Moderators: Essie73, NadjaNadja, ynskek, Polly, Telpeva, Muiz
zal ik het maar niet af maken dan?
Maak het wel af ja
Ik geef doelbewust geen plot-tips, moet je helemaal zelf doen, jij kan ons lekker verrassen
RolingRoos schreef:Zo iedereen breit er een eigen einde aanzal ik het maar niet af maken dan?
ben benieuwd wat jullie vinden!
Citaat:Het lijkt alsof ik maar blijf vallen, steeds verder naar beneden. Verschillende gebeurtenissen schieten aan mijn ogen voorbij. Verjaardag van mijn vijfde verjaardag, mijn eerste zangles, mijn eerste optreden, mijn láátste optreden. Dan denk ik aan de keer dat ik wakker werd in de knusse caravan. Stiekem hoop ik dat als ik wakker word, ik weer in die knusse caravan lig met Mohito en Cenille aan mijn bedrand. Maar wanneer ik voorzichtig mijn ogen open zie ik de donkerbruine wanden van mijn eigen slaapkamer. Als ik mezelf voorzichtig overeind duw zie ik dat mijn kamer leeg is. Dan herinner ik me alles weer. Mijn vader, het pistool, mijn moeder en het touw. Ik zwaai de dekens van me af en stap uit het bed. Ik voel een rilling over mijn lichaam gaan, het is koud. Ik trek daarom een dikke trui uit mijn kledingkast en trek die aan over mijn grijze vest. Normaal gesproken had ik nu het liefst gedoucht, maar ik ben er gewend aan geraakt. Het langer een paar kleren dragen dan één dag. Mijn ruwe gebruinde huid in plaats van goed verzorgde, gladde, licht huid. Mijn normaal gesproken zacht gesteilde haar en het nu zo donker woest gekruld haar. Tevreden kijk ik in de spiegel, dit is wie ik nu ben. Dan open ik mijn slaapkamer deur en loop via de trap naar beneden. Mijn maag begint te rommelen wanneer ik richting de keuken loop, maar ik loop één kamertje verder, de kamer van Joop. Daar zit hij dan in zijn grote leren stoel, ik loop zachtjes zijn kamer in. “Joop”, zeg ik zachtjes. Joop kijkt gelijk op en zijn vermoeide gezicht klaar meteen op wanneer hij mij aan kijkt. “Anna, je bent wakker”, zegt Joop. “Je hebt anderhalve dag geslapen zeg”, vertelt Joop. “Ik heb weinig slaap gehad”, zeg ik dan blozend. “Het is goed hoor meisje, wil je wat eten?”, vraagt Joop dan. “Ik ga wel even een eitje maken, wil jij er ook één?”, vraag ik. “Dat is goed, dankjewel”, glimlacht Joop. Ik loop naar de keuken en trek de koelkast open, ik haal er twee uitjes uit en stop die in een pannetje met water. Dan zet ik het gas open en zet het pannetje erop. Dan komt Joop de keuken binnen lopen. “Anna, wil je even bij me komen zitten”, vraagt Joop dan op serieuze toon. Joop gaat aan de keukentafel en ik ga tegenover hem zitten.
“Wat is er aan de hand?”, vraag ik kalm. “Kunnen we het even over je moeder hebben”, vraagt Joop. Ik zie duidelijk dat Joop er moeite mee heeft om er met mij over te praten. “Je moeder heeft natuurlijk geprobeerd..”, begint Joop. “En jij sliep nog.. dus toen..”, Joop maakt zijn zinnen niet af en kijkt naar een ijzeren schroef in de tafel. “Ik snap wat je probeer te zeggen”, zeg ik zo vriendelijk mogelijk. “Waar is ze nu?”, vraag ik. “We hebben haar naar een kliniek gebracht, maar als jij dat niet wilt dan..”, vertelt Joop. “Nee, dat is goed, ze kan hier niet thuis blijven. Voordat ze zichzelf weer pijn doet”, zeg ik. “Wil je nog naar haar toe”, vraagt Joop dan. Ik denk even na maar bedenk dan dat ik mijn moeder niet in bed wil zien liggen en haar langzaam achteruit zien gaan. Ik ken mijn moeder en ze zal hier niet zomaar bovenop komen. Ik heb nu al zoveel narigheid meegemaakt en ik wil nu mijn eigen leven leiden. Ik wil me haar herinneren, een aantal jaren geleden, toen ze op haar mooist was. “Nee”, antwoord ik dan. “Maar je kunt me wel ergens anders naar toe brengen”, zeg ik. Joop kijkt me vragend aan.
We rijden nu al tien minuten in de auto en Joop is erg stil. Hij snapt nog steeds niet waarom ik hier naar toe wil. Dan volgt er een nieuwsbericht op de radio. Op onverklaarbare wijze hebben we afscheid moeten neem van groot zakenman, manager van zijn eigen dochter, geliefde vader, Fred.. Dan druk ik snel op het knopje van een andere zender en dan klinkt er een oude hit van ‘The Beatles’ door de radio. Ik leg mijn elleboog op de rand van de autodeur en ondersteun zo mijn hoofd met mijn hand. Ik naar buiten en zo rijden we nog een aantal minuten verder. Dan begint mijn hart steeds sneller te kloppen, we rijden nu de parkeerplaats op. Dan kijken we naar een lelijk, groot en grijs gebouw waar met grote, witte letters op staat, ‘Gevangenis Gasto’. De grootste gevangenis in deze omtrek. “Joop, wil je hier op me wachten alsjeblieft”, vraag ik voordat ik de auto uitstap. “Wil je niet dat ik meega”, vraagt Joop bezorgd. “Nee, ik red het wel”, zeg ik glimlachend. Dapper loop ik het lelijke gebouw in. Als je niet zo weten dat het een gevangenis is, zou het zo door kunnen gaan voor een bedrijf. Ik loop binnen in een grote hal waar een gewone receptie staat. Achter de receptie zit een wat oudere mevrouw van, ik gok, een jaar of 40. “Oh hallo Angelica, kan ik u helpen?”, vraagt de vrouw vriendelijk. “Dag mevrouw, ik zou graag weten of er de afgelopen dagen nog mensen uh.. zijn opgenomen hier”, zeg ik vriendelijk. “Ik ben bang dat ik die informatie niet mag geven aan U”, zegt de vrouw nog steeds even vriendelijk. Ik moet nu wat bedenken om erachter te komen of Ryan hier zit. “Ik moet weten of mijn verloren neef hier is”, zeg ik op verdrietige toon. “Ik ben al zo lang naar hem op zoek en dit was mijn laatste optie, alstublieft”, zeg ik snikkend. Ik weet zelfs een traan tevoorschijn te krijgen. De vrouw lijkt te schrikken van mijn verdriet. “Ach meisje toch”, zegt de vrouw vol medelijden. “Ik kan je misschien wel helpen er is van de week een jonge knul hier gebracht. Getinte huid, zwarte donkere krullen en mooie donkere ogen, ik schat hem rond de 20”, vertelt de vrouw. “Ja, dat kan hem zijn”, zeg ik blij. “Kan ik hem zien?”, vraag ik enthousiast. “Ik zou het heel graag willen, maar hij is vannacht ontsnapt”, vertelt de vrouw en haar glimlach verdwijnt. “Oh, nou dan weet ik genoeg, dank u wel mevrouw”, zeg ik en knik haar gedag. De mevrouw blijft verontwaardigd achter.
“Waarom waren we nu hier?”, vraagt Joop als ik de auto weer in stap. Als Joop de auto weer start en we richting huis rijden begin ik te vertellen over mijn reis. De punten waar we gestopt zijn en de mensen wie ik heb ontmoet en dan in het bijzonder het kamp waar Mohito en Cenille wonen. Dan rijden we het knarsende grindpad op en stappen uit de auto. “Dat klinkt geweldig Anna, maar is dat wat je wil. Daar de rest van je leven zijn?”, vraagt Joop als we naar binnen lopen. “Ja Joop dat is wat ik wil”, zeg ik zonder twijfel. “Wil je alles hier dan achterlaten”, vraagt Joop. “Ik wou vragen of jij hier niet wilde blijven, het blijft tenslotte ons huis”, zeg ik voorzichtig. “Vraag je me nou om hier te gaan wonen”, vraagt Joop beduusd. Ik glimlach breed als antwoord. “Ik wil mijn vrijheid, ik ben altijd al gek op de natuur geweest, dit is gewoon fantastisch”, zeg ik gelukkig. “Je ogen stralen”, zegt Joop alleen maar en kijkt mij vertederd aan. “Kom hier”, zegt hij dan. Ik spring in zijn armen en laat me stevig omhelzen. “Je bent altijd een beetje mijn meisje geweest”, zegt Joop dan glimlachend. Ik kijk lachend terug “dat weet ik”. Joop had me nog even stevig vast en laat me dan los. “Wil je dat ik je breng?”, vraagt Joop dan. “Nee, dat is lief van je maar ik red het wel”, zeg ik vastbesloten.
ik ben blij dat je je niet laat beinvloeden door alle suggesties hier, lekker op je eigen lijn door blijven schrijven! Wel done!

Lees het morgen.
