Moderators: NadjaNadja, Essie73, Muiz, Polly, Telpeva, ynskek
.
.
.
.
Citaat:Met een diepe zucht sloot ze het e-mail venster en maakte aanstalten om de computer uit te zetten. ‘Misschien vind ik wel een oplossing op google,’ blies ze zichzelf weer wat moed in. Terwijl ze aan het zoeken was, kreeg ze opeens een fantastisch plan; ze konden Fenna gaan verven! Tom had haar toch niet lang gezien en hij zou haar lichaam vast niet herkennen, en Ronald zou hij natuurlijk ook niet herkennen, die had hij immers nooit gezien. Zolang ze de pony zelf gingen afhalen, was er geen probleem. Want stel je voor dat diezelfde chauffeur van in het begin Fenna zou vervoeren, dan zou de pony nooit blijven. Nu was het dus alleen kwestie van verf te vinden en Fenna rustig aan het touw te leren lopen, anders zou Tom haar nooit meenemen. Ze zocht wat info op over diervriendelijke verf en vond een firma die verfpotten aan huis leverde. In een paar muisklikken had ze er drie besteld, toch maar op veilig spelen, want als het er te weinig zouden zijn zaten ze met de gebakken peren. Tevreden liep ze naar haar kamer en toetste op haar mobiel het nummer van Ronald in.
De beltoon ging over… Een maal… Twee maal… Merlina voelde haar hart kloppen in haar keel. Drie maal… Als er nu maar werd opgenomen! Vier maal… Ze wou al bijna inhaken, toen opeens: “Hallo?” aan de andere kant van de lijn weerklonk. “Met wie spreek ik alsjeblieft?,” vroeg Merlina voorzichtig. “Ronald,” weerklonk de rauwe stem. “En met wie spreek ik?” “Merlina.” De stem aan de andere kant werd levendiger: “Ah, jij bent dat meisje dat onze Fenna wilt kopen.” Merlina knikte en ze besefte dat Ronald dat natuurlijk helemaal niet kon zien. “J-j-ja inderdaad,” stamelde ze. De moed zonk haar in de schoenen, hoe moest ze in godsnaam uitleggen dat ze Fenna wou verven? “En? Voor wat bel je? Wanneer kom je haar halen?” “Dat weet ik nog niet. Het is eigenlijk...” “Ja maar, je komt toch nog?,” werd ze bruusk onderbroken. “Ja, ja, zeker, ik weet alleen nog niet goed wanneer. Maar wat eigenlijk mijn vraag was…” Er viel een korte stilte. “Ja?,” Ronald klonk ongeduldig. “Zou ik nog een paar keer bij u kunnen langskomen om Fenna te trainen in het aan de hand lopen?” “Dat kan je thuis toch evengoed doen!” “Ja ik weet het, maar als ze niet goed aan de hand loopt zal ik ze niet mogen meenemen…” “Ah, het is vast voor je ouders… Ja dat kan best… Wanneer had je gedacht te komen?” “Euh… Morgenvroeg?” Normaal gezien moest ze morgen wel naar school, maar even een paar uurtjes spijbelen kon toch niet zo’n kwaad. Fenna ging nu voor! “Moet jij niet naar school?” “Euh, nee. Er zijn een paar leerkrachten ziek en aangezien we geen vervanging hebben mogen we de eerste uren wegblijven.” Ronald lachte schamper. “Ik weet niet of ik je moet geloven, maar goed. Kom maar morgenvroeg.” Nu moest ze even haar stoute schoenen aantrekken. “Eigenlijk had ik nog een vraagje.” “Oh ja?” “Ja. Zou het een probleem zijn als ik Fenna zou verven, de dag dat ik haar meeneem?” “Verven, waarom zou je dat doen?!,” Ronald klonk achterdochtig en dat vond Merlina eigenlijk best normaal. Wie wou nu een pony verven?! “Uh ja, Fenna is een valk en mijn ouders vinden dat absoluut niet mooi, ze houden liever van zwarte paarden. Dus als ik haar nu…” “Ja ja geen probleem, zolang ik maar van dat beest vanaf ben! Tot morgen.” En de telefoon was ingehaakt. Merlina’s mond viel open: wat een brutaliteit! Maar goed, ze had nu toch gevraagd wat ze had willen vragen en alles leek weer in orde te komen.
Die maandagmorgen stond ze niet vroeger op dan anders, en vertrok ze ook op hetzelfde tijdstip met de fiets naar “school”. Uiteraard was ze helemaal niet van plan om naar school te fietsen, maar het was een uitstekend middeltje om haar ouders geen argwaan te laten krijgen. “Dag mama,” schreeuwde ze nog en ze fietste vrolijk de straat uit. Maar in plaats van op het einde naar links te gaan, zoals ze altijd deed als ze naar school ging, reed ze nu naar rechts. Vastberaden om Fenna niet in de steek te laten zette ze er nog wat meer vaart achter. Ongeveer een halfuurtje later kwam ze bij de woning van Ronald aan. Merlina belde drie maal aan, maar niemand kwam opendoen. ‘Zou hij vergeten zijn dat ik kwam?,’ dacht ze. ‘Goed, dan ga ik wel zelf naar Fenna.’ Ze liep in een boog om het huis heen, om de stallen te zoeken.
Lang hoefde ze niet te zoeken: ze vond een tiental boxen recht tegenover het huis, gescheiden door een gezellige binnenkoer. Een voor een keek ze in de boxen, maar allemaal waren ze leeg. Op wat spinnenwebben en stof na dan. Misschien stond ze wel op de wei. Ze liep verder naar achter, langs een modderig pad. ‘Als dit hier nu wat beter onderhouden was, zou dit echt prachtig kunnen zijn,’ kwam het in haar op. Aan het einde van het pad lagen een paar weiden, en in de laatste wei stond een pony. Van hier kon ze niet zien of het Fenna was, maar het kon vast niets anders zijn. Ze herinnerde zich niet dat de poetsvrouw verteld had over andere pony’s, waarschijnlijk waren die er wel geweest –dat kon toch niet anders met zoveel stallen-, maar verkocht sinds Dieters’ moeder overleden was.
Toen ze bij de laatste wei aan was gekomen, kwam een modderige pony op haar afgelopen. “H-h-hiiiiii” Onder de modder kon Merlina duidelijk een mooie Fenna herkennen. “Dag meisje. Vandaag ga ik even met jou oefenen. Ik hoop dat alles goed gaat, want anders krijg je nooit een betere toekomst.” Pas wanneer ze het hek wou openen, bedacht ze dat ze helemaal geen touw in haar handen had. Ze sloeg zichzelf op haar voorhoofd, hoe kon ze nu weer zo stom zijn?! Zou ze het riskeren Fenna zo mee te nemen? ‘Neen, Mel, dat doe je niet. Het is gevaarlijk, en al helemaal met zo’n pony,’ zei ze in zichzelf. “Ik ben direct terug bij jou, ik ga eerst op zoek naar een touw.” Op een drafje liep ze terug naar de boxen en ze zocht tevergeefs naar een touw. Waarom had ze er ook geen meegebracht? Maar ach, Fenna leek zo lief, het zou vast zo gaan, niet? En het was ook geen lang eindje, als ze hier was kon ze haar laten loslopen in de binnenbak, daarstraks had ze gezien dat er hier een was. Oefenen met touw zou ze dan een andere keer wel doen. Als ze mooi kon rondlopen, was het ook al veel. Vastberaden dat ze het dit keer wel zou aankunnen, liep ze terug naar Fenna. Ze opende vol zelfvertrouwen de poort en Fenna kwam opnieuw op Merlina afgelopen. “Kom maar meisje,” zei ze rustig. Ze opende haar hand en bleef rustig staan terwijl Fenna in een drafje naderde. Maar vlak voor ze bij Merlina was, ging ze over in galop. Merlina kon haar nog net aan haar halster vastnemen. “Zo, hier blijven meisje, dat scheelde niet veel of je was uit de wei gelopen hé!” Ze wou de pony een aai geven maar die deinsde terug. Merlina had moeite om haar te houden. “Sorry, ik was even vergeten dat je hoofdschuw was. Kalm maar,” probeerde ze Fenna te sussen. Toen de merrie wat kalmer leek, probeerde Merlina om haar voorzichtig een stapje vooruit te laten zetten. Rustig zette die ook een stapje. “Flink zo,” zei Merlina op een vrolijk toontje. “Kom, nog een stapje.” Merlina zette een stapje opzij en de merrie volgde. “Goed zo!” Ook op het pad zelf ging het goed, de merrie luisterde naar Merlina’s aanwijzingen. En doordat Merlina haar steeds met een vrolijk woordje beloonde, groeide haar vertrouwen en werd ze kalmer.
Ze hoefden nog maar een tiental meters te gaan, Merlina had er alle vertrouwen in. Maar toen ze aan een boom, die langs het pad groeide, passeerden, vloog plotseling een vogel uit de kale kruin. Merlina, die hem niet had gezien en dus onvoorbereid was, schrok, en Fenna schrok mee. Merlina verloor haar greep en Fenna die paniekerig werd, schoot in galop, richting stallen. Verdorie, en het ging net zo goed! Snel erachteraan, was het enige dat haar te binnen schoot. Terwijl ze liep, wreef ze over haar geschaafde hand. Opnieuw had ze een lesje geleerd: nooit je pony aan het halster meenemen. Had ze een touw gehad, was dit waarschijnlijk nooit gebeurd. En net nu Fenna vertrouwen in haar begon te krijgen, gebeurde dit weer. Vreselijk, het was alsof zij Fenna helemaal niet mocht helpen. Toen ze aankwam bij de stallen, zag ze de merrie nergens staan. Waar kon ze heen zijn? Oh nee, ze was vast de straat opgelopen! ‘Vooral kalm blijven, Mel. Kalm!,’ zei ze tegen zichzelf. Anders lukt het nooit. Ze liep het huis om en wierp een snelle blik op de omgeving. Alles lag er rustig bij, er was geen enkel verkeer op de baan. En Fenna, die was nergens te zien!
! Kan niet wachten tot het vervolg
! 
Ik zag net bij mn eigen berichten dat het topic weer ardig omhoog stond, dus dat je waarscheinlijk weer geschreven had
! Moest wel een aardig stukje bijlezen, maar het is echt supertof! En het word nu ook zeker spannens
.
.

) 




Ik wil hiermee zeggen, pennyverhalen kunnen ook leuk zijn.
Niet dat dat hier de bedoeling is, bedankt voor je positieve commentaar! 
) ik heb de naam Aminthe gebruikt voor een toneelstuk dat ik moest schrijven op schooll.. 
) naam gebruikt hebt.
Gelukkig 
Ik merk het wel 

Citaat:"S.hit!,” riep ze, iets luider dan ze had gewild. Ze liep een honderd meter naar links en keek schichtig rond. Geen modderige pony te bespeuren! Toen ze zich omdraaide om ook naar rechts te lopen zag ze, niet ver daarvandaan, Fenna uit een zijstraatje komen. En iemand had haar vast. Het leek… Neen, dat kon toch niet! Maar, het leek toch echt… “Dieter!,” gilde ze. Met open armen liep ze naar hem toe. “Rustig, daar blijven, Merlina, anders raakt ze misschien in paniek.” Hij hield zijn linkerhand met gestrekte vingers op ooghoogte, net zoals politieagenten doen wanneer je niet verder mag rijden. Merlina glimlachte en bleef staan. Haar reddende engel! Terwijl Dieter en Fenna naderden, begon hij rustig tegen Merlina te praten: “Je hebt geluk dat ik elke maandagmorgen hier even langskom, en je hebt nog meer geluk gehad dat dit beestje toevallig net mijn pad heeft gekruist. Wat doe je hier trouwens? Hoe is dit gebeurd?” “Ik ga Fenna kopen,” antwoordde Merlina met enige trots in haar stem. Dieter keek haar verbaasd aan. “Kopen?” Hij trok zijn wenkbrauw scheef op. Merlina knikte en glimlachte. “En jij hebt het geld daarvoor?” “Ik niet, maar mijn ouders wel,” gniffelde ze geheimzinnig. Ondertussen was Dieter bij het huis aangekomen en naderde Merlina ook rustig.
“Neem even een touw. Daar.” Dieter wees naar een grote houten kist met een hangslot op. “Maar neem eerst de sleutel aan.” Hij roffelde wat in z’n broekzak en haalde een zilveren sleutel boven. Merlina nam hem aan en klikte het hangslot los. Met enige moeite opende ze al piepend het zware deksel en toen ze zag wat er zich allemaal in de kist bevond, sperde ze haar ogen wijd open. Gloednieuwe borstels, een halster of twee, een paar halstertouwen, een mooi opgepoetst hoofdstel en een paar mooie dekjes. Met gefronste wenkbrauwen draaide ze zich naar Dieter. Die haalde zijn schouders op. “Nog wat oude spulletjes van mij.” Merlina lachte schamper. “Wat? En oud zien ze er al helemaal niet uit,” merkte ze spitsig op. Dieter rolde met zijn ogen. “Geef nu maar gewoon een touw.” Voorzichtig haalde ze een knalrood halstertouw uit de kist en overhandigde het aan Dieter. “Doe het nu maar terug op slot.” “Yes sir,” zei ze plechtig terwijl ze als een volleerde soldaat haar hand naast haar slaap hield. Merlina deed de kist op slot en liep naast Dieter het pad op, naar de wei. Fenna bleef onvoorstelbaar rustig. “Ze is braaf, hé,” merkte Merlina op terwijl ze naar de pony knikte. “Ja,” klonk het hese antwoord van Dieter. Hij kuchte even en ging toen verder: “Het lijkt erop dat ze jou vertrouwd. Als ik alleen ben, is ze nooit zo rustig.” Merlina kon haar trots amper verbergen en terwijl een brede glimlach op haar gezicht verscheen, kleurden ook haar wangen lichtjes rood. “Sorry.” Dieter slikte even. “Sorry dat ik je nooit gezegd heb dat ik een groot vermoeden had welke pony het was, waarover je me verteld hebt. Sorry dat ik niet verteld heb wat er gebeurd is… Heb je anders nu even tijd? Ik vind dat je het recht hebt om te weten wat er met haar aan de hand is.” “Dat hoeft niet,” antwoordde ze, “Ik weet het namelijk al.” En ze vertelde Dieter over alles wat er de laatste tijd zoal in haar leventje gaande was geweest.
“Ik hoop alleen maar dat je ouders er gaan intrappen, anders is al je moeite voor niets geweest,” doorbrak Dieter de korte stilte die er was geweest nadat Merlina alles had verteld. Hij wreef met zijn hand over zijn kin. Merlina knikte en slaakte een diepe zucht. “Hé, het komt vast wel goed,” probeerde hij haar te troosten. Dieter drukte haar tegen zich aan. Ze liepen terug naar het huis en hadden Fenna opnieuw in de wei gezet. “Ik hoop het echt zo,” zei Merlina zeurderig. Er volgde opnieuw een korte stilte. “Maar, om nu even vervelend te doen… Moet jij eigenlijk niet op school zijn?” School! Dat was ze nu helemaal vergeten, met al die drukte! Ze vloekte binnensmonds. “Euh ja, eigenlijk wel… Maar ik had je vader wijsgemaakt dat we de eerste uren niet hoefden te gaan omdat er enkele leerkrachten ziek waren.” Dieter lachte uitgelaten. Hij kon zich niet voorstellen dat z’n vader zo’n doorzichtige leugen had geloofd! “Hé, lach je mij uit of zo?!” Merlina gaf een por in z’n zij. “Auw,” kermde Dieter. “Dat deed helemaal geen pijn! Verman je eens wat zeg,” klonk ze gemaakt boos. “Haha, sorry, maar ik kon het gewoon echt niet geloven dat míjn vader zoiets slikt.” Merlina lachte kort. “Dat deed ie ook niet,” gaf ze uiteindelijk toe. “Maar… Weet jij misschien waar hij uithangt?,” probeerde ze voorzichtig. “Mijn vader?” Hij werd opnieuw serieus. “Jezus. Dat weet niemand… Had hij gezegd dat hij hier ging zijn?” Merlina probeerde zich het gesprek te herinneren. Ze kon zich niet herinneren dat hij dat vernoemd had. “Expliciet bedoel je?” Ze keek Dieter aan en die knikte. “Euh, neen. Ik denk toch van niet. Maar ik had wel verwacht dat hij hier zou zijn, lijkt me toch logisch als je je pony wil verkopen…” Hij schudde zijn hoofd. “Mijn vader is niet logisch en hij doet ook niets logisch. Als hij niet gezegd heeft dat hij hier zou zijn, dan zal hij hier ook niet zijn. Niet dat dat wil zeggen dat als hij wel gezegd had te komen dat ie dat dan ook doet. Op mijn vader kun je geen staat maken, maar dat zal hij van mij ook wel zeggen.” Dieter haalde zijn schouders op. “Wat dacht je ervan als ik je naar school bracht?” “Ach, hoeft niet hoor… Je hebt er vast de tijd niet voor. Ik zal wel fietsen.” “Het is echt geen probleem. En ik weet niet hoeveel tijd je je nog kan permitteren voor je mag nablijven.” Hij gaf een knipoog naar Merlina. “Ok dan. Graag.” Ze glimlachte. “Maar mijn fiets…” “Ik stop hem wel in de auto, geen probleem.” “Bedankt…” Hij gaf haar een vriendschappelijk klopje op de schouder en ging zijn auto halen. Verduft keek Merlina hem na. Wat een jongen was het toch!
Toen ze ’s avonds thuiskwam, bleek ze 4 gemiste oproepen te hebben. Drie van Aminthe, die was ze deze morgen helemaal vergeten, normaal gezien fietsten ze altijd samen naar school! ‘Als ze maar niet aan mijn ouders naar mij gevraagd heeft,’ dacht ze. Dan zou er nog wat zwaaien vanavond! En de andere gemiste oproep was van Ronald. ‘Zou er wat aan de hand zijn? Neen, ik moet maar eerst eens naar Aminthe bellen. Die had zich vast zorgen gemaakt!
De beltoon ging eenmaal over. “Tuuuut”. Tweemaal… “Mel?! Ik ben doodongerust, alles goed met je?” Aminthe klonk vrij paniekerig.
“Het gaat prima met me hoor, sorry dat ik je ongerust heb gemaakt, dat was niet de bedoeling.”
“Waar ben je geweest? Ik heb je niet gezien op school!”
“Ik ben wel geweest hoor, of tenminste, in de namiddag… In de voormiddag kon ik niet want toen zat ik bij… Je mag drie keer raden bij wie!”
“Fenna?,” klonk het twijfelachtig.
“Natuurlijk,” gilde ze bijna. “En je mag nog eens raden wie ik daar ook ben tegengekomen.”
“Ik heb echt geen flauw idee!”
“Dieter, weet je nog dat ik ooit eens wat over hem verteld heb?”
“Dat herinner ik me nog, ja. Hoe was het?”
“Goed, we hebben afgesproken om Fenna te trainen zodat we onze ouders een voorbeeldige pony kunnen laten zien! We gaan deze woensdagnamiddag, kom je ook mee?”
“Oh jee, ik wou dat ik kon… Maar ik had al beloofd aan Sven dat wij wat leuks gingen doen. Ik kan dat nu moeilijk opnieuw afzeggen, vind je niet? Ik hoop dat je me begrijpt…”
“Ah… Oke dan. Geen probleem. Tot morgen?”
“Tot morgen,” bevestigde Aminthe.
Maar Merlina had er eigenlijk wél problemen mee. Haar beste vriendin die haar liet stikken voor een jongen! Voor een jongen! Kon je dat nou geloven? ‘Goed, ik heb haar helemaal niet meer nodig. Dan doe ik het wel te samen met Dieter. Die laat me tenminste niet zomaar stikken,’ dacht ze. Ze checkte haar e-mails en ontdekte dat de manege haar had teruggemaild:
Het baantje is al ingenomen door iemand anders, door technische problemen konden we onze advertentie echter niet vroeger van onze site verwijderen. Onze oprechte excuses hiervoor.
Ach ja, achteraf gezien had ze het toch niet nodig gehad… Maar wat extra geld kon nooit kwaad!
Die dinsdag had ze knallende ruzie met Aminthe gemaakt. Toen ze ’s morgens de straat samen uitgefietst waren, had Merlina haar mond al niet meer kunnen houden. “Jij denkt alleen maar aan jezelf! Jongens komen en gaan,” had ze geschreeuwd. “Ik ben al zolang je vriendin, vind je mij dan niet net ietsje belangrijker!?” Aminthe had teruggeroepen dat Merlina eens moest leren dat zij haar bezit niet was en dat ze mocht omgaan met wie ze wou. En dat ze toevallig eerst met Sven had afgesproken, en niet met haar. Toen was het hek voor Merlina helemaal van de dam en, terwijl ze vliegensvlug alleen wegfietste, had ze nog: “Je bent een dikke egoïste,” geroepen.
Ondertussen had ze nog steeds niets van Aminthe gehoord. Maar Merlina vertikte het om zich te gaan excuseren, zij vond immers dat Aminthe zwaar in de fout was gegaan. Stiekem vond ze het wel erg jammer dat ze zo koppig was, want, hoewel ze het helemaal niet liet merken, ze zat er erg mee dat Aminthe en zij zo fel ruzie hadden gemaakt.
je houdt ons goed in de spanning!