
kom niet verder dan amper 300 woorden...
Moderators: Essie73, NadjaNadja, ynskek, Polly, Telpeva, Muiz

ik dacht er is een nieuw stuk maar nee hoor
hoever ben je nu???


__Elizabeth schreef:Je moet ook echt niet gaan schrijven omdat ioemand dat zegt.
Daar word het niet beter van en zoals je nu ook ziet dat lukt toch niet. Neem de tijd zodat je het een stuk beter kan maken. De mensen die het echt volgen hebben dat geduld wel
daarnaast moet het ook leuk blijven, niet een verplichting worden
__Elizabeth schreef:Je moet ook echt niet gaan schrijven omdat ioemand dat zegt.
Daar word het niet beter van en zoals je nu ook ziet dat lukt toch niet. Neem de tijd zodat je het een stuk beter kan maken. De mensen die het echt volgen hebben dat geduld wel
Voor een god verhaal moet je gewon geduld hebben
Citaat:Gelukkig bleek het een brandoefening te zijn, waar niemand van afwist. Met nep-rook bootsten enkele mensen een echte brand na. Sommige van hen, kwamen hoestend naar buiten, of met grote wonden en een zuster aan hun zijde. Al snel wist Peter dat het om een oefening ging, die niet voor hem bedoeld was. Ik zie hem naar buiten lopen, en kijkt me recht in m'n ogen aan. Zijn loopje is nonchelant, maar toch mannelijk. Met een hand in zn doktersjas, en de andere hand die door zijn haar gaat, kijkt hij verlegen naar de grond.
“Hé het ging om een oefening, en deze is niet voor mij. Maar we kunnen nu niet naar binnen. Vind je het erg om buiten te blijven?”
Ik knik, en blijf kijken naar zijn mooie gezicht. Even zie ik hem twijfelen, maar dan begin ik ineens weer te praten. “Sorry...” Zeg ik. Ik voel me zo dom, dat ik mijn mond voorbij heb gepraat. Dan veranderd hij van houding, en buigt ie langzaam met zijn hoofd naar de mijne. “Je hoeft geen sorry te zeggen.” Terwijl ie dat zegt, drukt ie voorzichtig zijn lippen tegen de mijne. De kriebels in mijn buik worden nu nog drukker dan ze al waren, en een tinteling voel ik over mijn hele lichaam. Verstijfd zit ik naast hem, overdondert van zijn zoen. Ik moet toe geven, het voelde echt fijn, maar is het wel een juiste beslissing?
Dan zie ik hem weer twijfelen. “Ik had het niet moeten doen.” Zijn woorden klinken koud en kil. Hij besluit recht op te zitten, met zijn rug tegen het bankje. “Je brengt me in de war, toen je binnenkwam, voelde ik al meteen iets. Maar ik wist niet wat. Toen je voor de eerste keer bij kwam, en ik jou mooie ogen zag, kon ik mijn gevoel een naam geven. Ik vind je leuk Inge, meer dan leuk.” Even zie ik hem blozen. “Maar ik denk dat het niet wederzijds is?” Compleet overdonderd, pak ik zijn hand. “Ik vind je ook leuk, maar ik weet echt niet hoe ik hier mee om moet gaan. Je bent mijn dokter, je bent net nota bene weer een vrijgezelle man, en ik ken je totaal niet buiten het werk om.” Ik zie zijn ogen glinsteren, zijn lach wordt groter, en hij glundert. “Maar, we kunnen elkaar toch leren kennen buiten het ziekenhuis om?” Zijn ogen kleuren nog net niet roze, maar ik weet zeker dat hij heel blij is met het antwoord wat ik heb gegeven. “Prima, het lijkt me enorm leuk om met je te daten” Voor de woorden uit mijn mond zijn gevlogen, voel ik wederom zijn zachte lippen op de mijne. De kriebels voelen nu enorm heftig, en bijna slaat de twijfel al weer toe. Ik duw hem voorzichtig van me af, en kijk verlegen naar de grond. Jeetje, dit gaat wel heel snel voor mijn gevoel.
Daar zitten we dan, mijn hand op de zijne, stil zwijgend naar de vijver, en de brandoefening die uitstekend word uitgevoerd. De mensen werken goed mee, en blijven ook echt in hun rol, tot de grote baas het ziekenhuis uitloopt. “Goed gedaan!” Schreeuwt hij, en hij klapt hard in zijn handen. “Een welverdiend applaus voor een juiste samenwerking!” Iedereen klapt met hem mee, inclusief Peter en ik. Het personeel dat nog niks door had, kijken vreemd om zich heen. Je ziet ze kijken: He? Dit klopt niet? Maar al snel valt het kwartje, en dan zie je ze lachen van geluk. Na enkele minuten besluit de grote baas weer weg te lopen, en verdwijnt uit ons zicht. “Dat is Rico, mijn baas, en broer!” Peter kijkt trots naar de plek waar net zijn broer stond, voordat hij verdween. Ik heb eigenlijk niet echt goed op Rico gelet, maar meer op de mensen die met de oefening hebben mee geholpen. Maar, misschien leer ik hem wel kennen. Als het aan mij ligt natuurlijk. Peter staat op, reikt me een hand uit, en vraagt of ik met hem mee wil lopen. Zonder twijfels pak ik zijn hand, en loop achter hem aan. Zonder te weten wat hij van plan is. Af en toe kijkt ie om, en dan zie ik zijn mooie ogen weer naar de mijne kijken, en dan begint ie weer te glimlachen. Zachtjes knijpt hij dan in mijn hand, als ie weer weg kijkt. Een paar minuten later, staan we aan de voorkant van het ziekenhuis. Blijkbaar zijn we er helemaal omheen gelopen, terwijl ik niet op de omgeving heb gelet. Enkel op Peter, en zijn mooie verschijning vanaf de achterkant gezien. Hij laat even mijn hand los, en gaat voor me staan. “Over een paar minuten komt mijn laatste patiënt. Wil je wachten tot ik klaar ben met werk, of zeg je, we spreken zeer snel af?” Ik zie aan hem, dat ie graag wil dat ik op hem wacht. Maar ik twijfel, gaat het dan niet te snel? Aan de ene kant vind ik het echt heel leuk, hij is vrij, en wil me leren kennen. Maar hallo, ik heb niet voor niets twijfels toch? Ik kijk maar naar zijn neus, om niet in de verleiding te komen om een verkeerd antwoord te zeggen. “We kunnen wel een andere keer afspreken toch?” En toch, kijk ik een fractie van een seconde in zijn prachtige ogen. Waarin duidelijk te zien is dat hij mijn antwoord accepteert, maar dat ie stiekem ook wel baalt. Hij bied aan om een taxi voor me te regelen, maar ik bedank hem. Ik regel liever zelf iets. Hij kijkt op zijn horloge, vraagt of ik nog heel even mee wil lopen met hem. We lopen door de gangen, inmiddels met onze handen los van elkaar. Hij is nu weer dokter, en ik ben weer een patient van hem. We belanden weer terug in zijn kantoor, en hij pakt pen en papier. “Mag ik jou nummer?” Bloosend geeft hij mij de spullen, en ik schrijf mijn nummer op het papiertje. “Als je wilt, kunnen we vanavond wat afspreken? Misschien een bioscoop film pakken, of bowlen als je het leuk lijkt?” Ik bedank hem met een kus, en besluit zijn kantoor uit te lopen. “Wacht even.” Zegt hij, en hij geeft me zijn telefoon nummer. “Deze wou ik je nog geven.”
Buiten sta ik al even te wachten. De taxi-centrale heeft me dezelfde chauffeur weer gestuurd, aangezien ik die man meer vertrouw dan een onbekende chauffeur. Maar het lijkt enorm lang te duren, hij werd meteen hierheen gestuurd zei de centrale tegen me. De ene taxi na de andere, komt en gaat, en ze vragen of ze me kunnen helpen. Maar iedere keer bedank ik ze, want mijn taxi kan ieder moment komen. De zon begint te schijnen, en het word meteen wat warmer buiten. Ik kijk op mijn telefoon, om de tijd te checken. 12.18 Uur, over vijf minuten bel ik weer de centrale. Maar het blijft niet bij vijf minuten. Om 12.33 kijk ik weer op mijn telefoon, en besluit de centrale maar te bellen. “Hallo, u spreekt met Inge. Ik heb zo'n 25 minuten geleden ook gebeld, in verband met een taxi.” De telefoniste vraagt om uitleg van de situatie, die ik vervolgens vertel aan haar. “Maar mevrouw, er is een rit tussen gekomen. En even kijken, ik zie hier dat de chauffeur is geannuleerd. Dat kan verklaren waarom hij niet is gekomen. Maar u heeft nog steeds geen vervoer naar huis kunnen regelen?” De moed zakt me in mijn schoenen. Ze biedt me een andere chauffeur aan, die binnen enkele minuten bij het ziekenhuis kan zijn. Maar ik sla haar aanbod af. “Ik heb vanmorgen met een meneer gereden, en die rijd het prettigst. Wanneer kan hij me ophalen?” Dan begint er ineens een auto luid te toeteren, en de bestuurder begint wild te zwaaien, mijn kant op. “Heeft u een momentje?” Vraag ik aan de telefoniste, en ik kijk achter me, maar ik ben echt de enige die buiten staat te wachten. Weer begint de auto te toeteren, en de bestuurder seint naar me met zijn lampen. Dan herken ik de bestuurder, Peter. Hij parkeert zijn auto voor me op de stoep, en stapt uit, maar laat de motor draaien. “Wilt u een lift?” Ik zie hem meteen lachen, en hij opent de deur van de passagiers kant. Ik knik twijfelend, en besluit mijn telefoongesprek af te sluiten. “Mevrouw, ik heb al vervoer kunnen regelen. Bedankt voor alle moeite.” En ik hang op. “Je stond hier zolang te wachten op de geannuleerde taxi, ik denk, ik neem je mee.” Hij straalt, hij is zo vrolijk. Maar wacht eens even, hoe weet hij van de geannuleerde taxi? Ik heb hem nog niks verteld er over?
