
Bij Jezus duurde het minder lang voordat hij het door had. Hij reageerde scherp: ‘Hoe bedoelt u, jullie kunnen wel gaan?’
Mien keek ons aan. Jezus en ik zaten op de twee stoelen uit de kamer en Mien en Johanna leunde dus tegen de muur. ‘Ik bedoel dat er wel degelijkheid mogelijkheid is dat jullie naar de aarde kunnen.’ legde Mien overdreven geduldig uit. Mijn oma leek er niet helemaal blij mee, maar ze knikte en zei verder niets.
‘We kunnen wel, maar dan zou het hier een beetje in de soep lopen, niet?’ sprak ik haar sarcastisch tegen. Ik snauwde een beetje, maar ik vond dat ze er zich niet mee moesten bemoeien. Ze hadden er punt een niets mee te maken en punt twee ze konden ons toch niet helpen.
‘Wie zegt dat?’ sprak Mien mij weer tegen, ‘Jullie zijn niet de enige in de hemel, jullie zijn niet de enige die de wereld kunnen redden.’
‘Wij kunnen dat bijvoorbeeld ook,’ zei Oma zachtjes.
Ik liep samen met Jezus over de gang. Nadat mijn oma die opmerking had gemaakt had ik niet geweten wat te zeggen. In mijn hoofd riep ik eerst heel hard nee. Pas daarna bedacht ik waar Jezus en ik heen zouden kunnen als we Ja hadden gezegd. Alleen toen hadden Jezus en ik allebei al heel impulsief ‘Nee’ geroepen. Daarna waren Mien en Johanna vrij snel vertrokken. Ze hadden het aanbod laten liggen en er verder weinig over gezegd. Mijn Oma me nog wel even aangesproken vlak voor ze wegliep: ‘Ik doe dit voor jou, wij allebei. We snappen nu wel dat wij die tweede kans niet meer verdienen, maar jij nog wel. Je bent nog zo jong.’ Ze had toen tranen in haar ogen staan en ik kreeg pardoes medelijden met het oude vrouwtje en ook een soort familie gevoel. Dat was de eerste keer dat ik haar weer eens als Oma zag. Mijn oma.
Nu liepen Jezus en ik op de gang. Hand in hand.
‘Jij wil terug toch?’ vroeg Jezus na een fijne stilte waarin we allebei in gedachten waren.
Ik knikte, niet enthousiast. Wilde ik nog wel? Twijfelde ik opeens.
‘Hé, je weet toch dat ik altijd gelukkig ben bij jou?’ zei Jezus lief. Hij liet mijn hand los en sloeg daar voor in de plaats zijn arm om mijn schouders. ‘Hier en op de aarde.’ Ik legde mijn hoofd in het kuiltje van zijn nek. Zo liepen we verder.
‘Zullen we richting mijn kamer?’ vroeg ik zacht.
Er kriebelde wat haartjes in mijn nek toen Jezus zijn hoofd wat bewoog om te antwoorden. ‘Gaan we al,’ hij zei dit even zachtjes, ‘je moet niet vergeten dat ik hier geen plattegrond nodig heb.’
Ik genoot ervan hoe fout dit klonk en de gangen leken weer een stuk korter. Grappig, het leek tegenwoordig of ik de tijden in de hemel zelf kon uitkiezen. Alles duurde net lang, of kort, genoeg. Zo ook dus deze wandeling. Ik liep dicht tegen Jezus aan en voelde van alles heel fijn kriebelen. Eigenlijk had dit niet lang genoeg kunnen duren, toch was ik blij toen Jezus stopte. Ik zag mijn naam en de cijfers in de deurklink staan. Met de hand die niet op Jezus’ rug lag deed ik de deur open. We stapten samen naar binnen en ploften uiteindelijk vrij snel (snel genoeg) op het bed.
Ik lag lekker warm tegen hem aan. ‘Nou?’ vroeg hij opeens.
‘Mmmm..’ antwoordde ik op een toon als, ‘niets’ of ‘stil’. Het was juist zo fijn zo te liggen. Ik schurkte me nogmaals tegen hem aan.
Een tijdje later begon hij weer: ‘Wat gaan we tegen je oma zeggen?’
En tegen Mien. Dacht ik. ‘Zou jij het kunnen? Hen de wereld laten besturen?’ zei ik. En ik draaide me om, zodat ik hem aankeek. Leunend op mijn handen keek ik hoe hij nadacht. Hij fronste zijn wenkbrauwen en keek moeilijk. ‘Als jij dat wil.’ zei hij toen uiteindelijk. ‘Dan kan ik dat wel.’ Hij deed zijn hoofd schuin. Er vielen wat haren in zijn gezicht. Ik miste het licht dat uit ramen kon vallen. Op de aarde had er licht door de bomen gevallen om zijn gezicht te sieren met wat vlekjes zonlicht. Hier sierde alleen zijn bruine ogen zijn gezicht. Maar was dat niet genoeg? Hij was nu al te mooi om waar te zijn. Stel dat hij op de aarde niet was wie hij nu leek, of stel dat hij opeens niet meer van mij zou houden… Zouden andere ook deze twijfel gehad hebben?
Jezus was ondertussen op zijn rug gedraaid en schetste in gedachten op het plafond iets uit. ‘Op de aarde kan jij een kindje krijgen, we kunnen zelf echt wat doen in plaats van toe kijken en wat sturen. Op de aarde, zou jij gelukkig kunnen zijn.’ Hij bewoog met zijn handen, ik kon zijn gezicht niet meer zien. ‘En je Oma had gelijk, je hebt nog maar zo kort de kans gehad daartoe.’
Een kindje, vroeger, op de aarde, had ik altijd geroepen dat mijn moeder later wel de perfecte oma zou zijn. Ik wist zeker dat ik een kind zou krijgen. Maar nu kon mijn moeder nooit meer oma zijn. Mijn oma bleek veel meer oma dan ze op de aarde ooit was, al hield ze op de verkeerde manier van mijn beste vriendin en ikzelf had een wereld geschapen met heel veel mensen, mijn mensen. Mijn kinderen? ‘Hebben wij niet al vierduizend kinderen op de aarde rondlopen?’ zei ik. Ik wende mijn hoofd opzij en zag net nog Jezus handen opzij vallen. Ook hij rolde recht op en stootte per ongeluk mij aan. Echt breed was m’n bed dan ook niet. ‘Vierduizend kinderen?’
‘Ja, die hebben wij tenslotte ook samen op de aarde gezet. Met een behoorlijk pittige bevalling,’ bij dat laatste keek Jezus raar op, ‘gekeken naar de lengte.’ Voegde ik daarom toe.
‘Voor zover je in de hemel lengte van tijd hebt.’ knikte Jezus glimlachend.
‘Voel jij het niet zo?’ nieuwsgierig keek ik hem aan. Mijn gezicht heel dicht bij de mijne. Onze kindjes, dacht ik stiekem al en ik voelde een steekje schuldgevoel. We lette nu wel mooi niet op ze.
‘Onze kindjes?’ Ik knikte bemoedigend. ‘Ja, ze zijn van ons.’ Hij klonk tevreden. ‘Hebben ze een oppas nu?’ vroeg hij glimlachend.
Ik schudde mijn hoofd. Hadden we nu al iets besloten?
‘Laten we dan kijken hoe het met ze gaat.’ Hij gaf me nog een lieve kus en rolde uit bed en ik zag nog net een stukje van zijn mooie strakke kont voordat er een boxer overheen gleed. Ik glimlachte er weer om. Die mochten in de hemel ook wel eens moderner. Met een zucht volgde ik zijn voorbeeld om me aan te kleden. Ik wist dat Jezus naar me zat te kijken en liet me lekker bekijken. ‘We gaan zou terug naar kantoor?’ vroeg ik gedempt van onder mijn jurk vandaan. Ik had hem net helemaal over mijn hoofd toen Jezus antwoord gaf. Hij stond op één been zijn spijkerbroek aan te trekken: ‘Nou, daar moeten we wel weer heen voor de belangrijke dingen, maar om alleen te kijken kunnen we eerst even langs de wereld kamer? Dat geeft mooier uitzicht.’
Ik stond voor de spiegel mijn haar te fatsoeneren en keek via het spiegelbeeld naar hem. Draaide me om en zei: ‘Dat lijkt me een goed idee.’ De wereldkamer. Daar hadden we voor het eerst gekust, daar was iets begonnen.
Terwijl we ons toonbaar maakte voor de rest van de hemel praatten we nauwelijks. We hadden niets besloten, zo leek het, maar gingen gelukkig wel weer iets doen. Tussendoor raakte ik hem aan, raakte hij mij aan. Het was fijn en ik voelde me heel erg tevreden. Wilde ik nog wel de spanning van de aarde voelen? Ik maakte ten slotte nu hier een verschil tussen goed en kwaad.
‘Zullen we?’ stelde Jezus uiteindelijk voor.
‘Is goed,’ antwoordde ik.
Samen liepen we de deur uit. Dit keer niet hand in hand, maar stoer naast elkaar. Ik vertrouwde erop dat Jezus de weg wel wist. Waarom had hij mij eigenlijk zo vaak de weg laten wijzen? Nou ja, wat maakte het uit. We liepen de gangen door en ze voelden vertrouwd. Ze kwamen niet op me af of zoiets. Bijna al die mensen hadden ja gezegd, maar die hadden ook niet zo lang nagedacht als ik. Die hadden ook geen verantwoordelijkheid, zoals Jezus en ik.
We praatten wat, over de mensen die hier nog waren. Ik bracht het gesprek op Dorus en Lucie. Dat ik toen echt had gedacht dat ze bij elkaar hoorden. ‘Mensen groeien uit elkaar Martje,’ Ik antwoordde niet echt.
‘Toch had hij het wel verdiend, een plekje terug op de aarde. Hij was zeventien.’
‘Zo oud ben jij ook, lief.’ En dat had ik ondertussen helemaal niet meer door.
‘Valt leeftijd ook weg in de hemel?’ vroeg ik aan hem. ‘Ik voel me geen zeventien. Ik voel me…’ daar moest ik over nadenken. Hoe oud was ik? ‘Ik voel me leeftijdloos.’
Hij moest lachen. ‘Zo lijk je ook voor mij.’ Gaf hij vriendelijk antwoord met een welgemeende grijns om zijn mond.
Al kletsend over serieuze en minder belangrijke dingen gleed te tijd weer eens onzichtbaar snel voorbij. Mijn hand gleed over de deurposten toen we naar binnen gingen. Dat zag er ten minste echt uit als een stukje Hemel.
. Ga zo verder!
Is het al bijna af?

Voel me heel dom als dit een normaal woord is, maar als je discussieren bedoelde, moet het gediscussieerd zijn.

