ik zal volgend weekend weer een stuk proberen op te loade Moderators: NadjaNadja, Essie73, Muiz, Polly, Telpeva, ynskek
ik zal volgend weekend weer een stuk proberen op te loade
jippiie
Citaat:Ik moest nog wachten op school voor ik naar huis kon omdat ik eerst Melleny zou moeten ophalen en die pas over een uur uit zou zijn. Na de bel stroomde de gangen langzaam vol. Alle jongeren waren opgewekt dat hun zware schooldag eindelijk voorbij was. Ik zag hoe mijn klas voorbij stroomde enkele merkte me op en begonnen snel te praten maar voor de meeste was ik onzichtbaar. Ik zag hoe Ashley het verhaal waardoor er bij iets knapte aan Mike vertelde. Mike had geen medelijden met mij. Ik kreeg een tinteling in mijn hand om zijn andere oog ook dik en rood te slaan. Ashley daarentegen leek meer medelijden met me te hebben. Dat deed me goed. Weer iets beter voelend fietste ik naar Melleny’s school toe. Melleny was net uit en liep gelijk naar mijn fiets toe. Ik wou haar volgen maar de leraar hield me tegen. ‘Zijn je ouders nooit thuis om je zusje op te halen?’ ik voelde een steek in mijn maag. Leraren stelde normaal nooit zulke vragen. Maar juffrouw Anneke was het niet ontschoten dat ik haar bijna altijd ophaalde en wegbracht. Ik slikte terwijl ik zocht naar een antwoord. ‘Ik kom hier toch langs heen dus kan ik haar net zo goed oppikken.’ Loog ik. Ze trok haar wenkbrauwen op. ‘Je zit toch op het LDC.’ Ik knikte. Ik besefte me te laat dat ik nu mijn eerdere woorden tegen sprak. Juffrouw Anneke keek me verbaasd aan zij had het ook door. ‘Uhm oke, Ik wil dat je dit aan je ouders geeft. En ik wil binnenkort een gesprekje met ze.’ Zei ze vervolgens. Ik voelde hoe mijn bloed uit mijn huid trok. Ze moest doorhebben dat er iets mis was. ‘Kan dat geregeld worden?’ vervolgde ze toen mijn antwoord wegbleef. ‘Ja, natuurlijk kan dat.’ Ik draaide me om voor er nog meer moeilijkheden kwamen. Melleny vroeg wat er aan de hand was. Snel legde ik het uit.
Vader was al thuis toen wij aankwamen. Melleny ging direct naar haar kamer zoals ze geleerd was. Tot mijn verbazing was mijn moeder ook al thuis. ‘Mam wat ben jij al vroeg thuis?’ze lachte vriendelijk naar me maar ergens leek ze bedroefd. ‘Je vader had hulp nodig.’ Woedend keek ik naar hem. Hij vergalde alles. ‘Mam, ik moest je dit geven van Melleny’s leraar.’ Ze pakte het briefje aan. ‘Wat is dat.’ Bromde mijn vader terwijl hij zichzelf uit zijn stoel probeerde te hijsen. Zodra hij bij mijn moeder was griste hij het uit haar handen. Maar hij was niet meer in staat om het nog te lezen. ‘Lees voor. Nu.’ Bruut duwde die het tegen mijn borst aan, Waardoor het briefje naar de grond toe fladderde. Ik raapte het van de grond en las het behoedzaam voor.
Geachtte meneer en mevrouw Suarez
Ik wou graag een afspraak met u beiden maken over Melleny.
Ze valt vaak in slaap in de klas.
En lijkt zich nogal van de kinderen af te sluiten.
Met vriendelijke groet
Mevrouw Esdoorn.
Een naar gevoel kroop in me omhoog. Als ik had geweten dat het briefje deze informatie bevatte had ik het nooit aan mijn moeder gegeven terwijl mijn vader er ook bij was. Nog voor ik verder kon denken werd ik tegen de muur geduwd. ‘Wat heb je gedaan!’ brulde hij woest. Ik probeerde er stotterend uit te brengen dat ik niets had gedaan. Maar voor ik mijn zin had afgemaakt voelde ik zijn vuist tegen mijn slaap inbeuken. Even draaide alles voor me en was ik blij dat mijn vader me nog steeds vast hield. ‘Het is jouw schuld dat de leraar nu met ons wil spreken!’ ik voelde vaag hoe hij me door elkaar schudde. Mijn moeder probeerde hem gerust te stellen. Hij liet mij abrupt los waardoor ik inzakte en keerde zich tegen mijn moeder. Zonder erbij na te denken sprong ik overeind en greep hem vast. Geschrokken door mijn eigen actie liet ik hem ook meteen weer los. Dat was een grote fout. Hij greep mijn gewonde arm vast en boog deze achter op mijn rug. Ik voelde hoe mijn bot naar voren schoot. Een kreet van pijn ontschoot me. Daarna liet hij me vallen en stormde de kamer uit. Verlamd zakte ik op de grond. Ik greep mijn arm vast en duwde er tegen. Met een naar krakend geluid voelde ik hoe hij terug op de plaats schoot. Mijn mam kwam naast me zitten. ‘Dat was niet erg slim van je.’ Zei ze terwijl ze mijn arm vast pakte. ‘Ik wou niet dat hij jou wat aandeed.’ Verdwaasd keek ze me aan. ‘Dat had hij niet gedaan.’fluisterde ze. Ik wou dat ik haar woorden kon geloven maar dat kon ik niet. ‘Kom de auto in. Ik wil het in het ziekenhuis laten nakijken. Melleny kom je mee we gaan even een bezoekje aan het ziekenhuis brengen.’ Melleny kwam zachtjes de trap aflopen. Ze keek me ernstig aan terwijl we naar de auto liepen. Ik hield een zak met ijs tegen mijn slaap om de pijn wat te verzachten.
Bij het ziekenhuis aangekomen zorgde mijn moeder ervoor dat ik meteen kon doorlopen. Ik ging op het bed zitten dat er stond. Er kwam al snel een bekend uitziende vrouw aanlopen. ‘Dus jij bent de zoon van Katrina.’ Ik knikte. ‘Leuk je te ontmoeten, zo vertel me nu maar wat er loos is.’ Ik vertelde het verhaal dat ik in de auto had verzonnen. Ze trapte er met open ogen in. Oke laten we maar is kijken hoe erg het is.’ Ze pakte mijn arm vast. En bewoog hem alle kanten op. Ik moest stop zeggen wanneer het zeer deed. Naar een tijdje frunniken aan mijn arm begon ze een gesprek. ‘Zit jij toevallig bij mij dochter Ashley in de klas? Want jij zit toch ook in de vierde?’
’Ja dat klopt.’ Zei ik verbaasd dat Ashleys moeder ook in het ziekenhuis werkte. ‘Gedraagt ze zich een beetje behoorlijk?’ zei ze met een grijns. ‘Ja hoor prima.’ Mompelde ik. Ze leek mijn antwoord niet echt te kunnen geloven. Maar vervolgde daarna met haar diagnose. ‘Ik denk dat er een scheurtje in je spier zit. En dat je spieren hier.’ Ze wees bij mijn schouder. ‘Opgerekt zijn. Minstens zes weken rust nemen en als je er last van hebt kun je het beste je arm in een mitella doen. Als het na zes weken nog niet beter is kom je maar weer terug.’ Ik bedankte haar en wou weglopen. ‘Moet ik niet even naar je hoofd kijken?’ ik wreef over de plek waar mijn vaders vuist mijn gezicht had geraakt. ‘Nee hoor, dat stelt niet voor.’ Mijn moeder en zusje stonden nog in de wachtkamer. ‘en?’
‘Een scheurtje in mijn spier moet zes weken rust nemen.’
‘Kun je nog wel werken?’ Ik keek haar geschokt aan daar had ik nooit meer aan gedacht. ‘Ik kan het altijd proberen.’ Stelde ik voor.
Ik zag mijn vader niet meer voor het slapen. Daar was ik blij mee. Hij zou het niet leuk vinden dat ik misschien niet meer kon werken. Het duurde niet lang voor mijn gedachten om af te dwalen naar een andere wereld. Ik werd beschenen door fel licht. Veel feller dan ik ooit had gezien. Twee fel groene ogen staarde me aan. Ik moest daarheen. Daar was het rustig en vredig. Ruw werd ik uit mijn dromen verstoord door een steek in mijn arm. Vloekend kwam ik overeind niet omdat mijn arm zoveel pijn deed. Maar omdat ik het gevoel had dat ik ruw uit het licht werd getrokken zodat de duisternis weer greep op me kon krijgen. Het nare gevoel bleef in mijn maag steken. En maakte het slapen onmogelijk. Uiteindelijk sloot ik mijn ogen proberend om mijn droom weer terug te halen. Maar het enige wat het had achtergelaten was een leegte.
De volgende dag viel de plek op mijn slaap gelukkig mee. Het was wel blauw geworden maar mijn haar bedekte het zowat helemaal. Het zou niemand opvallen. Ik weigerde een mitella om te doen. Dus ging ik zonder naar school toe. Maar eerst moest ik Melleny wegbrengen. De leraar kwam naar Melleny toelopen om haar naar binnen te begeleiden. Ik deed een mislukte poging om niet te gapen. ‘Doet de broer weer aan liefdadigheid of wat fout gedaan dat je je zusje naar school toe moet brengen?’ ze keek me niet lachend aan zoals ik verwacht had. ‘Ach ja ik doe het graag voor Melleny.’ Lachte ik. Toen reed ik er weer vandoor. Ik was trots toen ik eindelijk is een keer op tijd op dinsdag was. Mevrouw Evers was zo verbaasd dat ze geen woord tegen me uit wist te brengen. Tevreden liep ik naar mijn plaats toe. Niemand had het nog over Mikes blauwe ogen. Ook al had hij nog steeds die stomme zonnebril op. Meneer van Sloten liet ons het hele uur lang aantekeningen maken. Mijn arm kwam hevig in opstand. Na nog tien minuten te hebben door geschreven gooide ik mijn pen in de tas om mijn arm wat rust te geven. Op het eind van de les maakte hij afspraken voor mentorgesprekken. Ik was pas na de vakantie aan de beurt. Meteen begon ik te bedenken waar ik me allemaal op moest voorbereiden. Tenslotte besloot ik een heel nieuw levensverhaal te bedenken dat leek mij het beste. Na de pauze hadden we van Dijk. Ik had altijd al een hekel aan Nederlands. Veel te moeilijke taal als je het mij vroeg. Hij had een leuke opdracht voor ons klaar liggen. we moesten in koppels een gedicht maken. ‘Cay jij gaat met Ashley.’ Mompelde hij. Ashley keurde me geen blik waardig. Moeizaam stond ik op om naast haar te komen zitten. Zelfs nu keek ze me nog niet aan. Het was best grappig om te zien hoe ze stijf naar haar boek bleef staren. Terwijl ze mijn blik ontweek. ‘Ik wil voor de kerstvakantie van jullie allemaal een gedicht ontvangen.’ Meldde van Dijk nog. Ashley staarde nog steeds naar haar boek. Ik zei nog steeds niets. Zij mocht beginnen. Het duurde nog een paar tellen voor ze zich boos tot me keerde. Het was moeilijk om mijn lachen in te houden. Het zag er gewoon niet uit als ze boos keek. Hierdoor begon ze alleen maar meer te koken. Haar hoofd liep al lichtelijk rood aan. Haar wangen bol of dat ze haar adem inhield. ‘Dus gaan we beginnen.’ Begon ze geïrriteerd. Ik had haar chagrijnig gemaakt net als gister. ‘Wat is je plan, baas?’ gaf ik als antwoord terwijl ik vriendelijk lachte. Ze zou toch iets moeten afkoelen voor we aan het werk konden. ‘Laten we eerst een thema bedenken.’ Ze begon in ieder geval goed. Ik had totaal geen verstand van gedichten maar begon aandachtiger te luisteren. Ik hield mijn ogen op de haren gericht. Ze waren felgroen met lichte gele tinten erin. Ergens voelden ze heel vertrouwd aan. ‘En suggesties?’ Ik bleef in haar ogen kijken. Wat verschool zich daarachter. Waar dacht ze nu aan? Hoe voelde ze zich? Beide vragen waren niet echt moeilijk te beantwoordde. Ze voelde zich chagrijnig. En waar ze aandacht waarschijnlijk waarom ze met mij was opgescheept. Ik voelde me precies het tegenovergestelde. Ik kon niet bevatte waar al deze gevoelens vandaan kwamen maar wat ik wel wist dat ik het helemaal niet erg vond. In mijn nog vrolijke bui stelde ik haar voor om wat leuks te schrijven. Dit wees ze direct af. Ik had niet anders verwacht maar toch voelde het als een steek onder water. Ik wist welk thema ze wel zou goedkeuren. Dat was niet moeilijk te raden je kon het zo van haar gezicht aflezen. Ik stelde het voor om haar een plezier te doen. ‘Somber?’ Ze stemde zoals ik had voorspeld meteen in. Het was niet moeilijk voor mij om in een sombere stemming te komen. Alleen wou ik het niet. Ik wou niet aan al mijn problemen denken. Daar had ik genoeg van. Toch trok ik het voorstel niet terug. Het maakte haar gelukkig en om de aan of andere reden deed dat me veel, te veel. Ze aarzelde voor ze verder ging. ‘Oke nu moeten we een onderwerp hebben.’ Ik liet haar het onderwerp verzinnen. Ik wou niks persoonlijks in het gedicht stoppen. ‘Zullen we het over het verlies van een geliefde schrijven?’ Dat was nogal een breed onderwerp. Het kon van alles zijn. Maar ze was een meisje dus zou het wel over iemand die gedumpt was gaan. Voor de zekerheid vroeg ik het na. ‘En hoe bedoel je dat?’ Ze had meteen een heel verhaal klaar liggen. Alsof het over haar zelf ging. ‘Nou dat jij de enige was die die persoon kon redden. Maar dat je niet in actie kwam toen hij je nodig had?’ Het was niet haar levensverhaal het was de mijne. Ik stopte met haar te doorgronden. Zij had dat bij mij gedaan. Mijn blik staarde de leegte in. Alles van acht jaar geleden schoot in flitsen voor me voorbij.
Ik stond weer op het ijs. En keek toe hoe Matt me uitlegde hoe ik moest schaatsen. Hij was er zelf al behoorlijk goed in, maar zodra ik in beweging kwam eindigde dat plat op de grond. Matt kwam naar me toe terwijl de tranen in mijn ogen branden. ‘Ik zal het nooit leren!’ jammerde ik. ‘Natuurlijk wel.’ Hij trok me overeind en dwong me het nog eens te proberen. ‘Oke blijf mijn handen vasthouden. Goedzo het gaat zo al een stuk beter.’ Matt liet me los en ik, ik schaatste! Het was meer lopen dan schaatsen maar toch ik bleef op twee benen staan. Zo bleven we nog uren op het ijs. Ik kon eindelijk schaatsen Moedig racete ik over het hele meer zonder te kijken waar ik schaatste. Onder me kraakte het ijs gevaarlijk. Ik probeerde te vluchten. Maar het ijs won de strijd en slokte me op. In paniek greep ik naar de rand. Ik had het nog nooit zo koud gehad. Het water voelde als messen die mijn rug doorboorde. Ik schreeuwde om Matt. Hij zou me komen redden zoals hij altijd deed. En inderdaad Matt kwam eraan. Hij gilde mijn naam toen hij me zag, vast gekleumd aan het ijs. Cay, Hou vol!’ Hij liet zich op zijn knieen vallen voor het gat. Het ijs kraakte. Maar daar keek ik niet meer na ik moest uit het water zien te komen. Matt greep me vast en trok me met al zijn kracht het water uit. Ik kroop naar de zijkant van het meer. Bang dat het water me nog is naar de diepte zou proberen te trekken. Ik sloeg mijn armen om me heen ieder klein beetje warmte proberend vast te houden. ‘Trek je kleren uit, hier trek mijn jas maar aan.’ Ik voelde hoe het ijs begon te trillen terwijl Matt in beweging kwam. Te koud om iets te zeggen staarde ik naar hem. Het water zou binnen enkele seconden zijn tweede kans krijgen en ik bleef roerloos zitten. Matt kwam overeind. Ik bracht een kreet uit terwijl hij langzaam door het water de diepte in werd getrokken. Het laatste wat ik zag was een hand die om zich heen sloeg. Ik volgde hem niet terwijl hij onder het ijs was getrokken. Van binnen wist ik dat het geen zin had. Ik bleef daar zitten wetend dat Matt me nooit meer zou redden.
‘Cay?’ drong in stem langzaam door in de waas die zich om mij heen had verzameld. Ik keek haar aan. Zelfs haar blik kon me niet volledig terugbrengen naar het heden. Steeds zag ik weer hoe Matt verdween. ‘Wat…’ Ik wist wat ze wou vragen, of ik het onderwerp goed vond. ‘Nee.’ Dit was juist het gene waar ik niet aan herinnerd wou worden. Ik keek haar met een kille blik aan. Duidelijk makend dat ze dit niet meer naar boven mocht brengen. Ze leek het te begrijpen maar wist niet hoe ze er mee moest omspringen. Dus hielden we beide onze mond tot de bel ging. Ik keek toe hoe ze de klas uitvluchtte. Het was niet mijn bedoeling geweest haar bang te maken. Maar het lukte me niet om rustig te blijven. Bij ieder lesuur hield het verleden me in zijn greep. Mevrouw Ravenburght vroeg me iets. Ik weet niet eens wat ze vroeg ik weet alleen dat ik haar woedend afsnauwde. Ik had mezelf op stang gejaagd en daar betaalde anderen nu de prijs voor. Ze schrok zo erg dat ze me de rest van de les met rust liet. Terwijl ze blaadjes uitdeelde vluchtte ze snel langs mij heen bang dat ik haar wat aan zou doen. Ik was blij toen ik buiten de frisse lucht kon inademen. Ik fietste harder dan normaal. ZO kon ik al mijn gedachte uitbannen. Bijna helemaal gekalmeerd kwam ik bij de Zuupschuut aan. David en Mike waren al aan het werk. Een beetje druk als je het mij vroeg. Mike keek me niet eens aan. David zei ook niet veel. Zuchtend ging ik staan afwassen. Ik tilde een stapel borden op. Een steek liep door mijn arm heen. Mijn spieren konden het gewicht van de borden niet aan. Een voor een braken ze op de harde grond. Ik greep naar mijn schouder het voelde of er iemand met een mes in had gestoken. ‘Cay wat doe je?’ David stond verbaasd in de ingang. ‘Ik…ik struikelde.’ Loog ik. ‘Wat een zooi, dat gaat van je loon af hoor.’ David draaide zich om en haalde een stoffer en blik. Ik gromde iets wat hij maar beter niet had kunnen verstaan. Samen ruimde we de scherven op. Ook Mike kwam om de hoek kijken. ‘Wat is hier nou weer gebeurd?’ verbaasd keek hij David aan. Mij durfde hij niet aan te kijken. ‘Cay struikelde.’ Bracht David uit. Het was maar goed dat het dinsdag was want de rest van de dag werd mijn arm er niet beter op.

ben benieuwd wanneer het vervolg komt want het verhaal is mooi geschreven en ik wil ook altijd verder lezen
Citaat:De zon had de aarde nog niet verwarmd met zijn stralen. Maar mijn ogen waren al wijdt open starend naar de muur. Mijn spieren brandde. Ik rolde op mijn zij om verder te slapen. Het brandende gevoel hield me wakker. Voorzichtig stapte ik uit bed. Verduft staarde ik naar een foto.