
Heb nog een hoofdstuk geschreven:
Citaat:Hoofdstuk 9.
De volgende dag word ik bruut gewekt door de jengelende melodie van mijn wekker. Geïrriteerd druk ik het ding weg en ik ga rechtop zitten. Als ik de gordijnen wat opzij schuif, kan ik een diepe zucht niet onderdrukken. Buiten komt de regen met bakken uit de lucht vallen. Mopperend over het weer sta ik op en ik trek een broek en een dikke trui uit mijn kledingkast. Het idee dat Stephan straks niet gezellig aan het ontbijt zit, maakt me behoorlijk sacherijnig. En Xavier heeft ook al twee dagen niet ge-sms’t of gebeld, dus dat maakt mijn humeur er ook niet beter op.
Ik pak een paar boeken van mijn bureau en prop die in mijn versleten en eigenlijk veel te kleine boekentas. Dan pak ik mijn telefoon van mijn nachtkastje en slenter langzaam naar beneden.
Beneden is het nog donker, iedereen ligt nog te slapen.
“Welke gek verzint het toch om de school om 8 uur te laten beginnen” zucht ik en ik pak een appel van de fruitmand. Alle Hogescholen in Nederland beginnen rond de klok van 9 uur, maar precies de school waar ik naartoe moet, begint een uur eerder.
Ik zet mijn tanden in de wat zure appel en ondertussen probeer ik mijn brood te smeren, wat vrij moeilijk gaat met 1 hand. Na een hoop gedoe heb ik het dan eindelijk voor elkaar en stop ik het brood samen met een mandarijntje in mijn broodtrommel. Nog even een flesje water pakken en dan kan ik snel weer naar boven om mijn haar en gezicht te fatsoeneren.
Ruim een kwartier later zit ik in de stromende regen op de fiets naar school. Ik heb dan wel sinds 2 jaar een rijbewijs, maar helaas heeft mijn vader de auto bijna iedere dag nodig en kan ik dus alsnog op de fiets. De koude druppels komen door de wind hard aan en mijn gezicht doet er pijn van. Gelukkig hoef ik maar 10 minuten te fietsen naar school, maar op dagen als deze zijn dat er toch zeker 10 te veel.
Als ik eenmaal op school ben, ben ik helemaal doorweekt. Als ik binnen ben, loop ik regelrecht door naar de toiletten om te kijken tot hoe ver mijn make-up is doorgelopen. Gelukkig blijkt het mee te vallen, dus na wat mascara bijwerken en een borstel door mijn haren, ben ik klaar om aan een nieuwe schooldag te beginnen. Een nieuwe maandag van een reeks lange dagen tot aan de voorjaarsvakantie.
Als ik de klas binnenkom, zie ik Christa al bij het raam zitten. Snel loop ik naar haar toe en ik plof aan het tafeltje naast haar neer.
“Zo, lang niet gesproken meid!” grijnst Christa. Ik grijns terug. “Druk hè” knipoog ik.
Ik had Christa in grote lijnen verteld over Stephan en natuurlijk houd ik haar nog steeds op de hoogte over Xavier.
“Weet je ondertussen al of je mee wil naar Mexico in februari?” vraag ik dan. Ik had halverwege de kerstvakantie aan Christa gevraagd of ze mee wilde, maar toen wist ze het nog niet. Ze had beloofd om het antwoord te weten zodra de vakantie om was. Nu dus.
Christa knikt langzaam. “Ik heb er over nagedacht, maar ik ga niet mee Roos. Ben zijn ouders kwamen eergisteravond met een skireisje voor ons aan. Ook in februari.”
Ik voel hoe de moed me in de schoenen zinkt. Ik had ergens al verwacht dat Christa niet zou kunnen, maar ik had er stiekem wel op gehoopt. Op mijn beurt knik ik ook langzaam.
“Ik vind het echt heel jammer” zeg ik zachtjes. “Ik had het heel erg gezellig gevonden.”
Christa knikt. “Ik had het ook heel gezellig gevonden en ik was ook van plan om mee te gaan, maar ik kan dit reisje niet zomaar af zeggen.” Ik knik. Ik begrijp Christa heel goed, ik had zelf waarschijnlijk het zelfde gedaan. Maar wie zou ik nu mee moeten nemen naar Mexico..
Veel tijd om er over na te denken krijg ik niet, want op dat moment komt de leerkracht binnen. We hebben Nederlands en de leerkracht Nederlands is van hard werken, dus ik heb alle tijd nodig om mijn opdrachten in de les af te krijgen.
Er worden ook nieuwe werkgroepen geformeerd. Helaas mogen we dit keer niet zelf kiezen en ik kom dus ook niet bij Christa in de groep terecht. Gelukkig kan ik het met de meeste van mijn klasgenootjes goed vinden, dus ik ben best tevreden over de nieuwe werkgroepjes.
Als we die middag bij de laatste les van de dag zitten, hoor ik opeens uit mijn tas een bekend deuntje komen. Eerst zachtjes, maar al gauw klinkt “What hurts the most” keihard door het klaslokaal. Met een rood hoofd pak ik mijn mobiel uit mijn tas. Mijn hoofd wordt nog roder als ik zie wie de beller is; Xavier. Het liefst had ik de klas uitgelopen om op te nemen, maar dat kan ik niet maken. Ik druk mijn telefoon uit en ik stop hem in mijn broekzak. Ik besluit om na de les meteen terug te bellen.

Leuk tempo. 
! Je schrijft erg leuk



