Ik heb weer een stuk na een veel te lange tijd, ben al weer een paar dagen op vakantie geweest tot vrijdagavond en zaterdag ben ik de hele dag in de weer geweest (heb mijn duikcertificaat B gehaald). Zondag uitrusten, maandag een stukje typen en nu het restje. Hopelijk vinden jullie het goed. Wat lastig te lezen/begrijpen kan ik helaas niks aan doen, hebben mensen als ik met ze aan het praten ben ook wel eens last van. Zo ben ik nou eenmaal maar hopelijk stoort het niet te erg. Wel leuk dat er nu meerdere lezers zijn. Geen privéverhaal voor Gerlienke meer. :p . Tips mogen uiteraard evenals commentaar als er fouten in staan en als dingen echt niet meer te volgen zijn. Nu wel weer genoeg verteld, hier het stuk:
Citaat:
Ontsnappen is hier waarschijnlijk niet bij mogelijk, want zes van de acht mannen zijn tenminste gewapend. Van de laatste twee weet ik het niet zeker maar ik kan in ieder geval geen wapens bij hen ontdekken. “Ik weet dat u door wat wij gedaan hebben verbaasd bent en dit hele gebeuren niet vertrouwt maar we hadden geen andere keus. Wij behoren tot de meerderheid die wel voor gestemd hebben om Iris te laten terugkeren maar we kwamen nog een achtste van de gehele groep te kort. Daarom hebben we besloten een illegale actie uit te voeren zodat ze toch terug naar aarde kan en we willen weten of u ook interesse heeft om met haar mee naar aarde, haar thuis, te gaan.” vertelt een man, zonder zichzelf überhaupt voor te stellen. Ik staar verbaasd naar deze man want normaal zeg je zulke dingen toch niet of stel jij je voor, dan bedenk ik dat dit een illegale actie is en hij zo min mogelijk namen bekend wil maken aan anderen die het kunnen verraden. Hij is trouwens een van de twee die volgens mij geen wapen bij zich heeft. Op wat hij net vroeg weet ik hier niet zo snel een antwoord op en dit zeg ik dan ook. Ik laat mijn stem sterker en dapperder klinken dan dat ik me op dit moment voel, want er kloppen hier te veel dingen niet om zeker van mijn zaak te zijn en ik ken heel de aarde natuurlijk niet. Dan vraag ik hoe ze dit gaan regelen met Mikador en het Kavar zelf. De man grijnst, duivels ziet het eruit, “Mikador is ook op dit schip en we verwachten het Kavar ieder moment. We kunnen hen wel aan en voor de rest, het Kavar is nu nog niet uw zaak.” Ik laat zien dat ik het hier niet eens mee ben door één keer mijn hoofd te schudden. Hij grijnst nogmaals en ik besluit hem niet echt te vertrouwen. Het klopt gewoon niet wat hij zegt. Dan stopt hij met grijnzen en seint naar één van zijn mannen. Direct staat hij op en loopt hij naar mij toe. Dan komen de anderen ook in beweging, er komen er nog twee naar mij toe. Ik sta op zodat ik me zo nodig kan verdedigen maar dan richt er één snel zijn wapen op me, een soort pistool. Ik blijf stil staan en stribbel niet tegen wanneer ze me pakken, maar ik laat nog steeds niet dat ding in mijn hals zetten. Na flink wat heen en weer geduw van hen en gestribbel van mij zijn zij uiteindelijk toch de winnaar en lukt het hen dus om dat ding op mijn hals te zetten, binnen enkele seconden wordt het zwart voor mijn ogen en moet ik weer vertrouwen in de hand op mijn schouder. Ik weet nu van de luchtstroomverandering en ik heb er ook niet zo veel last meer van. Na een paar deuren zijn we weer terug in de kamer waar ik wakker werd. Dit weet ik door de geur, want zien kan ik het nog steeds niet. “Rust maar goed uit, zorg maar dat je gereed bent.” zegt er één en daarna lopen ze weg. Snappen doe ik het niet helemaal maar dat maakt niet heel veel uit, ik ga op de grond liggen en val al snel in slaap. Slaperig ben ik namelijk nog steeds en ze zullen zoiets toch niet zomaar zeggen. Zelfs als ze dat wel doen is het toch wel slim om te gaan slapen, dat laat me beter herstellen.
Slaperig kijk ik om mij heen. Even weet ik niet waar ik ben omdat ik nog steeds niks zie, dan herinner ik me weer wat die man gezegd had tegen mij. Ik luister, maar hoor niks. Ik voel om mij heen, maar er is alleen maar vloer. Ik ga rechtop zitten en probeer mijn geest tot rust te laten komen zodat ik weer helder kan nadenken. Een simpele telmeditatie helpt mij om mijn doel te bereiken. Na een lange tijd, minstens een uur, ben ik tot rust gekomen en dan sta ik op. Ik probeer te voelen via mijn gedachten, mindsight wordt dit ook wel genoemd, waar die muren zijn en waar de deur. Aan het begin lukt dit niet maar langzaam aan word mijn zicht beter en beter. Dan weet ik waar de deur is, voorzichtig loop ik er naartoe. De deur gaat niet open maar er is een soort ding naast de deur. Ik leg mijn hand erop en dan voel ik twee scherpe steken door mijn hand gaan, direct daarna zak ik in elkaar en raak ik bewusteloos. Hoe dit kan, weet ik niet.
“Je dacht te kunnen ontsnappen, is het niet?” hoor ik een valse stem zeggen, ergens ver in de diepte van de vlekken. Toch verandert mijn zicht erg snel van vlekken via vage beelden naar zeer duidelijke en gedetailleerde beelden. Ook mijn gehoor veranderd van alles klinkt ver in de diepte naar hoe het hoort te zijn, hoewel dit langzamer gaat dan mijn zicht is dit voor mij ook wel erg duidelijk. Even ben ik in de war door de grote veranderingen in zicht en gehoor maar dan voel ik weer de persoonlijke kracht, macht en verstand zoals hij hoort te zijn bij een G’trian Fhigmal krijger. Ik wil rechtop gaan zitten maar dan voel ik dat een band om mijn middel zit. Ik kijk er naar en zie dan dat deze niet los te maken is, dat is balen. Ik hoor een duivelse lach en kijk naar de rechterkant, daar staat de man die eerder toen ik tegenstribbelde zijn wapen trok. Hij begint te praten met zijn valse stem: “Ik ben niet zo slap en dom als degene die je heeft verteld wat er in zijn geheel aan de hand was en ik ga je het ook niet echt verder uitleggen want ik al tegen op wat die gast je tot nu toe verteld heeft, veel te veel om aan een gevangene te vertellen. Ik ben Getro, de eigenaar van het schip nu, want eerst was die slappeling de leider. Jij zal hier moeten blijven totdat het Kavar ons probeert over te nemen, daarna zullen we je als gegijzelde gebruiken. Het duurt nog wel even, zo’n 5 uur. Dus denk maar goed na voordat je leven niet zeker is, meer vertel ik je niet. Gaat dat maar zelf uitzoeken. Oh wacht, dat kan je niet.” en weer zo’n gemeen lachje. Ik lach vals terug en zijn gezicht vertrekt. Dan loopt hij weg. Ik probeer los te komen maar geef na een tijdje op. Het lukt namelijk niet en dus baal ik en begin ik met wachten. Dan hoor ik Iris...
“Nee, nee, ik wil niet. Laat me gaan!”
“Nee, nee, ik wil niet. Laat me gaan!” schreeuwt ze, dan geeft ze een gil en ik probeer op te springen maar dit lukt niet. Woest trek ik aan de band om mijn middel en binnen de kortste keren komt er wel beweging in, de kracht van woede en verlangen maakt een Razz vele malen sterker dan iedereen inschat en door mijn lenigheid kan ik me dan onder de band vandaan werken. Ik kijk rond en al snel zie ik mijn zwaard liggen, ze waren duidelijk nog niet klaar met onderzoeken. Ze hebben hem namelijk niet terug in zijn beschermer gedaan. Ik pak een ding van een kastje in de buurt en houd dat voor mij uit als ik naar mijn zwaard loop. Er is geen bescherming echter, dus pak ik hem, doe hem in de beschermer en daarna slinger ik die zonder omwegen in één zwaai op mijn rug. Snel sluip ik naar waar het geluid van Iris was. “Nee, ik wil niet. Laat me gaan.” hoor ik zwakjes, fluisterend. “Zeur niet kind, ik doe alleen maar wat me opgedragen is.” hoor ik dan een andere stem zeggen. De stem komt dichterbij en ik sta bij de deur, net om de hoek. Ze lopen langs me, dan zie ik dat Iris door drie personen bewaakt wordt en dat haar wang rood is, er staat een duidelijke hand op. Als de laatste langsloopt geef ik hem een tik met de botte kant met mijn zwaard en haal direct uit naar de tweede, ook deze slag is raak en hij stort in. Iris rekent met de derde af want die stort nadat zij aan hem heeft gezeten in de nek ter aarde, vergissing, ter gronde. Bij alle drie controleren we de leventekenen en het blijkt dat we ze alle drie goed geraakt hebben. “Bewusteloos.” Zegt Iris, “Deze ook.” Antwoord ik. We gaan snel verder nadat we allebei zo’n wapen hebben gepakt. Zachtjes sluipen we door de gangen, elke keer als we iets horen zorgen we dat we ons verstoppen zover dat mogelijk is. Na zo’n tien minuten wordt het schip, tenminste, ik denk dat het een schip is, plotseling ruw door elkaar geschud, er gaat een alarm af en nogmaals wordt het schip zwaar door elkaar geschud. Iris valt en ook ik word tegen de muur aan gesmeten. Dan staan er opeens acht mannen aan weerszijde van ons. Iris springt op en trek het wapen dat ze afgepakt heeft, ik ga met mijn rug naar haar toe staan en trek mijn zwaard. Toch helpt het niet want direct zie ik dat ze op mij richten en dan zie ik drie lichtstralen op mij afkomen. Meteen stort ik volledig in. Geen beeld, geen geluid, geen gevoel, geen gedachten meer.