakte tanden. De zon verdampt het vocht van de tranen op haar wangen in een oogwenk. Wit zout blijft liggen, schitterend in de felle zonnestralen. De woorden lijken te zijn opgenomen in het landschap. Stilte omringt Adannaya als een zware deken.
Beweging. Haar bruine ogen staren naar de witte deur. De hitte vibreert boven het rode zand. Was het bewogen? Of wilde ze dat het bewoog? Woorden overheersen in haar gedachten. Steeds maar opnieuw. Haar lippen prevelen de woorden. ‘Ga open, ga open. Kom naar buiten.’
Bruine ogen in een donker, maar zelfverzekerd gezicht, schitteren in het licht van de zon. Een felle streep licht valt over zijn gezicht door de half geopende deur. Krakend en vol protest wordt de deur verder geopend door een donkere hand. De streep wordt groter en beschijnt uiteindelijk zijn gehele gezicht. Oogleden bedekken de ogen een moment om ze te beschermen. Achter de deur verschijnt de rest van de gedaante. Een lange, donkere verschijning. Donkere ogen boren zich in de hare. De intense blik lijkt dwars door haar lichaam te gaan. Eén moment voelt ze zich naakt. Een lichaam wat wordt bekeken zonder kleren. Een object. Het gevoel wordt na enkele ogenblikken ruw weggeduwd door de hitte van woede die in haar lichaam opvlamt. De nagels boren zich opnieuw diep in het zachte vlees van haar handpalm. De tere, zachte huid scheurt geruisloos open, waarna een dieprode druppel bloed verschijnt. Het laat een streep achter op de roze huid als het door de zwaartekracht wordt meegevoerd. Rode aarde naast haar voeten zuigt dankbaar de kleine hoeveelheid vocht op als het haar wordt aangeboden. De pijn wordt niet gevoeld. De pijn in haar hart overstemt al het andere. Alle andere gevoelens. Pijn van een wond in haar hart wat ruw is opengescheurd. Een wond wat na maanden, na jaren, langzaam, maar geheel is geheeld. Een wond uit het verleden. Een wond wat is begonnen als een schram, maar wat steeds groter is geworden. Een wond wat door de mens is gemaakt. Wat door de mens is veroorzaakt. Liefde, ziekte, dood en verdriet. Waar kwam het vandaan?
De gestalte in de deuropening verplaatst langzaam het gewicht op het andere been. Als een blikseminslag keren Adannaya’s gedachten terug vanuit het verleden. ‘Waarom? Waarom heb je me dit aangedaan? Waarom heb je alles kapot gemaakt? Mijn leven? Mijn spullen? Wat ga je nog meer kapot maken? Mijn herinneringen?! Is dit nog niet genoeg?’
Aarzelend worden de eerste stappen gezet, waarna al snel de volgende komen. Het moment lijk in een waas voorbij te gaan. Haar vuisten gebald, haar kaken strak op elkaar geklemd. Druppels bloed die tussen haar vingers door op de grond kapot vallen. De zon die haar zwarte lange haren laat glanzen en schitteren in haar zonnestralen. Haar donkere ogen die de ogen voor haar gevangen houden in een dodelijke greep. Hitte van woede stroomt door haar lichaam heen. Spieren spannen zich, haar hart gaat sneller kloppen. Haar lichaam verhardt en maakt zich klaar. Klaar voor de strijd. Klaar om te winnen. De man in de deuropening vangt haar blik, maar wend zijn hoofd niet af. Door zijn gewicht te verplaatsen maakt hij een enkele stap naar voren. Zonnestralen verlichten zijn lichaam en laat zijn donkere huid glanzen. Zijn ademhaling strijkt over haar van woede vertrokken gezicht. ‘Adannaya, wat is hier in vredesnaam aan de hand?!’ Zijn zware stem raakt haar in het diepst van haar ziel. Een stem die haar ondanks de warmte van de zon laat huiveren. Herinneringen overspoelen haar gedachten. Herinneringen die beelden laten zien die ver weg waren gestopt. Het laat haar bijna dubbelklappen. Haar hart bonkt pijnlijk tegen haar borst. De waas verdwijnt.
Een felle streep licht valt door de kier van de deur naar binnen en verlicht een deel van haar gezicht in de kleine, schemerige ruimte. Een donkere gedaante zakt door haar knieën en zet voorzichtig een gedeukte zilverkleurige kop op de grond. Haar blauwe ogen turen door de spleetjes van de opgezwollen oogleden. Een druppel vocht glijdt van haar voorhoofd naar een oog waar het een brandende afdruk achter laat. Hevig knipperend probeert ze het brandende gevoel te stoppen.
Gouden zonnestralen glinsteren op het rimpelige oppervlak van het water. Een kreun ontsnapt uit haar keel als ze haar benen onder haar lichaam probeert te schuiven. Het rode zand schuurt tegen haar tere en beschadigde huid. De kleine korrels drukken zich in de wonden en wrijven tussen de korsten. Een branderig en pijnlijk gevoel veroorzakend. Met elke beweging valt de hitte haar lichaam aan. Het beukt tegen haar huid, het brandt in haar longen, het teistert haar blauwe ogen. Duizeligheid draait rond in haar hoofd.
Het spreiden van haar vingers verloopt moeizaam. De spieren en gewrichten lijken van stroop. Trillend en onzeker zoeken ze hun weg door de dikke lucht. De glinsteringen van het water spelen met haar ogen. Met een ongecoördineerde beweging stoot ze tegen de beker. Met een metaalachtige klank beweegt het heen en weer. ‘Nee… Nee… Nee! Niet vallen! Nee…’ Diepe kloven in haar lippen breken open. De pijn vlamt door haar lichaam en laat haar beven. Dikke druppels vocht werpen zich over de hoge opstaande rand. Kort blijven ze glinsteren in een streep zonlicht, waarna ze binnen een oogwenk worden opgezogen door de droge grond. Met een vloeiende beweging neemt de zwaartekracht de overhand en laat de kop in een enkele seconde omvallen. Kostbaar water vloeit als een golf uit de kop en verspreidt zich over de grond. Een schreeuw welt zich diep uit haar keel en werpt zich over haar lippen. Met een laatste explosie van kracht klauwen haar lange, kapotte vingers in het zand. Stof verspreidt zich dik door de lucht. Strepen zonlicht verduisteren. Blonde haren plakken samen met het stof aan haar gezicht. Haar gezicht vertrokken in een grimas. Haar knieën schuren over de grond. Pijn brand overal in haar lichaam. Pijn wat met moeite wordt weggedrukt. Kiezen knarsen over elkaar door de enorme druk van haar kaken en door de korrels zand die haar mond hebben weten binnen te dringen.
Herinneringen worden als bewegende beelden voor haar ogen afgespeeld. Herinneringen die niet rijp zijn voor dit moment en daarom diep weg worden gedrukt. Haar oogleden bedekken een moment de bruine ogen. Haar ademhaling gaat als een diepe zucht door haar lichaam heen. Haar arm heft zich, haar hand gespreid, haar spieren gespannen. Het holle geluid van de klap klinkt hard door de lucht. Felle ogen boren zich diep in de zijne. ‘Waag het nooit meer om aan mijn spullen te komen. Nooit meer.’ Haar plotselinge kalmte verrast haar. Zwarte haren dansen in de lucht als ze met een soepele beweging omdraait en met dansende heupen wegloopt. Weg van de man. Weg.
Langzaam proberen haar oogleden zich op te trekken om de ogen te bevrijden. Haar naam klinkt na in haar oren. ‘Nadine. Ik ben het. Geef antwoord.’ Een stem geeft krakend een antwoord. ‘Ja…’ Is het haar stem? Haar stem die een antwoord geeft? Het klinkt onbekend in haar oren. Vocht en bloed verzamelen zich opnieuw op haar lippen en stromen haar mond in. De vieze smaak ervan laat haar kokhalzen.
dus ik doe lekker rustig aan
Kimmm schreef:bijna weer een nieuw stukje af - maargoed, het loopt hier toch niet echt stormdus ik doe lekker rustig aan
laat het weten!Citaat:Langzaam proberen haar oogleden zich op te trekken om de ogen te bevrijden. Haar naam klinkt na in haar oren. ‘Nadine. Ik ben het. Geef antwoord.’ Een stem geeft krakend een antwoord. ‘Ja…’ Is het haar stem? Haar stem die een antwoord geeft? Het klinkt onbekend in haar oren. Vocht en bloed verzamelen zich opnieuw op haar lippen en stromen haar mond in. De vieze smaak ervan laat haar kokhalzen. Haar handen worden voor haar lichaam geplaatst. Moeizaam draait ze haar lichaam, waardoor ze onhandig op handen en knieën zit. Gal wordt omhoog gestuwd door haar slokdarm en zet het in vuur en vlam. Met een verbeten gezicht probeert ze het uit haar mond te spugen. Het vermengt zich met het bloed wat in dikke klodders op haar borst valt. Tranen glijden over haar wangen. Hijgend gaat haar borst op en neer. Haar blonde haren vallen in natte, vieze slierten voor haar gezicht. Hitte van de zon omringt haar lichaam, haar longen branden. De stank van haar maaginhoud en het bloed dringen haar neus binnen. De kleine ruimte draait om haar heen.
De geluiden achter de dunne houten wand laten haar huiveren. Een pijnscheut trekt door haar knieën als ze zich op haar knieën laat vallen. Zand stuift wild omhoog. Adannaya’s donkere handen plaatsen zich op het hout. ‘Nadine… Nadine, geef niet op!’ Haar oren vangen een gedempte klap op. ‘Nee! Nadine!’ Haar stem klinkt als een kreet door de lucht. Een vogel stopt verschikt met zijn zang, slaat zijn vleugels uit en vliegt weg. Bruine ogen schieten door haar omgeving. Op zoek naar een hulpmiddel. Gouden zonnestralen strelen haar huid. Een zachte wind verdrijft de meeste hitte. De stralen van de zon worden langzaam rood en kleuren de kleine wolken in de lucht roze. De laatste stralen van de dag werpen lange schaduwen over de grond. De lange schaduw van Adannaya volgt haar als ze met snelle, maar geruisloze stappen wegrent. Het heen en weer zwaaien van haar armen geeft haar extra snelheid. Haar vuisten gebald van radeloosheid. Gedachten draaien rond in haar hoofd. Is dit het moment waarop ze heeft gewacht?
Duisternis maakt zich snel meester over het land. Duizenden sterren schitteren in de lucht. De witte maan waakt over het land en geeft het een zilveren gloed. Adannaya schenkt er geen aandacht aan. Haar handen strekken zich naar voren en zoeken in het donker naar voorwerpen die nog gebruikt kunnen worden. Bang om geen licht te maken, struikelt ze een aantal keer en stoot pijnlijk met haar voeten tegen kapotte voorwerpen op de grond. Een scherf van een pan laat een grote snee achter op haar scheenbeen.
Na verschillende voorwerpen verzamelt en veilig opgeborgen te hebben, brengen haar voeten haar haastig naar een hoek van de kleine hut. Het bloed uit de snee vermengt zich met het rode zand als ze door haar knieën zakt en met haar handen begint te graven. Het zand kleeft zich aan de snee en stopt het bloeden. Stof verdikt de lucht en laat haar niezen. Tranen wellen op uit haar ogen. Het moest hier ergens zijn! Ze tast diep naar haar herinneringen. Herinneringen toen haar vader er nog was. Herinneringen toen haar moeder nog leefde, evenals haar broertjes en zusjes. Het was donker op de bewuste avond. Zacht controleerde haar moeder of alle kinderen sliepen. Adannaya sloot snel haar ogen en deed of ze sliep. De grote handen van haar vader schepten grote stukken zand weg uit de grond in de hoek van de hut. Onder het zand kwam een oude, houten kist tevoorschijn. In de doos verscheen een stapeltje bankbiljetten samen met een aantal dekens en zakken voor water. Ze verstond zacht het woord ‘noodgeval’. De beelden trekken voor haar ogen.
Haar handen stoten tegen iets massiefs. Snel schuiven de handen het overige zand weg om de vondst bloot te leggen. Lange vingers glijden zacht over het gladde oppervlak. Het hout van de kist ziet er nog gaaf uit voor de lange tijd dat het begraven is geweest. Snel vindt ze het slot, maar het openen gaat een stuk moeizamer. Wanhoop maakt zich van haar meester. Waarom gaat het niet open? Waarom niet? Het is een noodgeval. Een noodgeval! Wanhopig slaat ze met haar hand tegen het slot. Er klinkt alleen droge knal van het metaal op het hout. Een pijnscheut trekt door haar hand, waardoor ze hem in een reflex terug trekt. Woede en wanhoop stromen samen door haar hoofd en trekken door haar lichaam.
Zand stuift opnieuw op in het donker als ze plotseling opstaat. Met haar handen voor haar uit stapt ze voorzichtig naar de andere kant van de hut. Het moet hier ergens liggen. Ik heb het vanmiddag gezien! Alsjeblieft, laat me gelijk hebben… Het moet! Het is een noodgeval!
De vingers stoten eerst tegen het gladde oppervlak, waarna ze zich spreiden en het voorwerp zwaar in haar hand komt te liggen. Zwaar, maar vertrouwd.
Een metaalachtige klank verspreidt zich door de lucht. Verschrikt heft Adannaya haar hoofd als het geluid nadreunt in haar hoofd. Heeft iemand het gehoord? Haar vingers voelen aan het slot. Nog steeds gesloten. Woede overwint het van de wanhoop. Het moet open! Ze moet de inhoud hebben. Nu! Opnieuw heft ze haar arm als ze de ijzeren klink van de kast tegen het slot wilt slaan. Het geluid galmt door het kleine vertrek. Ze klemt haar kaken steviger op elkaar, haar gezicht vertrekt in een grimas. Het moet! Een noodgeval!
Na de tweede slag breekt het slot open. Opluchting stroomt door haar lichaam heen. Haar vingers rammelen eraan, waarna het dof op de grond valt. De uiteinden van haar lippen buigen voorzichtig in een kleine glimlach. Een glimlach van overwinning. Met weinig inspanning komt de klep krakend ophoog. Slanke vingers glijden over de inhoud. Het pakketje bankbiljetten weegt zwaar in haar hand. Ze ritselen als ze een klein idee probeert te krijgen van het aantal. Emoties wellen op. Woest wrijven haar handen de opkomende tranen weg. De betekenis van het woord noodgeval dringt tot haar door. Ze duwt de biljetten tegen haar borst. Biljetten die haar ouders hebben gespaard met bloed, zweet en tranen.
De kleine, leren tas voelt koud aan op haar rug en blote schouders. Het is zwaar, maar gevuld met voorwerpen die ze niet kan missen. Vooral niet als ze eindelijk genoeg moed heeft verzameld om haar plan in uitvoering te brengen. Plan. Het woord cirkelt rond in haar hoofd. Steeds maar rond. Een simpel woord, maar met een grote betekenis. Een betekenis wat niet is uit te drukken in woorden. De ijzeren deurklink houdt ze stevig vast in haar handen. Een vastberaden gezicht. Adannaya’s spieren trekken samen als ze de eerste stappen zet. Door het extra gewicht zinken haar voeten dieper in het rode zand. Kleine, ronde korrels blijven achter, maar worden niet gezien of opgemerkt. De wind koelt haar rode wangen. Het maanlicht geeft haar huid een zilveren glans. Haar doel doemt voor haar ogen op. Een enkele hut. Een eenvoudige hut. De voorraadhut. Nadine.
hoop deze keer iets sneller een nieuw stukje klaar te hebben
Dan wordt het, zoals de vorige post, als het goed is 'makkelijker' - beter te lezen


mooi extra diep in de details, maar de details niet zo moeilijk dat het even duurt voordat je het je goed kunt voorstellen
Kimmm schreef:Bedankt voor je reactie, Mias! Vind het erg leuk dat je blijft reageren!![]()
Heb voor mezelf een nieuwe missie gemaakt... Het gebruiken van de 'enter'Dan wordt het, zoals de vorige post, als het goed is 'makkelijker' - beter te lezen



*vreugedansje. Bedankt voor de reacties
Zit op de 300 woorden... Dus schiet echt niet op. Morgen hele dag stage lopen, misschien dat ik dan het aantal woorden in de bus een beetje kan opvijzelen
Hoop snel toch een nieuw stuk te kunnen plaatsen!