Zo het heeft enige tijd geduurt, maar zo voor de kerst toch een nieuw stuk!
Citaat:
De rest van de avond houd ik me een beetje stil en blijf zoveel mogelijk bij Martin in de buurt. Tegen half twaalf is het nog zo druk en gezellig dat ik mijn moeder een sms stuur dat het wat later wordt. Natuurlijk duurt het niet lang voor mijn telefoon over gaat. Mijn moeder. Ik loop naar de gang en neem dan op, ‘hoi mam!’ begroet ik haar. ‘Marieke, maak je het niet te laat? Want ik wil niet dat je dat hele stuk alleen over straat gaat!’ zegt ze. Ze klinkt wel erg bezorgd. ‘Mam ik vraag wel of ik bij José mag blijven slapen oké?’ ‘Dat is goed, laat je nog wel even weten of haar ouders dat ook goed vinden?’’ Zal ik doen mam, welterusten!’. Mijn moeder zegt nog gedag en hangt dan op.
Ik loop terug naar de woonkamer en zoek José, maar ik kan haar niet vinden. Wel zie ik Vincent, dus loop ik naar hem toe. ‘Waar is José?’ Vincent kijkt om zich heen, maar komt tot dezelfde conclusie. ‘Geen idee, misschien op het toilet?’ En hij draait zich weer terug naar de groep om zijn gesprek voort te zetten. Als ik nog een keer de kamer doorkijk zie ik ook Martin niet meer. Dan maar even buiten kijken. Als ik bij de achterdeur ben doe ik hem zachtjes open. Verderop in de tuin zitten inderdaad twee mensen op het bankje. Ik stap naar buiten, het is een heerlijke avond vanavond. Absoluut niet koud. Als mijn ogen gewend zijn aan het donker loop ik naar het bankje. De twee mensen op het bankje merken mijn aanwezigheid op en ik hoor wat geschuif, maar ik ben nog te ver weg om iets te kunnen zien. Als ik voor het bankje sta zie ik dat het Martin en José zijn. ‘Hey, wat doen jullie hier zo alleen, met z’n tweeën?’ vraag ik wat verbaast. Het blijft even stil en dan antwoordt José ‘het was zo druk binnen, dus ik dacht ik ga even buiten zitten, en toen Martin ging roken zag hij mij alleen zitten, dus die is bij me komen zitten’. Ik knik, toch wel een beetje geïrriteert door hun gezellige samen zijn. Ik ben vast jaloers om niks, maar toch zit het me gewoon niet lekker. Ik heb ook gelijk geen zin meer om bij José te blijven slapen, maar Martin hier nu alleen achterlaten met José wil ik nu helemaal niet.
‘José, zou ik vanavond bij jou kunnen blijven slapen? Mijn moeder wil eigenlijk niet dat ik nu nog dat hele stuk alleen naar huis moet’. ‘Ja is goed hoor. Ik weet zeker dat mijn moeder dat wel goed vind, maar ik ga haar gelijk even bellen’ antwoordt José, duidelijk ook niet erg enthousiast dat ik de nacht ook nog bij haar doorbreng.
Als zij opstaat laat ik me naast Martin zakken. En als José ver genoeg is, in ieder geval buiten gehoorafstand besluit ik het maar recht op de man af te vragen. ‘Martin, is er iets tussen jou en José?’ ik durf hem niet eens aan te kijken, en kijk dus naar mijn voeten. ‘Nee’ zegt hij. Als ik opkijk, kijkt hij me recht in mijn ogen aan. Gelijk schaam ik me dat ik dit heb durven vragen. Met zijn rechterhand streelt hij mijn wang en gek genoeg voel ik me meteen al veel rustiger. Als hij naar mij toebuigt en me dan zachtjes kust is alle twijfel weg. Dit doet hij echt niet zomaar, en zeker niet met mijn beste vriendin. De kus gaat over in een zoen en ik klim weer op zijn schoot. Het houten bankje doet pijn aan mijn knieën maar dat maakt me niets uit. Ik laat mijn handen door zijn perfecte haren glijden en zoen hem innig. Ik merk dat hij er opgewonden van raakt en ik rits zijn jas los, om mijn handen onder zijn shirt te kunnen steken. Hij rilt even van mijn koude handen op zijn buik en langs zijn zij, maar al snel volgt hij mijn voorbeeld. Heel kort twijfel ik of ik hem niet tegen moet houden, gaat het niet te snel? Maar eigenlijk maakt het me niets uit. Ik wíl juist zijn aandacht en nu heb ik die voor meer dan honderd procent. Zijn grote handen glijden zachtjes en voorzichtig eerst langzaam langs mijn zij omhoog en weer naar beneden. Als hij merkt dat ik niet protesteer, maar hem juist aanmoedig door even zachtjes in zijn onderlip te bijten voel ik zijn handen naar mijn borsten gaan, maar ook daar blijft hij niet hangen. Zijn handen zijn constant in beweging en hij maakt me helemaal gek. Ook het zoenen wordt heftiger, en ik moet af en toe echt even naar adem happen. Na een tijdje wordt het wat rustiger en gaat het zoenen weer over in kusjes en trekt hij ook mijn shirt weer recht.
Als ik hem nog nahijgend aankijk, moet hij lachen ‘we hebben publiek’. Ik kijk eerst om me heen en dan richting het huis. Al het bezoek staat voor het raam te joelen. Ik word in één klap vuurrood, maar dat is nu gelukkig niet te zien. ‘Kunnen we nog even hier blijven zitten tot hun weg zijn voor het raam?’ vraag ik aan Martin. Hij knikt. Ik sta op en doe mijn haar snel en handig in een staart. ‘Je haar los is leuker’ zegt Martin als hij me bekijkt. ‘Vast is makkelijker’ antwoord ik simpel. Nog even ga ik naast hem zitten en leun tegen hem aan. Dan pas merk ik hoe moe ik ben. ‘Kan ik niet bij jou blijven slapen?’ het is een beetje een retorische vraag maar ik stiekem hoop ik dat het antwoordt anders zal zijn. ‘Mijn ouders schieten me af!’ Ik giechel ‘jammer’ antwoord ik dan oprecht. Hij knikt maar zwijgt. ‘Ik ga José zoeken. Het wordt tijd dat we gaan’. ‘Ja ook ik moet nu wel naar huis’ antwoordt Martin. Als we samen binnenlopen wordt er nog door iemand gefloten, maar ik vermijd het rondkijken in de kamer. Ik zoek José op en vraag haar of het niet eens tijd wordt om naar huis te gaan. ‘Ja is goed, even Vincent gedag zeggen’ zegt ze. ‘Is goed, ik wacht buiten wel’. Voor de deur staat Martin nog op mij te wachten. Ik sla mijn armen om hem heen en knuffel hem. ‘Kom je van de week een keertje naar mijn huis?’ vraag ik. ‘Ja, het wordt wel een keer tijd hè? We spreken deze week wel een keertje af bij jou thuis’ zegt hij dan. Hij geeft me nog een kus en loopt dan naar zijn fiets. Als hij wegfietst komt José net naar buiten en samen gaan wij dan ook naar haar huis.
Als ik voorzien ben van een pyjama van José en we een matras hebben opgemaakt, praten we nog even na over de avond. ‘Gaat het nou beter tussen jou en Vincent? Vraag ik haar. Ze denkt even na en antwoordt dan ‘ja, het gaat wel beter, maar ik weet niet of het echt nog zo goed gaat worden als aan het begin. En tussen jou en Martin, nog steeds niet officieel een relatie?’ Ondanks dat het niet echt een gemene vraag is zet ik toch mijn stekels uit. ‘Niet officieel, maar we hebben het leuk samen, en ik geef echt om hem, en ik denk dat hij ook echt om mij geeft. Lijkt me niet dat we daar verplicht een labeltje aan moeten hangen?’. José raakt duidelijk wat geïrriteerd door mijn vijandige antwoord en reageert vinnig ‘Martin lijkt er anders niet zo over te denken hoor!’ Hier schrik ik van en blijf liggen. Stil. Verlamd. Maar na enkele minuten verbreek ik de stilte ‘hoe bedoel je dat’ vraag ik met een klein stemmetje. José was duidelijk op dreef en niet van plan rekening te houden met mijn gevoelens ‘Weet je nog een tijdje terug, je was hier geweest toen ik dat hele gedoe met Vincent had. ’s Avonds belde je me nog, toen was Martin hier ook’. Auw, dat kwam hard aan, alsof iemand me een stomp in mijn buik heeft gegeven. Ik kan me die avond nog goed herinneren, ik weet ook nog dat de stem me bekend voor kwam. En nu vallen alle puzzelstukjes op z’n plaats. Maar ik verman me, ze krijgt me er niet zomaar onder. ‘Toen was het ook nog niet echt serieus tussen ons, en ik kan hem natuurlijk niet verbieden met vrienden om te gaan’ probeer ik zo luchtig mogelijk te zeggen. ‘Oké, maar vanavond zaten wij ook erg gezellig samen buiten tot jij kwam’. Dit keer barst ik ‘wat wil je nou zeggen José?! Heb je hem gezoend? Wil je jouw relatie met Vincent naar de kloten helpen? Of probeer je alleen mij miserabel te maken? Ik dacht dat wij vriendinnen waren!’. En dan is het stil. Ik wil zo graag huilen, maar ik ben er te trots voor. Niet nu, niet waar zij bij is, niet voor iets wat zij veroorzaakt heeft. Na misschien tien minuten begint José te praten ‘Martin is anders, ik leerde hem pas kennen toen ik al met Vincent ging. Met Martin kan ik al vanaf dag één lachen en hij is gewoon erg leuk en knap. Waar ik met Vincent geen behoefte heb aan intimiteit kan ik me bij Martin niets fijners voorstellen. En toen kwam jij en Martin koos voor de makkelijke optie. Jij had geen relatie, en al helemaal niet met zijn beste vriend, en je bent leuk en knap. Beter dan dat had hij het niet kunnen treffen. En ik weet dat je boos op me bent, maar ik ben niet vreemd gegaan. En ik zie na vanavond wel in dat ik mijn relatie met Vincent moet beëindigen’. Ik twijfel nog even of ik hierop ga antwoorden, maar ik ben te boos.
De volgende ochtend vertrek ik om half zeven, nog voordat er iemand wakker is. Ik wil geen confrontatie. Ik ben blij als ik op mijn scooter stap en weg rij.