xMRGANx schreef:zou ik nog een stuk posten? krijg toch niet veel commentaar..
Dat zei je net, en nu heb je opeens super veel lezers, betekent toch dat je een leuke schrijfstijl hebt
Moderators: NadjaNadja, Essie73, Muiz, Polly, Telpeva, ynskek
xMRGANx schreef:zou ik nog een stuk posten? krijg toch niet veel commentaar..
Citaat:Hoofdstuk 4
Een eenzaam figuur dwaalde rond in het bos. Zijn paard was oplettend, en had elk klein geluidje uit de omgeving gehoord, maar de ruiter was afwezig en diep in gedachten verzonken. Opeens hinnikte zijn paard, verlengden zijn passen zich en ging over in draf. Hij had iets gezien. Ook nu viel het de ruiter op. Er lag iemand op de grond.
‘Soraia… wat is er gebeurd?’ Toen hij zich dichter naar haar gezicht boog, kon ze hem herkennen. Het was Timo. Zijn gezicht stond zó bezorgd, dat ze er zelf bang van werd. Ze had hem nog nooit zo zien kijken.
‘Soraia, gaat het? Antwoord dan toch!’ Ze hoorde aan zijn stem dat hij wanhopig werd, maar iets terugzeggen kon ze niet. Het werd aartsmoeilijk om haar ogen op te houden en wakker te blijven, laat staan om iets te zeggen, en na enkele verwoede pogingen viel ze in een onrustige slaap.
‘Soraia…Soraia! Ik..ik.. ik hou van je!’ Hij had het haar nooit durven zeggen, maar toen ze daar zo hupeloos in zijn armen lag, had hij er niet eens over nagedacht. Hij wilde haar écht niet kwijt. Omdat hij zelf ook besefte dat hij niet weg kon gaan van bij haar, bleef hij. De jongen kon geen ambulance bellen, want hij had naar slechte gewoonte nooit zijn gsm bij. Een echte boerenzoon. Ze zouden moeten wachten tot er iemand passeerde.
Soraia droomde. Ze zag alles weer voor zich zoals het was, de eerste dag dat ze met haar paard Shamrock naar de stallen van Timo en zijn vader Dirk ging.
Twee mannen, volledig in het groen gekleed, openden de laadklep van de met zwart en goud beschilderde trailer. Alsof ze een of andere goddelijke verschijning was stonden Soraia, haar moeder en staleigenaar Dirk vol spanning te wachten op het moment dat de merrie naar buiten kwam. Onder het geluid van opgewonden hoefgetrappel, voortgebracht door de ranke benen van het paard, kwam een prachtige Shagya-Arabier tevoorschijn.
‘Proficiat, mevrouw Mathu, mooie keuze. Kan ik haar papieren even bekijken?’ Dirk kreeg geen antwoord, maar dat gaf hem niet. Hij was arrogante paardeneigenaren gewend.
‘Mam, ze is écht prachtig!’ Soraia kon nog steeds niet beseffen dat dit haar eigen paard was.
‘Ja, dat mag wel voor die prijs, en jij hebt haar gekozen, dus ze is helemaal jou keuze. Ik wil niet dat je binnen dit en een jaar een andere wilt.’
Haar moeder begreep het niet, een paard dat had je voor z’n hele leven, en je kocht niet zomaar een andere.
‘Timo, is die stal volledig klaar?’
‘Ja, pa , zal ik haar erin gaan zetten?’
Dat was het moment dat ze hem voor het eerst zag, hij stond achter een staldeur en het stro hing tot in zijn haar.
‘Hmm..Dat vertrouw het niet, ik zet deze schoonheid zelf wel op stal en kijk alles nog eens na, geef jij dit meisje dan ondertussen een rondleiding in de stallen.’
‘Dan ga ik ook maar eens naar huis.’ Soraia ’s moeder stapte in haar Mercedes en reed de oprijlaan af.
‘Zo, jij komt hier dus ook staan met je paard?’
‘Ja inderdaad..’ Er viel een ijzige stilte en secondelang keken ze elkaar zwijgend aan.
‘Ik ben Timo Hatsbo by the way..’
‘ En ik ben Soraia Mathu. Shamrock is mijn eerste eigen paard. Daarvoor reed ik al 7jaar in een manege.’ Hiermee had Soraia een eerste lange zin gezegd en kon het gesprek maar wat meer op gang komen.
‘Shamrock is écht prachtig. Je hebt echt geluk.’
‘ Dank je. Heb jij een eigen paard?’
‘Ja,hoor , kom ik laat je hem zien..’
Timo beende richting het stallengebouw en stopte bij de laatste stal.
‘Dit is hem, Patchmo.’
Toen Soraia de box in keek zag ze een mooi voskleurig paard. Hij was slank maar niet te mager. Hij blonk mooi en zag er kerngezond uit.
‘Patchmo is een heel speciaal paard. Zijn moeder was onze topmerrie, Xona. De nacht dat ik ben geboren is Patchmo ook ter wereld gebracht. Mijn vader had Xona angstig horen hinniken toen hij even naar huis ging om verse kleren te halen voor men moeder. Dat hadden ze niet kunnen doen omdat de bevalling niet gepland was en mijn moeder 2 maanden voor tijd opeens moest bevallen. Dus zijn ze met grote haast naar het ziekenhuis gereden. Mijn moeder heeft de geboorte niet overleeft, maar ik wel. Ik kan er nog steeds niet makkelijk over praten want het doet me nog steeds zoveel pijn dat ik mijn moeder nooit heb gekend. Mijn vader gelooft dat ze verder leeft in Patchmo omdat zij stierf op het moment dat hij geboren werd. Weliswaar is ze nu een man, want Patchie is een hengst…’
Voor het eerst kwam er een glimlach rond zijn mond toen hij die laatste zin zei.
‘Daarom zullen we nooit of te nimmer dit paard verkopen. We zijn er allebei erg aan gehecht.’
Wat was het dapper van hem om haar dat allemaal te vertellen, bij een eerste ontmoeting.
‘Wat een triestig verhaal… Hoe is het met Xona afgelopen?’
‘Die staat hier een paar boxen verder. Oud, weliswaar, maar gezond en gelukkig.’
Timo schoof op naar de volgende box en ik volgde zijn voorbeeld.
‘Dit is Nightwish. Een Andalusiër, hengst’
‘Wauw, wat een pracht.. Is hij ook van jullie?’
‘Nee, jammer genoeg niet. De meeste paarden hier zijn van eigenaars.’
Hij toonde haar alle paarden, de piste en de weides. Daarna liet hij haar binnen in hun huis.
‘Wil je een warme chocomelk of zoiets?’
‘Dat zou fijn zijn.’ Soraia zat in een relaxte zetel en keek eens goed rond. De woonkamer zag er ouderwets, maar heel gezellig uit. Timo kwam terug de keuken uit met twee dampende koppen chocomelk. Hij gaf er een aan Soraia en ging vervolgens zelf in de andere zetel zitten.
‘En, denk je dat je je hier gaat amuseren met je paard?’
‘Ja, het ziet er hier zo gezellig uit! En ik heb al altijd een eigen paard gewild.’
‘Ik ook, en ik heb er ook al altijd een gehad, Patchmo.’
‘Doe je wedstrijden met hem?’
‘Nee, en het is ook niet mijn droom. We dressuren en springen een beetje maar gaan vooral veel wandelen in het bos. Dat is hier trouwens niet ver van, je kunt er altijd naartoe als je wilt.’
‘O, wat leuk, ben nog nooit buiten gaan rijden.’
'Weest gerust, het is super.'

!


xMRGANx schreef:Om eerlijk te zijn, heb ik een beetje spijt gekregen dat ik mijn verhaal hier heb gepost.. ik laat mijn verhalen en gedichten anders nooit aan iemand lezen, en denk dat ik dat nu beter ook niet had gedaan..
Sorry
!! 
Citaat:Hoofdstuk 5
Een fel licht drong haar lichaam binnen. Ze opende haar ogen met een trage, voorzichtige beweging en merkte dat ze in een ziekenhuisbed lag. Wat was er gebeurd? Ze probeerde het zich te herinneren, maar het lukte haar niet.
‘O Soraia, je bent wakker! Gaat het met je? ’
Een volledig in het wit geklede vrouw was boven haar bed komen te hangen. Het was vast haar moeder niet, maar wie het wel was wist ze niet.
Plots herinnerde ze zich het weer. De val, Marthe, Serenity, het bos, en… Shamrock!
‘Sh..aaa..sham..rrr…ock..Shamrock!’ Het kostte haar heel wat moeite om te praten.
‘Nee, jij heet niet Shamrock, jij bent Soraia..’ In het voorhoofd van de verpleegster kwam een diepe frons. Toen Timo de ziekenkamer binnen kwam zag hij hoe bezorgd haar gezicht stond.
‘Is er iets?’ Timo keek de verpleegster recht in de ogen, alsof dat er voor zou zorgen dat ze enkel goed nieuws zou vertellen.
‘Ja, jongen, ze is net wakker geworden, maar het enige wat ze probeerde te zeggen was iets met Shamrock, volgens mij kent ze haar eigen naam niet meer, het arme kind.’
‘Nee! Shamrock is haar paard! Ze herinnert haar nog, dat is een goed teken!’
Timo schuifelde naar het ziekenbed en ging op de rand gaan zitten.
‘Hoi, ‘ zei hij uiterst ongemakkelijk, ‘Wat een knal moet dat geweest zijn hè.’
Wat een domme opmerking van hem. Dat wist ze toch zelf ook wel.
‘Waar is Shhhh..aaa..’ Op dit moment wenste ze dat ze haar paard toch een makkelijkere naam had gegeven om uit te spreken.
‘Mijn vader heeft haar gevangen. Hij staat rustig in zijn box.’
‘Waarom niet in de weide?’ Ze praatte traag, maar dat gaf hem niet.
‘Shamrock heeft zich bezeerd tijdens zijn ruige achtervolging van Serenity. Hij heeft alleen een beetje last van stijfheid. Dat is alles.’
‘En hoe is het met Marthe?’
‘Marthe is ook in orde, ze is gisteren op bezoek gekomen, maar je sliep. Ze vind het vreselijk dat ze Serenity niet kon inhouden, maar het ging écht niet. Hij is recht naar de stallen gerend met Shamrock achter zich aan. Daar heeft ze meteen de ambulance gebeld en zijn ze jou komen ophalen. Maar dat weet je waarschijnlijk al allemaal niet meer?’
‘Nee.. Hoe lang lig ik hier wel al?’
‘Sinds eergisteren, je hebt de hele tijd geslapen, de dokters hadden je nogal verdooft zodat je geen pijn zou hebben, en daarom ben je nu pas weer wakker geworden.’
‘O. Wat heb ik dan wel? Toch niets ernstigs? Ik ben maar van mijn paard gevallen hoor..’
Er weerklonk toch een lichte vorm van ongerustheid in haar stem, het feit dat ze zo zwaar verdooft was, wil toch zeggen dat er iets ernstig mis was?
‘Dat laat ik aan de dokter over om te zeggen, ik weet het niet precies…’
‘Timo, je klinkt bezorgd… Wanneer mag ik terug paardrijden?’
Hij keek haar aan, zijn pupillen stonden groot en zijn arm hing lusteloos naar beneden. Zijn hele houding vertelde haar dat hij geen goed nieuws had.
‘Ze weten het niet precies… Het hangt er van af hoe vlug je herstelt, Soraia. Ik kan het je echt niet zeggen. ‘
Het deed hem zoveel pijn om zo dicht bij haar te zitten en niet eerlijk kunnen vertellen wat er aan de hand was.
‘Toe, Timo… Wat is er toch allemaal aan de hand?’ Soraia werd wanhopig.
Zonder een woord te zeggen stond hij op en liep naar de gang. De verpleegster die bij haar was toen ze wakker werd, stond bij de deur van de kamer naast die van Soraia. Ze had net haar handen ontsmet en wilde terug naar beneden gaan, toen Timo haar bij haar arm vastpakte.
Ze keek hem aan en zag hoe hij moest vechten tegen de tranen.
‘Kun jij het haar niet zeggen? Ik kan het niet. Ze wil het echt weten en haar moeder is hier nog steeds niet…’
De verpleegster aarzelde. ‘Ik vraag wel naar de dokter, hij was toch al van plan om dit uur nog langs te komen. Die weet het het beste.’
‘Ok, dank je. Als ze vraagt waar ik ben, ik ben even naar beneden.’
Timo wandelde door de gang en stopte bij de lift. Toen die openging zag hij een oud vrouwtje leunend tegen de overstaande wand. Ze huilde. Uit medeleven knikte hij naar haar en drukte vervolgens op het knopje voor gelijkvloers. Toen de lift stopte op de tweede verdieping en het vrouwtje uitstapte, zag hij dat ze mankte.
‘Dat is dan drie euro dertig.’ Uit zijn versleten portemonnee haalde hij een briefje van vijf, en gaf het de verkoopster. Ze gaf hem zijn wisselgeld en richtte zich op de volgende klant.
Hij liep terug naar de gang, toen hij opeens een bekende vrouwenstem achter zich hoorde.
‘Daar ben je, Timo! Hoe is het met Soraia? Weten ze al iets meer over die voet van haar?’
‘Niet echt. De dokter komt straks langs. Ze is nu zo’n halfuurtje wakker. Ze wacht op je. Kom, ik wandel even met je mee.’
‘Dag schatje, hoe voel je je?’ Haar moeder zat op Soraia’s ziekenbed en streelde zachtjes over haar dochters bezwete voorhoofd.
‘Beter. Waarom was je er niet toen ik wakker werd?’ Aan haar stem te horen, lukte het haar al duidelijk beter om te praten.
‘Ik was er gisteren de hele dag, geloof me. Maar ik was echt doodmoe en ik bleef maar denken aan Shamrock…’
‘Sinds wanneer ben jij nou geïnteresseerd in mijn paard? Is er iets met haar misschien? Timo zei van niet.’ Ze keek in zijn richting en hoopte dat hij enige reactie zou geven, maar er kwam niets.
‘We denken eraan om haar te verkopen…’ Haar moeder aarzelde toen ze het zei.
‘Wie is ‘we’? Jij alleen zeker? Iedereen houdt van Shamrock!’
‘Maar liefje, we weten helemaal niet wanneer jij weer kan paardrijden…’ oliebol, Soraia wist natuurlijk nog niets over haar voet. Ze had meteen spijt van wat ze net had gezegd.
‘Wat? Hoelang kan ik dan wel niet rijden?’
‘Ok dan… Je hebt iets aan je voet. Dokters zijn er nog niet heel zeker van, maar denken dat je zo’n half jaar minimum niet zal kunnen normaal stappen. Je hiel is verbrijzeld door de val. Tegen dat je voet genoeg aangesterkt is om terug te kunnen rijden, zal dat in het beste geval, volgend jaar pas zijn. En dat is dan niet zonder risico’s natuurlijk, hij zal altijd zwak blijven.’
‘Maar daarom moeten we Sham toch helemaal niet verkopen! Iemand anders kan haar toch rijden?’ Haar stem trilde, maar ze liet zich niet doen. Shamrock was van haar, en ging niet weg!
‘ Je wilt haar echt niet kwijt hè? Ok, we zullen haar voorlopig nog houden. Maar ik wil dat je je volledig op je revalidatie stort, dat is nu het belangrijkste. Paardrijden is echt bijzaak.’
‘Ik zorg wel voor Shamrock, dat beloof ik je.’ Voor het eerst sinds hij daar stond, mengde Timo zich in het gesprek.
Ze knikte dankbaar en keek vervolgens hoopvol naar haar moeder.
‘Het komt allemaal wel goed’ zei Timo, alsof hij het écht geloofde.