Merlina slikte. Hoe kon Dieter op die foto staan? Had hij haar belogen? Ze had haar hele verhaal tegen hem uit de doeken gedaan. Haar halve leven! En hij had heel de tijd naar haar geluisterd. Hij had toch ook door moeten hebben dat dàt de merrie was die ze bedoelde? Ze voelde zich verraden. En hulpeloos. Ze kon er helemaal niet meer aan uit. Wat nu als Dieter de zoon was van Ronald? Dan was hij een rijkeluisjongetje, tenminste als ze kon voortgaan op het huis dat Ronald bezat. Dan hoefde hij toch helemaal niet te werken om geld te verdienen? Waarom had hij haar dit aangedaan, haar zo belogen? Zou hij degene zijn die de arme merrie mishandeld had? Honderd en een vragen overspoelden haar gedachten. Ze raakte er door verward. Ze had het gevoeld dat ze elk ogenblik kon instorten. “Alles goed?” Merlina schrok toen ze een hand op haar schouder voelde. De vrouw was, met een glas water in haar hand, naast haar komen staan. “Rustig maar. Zet je anders even neer, liefje. Hier heb ik een glas water voor je.” Verdoofd liet Merlina zich zakken in de dichtstbijzijnde zetel. Ondertussen bleef ze naar de muur, naar de foto, staren. De foto van de valkmerrie en Dieter.
“Wat intimideert je zo?” haar stem klonk bezorgd. Merlina stond terug op een liep naar de foto. “Gaat het hierom?” de vrouw wees een kadertje aan op de muur. Merlina schudde met haar hoofd. Na een korte stilte zei ze met een schorre stem: “Die ernaast. Rechts.” “Oh. Knappe jongen hé? Dat is Dieter, de zoon van de baas. Ik ben hier de poetsvrouw, weet je. Al jàren hoor trouwens. Dat baasje ken ik al van toen hij nog in zijn wieg lag. En nu is hij al bijna volwassen...” De vrouw zuchtte. Ergens had Merlina gehoopt dat de jongen op de foto niet Dieter zou zijn, maar die kans was natuurlijk erg klein geweest. Verwaarloosbaar klein eigenlijk. Maar toch had ze haar hoop daarop gevestigd. Tevergeefs. Ondertussen vervolgde de poetsvrouw haar verhaal: “Tjonge, wat gaat de tijd toch snel. En een goede jongen dat het geworden is! Heel lief en behulpzaam. Ja, ik snap best wel dat je een oogje op hem hebt.” Ze knipoogde naar Merlina, die diep zuchtte, zei: “Dat is het niet. Was het dat maar. Het is…” Ze zuchtte nogmaals. “Ik heb hem eens ontmoet in een boerderij waar hij, tenminste dat heeft hij mij verteld, in het weekend werkte. Maar…” “Ohja, hij werkt inderdaad in een boerderij. Niet dat zijn ouders, pardon ouder, het ontbreken aan geld. Dat niet, nee, neen. Zijn vader vindt dat hij zelf maar voor zijn geld moet zorgen. Zelfstandig worden, daar draait het volgens hem allemaal om. En dat kan alleen maar als hij zelf voor zijn inkomsten instaat. En die jongen moet dan ook alles zelf betalen. Alleen het hoognodige niet, zoals water, elektriciteit, zijn slaapvoorziening en eten. Volgens mij overdrijft hij hier toch wat in, maar ach. Wie ben ik om er wat van te zeggen hé?” Ze gaf een tikje tegen Merlina’s arm. “En drink jij nu maar je glas water uit.” Dit verklaarde alleszins waarom Dieter op die boerderij werkte. Maar nog steeds niet waarom hij tegen haar had gelogen over de merrie. Alhoewel, gelogen… Nee, gezwegen, dat had hij. Merlina kreeg medelijden met hem. Hij had het vast niet gemakkelijk met zo’n vader. In 1 teug dronk ze het glas water leeg.
“En de pony?” Waarschijnlijk klonk ze nu wat onbeleefd, maar Merlina moest en zou het antwoord weten. “Die foto is getrokken in de tijd dat zijn moeder nog leefde. Een jaar of 2 terug. De pony, Fenna heet ze, was de lieveling van zijn moeder. Een schat van een pony! Maar toen ze overleed, is ze enorm veranderd. Veel schuwer, banger geworden. En lastiger ook. Je kon weinig met haar doen. Dieter heeft geprobeerd haar te helpen. Hij heeft daar heel veel moeite voor gedaan. En het lukte ook, het ging beter en beter. Totdat zijn vader haar een paar keer geslagen heeft. Toen was het hek weer helemaal van de dam. Hij heeft de dood van zijn vrouw nooit helemaal verwerkt denk ik. Sinds ze overleden is, sluit hij zich helemaal af. Van alles en iedereen. Ook van Dieter. En Dieter had en heeft zijn steun en liefde nu net het meeste nodig. Die jongen is echt door een hel heengegaan. Jij en ik kunnen zoiets niet begrijpen, het gevoel wat zo’n kind heeft als een ouder jong sterft.” Merlina knikte. Er biggelde een grote traan over haar wang. Hoe had ze hem zo kunnen veroordelen, terwijl ze niet eens had geweten wie hij was of wat hij had meegemaakt? Ze schaamde zich diep. “Zijn vader heeft Dieter in die periode alles verboden. Dan kwam hij ook op de proppen met dat zelfstandig worden gedoe. Toen heeft hij de merrie ook geslagen, ik denk dat hij het niet kon verkroppen dat Dieter wel met haar overweg kon. Hij heeft haar te koop gezet en vanaf dan heeft Dieter nooit nog een woord tegen hem gesproken. Het enige waarvoor hij hier nog komt, is om te slapen. De rest van de tijd is hij weg, god mag weten waar ie uithangt. En zijn vader heeft sinds kort een vriendin en trekt zich nu van niets nog wat aan. Buiten die merrie dan. Die wil hij zo snel mogelijk kwijt. Maakt niet uit aan wie. Desnoods zelfs aan de slager denk ik.” “Dat zal nooit gebeuren!” schreeuwde Merlina. Ze was opgejut en over haar toeren door het hele verhaal. “Ik zoek zo snel ik kan een plekje voor haar en neem haar mee zodat ze nooit meer die gruwelijke man hoeft terug te zien! Bedankt mevrouw, dat u dit alles verteld hebt aan mij. Er is nu zoveel duidelijk geworden voor me. Uiteraard kunt u op me rekenen dat ik dit niet aan iemand vertel. Hartelijk bedankt.” Verbaasd keek de vrouw Merlina aan. Zij kon natuurlijk ook niet weten wat er allemaal met Merlina was gebeurd. “Heeft u toevallig een papiertje voor me?” vroeg Merlina vriendelijk. “Jazeker.” De vrouw haalde een briefje uit haar zak. “Is dit goed?” “Prima! En toevallig ook nog een balpen?” “Alsjeblieft.” Merlina krabbelde snel wat op het papiertje.
Geachte heer, ik (Merlina) ben hier vandaag langs geweest. U hebt de pony die ik zoek en ik wil haar dan ook graag kopen en zo snel mogelijk meenemen. Om hieromtrent alles te bespreken kan u mij het beste mailen. Dank u, Merlina.“Kan u ervoor zorgen dat meneer dit krijgt?” vroeg ze aan de poetsvrouw. Deze knikte. “Dan ga ik nu. Misschien ziet u mij nog wel een keertje weer, wanneer ik de pony kom ophalen. Dag. Ik laat mezelf wel uit. En nogmaals bedankt voor alles!” Merlina liep het huis uit en klom op haar fiets. Het regende nog steeds, maar wel al minder hard. Alleen was er nu nog een gure wind bijgekomen. Die schuurde Merlina’s wangen. Ze kroop wat dieper in de kraag van haar jas. ‘Even flink doortrappen,’ dacht ze, ‘des te sneller ben ik thuis en van die koude wind af.’ Met verkleumde handen en een pijnlijk, vuurrood gezicht kwam Merlina de keuken binnen. “Wat zie je eruit zeg.” Haar moeder klonk bezorgd. “Zie je nu wel dat ik je beter had weggebracht.” “Nee hoor mam. Het gaat prima met me. Alleen een beetje koude handen. Stom ook van me, dat ik mijn wanten vergeten was!” “Zal ik een kom soep voor je warmen?” “Nee, dat is niet nodig, dank je.” De muntstukken ketsten en draaiden op de grond. “S.hit” vloekte Merlina. Ze had haar spaarpot laten vallen. “8.87, 8.92,8.94” telde ze. “9 euro en 3 eurocentjes.” Merlina zuchtte. Hiervan zou ze Fenna nooit kunnen betalen, laat staan onderhouden. Ze haalde een envelop met geldbriefjes uit haar lade. “20, 40, 90…” “Tweehonderdentien euro. 210 en 9 euro en 3 dat is samen… 219 euro en 3 eurocent.” Dat ze niet rijk was, had ze altijd al geweten. Maar dat ze zo weinig geld bezat? Ze had echt gedacht –en vooral gehoopt natuurlijk- dat het wat meer zou zijn. Op deze manier zou ze Fenna dus echt niet kunnen helpen. Maar hoe dan wel? En de tijd drong, stel je voor dat Ronald haar ondertussen aan de slager verkocht als zij te lang talmde! Merlina wist het echt niet: voor een vakantiejob had ze geen tijd en was ze trouwens nog te jong. ‘Misschien vind ik op internet wel wat.’
Eerst ging ze –zoals ze altijd deed als ze op de computer ging- even piepen bij de site van haar manege. Er stonden steeds leuke weetjes –of net minder leuke- en de laatste nieuwtjes. Maar wat zag ze daar? In de rechterhoek onderaan stond een werkaanbieding! "Manegehulp gevraagd" las ze. Ze klikte het aan.
Voor in de weekends en op de woens- en vrijdagen zoeken wij een extra hulpje. Iemand die met paarden en kinderen kan omgaan. Het zou voornamelijk zijn om een handje toe te steken bij de beginnerlessen en deze kinderen uit te leggen hoe er gepoetst, gezadeld en naverzorgd moet worden. Geïnteresseerd? U kan ons bereiken via mail, zie submenu ‘contact’. Dank u. Het zou vast geen fortuinen verdienen, maar het was iets wat ze graag deed en het geld kon ze natuurlijk zeer goed besteden. Ze stuurde meteen een mail. Verder zoeken deed ze niet want ze was absoluut overtuigd dat ze niets beter zou vinden! ‘Dit zit toch wel heerlijk mee’ bedacht ze. Toen ze zich op msn aanmeldde, begon Aminthe onmiddellijk tegen haar te spreken.
Aminthe zegt: Mel, moet je nu wat weten! Ik heb fantastisch, maar dan ook fantastisch nieuws

!
Mel ღ zegt: Serieus?
Aminthe zegt: Jaja serieus!
Mel ღ zegt: Vertel op dan!
Aminthe zegt: Ten eerste ben ik eindelijk uit mijn bed ontslagen xD –maar dat had je vast wel door aangezien je mij nu op de computer aantreft

. Uit het ziekenhuis ben ik al wat langer, maar ik werd door mijn ouders verplicht om nog een tijdje in mijn bed te liggen…Ten tweede (wat eigenlijk het fantastische nieuws was) heb ik een paar keer ‘serieus’ met mijn ouders gesproken. Ook wat ruzie gemaakt enzo, maar dat doet er nu niet toe. Wat er wel toe doet, is dat ze eindelijk hebben ingezien dat die pony de schuld niet treft! Dus… Weet je wat dat wilt zeggen?
Mel ღ zegt: Euhm. Ik hoop dat ik doel op wat ik denk dat jij bedoelt…
Aminthe zegt:Hihi. Ik denk het wel, ik mag terug paardrijden!
Mel ღ zegt: Min, hier heb ik geen woorden voor… Je kan niet geloven hoe blij ik ben! Echt, onbeschrijfelijk hoe goed ik mij nu voel!! Super dat je met je ouders gesproken hebt, echt super…

SUPER!
Aminthe zegt: Ik weet het

Ik ben zelf ook zo ongelooflijk blij!
Mel ღ zegt: Maar weet je… Ik moet je eigenlijk nog van alles en nog wat vertellen. Want toen jij in het ziekenhuis lag heb ik eigenlijk nogal wat ‘uitgestoken’.
Aminthe zegt: Sorry, Mel, maar daar heb ik nu geen tijd voor, moet gaan eten. Ik zie je zaterdag vast wel op de manege? Vertel me àlles dan! ALLES, hoor je?
Mel ღ zegt: Oke prima! Ik zie je dan wel. Smakelijk!
Aminthe zegt: Ja dankje! Tot zaterdag Xje
Mel ღ zegt: Tot zaterdag!!! Bedankt voor het superfantastische nieuws! XXX
En Aminthe was offline. Maar dat had nu geen belang, want dit was echt wel het beste nieuws dat ze sinds dagen had gehad! Aminthe die opnieuw mocht paardrijden… Dàt had ze nu echt nooit verwacht! Haar vrolijkheid kon even niet meer op en ze riep een paar keer luid ‘yes’. Daarna stormde ze de trap af om het aan haar moeder te gaan melden. Want, gedeelde smart is halve smart, maar gedeelde vreugd is dubbele vreugd, toch?!