Entree 5
Voorwaarts lopen is altijd noodzakelijk of de uitkomst nou goed of slecht is
Het is mijn laatste dag in dit kamp. Ik had ergens gehoopt dat dat mijn verlof zou betekenen, maar nee dat geluk heb ik niet. Ik zal nog een paar maanden moeten wachten voor ik me weer bij mijn vrouw en dochter kan aansluiten. Ik ga naar een kamp 'La Salvación' genaamd, of vertaald naar het Nederlands; verlossing. Ik heb navraag gedaan waar ze de naam vandaan hadden gehaald. Een Spaanse jonge sergeant had me het antwoord gegeven. Hij was er zelf vandaan gekomen. Drie maanden daar geweest had hij trots gemeld. Ik was blij geweest over zijn enthousiasme over het kamp. Hij had gelachen, terwijl hij erover gesproken had. Nu denk ik dat ik mijn mening; geen mens houdt van geweld, moet bijstellen, want 'La Salvación' is één van de gewelddadigste kampen in Spanje. Het ligt aan de kust van Barcelona een plaats waaruit je heel gemakkelijk iedere richting op kan. Een vliegbasis ligt er niet ver vandaan net als een van de grootste havens in Spanje, vroeger een haven voor goederen die naar Italië en omstreken gingen, nu een haven voor de millitaire. Het is natuurlijk niet de ligging die het kamp zo gewelddadig maakt, maar wel het gene wat ze daar houden. Krijgsgevangen. De grootste gevangenis voor krijgsgevangen is daar gebouwd, samen met het grootste executie terrein. Het zijn geen dingen waar ik op zit te wachten, maar dit is het beroep waarvoor ik heb gekozen en nu is er geen weg terug. Het is op je tanden bijten en je ogen sluiten. Meer kan je niet doen.
Amerika, kamp A.M.G.D, 12-05-2072, 03:51 am
Budhev keek over het terrein. Het was vroeg in de ochend en de meeste kinderen waren nog aan het ontbijt bezig. Het was nu twee jaar geleden dat het kamp was goedgekeurd door de regering en de veranderingen waren meteen in alle hevigheid toegetreden. Budhev had met een glimlach toegekeken hoe langzaam orde in de chaos ontstond. Een polikliniek was uit de grond opgerezen net zoals een zaal waar de kinderen aten. Hun gehele wapenvoorziening was vervangen door nieuwere wapens, krachtiger.
"Davis," Budhev liet zijn stem over het openveld bulderen. Hij wist dat de man, Davis, in de buurt moest zijn.
"Wat is er, kolonel?" een man met verscheidene tattoes over zijn lichaam en een kaalgeschoren hoofd verscheen naast Budhev.
"Ik wil iemand bij nieuwe groep toevoegen," Davis trok zijn zwarte gepiercete wenkbrauwen hoog op. Wanneer kinderen ongeveer de eerste drie jaar in het kamp overleefden gingen ze het trainingskamp in, dat had te maken met hun fysieke en hun mentale aanpassingen die ze moesten maken. Voor die tijd was het kamp vaak te zwaar. De nieuwe groep was een maand geleden vertrokken.
"Wie wou u toevoegen?" Budhev nam de tijd om te antwoorden. Hij keek naar de kinderen die langzaam uit de eetzaal stroomden. Uiteindelijk vond hij degene naar wie hij zocht. Een jongen met diep zwart haar. Zijn huid was bleek en afgetakeld door de zon. Zijn armen te dun voor zijn leeftijd. Het was de zonnebril die hij droeg wat hem deed opvallen.
"Hem," Budhev wees naar het kind wat moedeloos achter de rest aanliep. Kinderen ontweken hem als het kan. Ze waren bang voor hem. De bloedrode ogen brachten angst in hun harten. Hij was de duivel, allemaal vanwege een aangeboren oogafwijking. Budhev had het kind al vanaf zijn aankomst in de gaten gehouden en nu was zijn geduld op om uit te vinden wat het kind kon doen als het in de praktijk gebracht zou worden.
"Maar, kolonel, hij is nog te kort in het kamp," Dat was waar, drie jaar was de opgegeven regel door generaal Rosen, maar uitzonderingen waren altijd mogelijk.
"Ik wil dat hij direct in de nieuwe groep instroomt,"
"En de proeftijd?"
Budhev grijnsde. "Geen proeftijd, hij stroomt direct in."
Davis vouwde zijn armen over elkaar. Zwarte lijnen rekte op van de spieren die aangespannen werden. "Er zullen krijgsgevangen binnenkomen vanavond," zijn grijze ogen gingen naar de zwarte man naast hem. Budhev liet zijn tanden zien.
"Perfect."
Duisternis, zoals iedere nacht, eenzame duisternis. Zijn knieën waren tot zijn borst opgetrokken, klein als een balletje, weggestopt voor iedereen. Ze haatte hem, niemand wou iets met hem te maken hebben. Rode ogen gleden door de zaal, naar de stapelbedden die tot vierhoog tegen de wanden waren geplaatst. Het deed hem aan een kast denken waar de laden uitgerukt waren. Stille lichamen lagen er in opgekruld. Teveel in één bed, zoals altijd. Alleen zijn bed, die was leeg. Hij zou bijna willen smeken voor een overvol bed, waar ledematen ingewikkeld in elkaar gefriemeld waren. Maar dat zou nooit gebeuren, geen kind zou bij hem in de buurt willen komen. Hij was de duivel, zoals ze hem aanspraken. Nienke was de enige die hem ooit echt had toegelaten, maar Nienke was hier niet meer. Al twee jaar was hij alleen. Het licht van de dageraad scheen langzaam door de kleine raampjes in het gebouw. De zaal werd in een zachte oranje gloed gebracht en kinderkopjes hieven zich op. Milan had zijn ogen stevig dichtgeknepen met zijn handen zocht hij de lakens af. De plastic randen van het voorwerp werden uiteindelijk door de tastzintuigen van zijn vingertoppen gevonden. Hij zette de zonnebril op zijn hoofd en zijn wereld werd in een grijzige kleur gehuld.
Milan liet zich met de stroom van kinderen meevoeren. Zijn passen waren loom, er was geen energie meer om zijn benen op de correcte manier op te tillen. Zijn pas werd abrupt verstoord toen de kinderen voor hem tot een halt kwamen. Milan tilde zijn hoofd op om te zien wat het was. Zijn ogen vlogen gelijk open. Baba. Wat dat baba voor de ingang van de eetzaal. Het was maar een paar keer voorgekomen dat Milan Budhev op het terrein had gezien, en nog minder vaak dat Budhev in het bijzijn van de kinderen was. De man was altijd aan de andere kant van het hek. De plaats waar Nienke was. Maar één ding wist de jongen wel, als Baba hier was kon dat geen goed teken zijn. Kinderen verdwenen wanneer hij zich liet zien, soms met bosjes andere keren één voor één.
"Loop door," oudere kinderen, rekruten, zoals Milan nu wist, dreven de kleintjes voort. Milan wierp zijn blik naar de droge rode ondergrond. Zolang ze hem niet zagen was het goed. Hij telde de scheuren die onder zijn voeten gleden. Hij moest er gewoon niet aan denken dat er wat kon gebeuren, dan zou het ook niet gebeuren. Nog een scheur, weer een stap verder. De vierde, de vijfde. Hij was bijna bij de ingang. nog... Een hand omvatte zijn dunne bovenarm, Milan slikte zijn adem in. Het was tijd, ze zouden ook hem laten verdwijnen. Een korte kreet glipte tussen zijn lippen toen zijn hoofd geforceerd naar voren werd gebogen.
"Dat is hem," de zware stem van Baba dreunde in zijn oren. De greep om zijn arm werd krachtiger en met een ruk werd hij meegesleurd. Nooit verlieten zijn ogen de kale grond. Hij bleef de scheuren tellen die onder zijn voeten liepen. Paniek had zijn hoofd allang verlaten, de wil om tegen te stribbelen was verdwenen. Hij kon de deur van het palviljoenetje horen opengaan en dichtgaan. De barsten onder zijn voeten verdwenen, werden vervangen door glanzend geslepen steen.
"Je kunt gaan," weer zijn stem.
"Zoon, kijk me aan," de stem die nu naar hem gericht was. Milan weigerde. Hij wou niet opkijken. Hij wou zijn simpele dagelijkse routine aflopen en niets anders. Een hand werd omder zijn kaak gebracht, vingers boorden in zijn wangen. Met een onverslaanbare kracht werd zijn gezicht omhoog getrokken. De vloer verdween voor zijn ogen, maar Milan weigerde de man voor hem aan te kijken. Hij draaide zijn ogen zo ver weg tot kleine spiertjes pijnlijk verkrampten.
"Kijk me aan," het was geen vraag meer, het was een dreigend commando. Één die een rilling door het lijfje van de jongen liet gaan. Met een zwakke snif keek Milan eindelijk naar de man. De man met de pikzwarte huid en duistere ogen. Een glimlach ontstond over Budhevs gezicht,
"Kijk, zo moeilijk is dat toch niet, zoon?"
Milan schudde angstig zijn hoofd in de hand van de man.
"Goed zo," zijn kin werd losgelaten en een enorme hand aaide over zijn kruin.
"Kom nu mee, ik heb een verrassing voor je," De enorme hand van Budhev sloot zich om die van Milan, er blef niets van het kleine bleke vuistje over. Milan deed geen moeite om zijn vuist uit de klamme hand te trekken. Hij liep als een gewillige hond mee.
Een deur opende weer en Milan kon de gebroken grond weer zien. Ze liepen richting het hek. Waarom? waarom gingen ze daarheen. Een wacht deed het hek voor hen open. Milan drukte zich onbewust dichter tegen Baba aan. Nog nooit had hij een voet op dit terrein gezet, nog nooit.
Het zicht op het open terrein was gevuld met kinderen ouder dan hem. In tweetallen vochten ze tegen elkaar, sparren. Alleen zag dit er niet uit als normaal sparren, zoals in sportscholen ging. Het leek meer op bruut straatvechten. Tanden werden in agressie ontbloot. Bloed droop langs de mondhoeken, sneeën vormden zich langs de haarlijn. Met blote knokkels werd gevochten, geen handschoenen, geeneens tape. De huid was allang van de gewrichten weggerukt en rode vieze plekken bleven over. Milan bleef alleen stilstaan staren, emoties gierden door zijn lijf, maar ze waren niet te vertalen.
"Zoon, dit zijn je nieuwe kampgenoten. Welkom bij het echte werk."
Dus dit was wat er achter de hekken schuilde. Dit was waar Nienke was.
heb ik direct een nieuw stukje! 
en hier is ie!
Wil het best aangegeven wat/waar als je dat wilt, wil ook niet te brutaal overkomen
en dan is mijn grammatica inderdaad niet top... *-) zet hetbinnenkort eens op de an dere pc dan heb ik wel spellingscontrole hoop ik.. alleen type ik daar nit lekker op