Citaat:
Bij elke stap voelt ze de pijn. Alles bonkt, elke stap is zwaarder. Moet ze dit wel doen? Ze kan het gewoon niet, ze kan niet liegen. Laat staan tegen Troy. Ze houd zich vast aan een lantaarnpaal, en kijkt naar het jeugdhonk. Ze ziet Troy binnen met z'n vrienden praten. Ze zouden toch niet geïnteresseerd zijn. Een aspirientje kan ze thuis ook wel krijgen. Krijgen van haar zelf uiteraard, van haar vader moet ze nu niks weten. Het liefst ging ze nu naar Ilse, maar die is er niet.
Die is weg, weg uit haar leven. Die tijd komt nooit meer terug.
Ze gaat nu verder als een eenzaam meisje, alleen. Geen vrienden. Geen moeder die haar kan troosten. Nee, die heeft zich verlost van al haar angsten en pijn. Ze heeft zich verwijderd van deze wereld en mij achtergelaten. Van dat idee moet ze slikken. Nergens kan ze terecht, ze heeft gewoon niemand meer. Ze denkt terug aan de tijd dat ze het briefje van haar moeder in haar kamer vond na weer een vechtpartij van haar vader. Wat ze toen las was ondragelijk, hard en ongelooflijk onbegrijpelijk.
Bij elk woord werd haar lichaam zwaarder, de frisse lucht die buiten door haar kamerraam kwam was vanaf dat moment een soort benauwde verstrikking. Bij elke snak naar adem kreeg ze het gevoel of ze zou neer vallen. Die ene woorden, die laatste woorden van haar moeder. Haar afscheid. Van de wereld, maar bovenal tussen haar en mij. Van al die ellende, waar je niet voor kon vluchten. Die gedachten, die in je geest zaten geketend. De angst die in je lichaam vast zaten geplakt. Daar kun je niet tegen vluchten. Het was voor haar voorbij. Haar vader had haar leven kapot gemaakt. Haar vader.
Terwijl ze terug naar huis liep, bedacht ze een plan om ongemerkt langs haar vader te komen. Ze kijkt naar haar kamerraam. Ze kan via de container op de garage komen en dan in haar kamer komen. Dat was dan ook de enige optie die ze had. Haar vader zou ze voortaan vermijden. Na de dood van haar moeder kan haar vader alleen maar boos op d'r zijn. Hij moet ophouden. Zo kan het niet meer verder. Ze staat in haar kamer. Ze bedenkt zich geen moment en ploft op haar bed. Alleen in haar dromen voelt ze geen pijn.
Als ze wakker word hoort ze haar vader stormend de trap oplopen. In paniek gooit ze haar deken over haar hoofd. Zal hij boos op mij zijn omdat ze gisteren niet door de voordeur is gekomen? Als hij de deur van haar kamer open doet slaat de paniek haar toe. Met een bonkend hart wacht ze af, maar er gebeurt niks. Met al haar moed doet ze voorzichtig haar deken van haar hoofd. Ze schrikt als ze ziet dat haar vader haar aankijkt. Maar er gebeurt wederom niets.
'Voortaan zal ik je negeren'. Zegt haar vader na een doodse stilte. 'Je zoekt het verder maar uit. Ik ben jouw nu inmiddels wel zat. Je veranderd toch niet.'
Marissa weer niet wat ze hoort. Zal ze dan eindelijk van die klappen af zijn? Wanneer haar vader uit haar kamer verdwijnt stapt ze uit haar bed. Kleed zich aan en loopt rustig naar beneden. Zal hij haar echt niks meer aan doen? Voor de zekerheid smeert ze haar broodje bij het aanrecht en eet het buiten op. Ze loopt naar de camping. Ze stelt zich zelf voor om even een strand wandeling te maken.
Wanneer ze het strand op loopt vergeet ze even alles om haar heen, de golven die komen en gaan. Net als de emoties in haar. Ze komen, maar wanneer het eenmaal gebeurt is, vergeet ze het weer. Elke klap die ze heeft gehad vergeet ze. Alleen de littekens blijven zo nu en dan. Ze gaat in het zand zitten. Ze staart voor zich uit. De weg van de zee is oneindig. Ver in de horizon zie je dat het ergens stopt. Maar waar is niet te zien. Waarom lijkt dit zo op haar leven? Wanneer stopt het? Is ze al bijna op het einde? Of zal ze eerst nog door moeten peddelen om de kust te bereiken?
Ze zucht. Hopelijk is het vanaf nu beter. Als haar vader haar maar met rust laat, kan er niks meer misgaan en kan ze gewoon haar weg gaan.
Ze kijkt op, hoorde ze nou iemand? Als ze beter kijkt ziet ze Troy verderop over het strand rennen. Wat is het toch een kanjer. Die ogen, die spreken haar vooral aan. Maar eigenlijk is alles aan hem mooi. Zelfs zijn stem. Wat was het gaaf om naast hem te staan zingen. Vroeger zong ze ook wel eens voor haar moeder, die vond dat ze een prachtige stem had. Haar vader vond het maar storend. Dat was ook de reden waarom ze met zingen is opgehouden. Toch was het met Troy anders. Met haar moeder was het wel leuk, maar het had niks. Toen op het podium met Troy verdween gewoon alles om haar heen, het voelde zo goed. Misschien kwam het ook wel gewoon door hem. Ze moet ook eens ophouden met over hem denken. Hij wil toch niks van haar weten, dat bleek wel weer toen hij weg liep. Toch houd ze hoop, hoe oneerlijk het ook tegen over haar zelf is.
Als ze ziet dat Troy naar haar kijkt krijgt ze het warm. Kijkt hij wel echt naar haar? Of verbeeld ze het zich? Maar als Troy naar haar zwaait en naar haar toe loopt weet ze niet meer wat ze moet denken. Wat doet hij? Waarom loopt hij naar haar toe?
'heey, ik had je hier niet verwacht.' Troy gaat naast haar zitten. 'Ik jou ook niet.' Ze weet niet wat ze moet zeggen. Hij praat tegen haar?
'Sorry dat ik toen weg liep, zelfs twee keer. Ik wist gewoon niet wat ik moest doen.'
'Ik snap het niet, ik snap niet waarom je weg liep.' Marissa kijkt naar Troy. Ze ziet duidelijk dat hij iets kwijt wil, maar het niet kan.
'Het is ook niet echt een logische situatie. Ik weet ook niet of ik het je wel kan vertellen.' Troy kijkt naar Marissa.
Volgens mij heeft hij nog nooit zo'n geweldig meisje gezien. Die bruine ogen, die hij niet kan lezen. Mysterieus. Krullend zwart haar en een lieve blik.
'Mij kun je alles vertellen.' Marissa glimlacht. Ze is alleen al blij dat hij zelf met haar is komen praten. Dat zij dit mag overkomen.
'Het is alleen of je me zult geloven, en zult snappen.' Troy slaat een blik naar de zee, het word vloed.
'Kan ik je vertrouwen dat je je mond houd?' Troy kijkt haar streng aan. Marissa knikt. 'Was het maar zo dat ik mijn mond eens open zette.'
Troy zucht. Hoe kan hij beginnen? Het is ook zo'n onbegrijpelijk onderwerp.
'Ik kan gedachten lezen.' Het floepte er ineens uit. Marissa schrikt. Meent hij dit nou? Heeft hij al die tijd al kunnen weten wat zij dacht over hem?
'Dus je weet nu ook wat ik allemaal denk?' Ze voelt dat ze rood word.
'Dat is het dus nou juist, ik kan iedereens gedachten lezen, alleen door oog contact te maken. Behalve bij jou.'
'Maar, hoe kan dat?' Marissa is blij dat hij dus niets weet van haar gedachten.
'Dat weet ik dus niet, het is alleen erg verwarrend. Ik leef en maak mijn keuzes op anderen zijn gedachten. Ik doe het mijn hele leven al. Maar omdat ik bij jou dus opeens zelf mijn keuzes moet maken, en dat niet kan doen met jouw gedachten weet ik het soms gewoon niet meer.Het aller mafste is nog dat ik je gedachten tijdens het zingen wel kon lezen.'
Marissa kijkt hem aan.
'Dat lijkt me inderdaad erg verwarrend, ik snap je wel.'
Hij kan haar gedachten misschien niet lezen, hij voelt dat Marissa het meent. Dat stelt hem gerust.