Ik bloosde. Nog nooit had een jongen mij aangekeken zonder mij uit te lachen of te schelden of die dingen.
Ik stond op en liep weg, zo zelfverzekerd mogelijk. Tot mijn verbazing floot hij me nog achterna ook! Zo knap was ik toch niet geworden?
Ik keek om en zag dat hij met zijn tong langs de binnenkant van zijn mond ging. Gatver! Dat zag er best vies uit!
Met rillingen over mijn lichaam rende ik naar huis, maar toen ik thuis kwam had ik het rare gevoel dat ik iets was vergeten. Boldy!
Ik wilde weer terug rennen, maar toen zag ik een klein hondje, hijgend aan komen rennen. "Boldy! Oh, sorry lieverd! Ik was je helemaal vergeten!" Ik nam hem in mijn armen en droeg hem naar binnen.
Ik legde hem in zijn kleine mandje en gaf hem een koekje. Daarna ging ik naar boven om te doen wat ik altijd deed: een afslankpil nemen.
Ik voelde me heel erg moe en zwak, en toen ik in de spiegel keek had ik vreselijke wallen onder mijn ogen.
Gapend kroop ik achter mijn bureau om mijn huiswerk te doen. De hele tijd moest ik gapen, wat was huiswerk ook saai zeg.
Voor ik het wist lag ik met mijn hoofd op het bureau te slapen...
"Huh, wat?" bromde ik, toen ik iemand hoorde praten. "Au, mijn hoofd..." Ik wreef over mijn hoofd. Ik lag op de grond in mijn kamer en zag een jongen voor me staan. Verschrikt stond ik op. Wat deed híj nou in mijn kamer! Dat is die jongen van het park! Ik deinsde achteruit en zag dat hij dichterbij kwam. "Wat wil je van me?!" riep ik angstig.
"Ik wil je zoenen, en nog veel meer dan dat!" grijnste hij met een gemene lach. Hij kwam nog dichterbij en ik gaf hem een trap in zijn maag. "Blijf van me af!"
Het leek de jongen niets te doen, logisch, hij had flinke spieren! Hij stak zijn handen uit en zette ze aan mijn keel. Ik kon bijna geen adem meer halen, zo hard kneep hij!
Hij liet los en gaf me een klap in mijn gezicht, waardoor mijn neus begon te bloeden. "Hou op, freak!" gilde ik huilend, in de hoop dat iemand buiten mij zou horen. Ik trapte heel hard in zijn zaakje (sorry voor dat woord.) en hij boog voorover. Daarna gaf ik hem een knietje tegen zijn gezicht, waardoor hij een schreeuw gaf en ik weg kon rennen. Ik had mijn mobiel in mijn zak zitten, dus ik rende naar de badkamer en draaide die op slot, waarna ik de politie belde.
"Help! Er is hier een jongen die me wil verkrachten!" gilde ik keihard in de telefoon. Ik luisterde even en gilde toen: "Gildestraat nummer zestien!" en hing op.
"Rosita, doe die deur open!" hoorde ik achter de deur.
Ik schrok. Hoe wist hij mijn naam nou? Bang ging ik op het toilet zitten, afwachtend wat hij ging doen. Maar hij bleef maar op de deur slaan. Plotseling hoorde ik sirenes. De deur sloeg open en snelle voetstappen op de trap volgden. Daarna een doffe klap, waarschijnlijk werd hij op de grond geduwd.
Ik deed voorzichtig de deur open en zag twee politieagenten die de tegenstribbelende jongen vasthielden. "Rosita, waarom kwam je nou niet uit de badkamer, ik wilde je alleen maar..."
Ik onderbrak hem: "Ja, je wilde me alleen maar verkrachten en vermoorden!" Ik zakte neer op de grond en veegde mijn neus af aan mijn witte trui, oeps! Ik had een soort van striemen van zijn sterke handen op mijn nek zitten, het bewijs dat hij me pijn gedaan had.
"Jij gaat maar even mee naar het politiebureau, jongeman!" zei één van de politieagenten. Ze namen de jongen hardhandig mee naar beneden en vertrokken. ik bleef huilend boven zitten.
Misschien was dat 'verbeteren' toch niet zo'n goed idee...