Kimberley keek door de voorruit. “Wat?! Zijn ze weg?! Dat kan niet!” Oscar haalde de rolstoel en Kimberley zette zichzelf erin. Ze reed snel naar de wei. “Kijk, een gat in het hek!” Kimberley wees naar een hek die de wei scheidde van een andere wei.
Oscar sprong over het hek. “Ze hebben het doorgeknaagd! Waarom zouden ze dat gedaan hebben?!” Oscar keek over het hek heen en zag in de verte een paard staan. “Ik zie iets staan!” Oscar stapte weer in zijn Jeep en reed naar de ingang van de andere wei.
Kimberley bleef in paniek staan kijken. Ze had niet door dat er een rode Volkswagen de oprit opdraaide. In de Volkswagen zaten Kimberley’s moeder en Matthijs. “Kimberley! Kom jij eens even hier!” Haar moeder stapte woedend uit de auto en wenkte haar. Kimberley bleef koppig staan en keek haar fel aan.
“Kom jij maar hier heen!” schreeuwde ze brutaal. Ze bleef afwachten wat haar moeder ging doen.
Haar moeder kwam naar haar toe rennen. Pats! Een klap in haar gezicht.
“Au! Waar is dat nou weer voor nodig!” Kimberley wreef over haar wang en keek naar haar moeder, die een rood aangelopen hoofd had.
“Wat denk je zelf! Je gaat zomaar uit huis, je gaat bij een jongen wonen waarvan je zegt dat het mijn bloedeigen zoon is! Wat denk je wel! Je bent nog maar zestien!” Pats! Ze gaf haar dochter nog een klap.
“Hoezo, ik ben nog maar zestien! Ik ga niet meer naar jou luisteren! Je bent echt geen goede moeder! Oscar zorgt veel beter voor me, en ja, dat is wel jou zoon dus!” Kimberley keek naar Matthijs. “En jij! Ik snap echt niet waarom ik jou leuk vond! Je zoent eerst met mij, daarna ga je ineens met mijn moeder! Wat ben jij voor man!”
Alle woede en verdriet die Kimberley de laatste dagen had gehad, kwam er allemaal uit.
Geschrokken keken Matthijs en haar moeder elkaar aan. “Matthijs! Heb je mijn dóchter gezoend!” Ook Matthijs kreeg een klap van haar.
Kimberley kwam er weer tussen: “En ik wil je nooit meer zien! Ik heb genoeg van jou!”
Haar moeder keek haar aan, trillend van woede. “Goed! Goed! Je krijgt je zin! Ik hoef jou niet meer als dochter! Je bent helemaal naar de klote, maar niet door mij!” Huilend rende ze terug naar haar auto, Matthijs achterlatend. Met piepende banden ging de auto ervandoor. Matthijs keek verbaasd de auto na.
“En wat doe jij nog hier! Wegwezen!” schreeuwde Kimberley hem toe.
Matthijs durfde er niet tegenin te gaan en rende snel de auto, die al uit het zicht verdwenen was, na.
Snikkend draaide Kimberley zich weer naar de wei toe. Ze zag vijf paarden rennen, met de Jeep achteraan, maar ze zag geen veulen!