Ik ben al een klein jaar bezig met schrijven. Een jaar is overdreven. Door een scharrel tussendoor ben ik gestopt. De reden: Het gaat over een jongen waar ik verliefd op ben geweest. Niet autobiografisch, puur hoe ik het heb beleefd. Er is geen enkele gelijkenis met het echte leven.
Het heeft een eeuwigheid geduurd voor ik weer verder ben gegaan. Inmiddels heb ik namelijk een hele lieve vriend. Het schrijven voelde als verraad. Maar omdat ik veel onzeker ben over mezelf, en er jaloers van wordt, lijkt het me goed alles van me af te schrijven.
Het verhaal bestaat uit een aantal delen. En ik heb net het eerste hoofdstuk af.
De hoofdpersoon heet Roos, de jongen waar ze verliefd op is heet Ruben. Even ter verduidelijking van de volgende delen:
Proloog Roos
Deel I: Roos
Deel II: Roos & Ruben
Epiloog Ruben
Deel III: Roos
Elk hoofdstuk begint met een tekst of een deel van een passend nummer.
Citaat:PROLOOG
“Don’t ask me what’s wrong tonight, cause I can’t explain what I’m feeling.”
Soms heb je van die momenten dat je het even niet meer weet, dat je alles tegelijk voelt. Verdriet, opluchting, woede, medeleven. Alles wat je maar kan bedenken, en het voelt zo ontzettend tegenstrijdig. Je kan er niets tegen doen, want de reden zit dieper. Je kunt er niet tegen vechten, want je weet niet welke partij je moet kiezen. De enige oplossing die er is, is het te accepteren. Accepteren dat dingen gaan zoals ze gaan, en dat er wel een reden voor is. Het leven gaat door, je kan niet stilstaan, je kan de tijd niet stopzetten, want het leven stopt niet omdat jij dat wel doet. Ga je niet boos maken, omdat jij denkt dat je het anders had kunnen doen, en omdat jij denkt dat het je eigen schuld is. Want dat is het niet. En maak je ook niet boos om de tijd die je aan iemand verspild, wetende dat het toch niet voor eeuwig is. Wat heb je er aan? Je verspild alleen nog maar meer tijd aan woede. Geniet van het leven dat voor je ligt, een nieuw begin. Accepteer het verleden, dat kan je toch niet meer veranderen. Niemand kan tijdreizen, dat kan alleen in verhalen. En denk eens na, als je 1 onbenullig dingetje zou veranderen uit je leven, zou je waarschijnlijk heel anders in het leven staan.
Het is over met Ruben, de wat ik ooit dacht man van mijn leven. Met hem zou ik oud worden. We hadden een geweldige relatie, maar hij had iets te verbergen. Iets dat mams jaren geleden toen ik op mijn nieuwe school kwam al zag, vanaf een foto! En wat heeft hij me gekwetst! En wat heb ik hem gehaat! Ik geloofde in het begin ook niet dat ik ooit nog wat in hem zou gaan zien. Iemand die je tot op het bot kwetst, zal je toch nooit weer aankijken? Wel dus. Maar het rare is dat hij nooit zijn excuses heeft aangeboden voor zijn gedrag.
Ik kan wel gaan treuren om de anderhalf jaar die ik aan hem heb verspild, maar daarom zijn die anderhalf jaar wel gebeurd. Ik kan wel treuren om hoe ik me heb laten kwetsen, maar als dat niet was gebeurd, was ik waarschijnlijk niet de persoon geweest die ik nu ben. Ik heb geleerd met teleurstellingen om te gaan, en het te accepteren. Ik ben er niet trots op dat ik het zover heb laten komen, maar ik kan er ook niets meer aan veranderen. Het leven gaat door, vandaag ga ik helemaal overnieuw beginnen. Ik ga het leven weer zin geven!
Citaat:DEEL I ROOS
Hoofdstuk 1
I see a light in the sky
Oh, it's almost blinding me
I can't believe
I've been touched by an angel with love
Let the rain come down and wash away my tears
Let it fill my soul and drown my fears
Let it shatter the walls for a new sun...
De directeur komt binnenstappen. ‘Dit is toch 2F?’
‘Dat klopt, komt u de nieuwe leerlinge brengen?’ De klas kijkt nieuwsgierig op.
‘Ja, als u mij toestaat?’
Een verlegen meisje stapt de klas binnen, aangestaard door 28 paar grote ogen.
‘Dit is Roos Verbeek, ze is nieuw in jullie klas, wees een beetje lief tegen haar.’ Met deze woorden vertrekt de directeur weer uit de klas.
‘Ik ben mevrouw Haan, ik geef Engels en ik ben je mentor,’ Stelt ze zich voor aan Roos: ‘misschien kun je de klas iets over jezelf vertellen?’
‘Uhm, nou ik ben Roos Verbeek, ik ben 13 en ik kom van het Borgercollege. Maar dit leek me een leukere school.’
‘Dankjewel Roos, je mag daar wel gaan zitten, bij Fleur en Iris.’
Al snel was Roos goed bevriend met Fleur en Iris, en ook de rest van de klas accepteerde haar. Roos voelde zich op haar gemak bij 2F. Maar er was één meisje waar ze echt een hekel aan had, dat was Manon. Manon deed altijd zo verschrikkelijk overdreven, en ze had op iedereen wel wat aan te merken, vooral de wat minder populaire mensen moesten het ontgelden. Manon had in de klas vriendinnen, die haar helemaal geweldig vonden, en dat beaamde ze alleen maar. Ze vond zichzelf perfect. En als ze met een jongen praatte, lachte ze altijd zo uitbundig dat iedereen mee kon genieten, en zat ze constant aan haar haar. Gelukkig was Roos niet de enige die een hekel aan haar had, ook Fleur en Iris konden Manon niet uitstaan.
‘Hoe ze ook aldoor met Ruben zit te flirten! En hij lijkt het nog leuk te vinden ook. Sorry hoor, maar hij is toch echt veel te knap voor haar!’ Merkte Roos op.
Fleur en Iris keken elkaar veelbetekenend aan.
‘Waar maak je je druk om?’
‘Om Manon, het kreng. Ze laat geen enkele jongen heel voor ons!’
Iris begon te lachen.
‘Ben je verliefd Roos?’
‘Nee, hoezo?’
‘Omdat je je zo druk maakt om dat geflirt van Manon. Natuurlijk is dat irritant, maar haar gedrag vinden wij erger dan dat ze met die jongens flirt.’
‘Nou, maar Ruben is toch een leuke jongen?’
‘Niet mijn type hoor!’
‘Je bent dus verliefd?’ Vraagt Fleur toch wel erg nieuwsgierig.
‘Uhm, weet ik veel. Niet met vlinders in de buik ofzo. Ik vind hem gewoon leuk.’
‘Oké.’ Iris en Fleur begonnen te giechelen.
‘Maar niets zeggen hoor!’
‘Natuurlijk niet, daar zijn we toch vriendinnen voor?’
Roos glimlachte.
Die dag kwam Roos helemaal vrolijk thuis.
‘Zo zo! Jij bent vrolijk! Was het leuk op school?’ Roos’ moeder is blij haar dochter zo te zien. Ze had Shirley’s dood nog maar net verwerkt, en na het drama dat zich voor had gedaan op het Borgercollege, ziet Roos er eindelijk weer een beetje gelukkig uit.
‘Ja, we hebben zo’n lol gehad!’
‘Mooi zo! Wanneer nodig je Fleur en Iris eens uit?’
‘Weet ik niet, maar ik ga nu eerst paardrijden hoor!’
Roos pakt een glas en een pak ijsthee, schenkt drinken in, drinkt het op en rent dan naar boven om zich om te kleden. Ze pakt haar rijbroek uit de kast, en zoekt twee gelijke sokken van de grond, T-shirt aan. En ze rent weer naar beneden. Haalt haar bodywarmer van de kapstok en schiet in haar leren laarzen.
Als ze in de stal is, doet ze eerst de radio aan. Ze haalt Angelo uit de stal, en zet hem op de poetsplaats. Roos graait wat borstels uit de kist en begint keihard met de radio mee te blèren. De bruine ruin schrikt van Roos’ onstuimige gedrag en doet een paar passen opzij.
‘Hoo, sorry jongen.’ Klopt Roos hem op de hals.
Vrolijk gaat ze weer door met poetsen. Keihard meezingend met U2’s Beautiful Day
Ze legt het zadel op Angelo’s rug en doet hem het hoofdstel in.
Ze pakt haar cap en zet die op haar hoofd. En zonnebril zou ook slim zijn, door de droogte is het zand in de buitenbak helemaal droog geworden en witter dan normaal. Het stuift en de weerkaatsing van de zon doet pijn aan haar ogen. Ze zet haar sportzonnebril erbij op.
Even later zit ze op haar paard te genieten.
Met een grote lach op haar gezicht draaft ze de bak rond. Voor het eerst sinds het ongeluk dat ze weer geniet van de zonnestralen, de bloemen, de bladeren die weer aan de bomen groeien. De lammetjes die in de wei met elkaar spelen.
Ze heeft even geen zin om serieus met Angelo aan het werk te gaan, dus gaat ze de bak maar uit.
‘Maaaaam! Ik ga even een buitenritje maken hoor!’
‘Is goed, doe je wel voorzichtig?’
‘Jaaaaa!’
‘Heb je je telefoon bij je?’
‘Yo!’
In een flinke draf gaan ruiter en paard het dorp uit. Aan het eind van die weg kan ze linksaf de dijk op.
Ze komen verschillende fietsers tegen, het stel trekt veel bekijks.
Roos geniet en zet eenmaal op de dijk aan tot een flinke galop, wetende dat hier geen ander verkeer is. Met een gigantische lach op haar gezicht galoppeert ze over de dijk, de schuimvlokken vliegen haar om de oren. Het paard heeft de oren naar voren gespitst van plezier.
Onderaan de dijk kijkt een fietser op van het geroffel van paardenhoeven. Hij krijgt kippenvel van de harmonieuze combinatie die over de dijk galoppeert. Het meisje doet hem denken aan zijn dochter, die al maanden ziek op bed ligt en dolgraag weer wil rijden.
Roos neemt Angelo terug naar draf, het schuim zit overal, op zijn borst, op Roos’ kleren, tussen de benen van het paard en onder het zadel. Even op adem komen.
Anderhalf jaar geleden was Roos hier voor het laatst, met Shirley aan het rijden. Ze was alweer vergeten dat er toen al aan de dijk werd gewerkt, maar de dijk was langer geworden, Roos besloot te kijken waar de dijk nu heen liep. In stap vervolgde ze haar pad, paard en ruiter moesten even op adem komen. Na een minuut of tien komt het einde in zicht. Roos krijgt een donkerbruin vermoeden waar de dijk nu straks op uitkijkt, en draaft er nieuwsgierig naartoe. Dan hoort ze in de verte een ambulance, maar er is niets te zien. Dan ziet ze het. Het is het kruispunt. Waar ze een jaar geleden gewoon 2 minuten later hadden moeten komen. En zwaar gevoel bekruipt haar. Roos wordt misselijk, en vraagt haar paard stil te staan.
‘Hoo, jongen… eventjes wachten.’
Ze slikt, en bedenkt wat haar moeder een paar weken geleden nog zei: ‘Vroeger had ik een keer een vaas kapot gemaakt thuis, ik was alleen thuis en wachtte angstig af wat mijn moeder zou zeggen als ze thuis kwam. Ik zou wel een flink pak rammel krijgen. Maar toen mijn moeder thuiskwam zei ze alleen maar dat het niet erg was. Op de vraag of ik dan geen straf kreeg, zei ze alleen maar dat het toch al gebeurd was, straf zou daar niets aan veranderen.’
Het is waar wat ze zei, je kan wel boos worden om het verleden, en wetend dat het anders had kunnen gaan als Shirley en ik later weg waren gegaan, maar dat kan je niet meer veranderen, het is gebeurd, dat moet je accepteren.
Ze aaide Angelo door zijn glimmende zwarte manen, en draaide zich om. Een kleine glimlach verscheen weer op haar gezicht. Ze galoppeerde terug over de dijk en kwam opnieuw de fietser tegen, hij zwaaide.
Terug in de stal zadelde ze Angelo af, hij was bezweet. Ze deed hem zijn deken weer op, en zette hem weer in de stal. Toen ze haar zadel terug in de zadelkast ging, viel haar een briefje op, dat ze daar nog nooit eerder had zien liggen. Het zat onder het stof en moest er dus al een hele poos liggen. Roos pakte het op en vouwde het open.
“The thing about life is, it has always undeveloped pictures in the future. X Shirley”
Dat moet ze hier hebben neergelegd toen ik het even niet meer zo zag zitten met Angelo. Ze glimlachte, Shirley zag toekomst in ons als combinatie, dat zei ze altijd. Gelukkig ben ik doorgegaan. Het heeft nu misschien een beetje een andere betekenis, maar het briefje zal voor altijd heel waardevol zijn.
Moe maar voldaan ging Roos weer naar binnen en stapte onder de douche.
‘Roos! Schiet je op? Ik heb het eten bijna klaar!”
‘Ja, bijna klaar. Drie minuten!”
Toen Roos aan tafel schoof lag er een gevulde envelop van Justitie in haar bord. Vragend keek ze naar haar ouders.
Die gaven te blijken dat ze ook niet wisten van wie dit was.
Roos pakte haar mes, maakte de envelop open en haalde de brief eruit.
Haar ogen vlogen over de regels. De brief bleek het oordeel van de rechter op papier over de zaak met het Borgercollege. Oud nieuws, ze wist allang dat ze een vergoeding van 750 euro kregen, plus alle kosten van het schooljaar. Roos had het Borgercollege allang achter zich gelaten, maar de zaak hebben haar ouders aangespannen omdat de hele school van het gepest wist, zelfs de leraren, maar er werd niets mee gedaan. Om mogelijke pestgevallen van hetzelfde te behoeden, hebben Roos’ ouders een zaak tegen de school aangespannen.
‘Roos, wij gaan vanavond weg hè?’
‘Oh ja? Waarheen?’ Vroeg Roos verbaasd.
‘Naar de Wouter en Dorien.’
Wouter en Dorien waren de ouders van Shirley en vrienden van Roos’ ouders. Roos komt er zelf maar zelden, ze vind dat ze er niets meer te zoeken heeft nu er geen Shirley meer is.
‘Oh leuk! Doen jullie ze de groetjes van mij?’
‘Doen we, maar je moet zelf binnenkort ook weer even heen gaan, zullen ze heel erg leuk vinden! Vroeger was je er ook bijna elke dag.’
‘Hmm, ja. Moet ik weer eens doen ja.’
‘Voer jij vanavond de paarden nog even?’
‘Ja, natuurlijk.’
Ik heb nog heel wat op mezelf aan te merken, maar ik vind het erg moeilijk om te schrijven over een jong meisje in een volwassen taal.
Het is de bedoeling dat ze nog wel groeit in het verhaal.
Voor de geinteresseerden heb ik de opzet ook wel op de computer staan. Daarvoor graag een pm.
Ik ben benieuwd wat jullie van het verhaal vinden. En op welke gebieden jullie verbeterpunten zien!
