De telefoon gaat en mijn broertje, mijn moeder, mijn vader en ik schrikken op.
"De dokter! ", roep ik verschrikt uit.
Mijn vader staat kalm op en pakt ijsingwekkend rustig de telefoon op.
Het is inderdaad de dokter..
Mijn vader neemt de hoorn mee de gang op.
Het is ijsingwekkend stil in de kamer, we houden onze mond en houden onze adem in.
Ik durf mijn moeder niet aan te kijken.
De spanning is om te snijden.
Mijn vader komt weer binnen, hij sluit de deur stilletjes achter zich en legt de hoorn op de haak.
"Nou?", vraagt mijn moeder gespannen als een veer.
Er verschijnt een klein lachje op mijn vaders gezicht.
"Het is géén kanker.", zegt hij blij. "Máár, ik moet nog wel een aantal tests ondergaan over wat het wel is. "
Mijn moeder en ik zuchten opgelucht.
Ik denk dat ik ga stoppen met dit verhaal. Ik vind dit wel een toepasselijk einde, niet?