Met een beetje geluk kan ik die over een uurtje afleveren
Moderators: NadjaNadja, Essie73, Muiz, Polly, Telpeva, ynskek
Citaat:Hoofdstuk 9
Un giorno tu mi capirai
“Ik vind het belachelijk! Van de hele school zijn wij nota bene je beste vriendinnen! En wie weet wat er aan de hand is? DE DIRECTEUR! Ronduit belachelijk Roos! Hoe erg kan het nu zijn? Waarom zouden wij er geen begrip voor hebben? De directeur. Serieus, zoiets kan je toch wel aan ons vertellen?”
Roos blijft op de koude grond zitten, met opgetrokken knieën en haar armen om haar knieën heen gevouwen. Haar kin rust tussen haar knieën. De grond was koud, het was het eind van de middag. Begin september, maar de koele zomer ging snel over in een kille herfst. Je kon al ademwolkjes waarnemen ’s ochtends als je buiten kwam.
“Nee.”
“Doe even normaal hé! Waarom zouden wij iets doorvertellen?”
Roos staat op, ze is boos, woest. Haar vriendinnen, haar enige vriendinnen kunnen niet eens het begrip opbrengen dat ze een geheim heeft.
Ze loopt naar haar fiets, ze is het gezeur zat. Liever geen vriendinnen dan te moeten vertellen wat er allemaal is gebeurd. Want als ze het zou vertellen, zou er niemand zijn die het zou begrijpen.
“ROOS! Kom terug! We willen met je praten.”
“Ik ben uitgepraat.”
“Wij niet!”
Iris en Fleur zijn snel, en lopen de korte weg naar de uigang van de fietsenstalling.
Roos stapt net op de fiets. Maar Fleur pakt net het stuur vast.
“Jij gaat niet eerder weg dan dat wij uitgepraat zijn!”
“Weetje? Stik er lekker in. Ga maar ergens anders nieuwsgierig zijn! Ik raak nog liever mijn enige vriendinnen kwijt dan dat ik mijn verhaal moet openbaren aan twee nieuwsgierige Aagjes die niet eens het respect hebben voor mijn geheim, dat per ongeluk boven tafel is komen drijven!”
“Oké, prima. Als jij het zo wil. Dan ben ik nu ook uitgepraat.” Fleur reageert fel, als altijd. Ze denkt nooit ergens over na. De enige die het gesprek ook had gevoerd, was Fleur. Iris bleef er gewoon bij staan.
Roos’ hart ging op slot. Opnieuw.
De discussie die die middag had plaatsgevonden tussen haar en haar vriendinnen, liet haar volledig koud. Dit keer zou ze voor zichzelf kiezen. Ze zou zich niet laten terroriseren door twee meiden die kosten wat het kost willen weten wat haar geheim is.
De mentor had die ochtend al uitgelegd wat er was gebeurd, en dat Roos er niet over wilde spreken. De klas had het allang met rust gelaten. Blijkbaar hadden ze beter door dan Iris en Fleur dat Roos ergens pijn van had gehad, en dat de wond mogelijk weer open was gegaan.
De telefoon ging. Roos schrok op uit haar gedachten.
“Roos Verbeek.”
“Hoi Roos, met Iris.”
“Oh, hoi.”
“Luister, je weet natuurlijk nog wel wat Fleur heeft gezegd. Maar ik vind dat jij je geheim wel mag bewaren. Ik hoef het niet te weten. Ik heb ook genoeg geheimen, en Fleur weet ze na al die jaren dat ik haar ken ook echt niet. Ze moet niet zo nieuwsgierig zijn. Blijkbaar heeft ze niet door hoe kwetsbaar je bent. En ik had dat allang gezien, Roos. Het moment dat je bij ons de klas in stapte vorig jaar, zag ik hoe breekbaar je was.”
Roos moet even slikken.
“Ik waardeer het erg dat je even belt. Maar je hoeft echt niet voor mij te kiezen. Je zet jullie vriendschap op het spel. Is dat het waard?”
“Ja, dit keer wel. Fleur moet maar eens leren dat ze niet alles hoeft te weten. En op deze manier zal ze het ook nooit te weten komen.”
Roos is even stil.
“Roos? Ik meen het hoor. Natuurlijk zou ik graag willen dat je je geheim met ons deelt, maar als het te pijnlijk is voor jou, moet je dat niet doen. De reden dat ik het liefst heb dat je je geheim met ons zou delen, is omdat ik denk dat het voor jou beter is om mensen te laten weten wat er aan de hand is. Maar ik respecteer een geheim.”
“Dat is lief van je Iris.” Roos glimlacht.
“Ik doe het voor jou Roos. Spreken we morgen af om het laatste stuk samen te fietsen? Fleur ziet ons wel op school.”
“Oké. Ik zie je morgen. Dankjewel hè?”
“Geen probleem, tot morgen!”
“Doei.”
Fleur was de volgende dag erg verrast geweest. Ze deed niet boos tegen Roos, maar ook niet hartelijk, zoals eerder.
Ze probeerde geen gesprek met Roos aan te gaan, ze leek het eerder te ontwijken. Maar Iris liet het niet toe. Ze waren op vrijdag vroeg vrij, en ze vroeg of Roos nog ging trainen en of ze dan wel mocht kijken.
Fleur voelde zich duidelijk afgewezen.
“Wauw Roos. Ik wou dat ik kon paardrijden. Je ziet er zo volmaakt gelukkig uit als je door de bak galoppeert.”
Roos lacht.
“Dankje.”
“Nee, ik meen het. Je bent een totaal ander mens. Hoe kan dat?”
“Ik weet het niet. Misschien dat het spreekwoord waar is.”
“Welk spreekwoord?”
“Het mooiste geluk op aard, vind je op de rug van een paard. Het is de harmonie die je voelt. Een gevoel dat je alles doet vergeten. De wereld doet er even niet toe. Alle problemen zijn voor een moment weg.”
“Hoe kan dat toch?”
“Je bent gewoon heel erg bezig met je paard en jezelf. Het is net als een relatie tussen mensen, een vriendschap zonder woorden. Samen werk je aan de band. In dit geval vraag ik heel veel van mijn paard. Oefeningen die niet geheel onnatuurlijk zijn. Maar die een paard niet doet zonder wederzijds respect. Het is lastig uit te leggen, maar hij doet moeilijke dingen voor mij, niet omdat ik ze hem verplicht, maar omdat hij het voor me wil doen.”
“Maar hij protesteert nooit?”
“Natuurlijk wel, als hij niet begrijpt wat hij moet doen. Als hij even geen zin heeft. En soms komt het omdat hij last van zijn spieren heeft. Als hij bijvoorbeeld gek heeft gedaan in de wei, en een spiertje heeft verrekt.”
“Bijzonder hoor.” Het blijft Iris fascineren. Roos is een bijzonder meisje.
“Wil je Angelo uitstappen?”
Iris straalt.
“Mag dat?”
“Ja natuurlijk, waarom niet?”
“Weet ik niet. Ik ben natuurlijk geen Roos die haar dier door en door kent.”
“Maar als ik Angelo door en door ken, en hij iets slechts in zich had, wat andere mensen op zijn rug zou betreffen, zou ik je er niet op laten hoor.” Lacht Roos.
Als een koningin zit Iris op de bruine ruin.
En Angelo vond het allemaal wel best.
Even later zadelen ze samen de ruin af.
“Nu begrijp ik wat je bedoelt. Het is echt een gelukzalig gevoel om op zo’n paard te zitten. Kan je het me niet leren?”
“Misschien. Je mag best een keer in de week even komen rijden hoor. Ik heb alleen geen instructeurs-diploma.”
“Dat zou echt heel gaaf zijn zeg!”
“Ik vind het prima hoor. Het zal wel even duren voor je heel wat kunt hoor. Ik rij al 9 jaar, maar ik ben echt niet geweldig. En het is niet altijd even leuk, het kan ook heel zwaar zijn.”
“Dat is met elke sport zo.”
“Dat is waar.”
Roos longeerde Papillon nog even kort, twintig minuten waren genoeg. Hij had gisteren ook al een stevige training achter de rug, en was nog steeds herstellende.
Gelukkig was het enige dat nog herinnerde aan het ongeluk een wit streepje, een litteken dat was achtergebleven van de operatie.
“Blijf je eten Iris?”
“Nee, bedankt mevrouw Verbeek. Ik had beloofd te koken, en ik ben al aan de late kant, dus ik ga meteen weg.”
“Oké. Nou tot de volgende keer dan Iris!”
“Doei.”
Roos was blij dat Iris die avond ervoor had gebeld. Zonder Iris had ze die dag op school nooit overleefd. En Iris leek oprecht geïnteresseerd.
“Heb je het haar verteld?”
“Nee, hoezo?”
“Nou ja, dat had gekund, toch?”
“Hmm… nee. Ik kan het niet.” En Roos nam een hap uit de rode appel in haar hand.
“Moet je nu echt een appel eten vlak voor het avondeten?”
“Ja, vind ik lekker. Wat eten we?” Nieuwsgierig hing ze met haar neus boven de pan.
“Warme dessertrijst, met bruine suiker en boter.”
“Klinkt lekker.”
“Is het ook, aten wij vroeger thuis heel vaak.”
“Kan ik nog douchen? Ik stink naar paarden.”
“Over tien minuten is het eten klaar, kan je wachten tot na het eten?”
“Ook prima hoor.”
Snel startte Roos de computer op. Ze kon nog net even haar mail bekijken. Geen nieuwe e-mails. Roos bladerde een aantal pagina’s terug in haar mailbox.
Twee jaar geleden, een mailtje van Shirley.
“Het mag van mama. Mag het ook van jouw ouders? Papa is in het buitenland, dus die heeft niets te zeggen.”
Roos lachte, het was een mailtje over een logeerpartijtje. Of eigenlijk een ponykamp, dat ze met elkaar hadden georganiseerd, met elkaar en voor elkaar. Ze waren lang in hun kinderperiode blijven hangen. Speelden paardje als ze niet zelf aan het rijden waren. En anders gaven ze elkaar les. Een glimlach op Roos’ gezicht.
C_arola schreef:Ik vind het een erg mooi stuk! Merk alleen nog dezelfde fouten op;
Het moment dat je bij ons de klas in stapte vorig jaar. Zag ik hoe breekbaar je was.”
Ik had beloofd te koken, en ik ben al aan de late kant. Dus ik ga meteen weg.”
Dit zijn hele zinnen en mogen dus zonder hoofdletter. Verder had je geen spel-/taalfouten.



Vind je erg leuk en boeiend schrijven. Merk idd ook dat je voorruit gaat met de spelfouten e.d. Jammer dat ik nu moet wachten op het volgende hoofdstuk

Prachtig hoor!
Kan alweer niet wachten tot het volgende stuk!