Ze bleven de hele avond voor de televisie zitten, soms hadden ze hun aandacht er niet eens op gericht, maar waren ze in gedachten verzonken. Oscar stond af en toe wel even op om iets te pakken, of om even bij de paarden te kijken.
Pas om een uur of half twaalf werd er door de dierenarts gebeld. Oscar zette hem op de handsfree, zodat ze allebei konden praten en meeluisteren. "Jane gaat het helemaal redden hoor, het duurt nog wel een maandje of twee, maar het gaat goed komen. Ze had geluk dat het niet een heel harde aanrijding was, want anders had het nog wel eens anders kunnen lopen..."
Kimberley balde haar vuisten van blijdschap. "Yes! Bedankt, dokter! Hoelang moet ze nog in de kliniek blijven?"
"Nog ongeveer een weekje, daarna mag ze weer naar huis, maar ze mag dan eerst drie weken niet haar stal uit, daarna kunnen jullie haar langzaam weer beweging geven."
"Oké, bedankt dokter, tot ziens!" Oscar hing op en omhelsde Kimberley. "Wat een geluk dat het goed komt! Veulens zijn erg kwetsbaar, dus volgens mij heeft ze echt geluk gehad!"
"Zullen we nog even naar de paarden gaan? Ik heb even frisse lucht nodig," lachte Kimberley en reed voor Oscar naar buiten.
"Hee mooie jongen," zei ze tegen Carlos en aaide hem over zijn neus. Carlos legde zijn neus op de rand van de deur en genoot van de aandacht. Ineens tilde Carlos zijn hoofd op met zijn oren naar voren. Er klonk gehinnik en hoevengetrappel. Carlos reageerde op de hinnik en trapte tegen de staldeur.
Kimbeley keek om en zag een paard lopen, met een jongen ernaast. Het paard leek een beetje wild en de jongen kon hem moeilijk in bedwang houden, want het paard was veel groter dan hij.
Oscar had het ook gezien en rende er naartoe. "Heb je hulp nodig?" vroeg hij.
De jongen knikte, nog steeds met zijn boze ogen op die van het paard gericht. Oscar pakte hem bij zijn halster, met zijn ogen op de grond gericht. De jongen liet het paard los en keek met ingehouden adem toe.
Zachtjes fluisterde Oscar het paard woorden in zijn oren, nog steeds met zijn ogen op de grond. Het paard bleef rillend stil staan. Oscar bleef maar door praten en begon het paard te aaien. Het paard stopte met rillen en deed zijn hoofd naar beneden.
"Kom maar, hoor," zei hij rustig tegen de jongen, die aarzelend dichterbij kwam.
"Weet je zeker dat er niets gebeurt?" vroeg de jongen met een rood hoofd. Met een trillende hand raakte hij de schouder van het paard aan, die brieste.
"Zolang je je ogen niet op die van hem gericht houdt en zachtjes praat, niet schreeuwen dus, zal hij niet onrustig worden. Als je je ogen op die van het paard gericht houdt, voelen ze zich bedreigd en worden ze bang."
De jongen deed wat Oscar zei en zwaaiend liep hij verder. Oscar zwaaide terug en liep naar Kimberley, die met open mond had zitten toekijken.