Moderators: NadjaNadja, Essie73, Muiz, Polly, Telpeva, ynskek

Citaat:Hoofdstuk 7
When I saw you guys dancing in the sun'
a shadow fell on my heart
You were the worst mistake she ever made
And she laughed too loud at your jokes,
yes I know you were funny
But I couldn't laugh...
because I knew where it would lead
“Volgende week moeten we alweer naar school hè?”
“Ja, helaas wel. Wanneer moeten we eigenlijk boeken halen?”
“Huh?” Iris is verzonken in een boek dat bij Roos thuis in de kast stond. Een boek van haar moeder. Over dressuur. Iris keek gefascineerd naar de plaatjes.
“Ja de boeken doos!” Fleur klapt het boek dicht.
“Oh, ja. Maandag. Dat is altijd zo ja.”
“Oh, ja, kan wel. Ik weet het niet. Ik zit hier nog maar een jaar op school.”
“Is ook zo. Het is net of we je al jaren kennen hoor!”
“Roos, kan je dit ook met je paard?” Vraagt Iris terwijl ze op een plaatje wijst van een paard in een prachtige uitgestrekte draf.
“Ach, Angelo heeft er aanleg voor, maar we zijn pas L2. Duurt nog even voor het er zo mooi uit komt te zien. En bovendien zijn we al meer dan een half jaar uit de wedstrijden. Het duurt wel even voor het er weer zo goed uit ziet als voorheen.”
“Oh, mag ik een keer mee op wedstrijd?”
“Ja, mag van mij. Ik denk alleen dat het niet is wat jij je er bij voorstelt. Het is best wel saai. Maar niet mijn eerst volgende wedstrijd, want dat zal dan de eerste sinds lange tijd zijn. En dan ben ik altijd erg nerveus.”
“Haha, oké.”
“Nou, ik snap niet wat jullie zo leuk aan paarden vinden hoor. Ze stinken en zijn gevaarlijk.” Fleur is nogal anti-paard.
“Dat ze stinken klopt ook. Als ik in de stal ben, vind ik het niet erg. Maar als ik dan weer binnen ben, dan ruik ik mezelf helemaal. Echt stinken. En ik heb echt niet altijd zin om te rijden! En als het fout gaat. Dan kan ik ze wel naar de slacht sturen!”
Iris keek erg verbaasd. Ze vond paarden interessant, vooral om te zien. Maar zelf rijden zou ze nooit durven.
“Zullen we het nu eens ergens anders over hebben?”
“Noem eens wat?”
“Ruben?”
Roos’ gezicht betrekt.
“Liever niet. Hij is een klootzak.”
Iris kijkt Roos en Fleur vragend aan. Roos antwoord niet.
“Wat is er gebeurd?” Vraagt ze, in de hoop een antwoord te krijgen.
“Ruben is de grootste klootzak op aarde. Hij schelt Roos uit op MSN en ze kwam hem laatst tegen in de stad. Zijn zusje haalde de schoenen die Roos wou voor haar neus weg. Hij moest lachen, en reageerde echt op een poedersuiker manier. Om het maar even kort samen te vatten.”
“Wat een klootzak! Ben je nog steeds verliefd op hem?”
“Dacht het niet. Als iemand zo raar tegen je doet, dan ben je er toch niet meer verliefd op!”
“Heet jij ook al Roos?”
“Ik voel echt niets voor hem. Maar ik weet niet wat er gebeurd als ik hem weer zie. Hij is wel heel knap. En ik weet dat hij diep van binnen heel aardig is.”
Fleur rolde met haar ogen.
“Als je maar weet dat ik het hem niet gun. En er ook alles aan ga doen om te zorgen dat jij hem ook gaat haten!”
“Wat jij wilt.” Roos haalt luchtig haar schouders op. Ergens had je een hoop aan Fleur, ze bedoelde het echt goed, maar alles moest altijd gaan zoals zij het wilde. En zo ook dit. Fleur had blijkbaar niet door dat je verliefdheid niet kon sturen.
“Gaan we trouwens ook naar de toespraak van de directeur dinsdag? Niemand zal ons missen als we wat later komen, toch?” Roos probeerde op een ander onderwerp te komen.
“Zou je dat nu wel doen?” Vraagt Iris geschrokken.
“Ik wil de toespraak wel missen, maar het is wel handig als we weten in welke klas we komen.”
“Wat maakt het uit dat de klassen worden opgenoemd? We weten toch al dat we in dezelfde klas komen als vorig jaar. We hoeven alleen maar te zorgen dat we zodra iedereen uit de kantine komt, we onze klasgenoten terugvinden. Toch?”
Iris en Fleur kijken elkaar bedenkelijk aan, maar stemmen uiteindelijk toch met het plan in.
“Tom! Tom!”
Fleur rent door de drommen met mensen heen die uit de kantine komen.
“Tom!”
Een donkere jongen kijkt op en staat stil.
Fleur vliegt de jongen om de hals.
“Zolang heb ik je nog nooit níét gezien!”
Tom en Fleur waren jarenlang buren geweest, en trokken veel met elkaar op. Samen gingen ze ook naar het middelbare onderwijs, naar het Endescollege dus. In de meivakantie was Tom verhuisd, en in de hele zomervakantie hadden ze elkaar niet gezien.
Op het moment dat Fleur Tom in de gaten kreeg, verloor ze Roos uit het oog en werd ze blind voor alles wat er om haar heen gebeurde.
Iris liep rustig met de menigte mee, hield nauwlettend haar klasgenoten in de gaten, zodat ze niet zou ontbreken in de klas.
In tussentijd wachtte Roos op Fleur en Tom. De kantine was nog lang niet leeg, en bovendien zat Tom bij hen in de klas. Hij zou wel weten naar welk lokaal ze zouden moeten.
Als Roos een blik op de ingang van de kantine wil werpen, staat ze opeens oog in oog met Ruben. Niet heel verassend, hij zit in hetzelfde jaar en bij haar in de klas.
Ze voelt het bloed naar haar hoofd stijgen.
Hij lijkt opeens niets anders meer dan voor de vakantie. Hij lacht vriendelijk naar haar, en er komt zelfs een voorzichtig ‘hoi’ uit zijn mond.
Roos’ hart lijkt slagen over te slaan, en ze voelt zich rood worden.
Was het verbeelding, of zag ze hem nu echt zijn wenkbrauwen uitdagend optrekken?
Toen Tom en Fleur zich weer bij haar voegden, was het gehaaste gevoel in haar borstkas nog steeds aanwezig.
Fleur zag het.
“Wat ben je rood! Je lijkt wel een tomaat!” Wat is er gebeurd? Zijn we betrapt?”
“Nee, er is niets gebeurd.” Antwoordde Roos met een hese stem.
Fleur kijkt Roos indringend aan.
“Er is echt niets hoor.”
“Het zal wel, maar je kijkt echt alsof je een spook hebt gezien!”
Roos haalt diep adem, en loopt dan samen met Fleur en Tom door naar het lokaal waar de klas naar op weg is.
Als laatste komt ze binnen, met een stalen gezicht. Alsof ze net als ieder ander de preek van de directeur heeft meegekregen. Ze sluit de deur van het lokaal achter zich, en gaat op zoek naar een lege plaats in de klas.
De klas mocht als eerste gebruik maken van de nieuwe lokalen, en deze lokalen hadden plaats voor 30 personen, exact het aantal waaruit Roos’ klas uit bestond.
Er was nog een plaats vrij, niet in de buurt van Fleur en Iris. Maar voor Ruben en naast Maarten.
Met een boos gezicht gaat ze voor Ruben zitten, die haar zodra ze zit aantikt. Met een zo mogelijk nog kwader gezicht draait ze zich om. En sist dat hij op moet rotten.
Het praatje van hun nieuwe mentor, meneer Berghuis was ook zoals dat wat ze elk jaar kregen. Ze moesten erg goed hun best doen, want het werd een zwaar jaar.
Ja, natuurlijk. Zoals elk jaar heel zwaar wordt, zogenaamd.
Na alles wat er was gebeurd was Roos niet eens meer zo blij met dezelfde klas als vorig jaar. Van haar mocht Ruben van school gestuurd worden. Het liefst zou ze hem nooit meer zien, vooral na wat er die ochtend gebeurd was.
Ze had het recht hem te haten, maar tegelijk bracht hij haar hoofd compleet op hol.
Roos had nog nooit meegemaakt dat iemand je in een paar seconden totaal in de war kon brengen.
Op dit moment draaiden haar hersenen overuren. Ze wist niet meer wat ze met deze jongen aan moest.
Ondertussen was het een gekkenhuis in de klas, de enige die niet wist waar het over ging was Roos natuurlijk, maar die had het te druk met zichzelf om ook maar op te merken wat er in de klas gaande was.
Achter haar had Ruben de grootste lol.
“Waarom was jij zo stil?”
“Huh?”
“Ja, toen het zo’n gekkenhuis was in de klas!”
“Ooh, zomaar.”
“Lijkt me niet zomaar hoor.”
“Wat boeit het?” Reageerde Roos bot.
“Denk je dat ik het niet door heb gehad? Ik stond met Tom te praten, maar ik hield jou ook in de gaten. Je kwam Ruben tegen. Hij bracht je het hoofd compleet op hol. Heb ik gelijk? Nou?”
“Ja, je hebt gelijk Fleur. Maar ik kan er niets aan doen dat hij dat doet!”
“Nee, maar geef maar gewoon toe dat je hem niet kan weerstaan. Je vind hem nog steeds leuk.”
“Hoe kan ik zo’n persoonlijkheid nu leuk vinden? Het is een achterlijke kwal. En toch doet hij iets met me.” Klinkt het wanhopig uit Roos’ mond.
“Ach, maak je niet druk. Het gaat wel over hoor.”
“Vast wel. Maar goed, ik zal gaan. Heb thuis nog twee paarden te trainen. En mams zal blij zijn als ik eindelijk eens mijn kamer opruim. Dus, tot morgen.”
“Okidoki, tot morgen!”
In gedachten verzonken loopt Roos naar haar fiets.
Ze steekt de sleutel in het slot en loopt naar de uitgang van de stalling. Rustig fietst ze weg.
Ineens hoort ze een harde schreeuw voor zich en wordt ze wakker uit haar gedachten.
De jongen die voor haar staat, op nog geen halve meter afstand, was Ruben.
“Kijk toch eens uit je doppen, stomme snol.” Schreeuwt hij haar toe.
Roos haalt haar schouders op, stapt op de fiets en gaat verder.
Pas even later realiseert ze zich wat er bijna gebeurd was. En ziet ze zijn grote ogen weer voor zich. Helderblauw, net als de zee van de zomer in Griekenland. En niet te vergeten, de agressie in zijn ogen. Alsof ze hem iets aan had gedaan, maar dat bestond niet. Het enige wat ze deed was bijna tegen hem aan fietsen. Maar dat had iedereen kunnen gebeuren. Dit was iets anders, iets dat ze al vaker bij hem had gezien. Maar als er iemand boos mocht zijn, was zij het wel. Wat deze jongen haar had gezegd, kon echt niet door de beugel.
Met deze gedachten zette Roos haar zwarte weduwe in de schuur. Meteen liep ze door naar binnen, ze moest zich snel omkleden. Twee paarden rijden, en daarna snel haar kamer opruimen. De voorspellingen waren dat het die avond zou gaan regenen, dus eerst haar kamer opruimen en na het eten rijden, was geen optie.
Bovenal kwam Titanic die avond op tv, en dat kon ze absoluut niet missen. Ze had de film al zo vaak gezien, maar hij bleef mooi.
Bij de paarden kwam Roos eindelijk tot rust, even geen Ruben die in haar hoofd rondspookte, zonder dat hij er ook maar een moment over dacht uit haar hoofd weg te gaan.
)
Echt leuk verhaal vind ik dit! Het leest fijn en ik ben ook heel benieuwd waar het met Ruben op uitloopt.
Janine1990 schreef:Dankje Imre!
Leuk dat je het leest.
Misschien herken je nog wel over wie het gaat.
Maar noem maar geen namen
Ik zal geen namen noemen

tempo
meer meer meeeer!