Maar vond het zo'n leuk verhaal, dat we ook een einde of nog een stuk verder willen
Moderators: Essie73, NadjaNadja, ynskek, Polly, Telpeva, Muiz


Citaat:Gapend rek ik me uit wanneer ik de eerste geluiden in het kamp hoor. Er zijn weer een aantal weken voorbij en het is inmiddels 23 december. Ja, ik heb de dagen bijgehouden. Ik had afgesproken met Joop dat ik met kerst terug zou komen en dan wel met Ryan. Helaas is dat nu niet mogelijk, denk ik droevig. Ik voel nog steeds een stekend gevoel in mijn hart als ik aan Ryan denk, ik ben zo bang dat hem iets is overkomen. Hij moet weten waar ons kamp gevestigd is. Ik trek in plaats van mijn dagelijkse kleding mijn warme, zwarte joggingbroek met een zwart T-shirt met lange mouwen en daarboven mijn grijze dikke vest. Dan bind ik ook nog mijn witte wollen sjaal om mijn nek en trek mijn bijpassende witte handschoentjes ook aan. Ik stap de caravan uit en ik zie dat Mohito ook al wakker is. Zodra hij me ziet kijkt hij me glimlachend aan, maar ik weet dat hij alleen maar glimlacht om mijn geen schuldgevoel te geven. “Is het vandaag al de 23ste?”, vraagt hij. “Ja, het is snel gegaan hè”, antwoord ik. “Te snel”, en dan drukt Mohito mij stevig tegen zich aan. “Deze keer blijf ik maar een paar dagen weg, ik zorg dat ik voor de jaarwisseling terug ben”. “Ik heb beloofd de kerst met Joop te vieren”, vertel ik verder. “Ik weet het Dromer”, zegt Mohito en hij legt zijn hand op mijn schouder. “Cenille heeft al een lunchpakketje voor je gemaakt, als je stevig doorrijdt ben je er voor de avond”, vertelt Mohito. “Ik wil niet dat je ergens stopt, vind het veel te eng om je daar al alleen op af te sturen”, zegt Mohito bezorgd. “Dat zal ik doen, Cosmo is in topconditie nu dus we zijn er zo”, zeg ik glimlachend. Ik voel een kriebelend gevoel in mijn buik in het vooruitzicht dat ik Joop weer ga zien. Ik druk Cenille ook even vluchtig tegen me aan en stap dan op Cosmo. Ik ben nu volledig gewend aan het zonder zadel rijden en wil voor geen goud meer zo’n voorgevormd zadel. Ik zwaai vrolijk naar Mohito en Cenille ga moedig op pad.
Zoals Mohito al zei zijn we voor de avond bij mijn oude huis aangekomen. We hebben lekker doorgereden en ook flinke stukken gegaloppeerd. Mijn vingers voelen ondertussen niet meer als mijn eigen vingers en ik heb het gevoel alsof ze er elk moment af kunnen vallen net als mijn tenen. Ik laat me voorzichtig van Cosmo afglijden om niet per ongeluk mijn eigen tenen te breken. Zoals afgesproken staat het hek in de grote muur open, dan hoeven we er niet meer onhandig overheen te klimmen, denk ik grinnikend. Ik sluit het hek achter me dicht en loop naar de stal van Cosmo, ik zie dat het dik opgestrooid is en dat er ook al een pluk met hooi ligt. Ik neem haar touwhalster af en Cosmo stapt tevreden in haar stal en rolt gelijk al haar zweet droog. Dan staat ze met een luid gekreun op en schud even lekker uit. “Gek meisje”, lach ik haar toe. Ik aai haar nog even over haar vriendelijke hoofd, sluit haar staldeur af en ga dan naar binnen. Ik zwaai de achterdeur open en stap toch met een beetje een vreemd gevoel naar binnen. Ik verwachtte eigenlijk gelijk Joop te zien maar hij heeft me blijkbaar nog niet binnen hoor komen. “Joehoe?!”, roep ik door grote hal. Ik wacht een paar seconde maar krijg geen reactie. “Joop?”, probeer ik nogmaals. Ik loop verder de hal in en ga op de tweede tree van de trap staan. “Joohoop, waar zit je?”, roep ik nog harder. Ik begrijp er niks van dat hij niet thuis is, hij weet toch dat ik hem op kom zoeken denk ik bij mezelf. Ik loop de trap op naar boven en ben eigenlijk wel nieuwsgierig naar mijn oude slaapkamer. Als ik de kamer binnenloop zie ik dat mijn kamer niks veranderd is, glimlachend snuif ik de vertrouwde geur op en loop richting mijn bed. Dan zie ik dat de dekens verschoven zijn en lijkt het alsof iemand er recent in heeft geslapen. Dan loop ik naar mijn bureau en zie ik dat ook mijn bureau is gebruikt. Er liggen verschillende vellen papier met tekeningen en schetsen. Verbaasd loop ik weer de gang op, ga met de trap naar beneden en roep Joop nogmaals. “Joop is nog even boodschappen doen, ik denk dat hij zo wel thuis komt”, hoor ik een bekende stem achter me zeggen.
... (cliffhanger ) ...
Wanneer ik me omdraai valt mijn mond open van verbazing, Ryan! “Hè Ryan, wat doe jij nou weer hier?”, vraag ik verontwaardigd. Ik sta aan de grond genageld en weet even niet wat ik doen of wat ik zeggen moet. Ik heb dit moment al zo vaak in mijn hoofd afgespeeld dat we elkaar verliefd en huilend in de armen zouden vallen en nu weet ik niet wat ik moet doen. Gelukkig weet Ryan wel wat hij moet doen en loopt zonder aarzeling op me af. “Maakt dat wat uit”, zegt hij glimlachend en zodra ik ze glimlach zie smelt ik al weer en draait mijn maag een aantal rondjes om. Hij neemt mijn gezicht in zijn handen en kust me vurig. Dan kijkt hij me diep in mijn ogen aan en drukt me stevig tegen zich aan en fluistert in mijn oor “ik heb je gemist”. Mijn onzekerheid is weg en ik sla gewillig mijn handen om zijn getrainde lichaam heen. “Ik jou ook”, zeg ik emotioneel. Ik wou dat Ryan me nooit meer losliet en begraaf mezelf helemaal in zijn stevige armen en snuif zijn heerlijke geuren op. Maar dan bedenk ik dat we elkaar toch maar los moeten laten wanneer ik de voordeur van het slot hoor gaan. “Zo dus jullie hebben elkaar gevonden”, zegt Joop en lacht breed wanneer hij me ziet. “Joop”, lach ik blij en ik spring zoals gewoonlijk in zijn armen. Hij kon nog net zijn boodschappen tassen neerzetten en slaat dan ook zijn stevige armen om me heen. Dan zet hij me neer en kijkt me tevreden aan. “Wauw, hebben jullie getraind ofzo”, kijk ik bewonderd naar Ryan en Joop. “We moeten ons toch vermaken als jij er niet bent”, grinnikend Ryan. “Dus jullie hebben veel gesport om de tijd wat te doden”, vraag ik glimlachend. “Nou dat niet alleen hoor”, zegt Joop enthousiast. “Wist jij dat hij zo goed kon schaken?”, vraagt Joop. “Nou zo goed ook weer niet, jij bent er gewoon niet zo goed in”, lacht Ryan. “Dat zal het inderdaad wel zijn”, lacht Joop en geeft Ryan een vriendschappelijk klopje op zijn schouder. Ik kijk tevreden van Ryan naar Joop en bedenk dat mijn twee favoriete mannen het prima met elkaar kunnen vinden. “Jullie hebben me dus niet gemist”, vraag ik glimlachend. “Natuurlijk wel”, zeggen Joop en Ryan in koor dan en kijken me allebei met een schuldig aan. “Het geeft niet joh, ik ben blij dat jullie je zo vermaakt hebben”, zeg ik lachend. “Maar hoe kom je hier nou weer terecht?”, vraag ik mezelf betrapt hebbend dat het allemaal voelt als de normaalste zaak van de wereld dat Ryan hier is. “Nou dat is een erg lang verhaal”, begint Ryan. “Gaan jullie anders maar even bijpraten dan begin ik alvast met koken”, stelt Joop voor. “Oeh, wat gaan we eten”, vraag ik nieuwsgierig. Stiekem heb ik deze speciale warme maaltijden wel gemist. “Ik heb biefstuk bij de slager gehaald en lekkere ronde piepertjes en lekkere stroganoff saus voor erbij. Het kwijl loopt me al aan de mond. “Dat klinkt goed”, zeg ik glimlachend. Ryan die zijn ogen niet van me af kan houden zegt, “wat ben je ook een snoeperd”. Ik kijk hem glimlachend aan, “dat gaat niet zomaar over hoor”. “Dat had ik ook niet verwacht”, grijnst Ryan. “Nou luitjes ik ga koken”, zegt Joop die nog even glimlachend naar ons had gekeken. “Ja, wij komen je zo ook wel helpen”, zegt Ryan en glimlacht dan naar mij. “Wat heb ik die glimlach gemist”, zeg ik en loop naar hem toe om hem weer in mijn armen te nemen. Hij drukt me tegen zich aan en kust mijn voorhoofd. “Had ik al tegen je gezegd dat ik je heb gemist”, fluister ik daarna in zijn oor. “Volgens mij niet”, zegt Ryan en hij knuffelt me nog steviger. Dan maakt Ryan zich los uit mijn omarming en kijkt me recht in mijn ogen aan. “Ik hou van je Anna, eigenlijk al vanaf de eerste keer dat ik je zag”, zegt Ryan en even zie ik onzekerheid in zijn ogen, bang voor mijn reactie. Dan voel ik een traan over mijn wang glijden en denk bij mezelf dat ik nu pas echt thuis ben. Ryan is mijn thuis, waar we ook zijn, samen kunnen we alles aan. “Ik hou ook van jou”, zeg ik dan ook zonder enige twijfel. Ryan veegt de traan van mijn wang met zijn duim en kust me dan nogmaals, niet meer zo vurig als net, maar teder en ik voel zijn liefde door mijn lichaam stromen als een warme gloed. Mijn knieën beginnen slap te voelen, het is maar goed dat Ryan zich na een aantal minuten terugtrekt. “Kom Dromer we gaan Joop even helpen met het eten, dan vertel ik je daarna alles”, stelt Ryan voor en hij pakt mijn hand vast. “Dat is goed”, knik ik. We stappen de keuken in waar Joop de tafel al gedekt heeft met de mooie witte borden en mooie rode kaarsen. Hij is nu bezig met de boter in de pan te doen om vervolgens de ronde piepertjes in te bakken. “Zo, wat kunnen we doen”, vraag ik met mijn handen over elkaar wrijvend. Glimlachend kijkt Joop me aan, “beginnen jullie maar alvast met de sla”.

Citaat:Al kletsend over van alles en nog wat zijn we bezig met de voorbereiding van het eten. We lijken een goed team te zijn met elkaar, we lopen elkaar niet in de weg en binnen een halfuurtje is het eten klaar en zitten we aan tafel. “Het ruikt heerlijk”, zeg ik tevreden. “Maar nu kan ik toch echt niet langer meer wachten, wat is er allemaal gebeurd de afgelopen weken, Ryan hoe gaat het nu met jou, hoe lang ben je hier al, hoe wist je waar ik woonde”, ratel ik aan één stuk door. Ryan en Joop kijken mij met grote ogen aan en moeten stiekem toch wel lachen om mijn overvloed aan vragen. Dan begint Ryan met vertellen vanaf het moment dat ik hem gedwongen moest achterlaten. “Nadat ik in de boeien ben geslagen en mij knock out hadden geslagen werd ik opgesloten in de gevangenis van Gasto. Ik heb het daar een aantal dagen volgehouden, het had ook niet langer moeten duren, hoe ze daar met gevangene omgaan, met name kampers”, zegt Ryan hoofdschuddend. Geschrokken kijk ik hem aan, ik moet er niet aan denken dat iemand hem pijn heeft gedaan. “Ik voelde me zo schuldig dat ik je daar achter moest laten”, stotter ik en ik voel mijn tranen weer komen. “Het kon niet anders Anna, anders hadden ze ons allebei gepakt en wie weet wat er dan was gebeurd. En ik kan wel wat hebben hoor”, knikt hij mij geruststellend toe. Toch zit het mij niet lekker, ik had er voor hem moeten zijn. “Nadat ik ontsnapt was wist ik niet goed waar ik naartoe moest dus ben ik eerst weer richting het bos gelopen. Ik heb dagen door het bos heen gezworven en wist ook niet of je nu nog thuis was of dat je al weer richting het kamp was gegaan. Ik heb toen de keus gemaakt om richting het kamp te lopen omdat ik niet wist waar je huis was en ik ook niet van het bestaan van Joop afwist. Ik dacht dat je snel terug zou gaan naar het kamp”, Ryan vertelt verder met af en toe een tussenstop om weer wat te kunnen eten. Ik luister nog steeds aandachtig en ook Joop die het verhaal vast al kent luistert mee. “Het reizen duurt in ieder geval een stuk langer als je gewoon te voet bent”, gaat Ryan verder. “Eenmaal aangekomen in het bos van Waki kon ik het kamp niet vinden. Ik heb dagenlang gezocht maar het bos is verschrikkelijk groot en ik kon het simpelweg niet vinden. Toen kwam ik aan op het strand en ben ik langs de zee gaan lopen, ik dacht echt dat ik je nooit meer zou zien weet je dat?”, zegt Ryan en ik zie de pijn in zijn ogen. “Ik was in gedachten verzonken en voor ik het wist liep ik tot mijn middel in de zee, ik zag het echt niet meer zitten. In de verte dacht ik rennende paarden te horen en dat ik opkeek zag ik je”, zegt Ryan glimlachend. “Wat? Je zag MIJ?”, roep ik verbaasd uit. Ik weet die dag nog precies op het strand samen met Mohito, samen uitrazen maar ik heb niemand gezien, ik was teveel in mezelf gekeerd. Wat voel ik me nu rot. “Je was zo dichtbij. En toen?”, vraag ik verder. “Ik ben een heel stuk achter jullie aangerend maar ik kon jullie natuurlijk niet bijhouden. Eenmaal in het bos kon ik jullie hoefsporen niet terugvinden, er liepen daar meerdere hoefsporen door elkaar en ik wist niet welke van jullie waren”, zegt Ryan zuchtend. “Toen ben ik teruggelopen naar het strand en richting de bewoonde wereld gelopen, ik wist dat het een risico was maar ik moest en zou een gemeentehuis vinden. Gelukkig zit er in bijna ieder dorp één in onze omgeving en zo ben ik achter je adres gekomen. Ik ben gaan liften en kwam godzijdank een betrouwbare oudere vrouw tegen en zij heeft me naar je huis gebracht.” Ik luister nog steeds vol verbazing naar Ryan zijn ervaringen en alles wat hij heeft meegemaakt. “Joop was in het begin niet erg blij met mijn bezoek en wist niet of hij mij kon vertrouwen”, kijkt Ryan opzij. “Wat dacht je dan? Er staat in ene een hippie voor de deur”, grapt Joop. “Nadat ik hem alles verteld had wist hij wie ik was en mocht ik blijven. Jij zou toch een paar dagen later komen omdat het bijna kerst zou zijn. Ik heb de dagen afgeteld en nu ben je hier”, zegt Ryan tevreden. De tranen lopen inmiddels over mijn wangen, na alles wat er gebeurd is, hoeveel ik voor hem voel, de onzekerheden, de gebeurtenissen van de afgelopen weken, nu ik weet wat Ryan allemaal heeft moeten doorstaan, het schuldgevoel dat aan me knaagt. Ja, het schuldgevoel is het ergste. Ik sta op van de tafel en loop zonder iets te zeggen richting mijn slaapkamer. “Ga maar achter haar aan, ik ruim wel op”, hoor ik Joop nog zeggen.
Wanneer ik in mijn slaapkamer ben plof ik op mijn buik op mijn bed en laat mijn tranen in vrije loop gaan. Het duurt niet lang of ik voel een hand op mijn schouder, “hé An, wat is er nou”, vraagt Ryan zachtjes. Ik kom voorzichtig overeind en veeg de tranen van mijn wangen met de mouw van mijn shirt. “Ik had er voor je moeten zijn, ik heb je in de steek gelaten, je had wel…”, en dan stokt mijn stem. “Je had wel dood kunnen zijn Ryan”, mijn ogen kijken naar de grond, ik durf hem niet eens meer aan te kijken. “Ik verdien jou niet”, dan sta ik op zonder hem aan te kijken en sluit mezelf op in de badkamer, ik kan nodig een douche gebruiken. Ryan klopt een paar keer op mijn deur maar als hij doorheeft dat ik niet open doe geeft hij het op. Snikkend laat ik mezelf zakken en laat de warme stralen op mijn lichaam vallen. “Ik verdien hem niet”, zeg ik hardop tegen mezelf en ik geloof mezelf. Dan ga ik staan om mezelf en mijn haren te wassen. Ik blijf nog even onder de warme douche staan maar zet dan toch de kraan uit. Ik droog mezelf af en sla de handdoek om mijn lijf heen. Voorzichtig doe ik deur open en sluip naar mijn slaapkamer die gelukkig leeg is. Ik trek een strakke donkere spijkerbroek aan met daarboven een zwarte warme trui, ik heb nu geen zin in vrolijke kleuren. Ik bind mijn haar in een knotje en loop dan met lood in mijn schoenen naar beneden. Tot mijn verbazing zit alleen Joop in de woonkamer, ik loop naar hem toe en ga naast hem zitten. Vanzelfsprekend slaat hij zijn arm om mij heen en trekt me naar zich toe en wiegt me dan zachtjes heen en weer. “Ryan is even het bos in, hij wilde even een luchtje scheppen. Gaat het wel goed tussen jullie?”, vraagt Joop voorzichtig. Weer gaan mijn tranen in vrije loop, “ik heb het verpest”, snik ik. “Ik verdien hem niet Joop, ik heb hem in de steek gelaten wanneer hij mij het hardst nodig had”, ga ik hortend verder. “Jullie zijn dol op elkaar, dat zag ik meteen de eerste keer dat ik jullie samen zag. Nog beter, dat zag ik al op de manier hoe jullie over elkaar praten”, zegt Joop warm. “Je bent vreselijk dapper geweest Anna, vergeet niet dat jij hebt moeten overleven in de bossen in je eentje. En wat had jij nou kunnen doen tegen die agenten?”, gaat Joop verder. “Ik moet zelfs eerlijk bekennen dat ik blij ben dat je niet terug bent gegaan, wat had er wel niet met je kunnen gebeuren”, ik zie een mengeling van boosheid en bezorgdheid in de ogen van Joop en besef dat ik hem echt als een ouderfiguur ben gaan zien. “Je hebt gelijk Joop, maar toch blijf ik me schuldig voelen tegenover Ryan”, antwoord ik. “En dat zakt vast wel weer, geef het de tijd, Ryan heeft je allang vergeven”, spreekt Joop mij nu toe. “Denk je?”, vraag ik. “Dat weet ik zeker”, zegt Joop resoluut. In gedachten verzonken staar ik voor me uit, ik moet weer met Ryan praten besluit ik dan. “Bedankt Joop”, zeg ik wanneer ik opsta en dan loop ik naar de buitendeur.


Hoe kan dan nou, ik heb toch niet zo ver naar onder gescrollt bij UK?
Ik ga alles lezen hoor, erg gaaf, ben nu bij het stukje dat ze bij mensen is door wie ze is gevonden na de val in het bos en ze is haar fruitjes aan het eten hihi

Citaat:Wanneer ik buiten kom loop ik eerst richting de stallen. Cosmo hoort me al aankomen en kijkt nieuwsgierig naar buiten waar het geluid van mijn voetstappen vandaan komen. “Dag meisje”, begroet ik haar en ik sla mijn armen om haar hals heen en begraaf mijn gezicht in haar manen. Ik snuif haar geur op en ben weer vreselijk blij dat ze weer in mijn leven is. “Zullen we samen op zoek gaan naar Ryan?”, vraag ik haar. Cosmo lijkt er mee eens te zijn en briest tevreden. Grinnikend pak ik haar hoofdstel van het haakje, soepel leg ik het bit in haar mond en maak de riempjes vluchtig vast. Dan haal ik een borstel over haar heen en haal ik haar de stal uit. Cosmo staat dribbelend naast me en haar neusgaten worden steeds groter. Ook briest ze een paar keer achter elkaar waardoor ik bijna helemaal onder gespetterd word. “Heb je er zin in of zo”, kijk ik haar glimlachend aan. Ik loop naar ons tuinhek en wanneer ik hem weer achter me heb afgesloten spring ik op Cosmo haar rug. Ze dribbelt nog steeds alle kanten op en ik krijg het gevoel dat ze ieder moment kan wegschieten. Voorzichtig laat ik mijn teugels ietsjes vieren en Cosmo stapt gelijk vlot weg. Ik besluit om eerst het gewone wandelpad af te lopen, ik heb namelijk geen idee welke kant Ryan op is gegaan. Het begint inmiddels wel te schemeren dus ik hoop dat ik hem snel vind. Ik spoor Cosmo aan en ze valt in een rustige galop, turend rijd ik langs de bosrand om hopend een glimp van Ryan op te vangen. Ik ben inmiddels al een aantal keren heen en weer gereden maar nog steeds geen teken van Ryan. Ik word nu toch wel bezorgd. “Ryan”, ik roep zijn naam een aantal keren maar ik krijg geen reactie. “Ik voel gewoon dat er iets mis is Cosmo, we moeten hem vinden”, en ik stuur Cosmo dieper de bossen in. Doordat we dieper het bos in gaan moet ik Cosmo terugnemen naar een rustig drafje, de bomen staan steeds dichter op elkaar en het wandelpad wordt ook steeds smaller. Schichtig kijk ik om me heen, het wordt steeds donker en eigenlijk hou ik hier helemaal niet van. Er gaat een rilling over mijn rug heen en ik voel ook dat Cosmo steeds gespannener gaat lopen. “Rustig maar meisje, we gaan zo weer richting huis goed”, ik weet niet waarom ik fluister, maar ik heb het gevoel dat het moet. Dan dringt er een vreemde maar bekende geur in mijn neus. “Waar ken ik de geur van”, mompel ik in mezelf. Ik hou Cosmo in en neem haar terug naar de stap, dan lopen we op de geur af. Hoe dichterbij we komen, hoe sterker de geur en dan weet ik wat het is. Het is vuur. Ik zie in de verte een aantal vlammen, het ziet eruit als een kampvuur. Voorzichtig komen we steeds dichterbij.
Ik zie een aantal jongens rond een kampvuur zitten, het zijn er in totaal vier. Ik schat ze jonger dan mij, rond een jaar of 15/16. Ik vraag me af wat ze zo laat hier nog buiten in het bos doen. Ik wil me net weer omdraaien als ik een schreeuw van pijn hoor. “Snoer zijn mond dicht”, hoor ik één van de jongens roepen. Als ik nog dichterbij komen zie ik nog twee jongens, ze staan tegen een boom aan. Of laat ik het beter zeggen, één staat met zijn rug tegen de boom en de ander staat tegenover hem met zijn rug naar mij toe. Ze dragen allemaal spijkerbroeken met daarboven donker blauwe of zwarte kleding. De jongen met de rug naar mij toe draagt ook nog een zwarte pet, ik ga er vanuit dat hij de leider is van het clubje. Waar kwam die schreeuw nou vandaan denk ik bij mezelf, of had ik het gewoon verbeeld? Maar dan volgt er opnieuw een schreeuw, ik moet mijn hand voor mijn mond slaan om zelf ook niet een kreet uit te slaan. De jongen met de zwarte pet stompt de jongen die tegen de boom staat in zijn buik. De jongen krimpt in elkaar en dan vang ik een glimp van zijn gezicht op. Het is Ryan! Ik wil zijn naam roepen maar bedenk me gelukkig op tijd, dan weten ze meteen dat ik in de buurt ben. Mijn hart bonkt in mijn keel en ik weet niet wat ik moet doen. Waarom doen ze dit? Hoe is Ryan er aan toe? En hoe kan ik hem redden? Zij zijn met veel meer en ik kan ze nooit aan. Zal ik Joop halen? Nee die gedachte zet ik meteen van me af, dat duurt te lang en wie weet wat er dan in de tussentijd met Ryan gebeurd. De jongen met de pet is nu ook bij het kampvuur gaan zitten en nu kan ik goed zien dat Ryan is vastgebonden aan de boom met een dik stuk touw. Als ik nou achter die boom kan komen zonder dat ze mij zien. Ik draai Cosmo voorzichtig om en rij een stuk terug en probeer ons dan een weg te banen door de bosjes en langs de bomen. Als ik na een aantal meter weer dichter naar het kampvuur stuur zie ik dat we schuin achter Ryan zitten. “Gelukkig ben je zwart”, fluister ik zachtjes naar Cosmo. Ik laat me voorzichtig van haar afglijden en zet haar vast een boom. “Blijf hier, ik kom zo terug en geen geluid maken alsjeblieft”, smeek ik haar zachtjes. Bukkend loop ik dichter naar het kampvuur en ik sta nu achter de boom van Ryan. Niemand heeft door dat ik in de buurt ben en ik kan de jongens nu goed horen praten met elkaar. “Wat zullen we nu met hem gaan doen? Hij heeft ze lesje nu wel geleerd denk? Hij had zich niet met onze zaken moeten bemoeien. We kunnen hem best nog wel wat klappen verkopen hoor”, ik hoor de verschillende stemmen door elkaar praten. Waar hebben ze het over denk ik bij mezelf. Heel langzaam en heel voorzichtig kijk ik voorbij de boom, ik zie dat de jongens druk aan het discussiëren zijn en niet naar Ryan kijken. “Pssst, Ryan ben je oké? Ik ben het Anna“, fluister ik zachtjes. Ik weet dat hij mij niet kan zien, maar ik hoop dat hij mij hoort. “Anna?”, ik hoor de verbazing in zijn stem. “Je moet hier niet blijven, straks doen ze jou ook wat aan”, hoor ik Ryan terug fluisteren. “Ik laat je niet nog een keer in de steek”, zeg ik en ik begin het touw los te maken. Het zit niet heel erg straks maar de knopen zijn wel een paar keer dubbel gelegd. Het kost me dus wel even tijd om het los te maken. Tijdens het loshalen kijk ik regelmatig of de jongens nog steeds niet op Ryan letten. Ik moet nog twee knopen wanneer ik hoor dat het gesprek tussen de jongens stil valt. oliebol, zullen ze mij gezien hebben of gehoord denk ik bij mezelf. Mijn hart klopt nu in mijn keel en ik druk mezelf tegen de boom aan. “Zo, wat zullen we nu eens met jou gaan doen”, hoor ik een stem van heel dichtbij.


Citaat:Geschrokken kijk ik om mij heen maar ik zie niemand. Ze hebben het tegen Ryan. Ik slaak een zucht van verlichting en sla dan gelijk mijn hand voor mijn mond. “We hebben bezoek jongens”, en dan zie ik dat de jongen met de zwarte pet tegenover mij staat. Ze hebben me gehoord. “Wat kom je doen schatje”, vraagt hij mij liefjes. “Uhh, ik kwam toevallig voorbij lopen”, probeer ik maar aan de klank van stem kan zelfs een onbekende al horen dat ik lieg. “Zo laat nog door het bos, in je eentje?”, de jongen kijkt mij wantrouwend aan. “Ze heeft aan het touw gezeten”, zegt de jongen die aan mijn andere kant staat. Dit is duidelijk de jongste van het stel, maar wel degene die van de meeste actie houdt. “Wat doen we met haar”, vraagt hij vervolgens. De jongen met de zwarte pet zet een stap in mijn richting. “Wat zullen we eens met jou doen”, hij probeert met zijn hand over mijn wang heen te strelen. “Blijf van me af”, zeg ik boos en ik sla zijn hand van me af. “Pittige tante hoor”, en hij lijkt niet onder de indruk van mijn reactie. Dan trekt hij mij richting het kampvuur zodat Ryan en ik elkaar kunnen zien. “Jij was aan de wandel en dacht zal ik deze knul maar losmaken. Ken jij hem toevallig?”, vraagt de jongen met de zwarte pet. Als ik richting Ryan kijk zie ik de blik in zijn ogen en begrijpt wat hij bedoelt. “Nee, nog nooit gezien”, zeg ik. “Dus je zou het niet erg vinden als we hem iets aan doen”, vraagt de jongen op een rustige toon. “Waarom zou je hem iets aan willen doen, hij heeft toch niets gedaan?”, kets ik de vraag terug. “Hij bemoeide zich met onze zaken en wie zich met onze zaken bemoeit, moet gestraft worden vind je ook niet?”, de jongen kijkt nu recht in mijn ogen. Ik heb totaal geen idee met wat voor soort jongens ik te maken heb. Is dit een spel voor hun of zijn ze echt met vreemde zaakjes bezig. “Moeten jullie niet allang al naar bed? Vragen jullie ouders zich niet af waar jullie blijven”, probeer ik het onderwerp te veranderen. De jongens beginnen hard te lachen. “En wie ben jij, onze moeder?”, de jongens kijken elkaar grinnikend aan. “Laat ons gewoon gaan, ik weet niet over wat voor zaken jullie het hebben maar ik zorg er wel voor dat hij niks zegt”, en ik knik naar Ryan om ze te laten zien dat ik hem bedoel. “Hoe slim denk je dat we zijn?”, de jongen met de zwarte pet begint nu een beetje geïrriteerd te raken. “Ik geloof eerlijk gezegd niet eens dat jullie elkaar niet kennen, maar dan kan ik snel genoeg achter komen”, gaat de jongen verder. Dan zie ik dat hij een scherp mes tevoorschijn haalt, mijn keel is gelijk droog en ik weet even geen woord uit te brengen. Ik probeer dapper naar Ryan te kijken, maar ik weet dat hij de angst in mijn ogen ziet. De jongen trekt mij met mijn rug tegen zich aan, dan voel ik de punt van het mes in mijn nek. “En nu”, zegt de jongen met de zwarte pet en hij blijft naar het gezicht van Ryan kijken om te zien hoe hij reageert. Ik zie nu dezelfde angst in zijn ogen. “Laat haar met rust, doe wat je wilt met mij maar zij heeft hier niks te maken”, probeert Ryan op rustige toon te zeggen. “Dat is alles wat je in je hebt? Geef je niet meer om haar”, de jongen drukt het mes nu nog dichter tegen mijn keel waardoor ik een dun straaltje bloed naar beneden voel glijden. “Stop, stop, stop”, schreeuwt Ryan nu en ik zie hem worstelen met het touw. “Laat haar met rust, alsjeblieft, STOP”, Ryan schreeuwt en smeekt. “Aha, dus toch”, de jongens kijken elkaar grinnikend aan. “Je hebt toch niet te diep gesneden Kev”, hoor ik dan één van de jongens zeggen die eigenlijk het minste meelachte steeds. “Hou je kop!”, bijt de jongen met de pet hem toe. “Jullie kennen elkaar dus goed”, de jongen met de pet gaat nu weer tegenover mij staan waardoor ik Ryan niet meer kan zien. Dan drukt hij in ene zijn lippen op de mijne en trekt mij tegen zich aan. “Blijf met je gore poten van haar af”, hoor ik Ryan kwaad roepen, terwijl ik de jongen van me af probeer te duwen. Ik sla om me heen en weet zijn oor te raken. De jongen trekt zich terug en kijkt mij grinnikend aan, “tortelduifjes dus”. De jongen die net ook al tegen de leider in ging komt nu naast mij staan, “stop nu maar Kev, het is goed zo, laat ze gewoon gaan”. De jongens gaan met elkaar in discussie en er wordt zelfs tegen elkaar geduwd en geslagen. Ze schreeuwen naar elkaar en ik hoor van allerlei onderwerpen voorbij komen, dingen die ze gedaan hebben, dat de jongens elkaar moeten steunen en wat ze nu verder moeten met ons.
Ze laten mij compleet links liggen en ik zie mijn kans en ren naar Ryan toe, zo snel als ik kan haal ik de knopen uit het touw en maak Ryan los. “Cosmo staat verderop”, fluister ik zachtjes naar hem. Ryan is los en pakt mijn hand vast en trekt me het bos in. De bladeren slaan in onze gezichten maar we rennen stug door, doordat Ryan mijn hand vast heeft en mij mee trekt ga ik alle kanten op. Ik merk dat ik steeds lichter in mijn hoofd wordt, zoveel bloed heb ik toch niet verloren denk ik bij mezelf. Achter me hoor ik dat de jongens zijn gestopt met ruziemaken en de achtervolging hebben ingezet. “Grijp ze”, hoor ik achter me. Mijn hart bonkt in mijn keel en ik weet niet hoe snel ik achter Ryan aan moet rennen. “Waar is ze”, hoor ik Ryan roepen en hij houdt stil. Het is inmiddels pikkedonker geworden in het bos en schichtig kijken we om ons heen. Achter ons horen we iets ritselen en snel rennen we weer verder. “We vinden haar nooit”, jammer ik. “Ik laat haar hier niet achter Ry”, zeg ik dan en ik laat zijn hand los en stop met rennen, “wie weet wat ze met haar doen als ze haar vinden”. Ryan stopt ook en draait zich naar mij toe, dan drukt hij zijn hand over mijn mond en drukt zo bijna mijn neus dicht. Geschrokken kijk ik hem aan en hij houdt zijn wijsvinger voor zijn mond, ik moet stil zijn. Dan hoor ik het ook, “ze kunnen toch niet zomaar weg zijn”, hoor ik een stem vlakbij ons. “Laat het gewoon zitten man, ze weten toch niet wie we zijn”. “Ze hebben onze gezichten toch gezien”. “Dan blijft het ons woord tegen die van hun”, we horen de jongens met elkaar discussiëren en dan sterven de stemmen langzaam weg. Ryan haalt nu pas zijn hand bij mijn mond vandaan. “Gaat het wel”, fluistert hij? Ik knik voorzichtig maar ik voel mezelf steeds duizeliger worden. Ryan kijkt me bezorgd aan, “je bloedt nog steeds, we moeten Cosmo snel vinden”, zegt hij. “Ze stond vlakbij het kampvuur, ik denk dat we dus een stukje terug moeten”, fluister ik terug en ik voel met mijn vingers aan mijn nek en voel dat mijn vingers vochtig worden van het bloed. We draaien ons om en lopen terug naar waar we vandaan kwamen. We lopen nu een stuk rustiger en houden onze handen voor ons om niet tegen een boom aan te lopen. Het lijkt wel uren te duren, terwijl er maar een paar minuten voorbij zijn gegaan. Waar is Cosmo? Roepen is ook geen optie want dan kunnen ze ons horen. “Sst, stop eens”, fluister ik en ik draai mijn hoofd naar links om te horen waar het geluid vandaan komt. Ik hoor het schrapen van een hoef. “Die kant op”, fluister ik enthousiast. We rennen nu richting het geluid en al snel krijg ik Cosmo in beeld, opgelucht sla ik mijn armen om haar hals heen. Snel maak ik haar los van de boom en sla de teugels over haar hoofd heen. Dan draai ik me om en krijg de schrik van mijn leven.
Citaat:Tegenover mij staat het groepje jongens en de jongen met de zwarte pet heeft Ryan in zijn houdgreep. Ik krijg gelijk een déjà vu gevoel, dit heb ik al eens eerder meegemaakt en ik zie wederom Ryan playbacken dat ik ervandoor moet gaan. Maar deze keer twijfel ik geen moment, ik blijf waar ik ben en ik laat hem niet in de steek. “Wat willen jullie nou?”, vraag ik. “We willen dat paard wel”, zegt één van de jongens en hij zet een stap in Cosmo’s richting die gelijk de oren in haar nek legt en waarschuwend zijn kant op kijkt. Ze heeft door dat het geen goed volk is. “Ik weet het beter gezegd, het paard of je vriendje”, zegt de jongen met de zwarte pet op. “Ik zeg allebei niet”, en ik merk dat ik steeds bozer begin te worden, “laat ons gewoon met rust”. “Ik waarschuw je meisje, maak je keuze, nu”, dreigt de jongen met de zwarte pet. Ik blijf lang stil maar geef dan toch antwoord “dan kies ik voor mijn paard”. Ryan kijkt me verbaasd, niet begrijpend en bedroefd aan. De jongens om hem heen beginnen hem uit te lachen en het doet mij vreselijk veel pijn om hem zo te zien. “Leuk vriendinnetje heb je”, zegt de jongste van het stel. Dan spring ik met een soepele sprong op Cosmo haar rug en bedenk bij mezelf dat ik maar één kans heb om mijn plan te laten slagen. Ik voel hoe gespannen Cosmo is en ik aai haar zachtjes over hals. Dan zet ik mijn kuiten in haar flanken en ze schiet vooruit. Ik stuur recht op de 3 jongens af die links van Ryan en de jongen met de zwarte pet staan. Ze hadden me duidelijk niet zien aankomen en springen van schrik opzij maar Cosmo weet ze toch te raken. Ze landt zelfs op een been van één van de jongens en hij kan een schreeuw niet onderdrukken. Dan voel ik een stekende pijn in mijn been, als ik kijk waar de pijn vandaan komt borrelt er een misselijk gevoel op in mijn buik. Het mes van de jongen met de zwarte pet steekt in mijn been. Duizelig kijk ik om mij heen. “Ryan”, jammer ik. “Hier ben ik”, voor ik het weet springt hij achterop bij mij, slaat hij zijn armen om me heen, grijpt de teugels en geeft Cosmo de benen. We galopperen door het bos heen en dankzij Ryan’s goeie ogen rijden we nergens tegenaan. Ik voel mezelf steeds verder weg zakken en merk dat het zwart wordt voor mij ogen. Mijn lichaam wordt slap en ik zak langzaam steeds verder onderuit. “Blijf bij me Anna”, hoor ik Ryan in mijn oor roepen. “Ik….. ik kan niet meer”, mompel ik en dan val ik weg in een diep zwart gat.
Als ik wakker wordt voel ik meteen stekende pijn in mijn been. Mijn gezicht betrekt, maar het lukt nog niet om mijn ogen open te doen. Ik voel dat ik op mijn rug lig op een zachte ondergrond, ik gok op mijn bed. Dan weet ik weer wat er allemaal gebeurd is en ik wil meteen overeind komen. Ik leun voorzichtig op mijn onderarmen en doe dan langzaam mijn ogen open. Ik moet wennen aan het scherpe licht en ik voel me nog steeds duizelig. Wanneer mijn zicht eindelijk helder is kijk ik de kamer rond en zie ik dat het scherpe licht niet de zon is of het licht van een lamp maar het zijn witte muren. Ik lig in het ziekenhuis. Ik heb een dik verband om mijn been en over de snee in mijn nek zit een grote pleister. Ook zit er een naald in mijn hand met daaraan een buisje die naar een zak met vocht loopt. Ik gok dat het morfine is, maar dit helpt weinig denk ik bij mezelf, ik voel nog steeds pijn. Beduusd laat ik me weer terugzakken op mijn rug, ik voel me erg zwak. Ryan, waar is Ryan denk ik dan. Ik schiet weer overeind, maar moet me net zo snel weer laten zakken, ik ben daar niet sterk genoeg voor. “Iemand, is daar iemand”, mijn stem klinkt schor alsof ik dagen niet gesproken heb. Ik wacht stilletjes maar ik hoor geen stemmen, geen voetstappen helemaal niks. Ik kijk om me heen in de kamer en zie een stel saaie witte muren met daarop een paar bloemige schilderijtjes om de boel enigszins op te vrolijken. In de hoek zie ik een simpele stoel staan en er zijn 2 deuren in mijn kamer. De één gaat vast naar de gang en de ander gaat gok ik richting een toilet. Bij het denken aan een toilet moet ik gelijk plassen. Hoe ga ik dat doen, denk ik bij mezelf. “Iemand”, probeer ik nogmaals maar het blijft stil. Ik druk mezelf voorzichtig overeind en wacht tot de duizeligheid is gezakt. Dan sla ik de dekens van mijn benen en zie dat ik een vreselijk gewaad aan heb. Hoofdschuddend sla ik mijn benen over het rand van het bed en laat mezelf zachtjes op de grond zaken. “Aahhh”, ik kan een gil niet onderdrukken er schiet een pijnsteek door mijn been. “oliebol, ik was mijn been vergeten”, mompel ik. Dan staat er in ene een zuster voor mijn neus. Het is vrouw van middelbare leeftijd, ik gok richting de 40 jaar. “Anna, kan ik je helpen”, vraagt ze geschrokken, “ik merkte dat je uit bed stapte, mijn pieper ging af”. Verdwaasd kijk ik haar aan door de steken in mijn been ben ik gelijk weer duizelig geworden, “ik wilde alleen maar plassen”, zeg ik zachtjes. “Kom dan help ik je”, en ze haakt haar arm door mijn arm en huppelend helpt ze me naar de toilet. Binnen een paar minuten lig ik weer in bed en dekt de zuster mij toe. “Het is op dit moment midden in de nacht Anna, probeer nog wat te slapen, morgen is je voogd hier weer, hij is hier iedere dag”, vertelt ze me. “Mijn voogd?”, vraag ik haar. “Joop”, en bij het zeggen van zijn naam zie ik haar wangen rood kleuren. Glimlachend kijk ik haar aan en ik knik ter bevestiging. “En Ryan”, vraag ik haar nieuwsgierig. Als ik aan hem denk voel ik gelijk de vlinders in mijn buik weer opborrelen en ik kan niet wachten om hem weer vast te houden. Wat ben ik toch gek op die jongen. “De jongen met wie je binnen bent gekomen bedoel je?”, en ik zie haar gezicht betrekken als ze begrijpt naar wie ik vraag. “Wat is er met hem aan de hand”, vraag ik angstig. “Vertel het me alsjeblieft, u kijkt zo, wat is er met hem, waar is Ryan”, in paniek begin ik meerdere vragen op haar af te vuren. “Waar is Ryan?!”, roep ik dan. Waarom antwoord ze nou niet, de vrouw blijft me met medelijdende ogen aankijken. Ik duw mezelf overeind en probeer haar zusterpakje vast te pakken. “Praat met me”, smeek ik haar. Ik begin steeds meer in paniek te raken en wordt hysterisch dat ze geen antwoord op mijn vragen geeft. Eindelijk had ik Ryan weer gevonden en is hij nu weer van me afgenomen? Waarom was ik zo kil tegen hem? Ik had met hem moeten praten in plaats van hem te negeren. Waarom ben ik zo stom geweest? “Waar is Ryan”, snik in nog één keer. Dan voel ik dat er een vloeistof in mijn arm wordt gespoten en ik voel mezelf steeds slaperiger worden. Wanneer ik mijn ogen open zie ik een oudere man staan, ik zie zijn lippen bewegen maar ik weet niet wat hij zegt. Dan zak ik weg in een diepe maar rommelige slaap en denk alleen nog maar aan Ryan.